Categoriearchief: werk

Modderweg – Tiny House Farm

Modder, overal modder. Oosterwold begint in deze tijd van het jaar flink aan te modderen. Vooral de puinweg van en naar ons huis is een drama.

Modder gooien

Veel auto’s en zwaar transport keren op onze oprit. Lekker makkelijk. Ook graafmachines en bouwverkeer van Baas, Wetlantec en Knipscheer doen alsof het hier een crossbaan is waar iedereen met tractoren en zwaar materieel rijdt. Het is nu een dik modderspoor dat er ligt en waar ons Fordje nauwelijks doorheen komt.

De winter nadert met snelle stappen. Dat betekent niet alleen nachtvorst, maar ook veel donker. De lange fietsrit naar huis fiets ik door het donker. De motregen als trouwe metgezel. Een briljant geslepen diamant aan schittering achterlatend op het brillenglas.

Gebroken fietsketting

Maar de modder is wel het vervelendste van alles. Mijn Koga met open ketting en tandwielen lijdt er ernstig onder. Hij kraakt en piept bij het fietsen. Afgelopen maandag schee hij er onderweg mee uit. Gebroken ketting. Dat betekende half steppend en lopend de laatste 4 kilometer naar het werk lopen.

Snel een kettingpons gehaald bij Halfords om een schakeltje weg te smokkelen. Maar ik heb nog te weinig kaas gegeten van kettingen aanleggen. Wel een dichte ketting, maar hij liep verkeerd. De pons brak bij mijn poging de ketting weer los te krijgen. Gelukkig was de Halfords nog open en hielp de vriendelijke fietsenmaker mij. Zo ben ik toch thuisgekomen.

Bovenlaag

Ze komen binnenkort de bovenlaag van de weg weer rechttrekken. Geen kuilen meer en een betere afwatering. We zitten nog wel in conclaaf met WIO wie dat gaat betalen. In het voorjaar is de weg netjes tot onze oprit afgeschraapt. Nu wordt er een beetje ingewikkeld over gedaan. Hopelijk kunnen we straks weer makkelijk weg over de weg.

Ik kan niet wachten tot de definitieve weg er komt. Dan kunnen we ook onze oprit afmaken. Waarbij we het verkeer duidelijk zullen moeten maken dat het niet de bedoeling is om met je zware vrachtwagen op onze oprit te keren. De blokkade die ik laatst gemaakt had, was al door een weggebruiker weggehaald. Dus dat wordt nog een uitdaging.

Lekke band

Drukke dag op het werk gehad. Langer doorgegaan in de hoop dat de stapel dan slinkt. De avond valt donker. Het miezert een beetje. Net een appje gestuurd dat ik om half 7 thuis ben. Kwart over 6, kom ik bij de fiets aan en ik zie het al van een afstandje: lekke band.

Dat gevoel. De gedachte die door je hoofd schiet. Shit. De teleurstelling want het loopt anders dan je verwachtte. Je bent al moe van het werk en nu ben je extra lang onderweg naar huis.

Zo’n trieste blik: een fiets met een lege band. Hij staat al wat minder stabiel. De velgen drukken op de stoep. Geen beweging meer in te krijgen. Tas in de fietstas en dan maar gaan lopen.

Zo ga ik door het duister over het verlaten industrieterrein. Een verdwaalde auto passeert langs mij. De plassen water opspattend. En ik probeer er een beetje tempo in te krijgen.

Over een halfuur thuis? Hopelijk om kwart voor 7. Het is later dan ik in mijn hoofd had. Maar dat is nu eenmaal. Niks aan te doen.

De gedachte dat ik straks in de kou zo’n band moet plakken. Dat je vingers niet meer los willen. Alles nat en alles blubber. Het groot onderhoud in de buurt, maakt van alles een modderpoel. De planten zijn weg en zelfs de vogels zijn gevlucht.

De natte aarde kleeft zich vast aan je fiets, maar je bent tegelijk zo blij dat je thuis bent, dat je wat straks komt, maar even vergeet.

