Categoriearchief: zwervers

Sleutel tot het verhaal

image

Bijna alle personages in Het regende vogels van Jocelyne Saucier hebben iets met de enorme brand uit 1916 te maken. Zo is ze gestuit op een belangrijke persoon in het High Park in Toronto. Daar is het allemaal begonnen, op een middag in april, 2 jaar geleden:

Het oude dametje was een overlevende van de Great Matheson Fire. Ze had verteld over een nachtzwarte hemel en over de vogels die naar beneden vielen, als vliegen.
Het regende vogels had ze gezegd. Toen de wind opstak en de hemel schuilging achter een koepel van zwarte rook, werd de lucht ijl, de hitte en de rook maakten ademhalen onmogelijk, voor ons, maar ook voor de vogels, en een regen van vogels viel neer bij onze voeten. (83/84)

De vrouw was 102 en de fotografe had eigenlijk een foto van haar willen maken, maar ze durfde niet. De rest van de roman heeft ze daar spijt van. Want als ze ontdekt wie de oude vrouw in het park is en gaat zoeken, lukt het natuurlijk niet om het dametje te vinden. Terwijl op het moment van de ontmoeting alles meezat. Zelfs het licht viel passend.

Ik had een foto van haar moeten maken toen het nog kon, dacht ze met spijt. Ze dacht terug aan de twinkeling van het roze licht, aan haar wens om dat licht vast te leggen, en daarna aan het gesprek dat was gevolgd, de Matheson Fire, de vogels die naar beneden vielen, als vliegen, en toen was het al te laat, de oude dame was weggegaan, met haar honderdtwee jaren en haar guitige lachje. (157)

Ergens blijft het een raar idee dat een fotografe vergeet de belangrijkste foto te maken. Ze vertelt haar verhaal in beelden, maar vergeet het beeld waar alles begon vast te leggen.

Een fascinerende gedachte: je stuit op het cruciale element in je zoektocht, nog voordat je begonnen bent met zoeken. Als je je erin verdiept, is het er niet meer. De sleutel tot je zoektocht is verdwenen, terwijl je haar in handen hebt gehad, maar toen niet besefte dat je de sleutel had.

Jocelyne Saucier: Het regende vogels. Roman. Oorspronkelijke titel: Il pleuvait des oiseaux. Vertaald door Marianne Kaas. Amsterdam: Meridiaan, 2015. ISBN: 978 90 488 2216 4. 184 paginas. Prijs: € 18,99

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn tweede bijdrage over Het regende vogels van Jocelyne Saucier. We lazen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Naamloos

image

De roman De wolkenridder van M.M. Schoenmakers is de zoektocht van een zoon naar zijn vader. Gerlof Verdegaal vlucht uit zijn huis, weg van zijn vrouw en 3 kinderen. Hij zoekt zijn toevlucht in het park. Tussendoor probeert hij in het verzorgingstehuis waar zijn dementerende moeder zit, een dagelijks portie eten bij elkaar te scharrelen.

Dat hij in het park is, lijkt volstrekte willekeur. Hij kiest een plekje achter een transformatorhuisje. In het park verbaast hij zich over de grote hoeveelheid plekjes waarbij een burgemeester, architect of voorzitter van het comité van financiers wordt geërd.

Al die mensen hadden aan de wieg gestaan van het stadspark, maar waarom miste de naam van zijn vader en al die andere naamlozen die maanden gezwoegd hadden om het park in deze staat te krijgen?

Maandenlang had hij de ruige grond omgegooid, kanalen en sloten en vijvers aangelegd, in kruiwagens de uitgegraven aarde over ellenlange loopplanken naar de stortplaats gebracht, het struikgewas gerooid, en aan de stronken van de bomen gesjord tot zijn spieren bijna knapten – om daarvoor te betalen met drie vingers van zijn linkerhand toen hij alleen maar een wortel wilde blootleggen en met de blote hand luchtjes de aarde wegveegde en een medearbeider zijn steekspade liet afdwalen, misschien verblind door de zon de grond raakte, zeker de grond raakte, maar met een kluit aarde ook een hele wijsvinger, een hele ringvinger en driekwart middelvinger naar boven haalde. (95)

Voor het werk kreeg hij een getuigschrift, net als de anderen. Zonder zijn naam erboven. Wel stonden de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers met hun volle naam op het papier.

Verdegaal gaat op zoek naar foto’s en ander materiaal over de aanleg van het park. De archivaris in het stadsarchief kan hem niet veel meer geven dan een jubileumboek dat uitkwam toen het park 50 jaar bestond. Weer de verhalen van de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers. Maar geen woord over zijn vader of de andere arbeiders die dit park hadden gemaakt tot wat het nu is.

