Categoriearchief: werken

Een jaar geleden – #mijnmoment

image

Het is een jaar geleden dat ik op de ochtend na het lange kerstweekend alleen in de kamer zat en mijn mail opende. In de mail een bericht van LinkedIn met vacatures bij mij in de buurt. De vacature die er meteen uit oplichtte was een senior webredacteur die gezocht werd in Almere.

Dat is lekker dicht bij huis, dacht ik. Mijn baan stond op de tocht door een grote overname. Het zou ongetwijfeld effect hebben op mijn baan als webredacteur daar. Wachten op de onduidelijkheid die daar heerste, betekende net zoveel als jezelf aan de grillen van de goden overleveren.

Stiekem was dit mijn moment. Ik trok de brutale schoenen uit en begon meteen die ochtend al aan het schrijven van een brief. De grote uitdaging lag voor mij in de tekst dat de werkgever dé online speler wilde worden in zijn werkterrein. Daar wilde ik wel aan meewerken. Zeker ook omdat het een heel uitdagende branche is.

In het nieuwe jaar, ruim een maand later was ik op gesprek. Ik had geen idee welke richting het zou opgaan. De baan die ik had, had ik. Een andere uitdaging zo snel beginnen nu ik pas een halfjaar werkte bij dit bedrijf, vond ik wel lastig, maar ik koos eieren voor mijn geld. Het tweede gesprek verliep positief: ze wilden verder met mij.

Nu bijna 9 maanden later en de verhalen bij mijn oude werkgever horend, geniet ik van de keuze die ik heb gemaakt. Het is een heel andere baan dan ik eerst had, meer hectiek en dynamiek. Maar ik krijg er veel voor terug. Zo geniet ik van de mogelijkheden en kansen die ik krijg. Elke dag dat ik naar mijn werk ga.

Scandinavische thriller

wpid-20150215_132638.jpgZe zit achter de balie. Om haar heen liggen stapels boeken. Ze pakt een exemplaar, bekijkt het en zuigt een prijs uit haar duim. Naast haar zit een man. ‘Deze een euro?’ vraagt hij. Ze knikt. ‘Ja, die zijn allemaal een euro.’

Ik spring een gangetje met boeken in. Terwijl ik in een exemplaar blader hoor ik haar praten tegen haar collega. ‘Ja, hij spaart zijn vakantiedagen op voordat hij weggaat’, zegt ze. Haar collega is begonnen over een andere collega die vertrekt.

Zijn opmerking is genoeg spreekwater voor haar: ‘Ik heb hem nooit gemogen. Al vanaf zijn eerste sollicitatie. Toen heb ik ook al gezegd dat hij niks was. Hij zei dat ik het anders moest zien. Maar ik zou geen mensenkennis hebben. Tja, je hebt het zelf gezien hoe hij is.’

Ze jammerde verder terwijl ik een ander boek opensloeg. De prijs voorin bedroeg wat meer dan een euro. En ik liep mijn boekenkast af in gedachten. Had ik dit boek nou wel of niet? De twee kletsen rustig door. ‘Ik zal blij zijn als hij vertrokken is. Echt, als hij vertrekt, dan maak ik een dansje.’

De rijen ga ik verder. De boeken gaan één voor één door hun vingers en krijgen stuk voor een stuk een bedrag voorin. ‘Als ik met vakantie ben of ik ben ziek, dan laat hij alles gewoon staan. Dan sta ik met zo’n gigantische boekenberg.’ Ze zit ingeklemd tussen de dozen boeken. Haar collega houdt een boek omhoog: ‘Ja, dat is zo’n boek uit Zweden. Hoe het zo’n thriller.’

En daar begint het zoeken naar het woord dat ze wil weten. ‘Ja, hoe heet dat daar bij Zweden. Net zoiets als de Balkan, maar dan daar.’ Ze stopt met bladeren in haar boek en denkt na. ‘Ja, ik weet het wel. Ik weet het heus wel hoor.’

