Categoriearchief: zorggroep almere

Rollator op keukenolie

Precies voor mijn neus schuifelt ze naar de balie. Ze ziet niks of niemand staan. De rollator die ze voor zich uit duwt, parkeert ze even ter zijde. Met haar armen leunt ze op de balie. ‘Ik moet over 3 dagen terugkomen. Dan kunnen ze de prop eruit spuiten.’ De vrouw achter de balie knikt. ‘Keukenolie zei die. Ik moest keukenolie gebruiken. Maar dat bestaat helemaal niet. Wel slaolie, zonnebloemolie of olijfolie. Maar keukenolie bestaat helemaal niet.’

Ik begin al een beetje ongeduldig te wippen met mijn jeugdige benen. Het ene been laat ik even leunen en het andere daarna. 11 uur heb ik afgesproken en het is ondertussen 11 uur. Ik weet dat het altijd uitloopt. Maar ik wil op tijd zijn.

‘Het is ook zo’n grapjas. Die dokter’, vervolgt ze. Ze neemt een nog gemakkelijkere houding aan op de balie. ‘Zo zei hij laatst: mevrouw dat gaat wel over voordat u een jongetje bent. Ik snapte het niet. Pas later begreep ik het. Heel grappig.’ De receptioniste knikt. ‘Maandag?’

Achter mij komt een meneer te staan. Hij wacht ook op zijn beurt. De rollator lijkt geen haast te maken. Ze duwt haar grote bril weer in de richting van haar voorhoofd met een vinger.  ‘Nee, doet u maar dinsdag. Maandag ben ik jarig. Ja, het zit zo. Mijn zoon vroeg wat ik wilde hebben. Nou ik heb al jaren deze rollator. Hij is van mijn man geweest.’

Ze kucht eventjes. ‘Hij is er niet meer.’ Nog een keertje kucht ze. De receptioniste kijkt haar afwezig aan. ‘Ach van mij hoeft het niet hoor. Deze is nog prima. Maar mijn zoon wilde zo graag een mooie voor mij. Dus ik krijg een nieuwe.’ Ik zie de sticker op het metaal van de rollator. De naam van een verzekeringsmaatschappij prijkt erop.

‘Dinsdag 11 uur?’ ‘Nee, doet u maar ’s middags. Dan kom ik met mijn nieuwe rollator. Is wel zo makkelijk. Tot die tijd doe ik elke dag een druppeltje olie. Ik zal wel slaolie doen. Of niet?’ De receptioniste knikt. ‘Dinsdag 13 uur.’ ‘O, dat komt goed uit. Dan is de thuiszorg net weg.’ De receptioniste schuift het papiertje met datum en tijd over het hout van de balie.

‘Keukenolie’, mompelt ze. Dan schuifelt ze met de traagheid van een schildpad achter haar rollator aan. Zou de snelheid toenemen met een nieuw exemplaar. Ik vraag me af wat het verschil is tussen de rollators.  Sneller zal ze er niet door lopen. En het comfort zal niet wezenlijk anders zijn. Zelfs de handrem naast het handvat zal op de nieuwe zitten.

Ongeduldig kijkt de receptioniste me aan. ‘Ja,’ zucht ik. ‘Ik had om 11 uur een afspraak.’ De klok tikt al over de tijd heen. ‘Gaat u maar zitten in de wachtkamer.’ Ik loop in de richting waar de rollatorvrouw een paar minuten geleden vandaan kwam. Achter mij schuiven de glazen deuren op en vertrekt de slak in de richting van huis. De rollator zucht en kreunt onder de laatste meters die zijn geteld.

Huisarts

Ik liep het station uit en haalde mijn fiets uit het fietsenrek bij het station. De deuren floten dicht boven mij op de spoordijk. Het treinstel trok in een gillende snelheid van mij en mijn fiets weg. Ik moest mijn fiets met wat kracht en tact verlossen van de remkabel van de fiets ernaast.

Eindelijk stond ik daar en ik zag een bekend gezicht het fietsenhok in lopen. Ik herkende de korte sik, het kortgeknipte haar en het smalle gezicht. Hij spande zich in om de fiets erin te krijgen en had hem al vaststaan nog voordat ik hem kon passeren.

