Categoriearchief: wedstrijd

Voorlezen – #50books

Voorlezen is heerlijk om te doen, maar het is ook heerlijk voorgelezen te worden. Vooral kinderen worden veel voorgelezen, maar als een verhaal goed voorgelezen wordt, kan dat een volwassene eveneens ontroeren.

Zo raakte ik getroffen door een fragment bij Zomergasten waarbij Jan Wolkers voorleest uit De Walgvogel. De taal verandert bij het voorlezen. Je hoort duidelijk waar hij de inspiratie vandaan heeft gehaald: je hoort de taal van Jesaja en Jeremia. Het is geen proza meer dat je hoort, maar poëzie.

Het voorlezen van gedichten – dat dan ineens voordragen heet – geeft dezelfde ervaring. De klanken krijgen een nieuwe betekenis. Lucebert is een dichter die werkelijk prachtig kon voordragen. Het gedicht ‘Het laatste avondmaal’ is overdonderend in zijn voordracht. Het werkt inspirerend om zo naar de gedichten van hem te luisteren.

Misschien helpt het mee om de gedichten op wolkenhemel toegankelijker te maken door ook een paar voor te dragen. Al vind ik zelf dat ik niet mooi kan voordragen. Ik vind het leuk om voor te lezen of een gedicht hardop te lezen, maar ik vind niet dat ik het heel mooi kan doen.

De verhalen van Dickens komen helemaal tot leven als ze voorgedragen worden. Echt genieten om te luisteren naar ‘The Great Winglebury Duel’ uit Sketches by Boz. Ik ben nog op zoek naar de hele voordracht van Roy Macready. De voordracht brengt het verhaal helemaal tot leven. Zo wil ik wel luisteren naar een verhaal.

Voorlezen hoort bij de opvoeding. Het mooiste moment bij het voorlezen dat ik meemaakte als ouder, was dat het boek van schoot wisselde. Ik las haar niet meer voor, maar zij las mij voor uit Jip en Janneke.

Of het verhaal dat ze laatst op school voorlas uit Meester Jaap. Ik was ontzettend trots en liet af en toe een traan los van ontroering. En voor mij heeft zij nog steeds gewonnen!

Dit is het antwoord op vraag 42 van het blogproject #50books van Petepel. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Voorlezen en opvoeden – #WOT

doris-leest-voor-op-voorleeswedstrijd-schoolVoorlezen hoort bij de opvoeding. Ik lees Doris al voor toen ze nauwelijks een boek kon vasthouden. Nu leest ze zelf, maar ik lees nog elke avond een verhaal voor. Deze weken lees ik de belevenissen van Meester Jaap voor in zijn klas.

Voorleeswedstrijd

In de klas won ze deze week samen met een klasgenote de voorleeswedstrijd. Vanmiddag mocht ze de strijd aangaan met de kinderen uit de andere groepen 5 en 6 van de school. De kinderboekenweek kreeg zo een extra dimensie voor haar en haar klasgenootjes.

Ik mocht erbij zijn. Doris las haar verhaal voor. ‘Meester Jaap eet een plant’ van Jacques Vriens. Een leuk verhaal over Johan die de verleden tijd niet snapt. Aan de hand van een toneelstukje maakt hij kennis met het verschil tussen de tegenwoordige en verleden tijd.

Flink geoefend

Ze had flink geoefend de afgelopen weken. Vanmiddag las ze het erg mooi voor, zonder fouten, met mooie accenten. En in een goed rustig tempo. Ik voelde mij ontzettend trots en filmde het optreden met mijn fototoestel. Het optreden ontroerde mij. Ik kon mijn tranen nauwelijks bedwingen.

Voor mij was ze de prijswinnaar. Natuurlijk ben je als ouder bevooroordeeld. Ik hoorde de anderen en vond hen beduidend minder goed. De jury van vier kinderen en de conciërge waren een andere mening toebedeeld.

Dat kon mij en Doris niet meer het bijzondere optreden afnemen. ‘Volgend jaar ga ik het weer proberen’, zei ze terwijl ze op het bankje zat.

Lenteloop

De zon nodigt uit voor een rondje langs de Lepelaarsplassen, het Wilgenbos en via het Hanny Schaftpark naar huis. Bij de Noorderplassen ontdek ik dat er een wedstrijd was. In mijn mailbox stond het een paar weken geleden al: de Lenteloop van atheliekvereniging Almere ’81.

