Categoriearchief: zwanen

Kathedraal Revisited – Omzwervingen (1)

image

Het voorjaar lokt mij weer naar buiten. Ik stap op de fiets om de Groene Kathedraal weer te bekijken. De wind in de rug gaat het hard. Onderweg zie ik hoe de lente echt toeslaat: een koppel zwanen is van het nest afgestapt. 6 grote eieren laten zich zien aan de buitenwereld. Het ziet er heel gaaf uit.

image

Naast het nest staan 2 kuikens. Een beetje wankel op de poten, zojuist geboren waarschijnlijk. De overige eieren liggen in het riet. Moeder zwaan pakt een rietstronk en legt hem bij de overgebleven eieren. Het zonnetje houdt de eieren die er nog liggen warm genoeg.

image

Langs het water fiets ik. Een elfje en een Alien lopen mij tegemoet. Op zijn rug hangt een groot schild met een ster in het midden. Op zijn hoofd een eigenaardige helm. Zij draagt een blauwe jurk en lijkt uit een sprookje te stappen. Verderop zie ik meer fantasierijke wezens. Ze zitten onder een feesttent en praten met elkaar. Alle varianten prinsen, prinsessen, monsters, bebloede wezens en andere figuren zoals je die alleen maar in fantasy ontspruiten.

image

Ik rij erlangs en fiets door langs het kasteel, het bos in. Wat ziet het er allemaal prachtig uit. De bladeren ontspruiten net uit de takken en geven de bomen iets magisch. Sommige bladeren zijn al wat verder en lijken helemaal te veranderen in een felgeel groen. Een prachtig gezicht. Ik neig op elke hoek even stil te gaan staan om een foto te nemen.

image

Zo passeer ik de 4 metalen bruggetjes, voorbij de senioren die pauzeren. In de berm staan de elektrische fietsen te wachten om verder te mogen ontladen. Een echtpaar zit op een kleedje op een bankje. Een thermoskan met koffie en koekjes bij de hand. Ze hebben het hele bankje geconfisqueerd.

image

Het kronkelpad door het kathedraalbos kijk ik naar de open stukken. Daar op een smal paadje staat een reebokje. Het dier kijkt mij rechtstreeks aan. Ik wil stoppen, maar vlak achter mij rijden 2 fietsers en het pad ligt bezaaid met modder zodat ik moet uitkijken waar ik rijd.

image

Zwanenoog

image

We fietsen langs een groepje zwanen die het grasveldje vlak naast het fietspad tot slaapplaats heeft gemaakt. We fietsen akelig dicht langs de dieren als we de bocht nemen. Sommige liggen in het gras, met de kop tussen de veren. Anderen staan rechtop en kijken nog om zich heen. Of ze wiebelen nog met het lijf om de slaap op te roepen.

Een zwaan ligt vlak op het hoekje waar wij langsrijden. Het dier heeft zijn kop in het verenkleed gestoken. Een oog steekt precies ter hoogte van de staart uit de veren.

Het oog opent zich als wij langsrijden en volgt ons waakzaam. We zwijgen en trappen extra stevig om de brug op te komen. Ik moet aan onze teckel Saar denken als die lekker ligt te slapen in haar mandje. Ze kan je net zo met een oog volgen als deze zwaan.

Als we afdalen zegt Doris: ‘Die zwaan keek ons achterna en ik moest aan Saar denken.’ Ik moet lachen. Ik moest daar ook aan denken. ‘Ja, ze kan je precies zo met een oog volgen als ze in haar mandje ligt.’ We lachen allebei dat dezelfde gedachte naar binnen vloog bij het zien van hetzelfde oog.

Familie Zwaan

image

Ze broedde tussen de waterkant en het fietspad in en lag op een heuveltje van riet. Ik bedoel de aanstaande moeder zwaan die ik een tijdje geleden beschreef in mijn blog. Vader zwaan bewaakte het nest en zorgde ervoor dat de fietsers op afstand bleven.

image

Op de terugweg dat ik erlangs fietste, zag ik dat het nest leeg was. De zwanen waren er niet meer. Het nest was uitgevlogen. Zo bleven ik en de lezer achter zonder een afloop. Hoe groot was de vreugde toen ik een tijdje terug de familie zag zitten. Op de plek van het nest.

image

Het gras was weggemaaid. Het nest kon ik niet meer zien, maar daar stonden ze. Vader, moeder en twee uit de kluiten gewassen kuikens. Ze kijken even eigenwijs als hun ouders. Ze nestelen zich lekker aangenaam op het stukje geboortegrond. Moe van een dag zwemmen en rondzwerven.

Zwanennest

image

Ze zat er de hele dag. Moeder zwaan, langs de waterkant op het nest van opgestapeld riet. Vlak langs het fietspad. Als je het tunneltje uitkwam zag je haar zitten. Alle fietsers zagen haar, draaiden even hun nekken naar het dier dat er zo rustig zat. Vader zwaan zat ernaast. Voor de bewaking.

