Categoriearchief: zolder

Spullen en herinneringen – Tiny House Farm #ontspullen

Het opruimen werpt meer en meer vruchten. Je gaat eigenlijk door je hele leven. Alle spullen dragen een herinnering bij zich. Ik merk meer en meer dat ik weinig behoefte heb aan het ophalen van herinneringen.

Vaak word ik er alleen maar mistroostig van. Al is het fijn als je je voor sommige dingen juist over je grenzen heenstapt. Het is fijn dat de knuffelbeer een mooi plekje krijgt. Een foto en in een doos, dan mag hij op de post naar waar hij echt hoort. Veel eerder moeten doen.

Het lijkt ook goed te komen met mijn harmoniums. Ik moet nog wel wat foto’s maken van instrumenten die er nog staan (een kofferharmonium en een latere elektrisch aangedreven). De oproep voor de Hörügel op Facebook en Marktplaats heeft al veel reacties opgeleverd. Daar ben ik wel blij mee, want ik was oprecht bang dat ik hem bij het grofvuil zou moeten zetten.

Dan nog de enorme hoeveelheid boeken. Ik heb al een selectie gemaakt in muziekboeken. Al denk ik dat die stapel ook nog moet halveren. Het is niet makkelijk om je te ontdoen van al je spullen. Zeker als je dat goed wilt doen. Want ik blijf benauwd bij de gedachte dat de dingen die ik wegdoe, nooit meer terugzie.

Dakconstructie

20141016_150911Op de kasteelzolder van Slot Loevestein ga ik even zitten op een bankje. Wat een hoogte zeg. De kapconstructie ziet er heel imposant uit. Dikke balken van eikenhout. De balken zijn met elkaar verbonden via pen-en-gatverbindingen, waarbij houten deuvels de verbindingen bij elkaar houden.

De hoogte van de zolder is enorm. De zolder is in tweeën gedeeld. Bovenin het dakspant dat de ruimtes deelt, zit zelfs een opening zonder dat er een vloer onder ligt. Dit dak alleen is hoger dan ons hele huis.

20141016_153904Een vreemde gedachte dat je omhoog kijkt naar iets dat ontdaan van vloeren zelfs hoger is dan je eigen huis. Terwijl je omhoog kijkt naar alleen maar dakbeschot. De vele dakspanten en balken maken het dak tot een kunstwerk.

Een gezin met jonge kinderen komt de zolder op. De vloer trilt. De kinderen gillen. Hun even rumoerige ouders verstoren even het genieten. Alle sleutelgaten worden gedicht met de plastic sleutels en overal klinken de animaties.

20141016_163250De aandachtsspanne van de kinderen is korter dan de animaties duren. Ze zijn alweer vertrokken terwijl in de hele ruimte de animaties nog draaien. Als de laatste animatie zijn mond houdt, is de zolder weer voor ons alleen.

Heerlijk.

20141016_165110

Boeken achter mij aan – #50books

image

Mijn boeken in twee speciaal daarvoor ingerichte kamers: de bibliotheek en de naastgelegen studeerkamer. Beide kamers op zolder bevatten het grootste deel van mijn boekenbezit. Toch kan ik niet verhinderen dat ook op andere plekken in huis boeken van mij rondzwerven.

Lezen doe ik namelijk niet daar. Dat doe ik beneden op de bank en in bed. Daarom sleep ik het stapeltje boeken dat ik lees, de hele dag met mij mee. ’s Morgens als ik wakker word mee naar beneden en ’s avonds als ik ga slapen weer mee naar boven.

Voor de zekerheid zwerft er ook een stapeltje boeken rond mijn zitplek op de bank. De grote boeken staan rechtop tegen de tafel. De kleiner liggen op de hoek van het tafeltje naast mijn zitplek.

Zo zorg ik ervoor dat ik de hele dag voorzien ben van boeken. Als ik onderweg ben, neem ik vaak het boek dat ik lees mee. Momenteel zijn dat Bob den Uyls reisboekje en natuurlijk de roman van Eva Kelder die over twee weken op de lijst voor Een perfecte dag voor literatuur staat.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject

Boekendozen – #50books

image

Bij de verhuizing acht jaar geleden pakte ik rustig aan mijn complete boekenverzameling in bananendozen. Ik had er al ervaring mee, een paar jaar eerder trok ik bij Inge in en nam een grote stapel met dozen mee. Bij de boekendozen zat ook een grote doos met boeken die ik weg wilde doen. Ik nam de doos mee en een paar jaar later verkocht ik de inhoud op de Almeloose boekenmarkt op Hemelvaartsdag. We haalden driehonderd euro op.

De boeken na de laatste verhuizing bleven heel lang in de dozen staan. Ze zwierven eerst door het huis en stonden uiteindelijk op zolder. Meer dan twee jaar zat ik zo zonder bibliotheek. Ik was te druk met het opknappen van de andere kamers in huis. Uiteindelijk kwam de zolder aan de beurt. Ik maakte een grote bibliotheek die tot in de nok van het dak reikte. Een wens ging in vervulling.

De vreugde om mijn bibliotheek weer op te kunnen bouwen en bij de boeken te kunnen die ik al zo lang niet meer had gezien. Ik was helemaal blij en voelde mij als de dichter Bloem die uiteindelijk ook zijn bibliotheek weer kan inrichten. Het ging heel traag en eigenlijk lukte het hem ook niet. Zodra hij de dozen uitpakte, begon hij te lezen en verdwaalde hij met zijn gedachten in de boeken.