‘Scandinavië’, denk ik. Ze ploedert door. ‘Joh, hoe heet dat nou. Net als de Balkan, maar dan die landen bij Zweden en hoe het? Noorwegen. Nou, God, hoe heet dat nou. ‘Ik ga weer een rij verder. Ik kan het bijna niet laten het toch te gaan zeggen, maar houd mijn mond. Soms moet je iemand lekker laten worstelen. En stiekem geniet ik.

‘Scandinavië’, klinkt een rij verder. Uit de rij komt een oudere man glunderend in haar richting gelopen. ‘Je bedoelt een Scandinavische thriller.’ Ze kijkt op. Haar ogen schieten vuur. ‘Ja, Scandinavië. Ik wist het wel hoor, ik kon er alleen even niet opkomen.’

Naamloos

image

De roman De wolkenridder van M.M. Schoenmakers is de zoektocht van een zoon naar zijn vader. Gerlof Verdegaal vlucht uit zijn huis, weg van zijn vrouw en 3 kinderen. Hij zoekt zijn toevlucht in het park. Tussendoor probeert hij in het verzorgingstehuis waar zijn dementerende moeder zit, een dagelijks portie eten bij elkaar te scharrelen.

Dat hij in het park is, lijkt volstrekte willekeur. Hij kiest een plekje achter een transformatorhuisje. In het park verbaast hij zich over de grote hoeveelheid plekjes waarbij een burgemeester, architect of voorzitter van het comité van financiers wordt geërd.

Al die mensen hadden aan de wieg gestaan van het stadspark, maar waarom miste de naam van zijn vader en al die andere naamlozen die maanden gezwoegd hadden om het park in deze staat te krijgen?

Maandenlang had hij de ruige grond omgegooid, kanalen en sloten en vijvers aangelegd, in kruiwagens de uitgegraven aarde over ellenlange loopplanken naar de stortplaats gebracht, het struikgewas gerooid, en aan de stronken van de bomen gesjord tot zijn spieren bijna knapten – om daarvoor te betalen met drie vingers van zijn linkerhand toen hij alleen maar een wortel wilde blootleggen en met de blote hand luchtjes de aarde wegveegde en een medearbeider zijn steekspade liet afdwalen, misschien verblind door de zon de grond raakte, zeker de grond raakte, maar met een kluit aarde ook een hele wijsvinger, een hele ringvinger en driekwart middelvinger naar boven haalde. (95)

Voor het werk kreeg hij een getuigschrift, net als de anderen. Zonder zijn naam erboven. Wel stonden de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers met hun volle naam op het papier.

Verdegaal gaat op zoek naar foto’s en ander materiaal over de aanleg van het park. De archivaris in het stadsarchief kan hem niet veel meer geven dan een jubileumboek dat uitkwam toen het park 50 jaar bestond. Weer de verhalen van de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers. Maar geen woord over zijn vader of de andere arbeiders die dit park hadden gemaakt tot wat het nu is.

Als de archivaris een doos vindt met foto’s en krantenknipsels uit 1938, het jaar waarin het park werd opgericht, zoekt Gerlof Verdegaal vergeefs naar zijn vader. Weer komen al die belangrijke mensen voorbij, maar zijn vader is verdwenen.

In het park voelt hij zich omringd door zijn vader. De bomen, de vijvers en de paden. Misschien hadden zijn vaders handen met de afgehakte vingers, de dingen aangeraakt waartussen hij nu verbleef. Hij gaat sparen om een gedenkbord voor zijn vader op te richten.

Niet dat het lukt. Overleven vraagt meer dan genoeg van hem. Hij lijkt in hetzelfde naamloze gat te vallen als zijn vader. Zijn moeder kan hem dat niet meer vertellen. Haar dementie vreet aan haar geheugen.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

Begeleidend briefje

imageEen leuke opdracht voor de stagiaire vond Hielke. Hij mocht dit jaar de stagiair begeleiden op de afdeling publiciteit. Met het schrijven van een begeleidend briefje bij de roman Leeuwenstrijd die de bloggers van Een perfecte dag voor literatuur kregen toegestuurd, kon weinig misgaan.