Soms stapte een fietser af en stond op het voetpad naast zijn fiets een foto te maken. De mobieltjes klikten en maakten overuren. Een broedende zwaan, het zag er ook heel mooi uit. Het riet stond er mooi omheen. Een niet in te nemen vesting daar langs de waterkant.

image

Gisteren fietste ik erlangs en zag dat het nest verlaten was. Geen moeder of vader zwaan te bekennen. Geen fietser die even stopte om te kijken naar het nest. Geen mobieltje dat klikte om dit bijzondere moment vast te leggen en te delen. Alle fietsers reden voorbij, gehaast als altijd. Alsof hier niets bijzonders was.

Ik stapte af. Keek nog eens goed rond. Was er nergens een familie zwaan te zien? Ik daalde af naar het nest aan de waterkant, tegen de rietkragen aan. Geen zwaan te bekennen. Ik keek nog eens goed in het riet waarvan de zwanen een nest gemaakt hadden. Geen eierschaal niks. Alleen een paar donsveertjes dansten op de wind. Verder niets.

image

Achter het riet hoorde ik een eend snateren. Het leek wel of hij mij uitlachte. Net als de fietsers die langsreden. Ze draaiden even hun nekken in mijn richting, om dan met enig dedain het hoofd terug te draaien. Het leek dan of ze harder trapten op hun pedalen om snel van dit tafereel verlost te zijn.

Eendenkroos

image

De gracht voor ons huis is de laatste maand helemaal groen uitgeslagen van de eendenkroos. Soms trekt een vaarspoor van eenden door het groen heen. Vanmorgen zag ik de familie zwaan door de gracht zwemmen. Keurig achter elkaar. Vader voor, moeder achter en de twee kuikens tussen hen in. Vader trok het spoor. De anderen volgden keurig in het uitgezette spoor.

image

In deze warme maand zie je het kroos groeien. Soms ontstaat een wak omdat de eenden het opeten. Die beesten moeten in een heus luilekkerland leven. Overal is te eten in ruime mate. Ze trekken zelf het spoor van het leeggegeten bord. Wat niet lukt bij gras – of je moet het met wortel en al opeten – lukt wel bij eendenkroos.

image

Ik heb mij laten vertellen dat je het ook zelf kunt eten. Ip het water van het kikkerpoeltje in de achtertuin drijft ook een flinke laag kroos. Soms neemt Saartje er een hap uit op zoek naar een verstopte kikker. Ik heb zelf ook eens een hapje kroos geprobeerd. Er zat niet veel smaak aan, maar als alternatief voor sla kan het er prima mee door.

image

Dode zwaan

dode zwaanDe schemering maakt meer en meer plaats voor de duisternis. De gordijnen zijn nog open. Een groepje jongens staat voor het raam. Ze roepen iets naar elkaar en wachten. Er is iets aan de hand, maar ze kijken niet naar ons achter het raam. Pas heel laat komt een jongen aangelopen. Het lijkt of hij uit het zijtuintje komt.

Zou er iets aan de hand zijn? Ik ga naar boven. Er moet toch een foto van de lucht worden gemaakt voor wolkenhemel. Als ik uit het raam hang en naar beneden kijk, zie ik de reden waarom de jongens zo opgelaten waren. Er ligt een dode zwaan in een van de afgezette vierkantemeters voor ons moestuintje. Ik kan het nog zien in het laatste licht voor het helemaal donker is. Het dier ligt precies in de bak. Op de rug, de kop wijst netjes naar voren. De lange hals ligt in een mooie S.

image

Wat is er gebeurd? Ik ga naar buiten om het dier van wat dichterbij te bekijken. Overduidelijk is het dier dood. Er loopt geen spoor van bloed of vocht over het pad ons tuintje in. Het dier is hier gestorven. Of neergelegd door iemand. Al lijkt het laatste mij erg sterk. Het dier ligt daarvoor in een te natuurlijke houding.

De veren wapperen mee op de wind. Het dier is geringd. Het poepgat wijst naar de hemel. Zelfs deze oogt schoon en zuiver. De witte kleur van de veren laat zien dat het hier nog niet lang ligt. Alleen de hals bevat wat gelige veertjes. Wat is zo’n dier groot. Het enorme lijf rust op de grond waar straks de groenten moeten groeien.

Als de medewerkers van de dierenambulance het dier een halfuurtje later komen halen, zijn er snel omstanders. Niemand heeft het dier zien liggen, maar iedereen is hier langsgeweest. ‘Zou het niet die zwaan zijn waarvoor jullie laatst ook zijn geweest’, vraagt ze aan de medewerkers. Ze weten het niet. Het was een andere shift. Ze denken ook dat het dier hier gestorven is. En lang ligt het er ook niet. Maar niemand heeft het gezien.

Zo hoort het ook. Sterven doe je in totale eenzaamheid. Dat hoeft niemand te zien. Afscheid nemen van het leven is zwaar genoeg. Ook voor een stervende zwaan. De medewerker legt de nek mooi over de rest van het lijf. Zijn college houdt de blauwe zak open. Het dier verdwijnt erin. We zijn allemaal even stil.