Nog een paar krantenknipsels – Tiny House Farm

We gaan nog even verder met de stukken die ik schreef in de tijd dat ik journalist was bij de Twentsche Courant Tubantia. Ik werkte eerst op de stadsredactie van Hengelo, het jaar erop een jaar voor de redactie Hof van Twente. Bij allebei veel geleerd en heel veel geschreven. Heel veel.

Elke dag schreef ik minimaal 1 artikel, meestal meer dan 1. Ik herinner mij dat ik soms in vakantietijd de hele pagina voor de Hof van Twente verzorgde. Het spreekt voor zich dat ik die dag niet weg kon. Dan was ik alleen aan het schrijven.

Dubbelgevouwen artikelen

De stapel papier in 2 cassettes opgeborgen en eigenlijk niet meer open geweest, sinds ik hier in Almere woon, ben ik begonnen. Het meeste heb ik op de foto gezet. Een paar artikelen die mij dierbaar zijn, heb ik bewaard. Het past precies in een klein mapje. Niet veel meer van die enorme berg oude kranten.

Wel leuk om die artikelen weer door mijn handen te laten glijden. Ik lees over Ria van Leuteren en haar pleidooi voor borstvoeding. Ik heb vaak aan haar gedacht toen Inge borstvoeding gaf. Zelfs de uitgebreide tips die ze gaf, wist ik mij toen nog te herinneren. Ria van Leuteren praatte ook 5 kwartier in een uur.

En al die andere verhalen. Ik heb ooit het idee gehad om er een soort verhalenbundel of roman van te maken. Niet dat ik het ooit gedaan heb. Teveel werk en gedoe. Al ligt er nog steeds een mooi idee van mij op de plank. Wie weet. Als ik straks alle ruimte heb omdat ik zoveel spullen heb weggedaan. Inclusief de inspiratierijke artikelen.

En de oude kranten? Inge kan ze goed gebruiken om te knutselen met de kinderen.

Een jaar geleden – #mijnmoment

image

Het is een jaar geleden dat ik op de ochtend na het lange kerstweekend alleen in de kamer zat en mijn mail opende. In de mail een bericht van LinkedIn met vacatures bij mij in de buurt. De vacature die er meteen uit oplichtte was een senior webredacteur die gezocht werd in Almere.

Dat is lekker dicht bij huis, dacht ik. Mijn baan stond op de tocht door een grote overname. Het zou ongetwijfeld effect hebben op mijn baan als webredacteur daar. Wachten op de onduidelijkheid die daar heerste, betekende net zoveel als jezelf aan de grillen van de goden overleveren.

Stiekem was dit mijn moment. Ik trok de brutale schoenen uit en begon meteen die ochtend al aan het schrijven van een brief. De grote uitdaging lag voor mij in de tekst dat de werkgever dé online speler wilde worden in zijn werkterrein. Daar wilde ik wel aan meewerken. Zeker ook omdat het een heel uitdagende branche is.

In het nieuwe jaar, ruim een maand later was ik op gesprek. Ik had geen idee welke richting het zou opgaan. De baan die ik had, had ik. Een andere uitdaging zo snel beginnen nu ik pas een halfjaar werkte bij dit bedrijf, vond ik wel lastig, maar ik koos eieren voor mijn geld. Het tweede gesprek verliep positief: ze wilden verder met mij.

Nu bijna 9 maanden later en de verhalen bij mijn oude werkgever horend, geniet ik van de keuze die ik heb gemaakt. Het is een heel andere baan dan ik eerst had, meer hectiek en dynamiek. Maar ik krijg er veel voor terug. Zo geniet ik van de mogelijkheden en kansen die ik krijg. Elke dag dat ik naar mijn werk ga.

Verschijning

image

Van werk naar huis fiets ik in het duister. De tuintjes zijn aangeharkt en alleen nog te zien in het licht dat uit de ramen schijnt. Geen mens te zien. Alleen de gestalten in de huizen die schaduwen over de muren vormen.