Wie is die man toch? vroeg ik mij af. Ik kon het antwoord niet bedenken. Ik had hem nog maar zo kortgeleden ontmoet. Was het voor een interview van het één of ander? Of was ik hem gewoon ergens maar kort tegen gekomen bij het hardlopen of zo. Ik wist het echt niet meer.

Pas vele honderden meters verder daagde het in mijn geheugen. Het was mijn huisarts, een Vlaming waarbij ik een maand of twee geleden op bezoek was. Hij is nu zo’n twee jaar mijn huisarts en ik had hem nog nooit ontmoet. ’t Was verder niet ernstig, wel een heikele kwestie. Maar ik vond het nogal een ‘plezante’ vraag, zo bij de eerste ontmoeting.

Hoe snel een huisarts buiten zijn gezondheidscentrum een normaal mens. Daar kan geen heikele kwestie tegenop.

Vissen

Mijn eerste werkdag bij Zorggroep Almere op het hoofdkantoor, viel mij de sfeervolle inrichting van kantoorruimten op. Prachtige plantpartijen, vissen zwommen in grote aquaria op de bureaus en vlinders vlogen al hangend aan het plafond.
Ik vertelde het verhaal van de vissen thuis en kreeg die verjaardag van Inge een prachtig gehaakte vis in een heuse kom. Jaloerse blikken van collega’s en veel complimentjes volgden. Daarom heb ik bij mijn afscheid kleine visjes aan mijn collega’s gegeven. Inge heeft ze genaaid en het resultaat mag er zijn.
Misschien moeten we een handeltje beginnen.

Kerstpakketten

Vanmorgen liep ik binnen en daar stond een grote vrachtwagen voor het lossen van de honderden pakketten. De deur was open en joeg de koude tot in onze kamers.
Toen ik vanmiddag vertrok, werd een nieuwe lading uitgeladen.

Dat moet wel wat worden met het pakket dit jaar. Eén verschil met vorig jaar: hij is rood in plaats van zwart. Wel is hetzelfde bloemmotiefje in goudkleur op de dozen geprint.

Forensengroet

Het bericht van de nieuwe baan verspreidt zich binnen de organisatie. Soms laait het vuur wat op. Vooral bij ontmoetingsplaatsen als de lunch. Zo lunchte ik vandaag niet te midden van mijn clubje en at met gezichten die ik wat minder vaak spreek.
‘Zo ik hoorde dat je een nieuwe baan hebt’, ontviel mijn disgenoot. Ik vertelde wat over het hoe, waarom en wat ik precies ging doen. Hij knikte met belangstelling. ‘En je moet weer reizen?’ ‘Ja, het is in Houten, dus ik moet eventjes met de trein.’
Ik vind het wel lekker om met de trein te reizen. Zeker als je jezelf onderweg op allerlei dingen trakteert. Een leuk boek, een stukje typen op mijn laptop of wat lees- en denkwerk dat anders blijft liggen. ‘Tja’, vertelde mijn disgenoot. ‘Ik heb jaren gereisd naar Utrecht en dat was heerlijk. Al moest ik overstappen op het station Weesp.’
Het station Weesp is voor mij reden om te gaan praten over tochtige wachthokjes, treinen die voor je neus wegrijden en zelfmoordcijfers. Snel zocht ik een weg naar een nieuw verhaal. ‘Het is wel leuk om te forensen. Zo ontstaat er een hele band met de andere mensen in de trein.’ ‘Iedereen gaat ook altijd op hetzelfde plekje zitten’, vulde een toehoorder aan. Ik knikte. ‘En als er iemand niet is, dan vraag je je af waarom hij er niet zit.
Het is een vreemde gewaarwording als je de mensen met die je de coupé deelt ineens in de stad ziet lopen. Zo liep ik in de tijd dat ik met de trein forensde eens in de stad en zag een heel bekend gezicht mij passeren. Ik stopte, draaide even om, het bekende gezicht was ook gestopt en had zich omgedraaid. We vroegen ons allebei af wie we nu zagen. In alle beleefdheid en verlegenheid knikten we vriendelijk naar elkaar. Pas toen ik een halfuurtje later naar huis fietste, wist ik het. Ik zat iedere morgen tegenover hem in de trein.
Mijn disgenoot wist het nog sterker te vertellen. ‘Het was zes jaar geleden dat ik met de trein reisde naar Utrecht. Ik zie de man die naast mij zat in de trein nog weleens in de stad lopen. We groeten elkaar nog altijd.