Categoriearchief: zaterdagmorgen

Overstromen in de flow – #WOT

image

Hij wist niet zo goed waar de cadans van het leven viel. Go with the flow, noemden ze het. Gaan met het ritme dat anderen je opleggen. Elke ochtend op tijd uit bed, de trein in en op weg naar kantoor. De gang door. Hij kende het beeld uit zijn hoofd. Hoe de gang nog donker was. Hij het licht aandeed. Het knopje zat vlak achter de klapdeuren.

De deur openen. Hij graaide in zijn rugzak, het zijvak. De sleutel hing aan een keykoard. Het ging moeizaam. Daarvoor zat het slot te los in de deur. Hij leerde pas veel later het trucje. Je moest de vlakken rond de sleutel met de vingers aandrukken en dan draaien.

Dan het licht in de kamer aan. Hij liep naar het bureau, de computer aan, het raam wijd open. Hij had deze gewoonte overgehouden aan een collega die elke morgen het raam helemaal opende. Zij was allang vertrokken. Het contract was niet verlengd, zoals het hier de laatste jaren gewoonte was geworden. Niemand bleef langer dan de 3 contractperiodes van een jaar.

Hij blies het kantoor uit. De koude wind van de ochtend wuifde de bedorven kantoorlucht uit de kamer. De verwarming voelde warm. De laatste was hem gisteren vergeten dicht te doen. Het kwelde hem. Zonde van de energie, die onnodige hitte.

Hij vulde de waterkoker met water en draaide zich om naar zijn computerscherm. Het vroeg om zijn inlogcode. Hij tikte de onmogelijke codes op het scherm. Dat hij het wachtwoord onthield, zelfs na een vakantie van een paar weken, bleef hem verbazen. Er zat geen naam of ander ezelsbruggetje aan vast. Toch wist hij de onbeduidende tekens, compleet met dollarteken in de juiste volgorde in te tikken.

Het water in de waterkoker kookte. Hij goot het hete water in zijn mok. De aanslag van de thee zat aan de wanden vastgeklonken. Het liet een bruin spoor na dat in de loop van de tijd een steeds egalere kleur had. Het was de flow, waarin hij zat. Als hij het zou schoonmaken doorbrak hij zijn eigen ritme. Bovendien was het binnen een dag weer even bruin. Wat er zit, heb ik niet binnengekregen, dacht hij als troost.

Hij begon te werken. Het mailprogramma zat boordevol mailtjes die nog verstuurd waren na zijn vertrek gistermiddag. Hij kwam vroeg, zodat hij ook vroeg kon gaan. Daarna startte hij het statistiekenprogramma op. Even kijken wat er gisteren gebeurd was. Niet zoveel, zag hij snel.

Het werd koud, het raam moest dicht. Hij ging verder met werken. Aandachtig in de rust. Soms schreef hij een los woordje op in het schriftje dat hij links van zijn toetsenbord had neergelegd. Een gedicht kon zo geleidelijk ontstaan op de flow van het werk.

Hij wachtte tot de eerste zou komen. Tegen negenen. De stoel bleef leeg. De klok tikte verder. Het bleef leeg. Ook de tweede stoel bleef leeg. Nog een uur later tuurde hij naar de deur. Hij keek op de gang. Het was allemaal leeg. Zelfs de schoonmakers bleven weg, terwijl die elke morgen druk aan het werk waren. De enige deur die openstond, was de deur van zijn kamer.

Hij liep terug naar zijn computer en zag dat de halve werkdag voorbij was. Hij tuurde op het scherm, keek nog eens duidelijk: zaterdag stond er duidelijk in zijn agenda. Hij zat zo in de flow, dat het weekend zelfs opging in het ritme van de week.

Breiwerk

wildbreien in Almere
Breiwerkje

De zaterdag slaat stil om zich heen. Het is schijn. De markt was overbevolkt. Bij de poelier stonden ze in de rij voor de konijnenrug, reebout en fazantfilet. Het lijkt wel of pasen kerst is geworden. Iedereen hamstert dat het een lieve lust is. De hoeveelheden voedsel die ze inkopen lijkt bedoeld om een maand te overleven in plaats van 2 dagen, waarvan ze de laatste veelal op snelweg en in winkelboulevard doorbrengen.

Ik fiets weer terug met 8 ons andijvie voor 1, 25 euro, een zakje appels en de pakken melk die ik elke week haal. De pinda’s schommelen warm in de fietstassen. Het ongevraagde plastic tasje beschermt ze. Alsof het papier niet genoeg is.

Dan gaan mijn ogen langs de lege fietsrekken. Ze zijn versierd met breiwerkjes. Het wild breien heeft ook in Almere toegeslagen. Zag ik de dames vorige week in de bibliotheek van Veenendaal in de weer met wildbreien. Hier hebben de kaboutertjes de wildbreiwerkjes om de palen gebonden. Lekker zacht voor de fietsen die er straks tegenaan drukken.

Aan de warme truien voor de stalen stangen hangen labels. Ik zie QR-codes op de kaartjes. Ze verraden dat het een actie is. Dat hoef ik niet te weten. Dit is mooi genoeg. Het maakt mijn dag een stuk vrolijker. Fluitend fiets ik terug naar huis.

Voordringen

image

De rijen in de supermarkt zijn deze zaterdagmorgen dubbel zo lang. De hoeveelheid boodschappen die de klanten op de loopband leggen, dubbel zoveel. De paden mogen dan geschikt zijn om met 2 wagentjes elkaar te passeren, het is onmogelijk de kassa van een zijpad te bereiken.