De eerste kerstverlichting is te zien, maar het valt in het niet als ik langs een huis rijd waar een felle lamp in de tuin schijnt. Het rood waar de lamp door schijnt, trekt mijn aandacht.

Het zou zo een verdwaalde kerstman kunnen zijn die met zijn postuur de tuin verlicht. De baard en rode muts vertellen veel. Het is alleen geen kerstman verraadt de rest van de gestalte die door de kale takken van de bosjes voor het huis te zien is.

Het is een verlichte tuinkabouter. De verf in het puntmutsje is licht gebarsten, het blauwe jasje en de witte baard. Ik zie het allemaal door de kalte bosjes heen. En ik kan het niet laten even stil te staan om deze verschijning beter te bekijken.

Daarvoor hoef je niet in kabouters te geloven.

Pauzewandeling

wpid-20150522_132621.jpgHet is heerlijk om in de middagpauze een rondje te wandelen. Daarom probeer ik elke dag rond het middaguur een momentje in te ruimen om lekker naar buiten te gaan. De hele dag tussen 4 muren, achter een glazen vissenkom staren naar het licht, is ook niet wat.

wpid-20150522_131631.jpg

Mijn werk ligt midden op een bedrijventerrein dat het midden houdt tussen druk en rustig. Zeker er heerst bedrijvigheid al doet het aantal panden vermoeden dat het veel bedrijviger zou kunnen zijn. Er staan best veel panden leeg, valt mij op.

wpid-20150522_134522.jpg

Een paar bedrijfsgebouwen laten duidelijk sporen van leegstand zien. De leeuwen voor een van de gebouwen beginnen meer en meer af te bladderen. Blijkbaar is er bij dat pand niet een directeur die het ziet en aan de bel trekt. De dichte luxaflex achter de ramen bezit al een indrukwekkend laagje stof. Die zijn al een tijdje niet meer opengeweest.

wpid-20150522_134610.jpg

Een ander gebouw krijgt al mooie mosvorming op het dak. Zonder dat de architect daar een bepaalde filosofie over had, heeft het organisch en duurzaam bouwen bezit genomen van het gebouw. De bomen en struiken rond het bedrijfspand doen de rest. Het staat al een tijdje leeg.

wpid-20150522_172207.jpg

Ik kan daar echt van genieten. Net als dat de natuur ook langzaam bezitneemt van het gebied. Dat is niet alleen het muizenholletje dat ik tegenkom. Het zijn ook de zaadjes van de iep die zich overal verzamelen, het bloemenveld tussen de konijnendrolletjes onder de elektriciteitsdraden en de klaprozen die op het parkeerterrein tussen de tegels uitschieten.

wpid-20150522_131618.jpg

Het maakt zo’n ommetje extra interessant. De voorjaarszon geeft alles ook een mild kleurtje. Dan valt het niet meer zo op. In de winter komt het door de kale bomen en grauwe kleuren wat deprimerender over. De lente maakt het allemaal een beetje vrolijker.

wpid-20150522_134424.jpg

Zo vrolijk dat je even helemaal vergeet dat zo’n leeg bedrijventerrein eigenlijk te triest voor woorden is.

Naamloos

image

De roman De wolkenridder van M.M. Schoenmakers is de zoektocht van een zoon naar zijn vader. Gerlof Verdegaal vlucht uit zijn huis, weg van zijn vrouw en 3 kinderen. Hij zoekt zijn toevlucht in het park. Tussendoor probeert hij in het verzorgingstehuis waar zijn dementerende moeder zit, een dagelijks portie eten bij elkaar te scharrelen.

Dat hij in het park is, lijkt volstrekte willekeur. Hij kiest een plekje achter een transformatorhuisje. In het park verbaast hij zich over de grote hoeveelheid plekjes waarbij een burgemeester, architect of voorzitter van het comité van financiers wordt geërd.

Al die mensen hadden aan de wieg gestaan van het stadspark, maar waarom miste de naam van zijn vader en al die andere naamlozen die maanden gezwoegd hadden om het park in deze staat te krijgen?