Als de archivaris een doos vindt met foto’s en krantenknipsels uit 1938, het jaar waarin het park werd opgericht, zoekt Gerlof Verdegaal vergeefs naar zijn vader. Weer komen al die belangrijke mensen voorbij, maar zijn vader is verdwenen.

In het park voelt hij zich omringd door zijn vader. De bomen, de vijvers en de paden. Misschien hadden zijn vaders handen met de afgehakte vingers, de dingen aangeraakt waartussen hij nu verbleef. Hij gaat sparen om een gedenkbord voor zijn vader op te richten.

Niet dat het lukt. Overleven vraagt meer dan genoeg van hem. Hij lijkt in hetzelfde naamloze gat te vallen als zijn vader. Zijn moeder kan hem dat niet meer vertellen. Haar dementie vreet aan haar geheugen.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

De wolkenridder

image

De titel was genoeg om mij tot lezen uit te nodigen: De wolkenridder. De nieuwe roman van M.M. Schoenmakers draagt deze tot mijn verbeelding sprekende titel. Het verhaal doet de rest.

In De wolkenridder belandt de hoofdpersoon Gerlof Verdegaal in en crisis. Hij is 49 jaar en krijgt last van zijn darmen. Hij ondergaat onderzoek na onderzoek, maar niemand kan de oorzaak vinden. De arts vermoedt gevoelige darmen, maar kan er verder niks aan doen.

Gerlof Verdegaal neemt telkens verlof van zijn werk als hij zich niet zo lekker voelt. De planoloog wil zich niet ziekmelden en hij heeft genoeg dagen staan. Hij verzaakt het werk wel, want de ontwikkelingen op het werk ontgaan hem volledig. Zo belandt hij op een zijspoor.

Ook zijn vrouw vindt hem een zeurpiet en hij vervreemdt steeds meer van zijn gezin. Als hij tot overmaat van ramp na een zwerftocht met een hond thuiskomt, is de maat vol. Ze wil niet meer en wil rust. Hij verlaat daarna zijn ‘met hypotheek bezwaarde huis en thuis’.

Het verhaal krijgt nu een interessante wending. Hij trekt zich terug in het stadspark, achter een transformatorhuisje. Hij maakt er zijn plekje van en bezoekt dagelijks zijn dementerende moeder in het verzorgingstehuis. Zijn kinderen zoeken Verdegaal nog wel op, maar hij is onwrikbaar: hij zit hier goed. Dit is zijn bestemming.

Zijn ingewanden kalmeren:

Daar hurkte hij dan, de zelfbenoemde reiziger, de globetrotter zonder wereld, een wolkenridder in gevecht met hij wist niet wat, hij wist niet wie. Hoeveel zag om zich heen? De pluimen van de wilde hop, hoog opgeklommen tegen stammen en struiken, vogelkers en hulst, wit bestoven geweizwammetjes, de stuiptrekkingen van de schaduwminnende prachtframboos en de wilde hyacint, de moes van uitgebloeide bloemen en parken. (85)

Daar moet hij zien te overleven. Voortdurend doemt het beeld op van zijn vrouw die hem zegt dat ze maar even afstand moeten nemen. Hij moet eens nadenken wie hij is en wat hij wil. Daar in het park zou hij daaraan toe moeten komen, maar in het park is hij met iets anders bezig: overleven.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

Zwerversnest

image
Zwerversnest in het park

Op de terugweg pak ik het avonturenpad door de bosjes. Laaghangende takken en volle struiken versperren het pad. Zo lijkt het net een ondoordringbaar pad in de wildernis.

Meestal kom ik niemand tegen. Nu staat een man bij een stapel troep. Een deken, een stukgereten vuilniszak, een Feijenoord-sjaal en een donkere stroomadapter. Het verstoort de wildernis op dit paadje.

De man draagt een groen truitje. De kleine letters op zijn borst kan ik niet lezen. ‘Dat is van zwervers’, zegt hij om zich te verontschuldigen voor de rommel. Hij wijst naar het stuk van het pad waar ik vandaan kom. ‘Ik ga eens daarheen om te kijken of daar nog een zwerversnest zit.’

Hij loopt mij voorbij. ‘Parken zuid’, staat in rode letters op zijn rug. Ik trek de andere kant op en sla rechtsaf bij de t-splitsing. Ik kom weer bij het trottoire en zie een witte bestelwagen staan. De motor draait stationair.