Zeker nu het pad ingenomen wordt door een vrouw in een invalidenwagen. Ze neemt alle ruimte in zodat ik niet meer in de rij kan aansluiten. Vergeefs wacht ik in de hoop dat de vrouw haar draai weet te maken en ik haar ook kan passeren.

Dan loopt een man mij voorbij. Achter hem trekt hij een blauw karretje met de boodschappen erin. Hij passeert de vrouw in de invalidenwagen en legt zijn boodschappen op de transportband. Met verbazing zie ik dit aan. Je kunt toch niet zomaar een invalide passeren en je spullen op de band leggen?

De vrouw taait af en rijdt met haar wagen de winkel weer in. Bij de chocoladerepen staat ze heel lang stil. Ze hangt half uit de kar om een reep uit de doos te trekken. Ik kan inmiddels mijn draai maken en sluit aan in de andere rij. De voordringer heeft al zijn spullen al op de band kunnen leggen.

Niemand zegt een woord, maar ik vind het schandalig. Al snap ik niet waarom de invalide vrouw niet iets van deze voordringerij heeft gezegd. Ik wacht rustig tot de band in mijn bereik kom en ik er mijn boodschappen op kan leggen. Als ik druk aan het uitpakken ben, passeert het invalidenwagentje mij weer. Dit keer van de andere kant. De vrouw rijdt tot de voordringer en geeft hem de chocoladereep.

Zo kun je dus ook voordringen, denk ik als ik mijn laatste pak melk op de band leg en het plankje voor de volgende klaarleg. En ik vraag mij af welke manier van voordringen het eerlijkste is. Een invalide laten wachten en het plekje innemen of een invalide passeren en het plekje innemen…

Glijbaantje

Ik schoof een bomvolle kar voor mij uit met een klein meisje als hoogtepunt van de aankoop. De hele winkel had ik met een zwabberend wiel gelopen. Ik kreeg de wagen amper vooruit. ‘O’, had de kassier gezegd, waarna hij met een scanapparaatje bij het wiel ging zwabberen. ‘Je hebt er wel niks aan, maar dat is voor de volgende klant.’ Op mijn vraag waarvoor ik dan afgestraft was, reageerde hij niet.

We liepen de winkel uit, rolden de kleine helling af naar de fiets. Ik parkeerde het winkelwagentje wat verderop. Het liep al weg als ik het meisje eruit liet. Ik moest even achter het van mij weg rijdende karretje hollen en greep de stang.

De wagen was leeg en het meisje vroeg mij of ze van het glijbaantje mocht. ‘Glijbaantje?’ vroeg ik. Ze wees wat verderop aan de andere kant van de winkel, achter de winkelwagentjes. ‘Ja, daar.’ We liepen erheen. Het was een stenen helling bestemd voor mobielen van minder mobiele mensen. De rode straatstenen, waren enigszins glad. Ze ging op haar billen zitten, wipte zich op tot de helling begon en liet zich naar beneden glijden. Ze liep over het rechte stukje en zette haar tocht voort op het onderste gedeelte van de helling.

Ik dacht aan het verhaal van Jip en Janneke. Die gleden ook van een stenen helling af en eindigden met een gat in de broek. ‘Kom, we gaan’, zei ik. ‘Anders krijg je er nog een gat van in je broek.’

Wachtenden

Bij de bakker vormt zich op zaterdagmorgen een haag wachtenden. De mensen die op het broodnodige staan te wachten mochten zich afgelopen weekend op een heus wachtwelkom verheugen. ‘Door ziekte kunnen wij u niet zo snel helpen als u van ons gewend bent’, stond op een briefje dat met een plakbandje vastzat aan de kassa.

Het verbaasde mij dat deze tekst met zoveel gevoel voor marketing was geschreven. Vooral ook omdat de wachttijden normaal ook niet de kortste van de stad zijn. Ik vreesde het ergste, maar kwam tegen mijn eigen verwachting in vrij snel aan de beurt. Toen ik wegliep met de broden onder mijn arm, sleurde een lange slinger wachtende broodkopers uit de winkeldeur.

Ik dacht terug aan de DDR-tijd, waarbij ik ook een keer mocht meemaken hoe het eraan toeging. Zo ging er eens het gerucht dat er bananen te koop waren bij de groentewinkel. Normaal was de winkel altijd leeg, niet alleen ontbrak het aan winkelend publiek, ook de schappen waren leeg. Op de morgen van het gerucht stond een lange rij, die zelfs het hoekje van de straat omging. En dat in een dorp van enkele honderden inwoners. Ineens spatte de rij uiteen. Er waren helemaal geen bananen te koop. De vier kilo aardappelen die daarvoor in de plaats kwam, was echter aan de eerste drie klanten vergeven. De rest verliet het wachten.

Zaterdagmorgen

Het draaiorgel zingt
van Afrika tot in Amerika
de muziek trekt traag
de lege straat in

Een trommel danst na
op de maat en roffelt mij
Toets uw pincode in
raffelen de flappen

Een man steekt een prei
uit de tas naast
sla en een pak
hagelslag met chocolaatjes erin

De bakker heeft geen
Zweeds wit meer, de jongen
aait de tijgerbroden traag
door zijn handen

de machine in en snijdt
in reepjes boterhammen
Het knapje meisje staat
achter hem en drukt haar

heupen tegen hem langs
voor een klant naast mij
Ze streelt vijf Surinaamse
bolletjes voor een euro vijftig

De ochtend jengelt verder
van Amerika tot Afrika
over een leeg plein neuriet
een fluit zes broden op een fiets

Als ik de rust speel
klinkt hij in een wind
door een boom met alleen
takken zonder bladeren