Hij liet het meisje de brief tikken, controleerde zorgvuldig het geschrevene, markeerde wat wijzigen in het document en liet het verder aan de vierdejaars communicatiekunde over. Dat kon niet meer misgaan.

Wel kwam het blonde grietje nog even aan zijn bureau met de vraag hoe het nu werkte met het voorbedrukte papier. Hij was gehaast en vertelde dat het papier met de letters naar boven in het apparaat moesten worden gelegd. Eerst een keer printen en dan kijken of het goed uitkomt. Het gaat weleens mis.

imageAan het eind van die werkdag bedacht hij opeens dat het papier met de letters naar beneden in het apparaat moest. Hij vergiste er zich regelmatig in. Daarom liet hij het ook altijd aan anderen over. Hij vergat het verder aan zijn stagiaire te vragen.

Hielke was het vergeten totdat hij een blog van de bloggers van Een perfecte dag voor literatuur zag. Het ging over het briefje waarbij het briefhoofd van de uitgeverij aan de verkeerde kant was terechtgekomen. Geen woord over de roman Leeuwenstrijd, Een familieroman van Thomas van Aalten.

Je kunt ook niks overlaten aan de stagiaire, dacht hij. En daarna, wat kinderachtig van zo’n blogger om uitgerekend te gaan bloggen over het briefhoofd van het begeleidend briefje. Je kon beter een professionele recensent iets over het boek laten schrijven in plaats van zo’n blogger die vluchtte in een blogje over het begeleidende briefje.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over Thomas van Aaltens roman Leeuwenstrijd, Een familieroman. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Thomas van Aalten: Leeuwenstrijd, Een familieroman. Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2014. 384 pagina’s. ISBN: 9789046816370 Prijs: € 19,95

Boos werkeloos – #WoT

image

Allemaal halleluja-praatjes. Positieve verhalen hoe mensen snel een baan vonden. Vrijdagmiddag horen dat ze hun baan kwijtraken. Dezelfde avond nog ‘Beschikbaar’ bij de header zetten, weekend druk mailen en maandagochtend een uitnodiging voor een gesprek De volgende dag praten en aan het eind van het gesprek de nieuwe baan in hun zak stoppen. Woensdag fluitend met het broodtrommeltje achterop de fiets.

Geklets natuurlijk. Werkeloos zijn, is zitten op de bank en naar buiten staren. Werkeloos zijn is teleurstelling, verdriet en boosheid. Veel boos.

Nou vooruit een voorbeeld.

Vandaag een week geleden. Ik ben op zoek naar vacatures en type op twitter het zoekwoord ‘webredacteur’ in. Voor ik het weet stuit ik op een tweetje dat niet voor mijn ogen bedoeld is:

De neus in de boter. Ik druk de neus wat dieper in de boter. Niet die #NSS2014 is de neus in de boter, die hele baan is de neus in de boter!

Ik voel hoe teleurstelling omslaat in boosheid. Waarom zij wel en ik niet? Ik begrijp het niet, zoek de reden. Waarom zou zij zoveel beter zijn dan ik? Ik voel hoe mijn benen week worden. Ik had het zo goed gekund en met zoveel energie aangepakt. En enthousiasme…

Beter dan wie ook.

In plaats daarvan tuur ik uit het raam, zie de gracht. Een plaatje dat ik al weken zie. Als ik lang genoeg kijk zie ik de blaadjes uit de takken groeien. De laptop op schoot. Zoeken naar een andere baan dan de baan die ik niet geworden ben.

En ik voel mij boos, boos om de situatie waar ik niet om gevraagd heb maar wel in beland ben. Ik zoek de woorden die ik gisteravond op een presentatie hoorde: ‘Stop met het de schuld geven aan anderen. Doe er zelf iets aan. Jij kunt zelf iets aan je situatie veranderen.’