Maandenlang had hij de ruige grond omgegooid, kanalen en sloten en vijvers aangelegd, in kruiwagens de uitgegraven aarde over ellenlange loopplanken naar de stortplaats gebracht, het struikgewas gerooid, en aan de stronken van de bomen gesjord tot zijn spieren bijna knapten – om daarvoor te betalen met drie vingers van zijn linkerhand toen hij alleen maar een wortel wilde blootleggen en met de blote hand luchtjes de aarde wegveegde en een medearbeider zijn steekspade liet afdwalen, misschien verblind door de zon de grond raakte, zeker de grond raakte, maar met een kluit aarde ook een hele wijsvinger, een hele ringvinger en driekwart middelvinger naar boven haalde. (95)

Voor het werk kreeg hij een getuigschrift, net als de anderen. Zonder zijn naam erboven. Wel stonden de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers met hun volle naam op het papier.

Verdegaal gaat op zoek naar foto’s en ander materiaal over de aanleg van het park. De archivaris in het stadsarchief kan hem niet veel meer geven dan een jubileumboek dat uitkwam toen het park 50 jaar bestond. Weer de verhalen van de burgemeester, parkarchitect en de voorzitter van het comité van financiers. Maar geen woord over zijn vader of de andere arbeiders die dit park hadden gemaakt tot wat het nu is.

Als de archivaris een doos vindt met foto’s en krantenknipsels uit 1938, het jaar waarin het park werd opgericht, zoekt Gerlof Verdegaal vergeefs naar zijn vader. Weer komen al die belangrijke mensen voorbij, maar zijn vader is verdwenen.

In het park voelt hij zich omringd door zijn vader. De bomen, de vijvers en de paden. Misschien hadden zijn vaders handen met de afgehakte vingers, de dingen aangeraakt waartussen hij nu verbleef. Hij gaat sparen om een gedenkbord voor zijn vader op te richten.

Niet dat het lukt. Overleven vraagt meer dan genoeg van hem. Hij lijkt in hetzelfde naamloze gat te vallen als zijn vader. Zijn moeder kan hem dat niet meer vertellen. Haar dementie vreet aan haar geheugen.

M.M. Schoenmakers: De wolkenridder. Roman. Amsterdam/Antwerpen: De Bezige Bij, 2015. ISBN: 978 94 234 9296 2. 254 pagina’s. Prijs: € 18,90

Kraaiennest

image

De vogels krijgen de kriebels. Vanaf mijn werkplek zie ik een koppeltje kraaien druk de takjes en twijgjes van de bomen voor het raam weghalen. Heel behendig pakt de kraai een takje en draait het rondjes om het los van de tak te trekken.

Het ziet er schattig uit. De zware kraai balanceert op het smalle takje. Hij lijkt elk moment naar beneden te storten op het plekje waar normaal de meesjes zitten.

Ze verzamelen nestmateriaal en vliegen af en aan naar de boom iets verderop bij het water. Ze gaan er niet rechtstreeks op af, maar met een boogje. Een eindje over de plas. Zo misleiden ze eventuele vijanden en houden ze op een afstandje.

Wat later een harde klap op het raam. Het lijkt wel of er een vogel tegen het raam vliegt. Ik kijk op en zie de kraai voor het raam staan. Hij wil naar binnen. Blijkbaar ligt er best aantrekkelijk nestmateriaal op de vensterbank.