De laadbak ligt vol met afgewaaide populierentakken. De man komt terug met een nieuwe tak en gooit het in de achterbak. Dan stapt hij in en rijdt weg. Ik tuur de wildernis in. Het zwerversnest ligt duidelijk herkenbaar midden op het pad.

Hoe de kleintjes te water raken

De kleintjes dobberen in het water

Hoe zelfs de tas te water kan raken van de kruidenier die op de kleintjes let. Mooi weer levert soms ook treurigheid op. Op de grens van wonen en winkelen vertoeven nu eenmaal graag mensen die ook een pilsje lusten. Het bruggetje tussen Stedenwijk-Noord en het centrum is zo’n plaats.

Dan raken plastic tasjes te water. De lege bierblikjes dobberen ook tevreden op de kleine golfjes van het water. Hier zoekt de treurigheid een plaatsje onder de treurwilgen die langs het water staan. Een gil klinkt over het water. Een maat roept een andere maat.

Drinken met maten
Ik moet even denken aan Dirk van Van Kooten en De Bie. Hij begreep niet wat de overheid bedoelde met ‘drink met mate’. ‘Ik drink altijd met maten’, zei hij. Buik naar voren, rug naar achter en het flesje pils in de hand. Het flesje bier is een halve liter blikje van de Euroshopper geworden. Soms weet een glimmend blikje van de Lidl het water te halen. Maar dan houdt het wel zo’n beetje op. De maten zijn altijd gebleven.

Marja

Sommige mensen verlies je uit het oog en dan kom je ze weleens tegen. Het internet is zo’n ontmoetingsplek. Zo trof ik een paar jaar terug Marja aan op hyves. Marja, een schat van een meid. Zij wierf me voor nachtportier bij het Sociaal Pension in Leiden.

Het was in een kroegje waar ik eigenlijk nooit kwam en ik wilde net weggaan, toen ik aangesproken werd. Een oudere dame met krulletjes en een vrolijke lach. ‘ Ik heb je eerder gezien’, zei ze. Ik vreesde dat ze een versiertruc uit de kast haalde. ‘Jij was donderdag bij de presentatie van Straatmagazine.’

Bij mij lichtte niks op, maar ze had vlakbij me gestaan. Ik had een artikel geschreven in het tijdschrift over de methadonverstrekking in Leiden. Zij was betrokken bij de dak- en thuislozenzorg in Leiden en werkte als medewerker in het Sociaal Pension. En het was heel gezellig. Een paar collega’s dansten en we raakten aan de praat.

‘Heb je de advertentie voor nachtportier gezien?’ vroeg ze aan me. Ik vertelde dat ik niks had gezien. Ik las het Leidsch Dagblad niet. ‘Als ik jou was zou ik solliciteren. We kunnen er moeilijk eentje vinden. Dit is een herhalingsoproep.’ Ik kon het volgens haar goed combineren met het schrijven en mijn studie. Er gebeurde weinig ‘s nachts en ik kon het allicht toch proberen.

Die zondag schreef ik een brief en solliciteerde. Ik werd de nachtportier want ik was de enige sollicitant. Een prachtige baan waarbij ik veel heb meegemaakt. Marja ging ondertussen weg en ik merkte dat de doorwaakte nachten zwaar werden. Ik ging overdag werken. De arbeidsmarkt was verschoven en voor mijn opvolgers was het een stuk lastiger aan de bak te komen.

Ik was Marja helemaal uit het oog verloren, totdat ik eens op haar hyves-pagina stuitte. Ik vroeg de vriendschap aan, vertelde hoe het mij verging en vroeg hoe het met haar was. Ik hoorde heel lang niks, totdat ik ineens tot haar vrienden op hyves behoorde. Heel gezellig krabbelde ik haar af en toe. Verder gebeurde er niet veel. Ik ontdekte dat ze ziek geweest was, dat haar dochter een heuse meid geworden was en dat ze een bepaalde mate van evenwicht in haar leven bereikt had.

Best een contrast met de vrouw die ik rond 1999 leerde kennen. Maar de ziekte kwam weer terug, regelmatig stond er een kort bericht over de stand van zaken en wat er nu te gebeuren stond. Ook las ik dat haar dochter zwanger was. Het zou er om gaan spannen of ze de kleine te zien zou krijgen. Ze heeft hem gezien, vertellen de foto’s. Ze staat erop met een lach.

Hoe zou het met Marja gaan, vroeg ik mij vandaag af. Ik zag dat ze nog een vriend was, maar op de krabbels zag ik ook dat ze er niet meer was. In juni is ze overleden. Dan is het fijn dat haar hyves-pagina een plek is om je verdriet te uiten.