Een mening waar ik het niet mee eens ben. Alsof verliezen van één kandidaat en honderden achter je laten, mijn eigen schuld is. Het is vooral oneerlijk. De wond van de afwijzing laat je niet snel liggen. Het enthousiasme van toen heb je niet snel herpakt. Je bent verdrietig, want je bent aan de kant gezet.

Is er iets aan te doen?

Helemaal niks. Hard werken en moeite doen. En hopen dat iemand je uitkiest uit de massa werkelozen. Na elke afwijzing weer herpakken. Een situatie van wantrouwen waar anderen voor gezorgd hebben, maar waar jij de tol voor betaalt. En het kost heel veel energie. Bergen energie.

Ik hoop dat voor de energie op is, de baan er is. En tot die tijd mag ik soms best boos zijn. Al is het niet leuk. Voor niemand. De boosheid is machteloosheid. Machteloosheid voor een situatie waar je niet om gevraagd hebt, waar je niks aan kunt doen en die je eigenlijk niet in de greep krijgt.

Liefdewerk, oud papier – #WOT

image

Liefdewerk, oud papier. Het gebeurt belangeloos. Of je ergens wil opdraven om een gedichtje voor te dragen. Of je wil meedoen met het schrijven van een blog, liefst elke maand een keer. Of je een artikel wilt schrijven voor een tijdschrift. Of je ergens orgel wilt spelen. Allemaal vragen waar je erg verguld mee bent, maar die allemaal zonder vergoeding moeten gebeuren.

Natuurlijk wil ik het allemaal wel doen voor de eer. En het is geweldig om ergens een verhaal te mogen voordragen. Of een gedicht van jezelf in een mooi boek terug te zien. Maar waarom zou dit altijd maar belangeloos moeten. Soms ben ik uren in de weer om zo’n gedicht te kunnen maken. Omdat het een opdracht is, doe ik er extra moeite voor en raffel het niet zomaar af. Ook een gastblog bij een ander krijgt meer aandacht dan een standaard blogje op mijn eigen blog. En dan moet het allemaal gratis!

Tot voor kort durfde ik nooit geld te vragen voor mijn creatieve uitingen. Tot ik een interview met Arjen Lubach las. Hij stelt daarin dat dichters en woordkunstenaars zich niet altijd door organisaties moeten laten afschepen het gratis te doen. Voor een festival krijgen de bouwers van het podium, geluidsmensen en lichtmensen netjes betaalt, alleen de dichters die optreden moeten het gratis doen. Hij stelt dat dichters gewoon geld voor iets moeten durven vragen.

Na het lezen van dat artikel ben ik wel wat kritischer geworden. Voor de kunst, betekent niet altijd voor niks. Mijn kunst mag best iets kosten voor een organisatie. Als het publiek voor Frans Bauer 75 euro betaalt, waarom zou ze niks voor mij over hebben. Natuurlijk, het klinkt arrogant, maar ik denk dat soms best iets voor een optreden mag vragen.

Mijn vraag voor een vergoeding voor een gedicht voor een boek waarin ik een tijdje geleden meewerkte, is niet wat ik droom, maar het laat wel zien dat ik wel voor iets wil staan. Het heeft nog niet tot het gewenste effect geleid, ik ben nog in discussie met de organisatie. Maar het principe is voor mij duidelijk.

Overigens komt de term ‘liefdewerk, oud papier’ van een liefdadigheidsinstelling uit Amsterdam die sinds 1876 oud papier inzamelde voor de armen. De combinatie sprak blijkbaar zo tot de verbeelding dat het symbool staat voor belangeloos iets doen.

In mijn verbeelding staat het papier ervoor dat het ook waardeloos, want ik ervaar het liefdewerk vaak als iets waar mensen geen geld voor over hebben. Ik wil graag belangeloos aan iets meewerken, als het geld dat ik daarmee niet krijg, naar een goed doel gaat. Zolang mij dat doel niet duidelijk is, doe ik niet meer automatisch gratis mee.