Pauze bij de bushalte – #plog

image

Het heerlijke winterzonnetje lokt me naar buiten in de pauze. Al is er in het Westelijk havengebied van Amsterdam niet veel te beleven. Of juist heel veel. Ik weet het nog niet zo goed. De wind staat de verkeerde kant op en waait de geur van olie en de rookpluim uit de steenkoolcentrale rechtstreeks naar je toe.

image

Voor mij geen reden om binnen te blijven en ik volg de afgeschermde snelweg op weg naar de havens. Ik wil weleens rondstruinen langs de kade onder de kranen door die ik vanuit de trein zie. Het is te ver weg. Wel loop ik voorbij het opstelterrein van de treinen. De sporen verderop verraden dat er af en toe overheen gereden wordt.

image

Ik zie enkel een boot staan, klaar om te worden afgelakt of een andere beurt te krijgen. Twee mannen staan bij een loods een sigaretje te roken. Verder is er weinig bedrijvigheid bij het grote schip. In het water verwordt zo immens ding tot een klein plankje vlot. Een vrachtwagen passeert me met op de oplegger twee grote heftrucks. Hij rijdt in de richting van de snelweg waarover het verkeer ondanks het geluidscherm duidelijk hoorbaar voortraast.

image

Als excuus staan tegen de dijk waar de A10 op ligt, eindeloze rijen boompjes geplant. De dunne sprieten verraden eerder het excuus dan dat ze een goed argument vormen voor een schone omgeving. Het is waarschijnlijk aanplant voor gekapte volwassen exemplaren elders in de stad.

image

De weg waar ik langs loop is leeg. Het voetpad stippelt een mooie route voor de wandelaars. Soms passeert een verdwaalde schim mij. Verderop een groepje kantoorlui die een wandeling in de pauze maken. Voor de rest blijft iedereen zoveel mogelijk binnen of in de auto.

image

Als ik de bushalte passeer en even stop om een foto van de lucht te maken, komt er een stadsbus aangereden. Het oranje lampje knippert als teken dat hij hier gaat stoppen. De bus is verder leeg en ik houd vergeefs mijn armen omhoog. Ik sta hier alleen maar en hoef niet mee.

image

Het bushokje heeft evenveel triestheid over zich heen. Het is de halte Dynamostraat. Aan de zijkant is de elektronica gesloopt. Een paar weerstandjes andere vage inklikbare plastic kastjes waar draadjes uitsteken, zijn duidelijk zichtbaar. De bus is allang uit zicht en als bij toverslag, speelt de zon met de wolken boven de kantoren. Nog een paar stappen en ik kruip weer achter het scherm.

image

Werkziek

wpid-20150120_212333.jpg

Ooit gaf een collega mij het volgende advies toen ik klaagde over vermoeidheid: waarom meld je je niet een dagje ziek? Dan vertel je thuis niks en maak je er gelijk voor jezelf een dagje uit van.

Voor hem was het dubbele winst. En je was niet op je werk en thuis wisten ze van niks waardoor je daar ook geen verplichtingen had. Ik zag er niet zoveel in en vermoedde dat hij het zelf wel af en toe toepaste. Ik ben er te schijterig voor. Ik moet mij serieus ziek voelen, wil ik mij ziekmelden.

In Anne-Marieke Samsons roman De val van Jakob Duikelman redeneert de hoofdpersoon juist andersom: hij vertelt thuis en het werk niet dat hij eigenlijk heel ziek is. Allebei denken ze dat hij niets mankeert.

Voor de controlefoto’s was hij vorige week onder werktijd naar het ziekenhuis gegaan. Op zijn werk dachten ze dat hij thuis was, thuis dachten ze dat hij op zijn werk zat. Simpel zat. Jacob was trots op zijn eigen vindingrijkheid. Geef mij een situatie, dacht hij, en ik leef ermee. (30)

Bij het idee van mijn oude collega is het andersom: daar denkt thuis dat je op je werk bent en het werk dat je thuis bent. Het is een vreemde vorm van liegen: iets verzwijgen.

Je zegt niet dat je ziek bent en iedereen denkt dat je heel vreemd doet. Als Jakob zou zeggen dat hij ziek was, zou iedereen begrip voor hem hebben en hoeft hij zich niet in allerlei bochten en leugens te wringen.

Anne-Marieke Samson De val van Jakob Duikelman. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. ISBN 987 90 295 8950 5. Prijs: € 19,95. 272 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is laatste mijn bijdrage over De val van Jakob Duikelman van Anne-Marieke Samson. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.