Ik heb het wat zakelijker aangepakt en zoveel mogelijk – alfabetisch – proberen te ordenen. Er bleef eigenlijk geen doos met boeken over. Tot ik een paar jaar terug via marktplaats bij iemand drie grote dozen met boeken kocht. Daarbij zat ook een ongebonden uitgave van Junghuhns meesterwerk Java, de eerste druk. Het is bijna volledig en was voor mij de eerste uitgave van Java die ik in bezit kreeg. Er zouden nog twee volgen.

Bij die dozen boeken zaten ook veel boeken die ik niet wilde. Ik zou ze wel gaan verkopen. Het is nog altijd niet gebeurd. Sinds die tijd zijn er wel boeken in de dozen bijgekomen. Boeken die ik per ongeluk dubbel kocht – echt heel schandelijk een boek dubbel kopen – of boeken waarvan ik een goedkoper exemplaar vond zodat ik het duurdere zou verkopen.

Omdat die boekenverkoop niet van de grond is gekomen, zit ik nog altijd met stuk of zes bananendozen. Ze staan ergens in een hoek onder het schuine dak. Waar niemand bij kan. Naast de campingspullen, de twee dozen met kerstversieringen en de televisie van mijn overleden schoonmoeder. Ik zou er best weer eens in kunnen neuzen. Ik ben er zeker van dat ik er weer een paar boeken uithaal die ik bij nader inzien toch zou willen houden.

Daarom geloof ik niet dat het slecht is om je boeken af en toe in een doos te doen. Zo ontdek je weer wat je eigenlijk hebt en merk je dat de waarde van spullen kan veranderen. Iets dat je tien jaar geleden met afgrijzen wegstopte, kan je nu koesteren. En andersom. Er is dus niks mis mee om wat boeken weg te stoppen in een doos. Voor nooit of juist voor later.

Dit is het antwoord op vraag 48 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Dak – #WOT

image

Als iemand de pot op kan, kan hij het dak op. Je kunt het dak op. Een betere verwensing kan ik niet krijgen. De geheimzinnigheid die van het dak uitgaat. Je komt er niet zomaar op, moet kronkelpaadjes en hoogtevrees overwinnen. Maar als je er dan staat. Boven de huizen uit. De dakpannen om je heen en het waait er altijd. De bries en het idee boven de huizen uit te stijgen.

Ik tuur thuis ook regelmatig uit het dakraampje. In mijn studeerkamer ga ik op mijn bureau staan en tuur uit het hoge raampje. Als ik wat meer wil zien, moet ik een krukje op mijn bureau zetten en daar dan op gaan staan. Dan kijk ik naar buiten, bijna over de bomen heen. In de verte zie ik de rest van de stad. Prachtig.

Of de keer dat ik op het dak van de VU mocht staan. Normaal mag je daar niet zomaar staan. Het schijnt dat in het verleden regelmatig mensen gingen staan die levensmoe waren. Ze bleven niet alleen staan. Iemand als Herman Brood maakte ook zo een eind aan zijn leven. Hij liep het Hilton binnen en ging naar het dak.

Ik vond het geweldig op het dak van de VU. Wat een prachtig uitzicht over Amsterdam in de verte zag je de stad aan je voeten liggen. Het Paleis op de Dam en het Rijksmuseum. Onder ons krioelde de wereld als mieren bij een mierenhoop. Het getingel van de tram klonk heel anders dan beneden. Net als al het andere stadslawaai.

Met jaloerse blik keek ik naar een kauwtje die iets lager landde op een punt van de grote Griffioen die op het hoofdgebouw van de VU staat. We waren even in zijn domein. Net als bij die kerkrestauratie in Hengelo waar ik op wankele steigers achter de opzichter aanliep. De dakpannen van de kerk kon ik aanraken. Wat een hoogte en wat een andere wereld. Hoe de wereld verandert als je enkele tientallen meters hoger staat.

Ik ben misschien daarom gek op zolders en vlieringen. Boven in de nok van het gebouw. Zelfs al is het mijn eigen huis. Als de regen dan tikt op het dakraampje, weet ik dat ik gelukkig een dak boven mijn hoofd heb. Alleen een paar dakpannen scheiden mij van de buitenwereld. Genoeg om het hoofd droog te houden. Maar toch ook een stukje dichterbij de wolkenhemel.

Hans de torenkraai

Ik schreef eerder weleens gekscherend over het koppeltje kauwtjes dat boven op zolder in de spoumuur nestelt. Ik noem ze dan Hans en Hannie Kraai, naar analogie van de sportpresentator en zijn zoon Hans Kraay en Hans Kraay jr.

Vorige week trof ik op de boekenmarkt op het Haagse Plein tot mijn groot vermaak het Verkade-album Hans de Torenkraai van H.E. Kuylman. Het is een plakplaatjesboek dat de beschrijving van vele vogelsoorten bevat. Een leuk boek, maar ik vind 15 euro te veel om voor de grap te kunnen kopen. Hoe dan ook, te leuk om hier op mijn blog even te noemen. Dat de ‘kraai’ op de voorplaat eigenlijk een kauw is, zal ik dan maar niet aanvechten.

Overigens ontdekte ik via een webmastertooltje van google dat deze blog veel gevonden wordt door de woordcombinatie van bibliotheek en kraaiennest. Ik vond deze ontdekking zo grappig dat ik mijn bibliotheek spoedig deze naam zal geven: Bibliotheek Het Kraaiennest.