Bij de Noorderplassen is het een klein stukje dat ik de route doorkruiste. Ik hol heerlijk in de richting van de natuur. Ik ren de dijk op bij het gemaal. Een auto keert op het fietspad, beneden haalt iemand net vogeltjes uit een net dat gespannen stond tussen 2 palen. Verderop is een markt. Boven het kraampje links vormen hoofdletters het woord ‘honing’. De potten ‘Van het een of ander’ staan opgestapeld onder het woord.

Voorbij het sportpark haak ik weer in de route van de Lenteloop. Langs mij rijden 2 rolfietsers met hoge snelheid. ‘Wil je water Jan?’ vraagt de ene fietser aan de andere. ‘Hoef jij dan niet?’ ‘Nee, ik heb water bij me.’ Ze vliegen laag over de grond met hun rolstoelfietsen. Jan laat zijn wiel even los om het bekertje te vangen. Water klotst over de randen heen op het fietspad.

Wat verder ren ik uit de route en kom er bij het beklimmen van de brug over de vaart weer in. Dit keer ren ik tegen het verkeer. Bezweet hollen ze mij tegemoet. Op het bordje staat ‘8’. Ik zie het pas als ik het voorbij ben en mij omdraai.

Achter elkaar aan komen de renners mij voorbij. Soms haalt een achterligger zijn voorligger in, maar vooral blijven ze keurig achter elkaar. Gericht op het persoonlijke record. Als het moet halen ze iemand in. Alleen als het echt moet. Ik passeer bij het Hanny Schaftpark het volgende bordje. Er staat op: ‘7’.

Ik herken de hollende massa. Een paar jaar terug rende ik alle lopen van Flevoland, ook de Lenteloop. Ik doe het niet meer. Ik ren mijn eigen wedstrijd. Het voorjaar brult en juicht de overwinning. Ik geniet van de eenzame training. Altijd de eerste plaats. De zon huldigt mij. Ik ben thuis.

Computer of mens?

Is de computer slimmer dan de mens? Het bericht van de computer die een mens verslaat, slaat in als een bom. Al is het een spelletje, het roept wel weer een oude en vertrouwde discussie op. De gedachte aan computers als zelfdenkende wezens die langzaam meer en meer macht naar zich toetrekken en daarmee de wereld veroveren. Het angstbeeld sloeg in het verleden regelmatig toe, maar nu hoor je er weinig mensen meer over.

Als kind had ik een vriendje dat helemaal wild was van alles wat techniek, computers en kennis betrof. We zagen elkaar weinig, maar soms logeerden we bij elkaar en dan konden we ons in allerlei discussies begeven. Het was ergens in de tijd dat computers in huis nog niet waren. Iemand als Chriet Titulaer vertelde over de technieken en de komst van computers in huishoudens en het leven van de alledaagse mens.

Hij vroeg mij eens wie er slimmer was: de mens of de computer. We waren allebei filosofisch ingesteld, hij wat sterker technisch georiënteerd, ik wat meer gedacht vanuit het verhaal. Want als een computer inderdaad meer wist dan een mens, dan legde de mens het altijd af tegen zijn zelfgemaakte product. Hij was immers de maker van het product. Dan kon hij nog altijd de stekker eruit halen.

Ik kan dat nog steeds niet geloven. Computers ontbreekt nog altijd een wezenlijk element: gevoel. Al werken ontwikkelaars hard aan een robot die reageert als een dier en bijvoorbeeld bij strelingen heel vertederend kijkt, of zachte geluidjes maakt. Ondanks dat is de echte robot met gevoel er nog altijd niet.

Wat er wel gebeurt en in die zin wel verontrustend is, is dat computers een steeds belangrijkere rol in ons leven vervullen. We leven voor een groot gedeelte in een virtuele wereld, een wereld die uit letters, enen en nullen bestaat. Een wereld die niet eens in papier is uit te drukken. We schrijven en lezen meer mails dan ooit en zijn daar een groot deel van de (werk)dag mee bezig.

De kachel gaat via een computer aan en uit, de trein rijdt niet alleen op stroom, maar op een computer. De mens zit soms alleen nog aan het stuur, maar als de computer uitvalt, rijdt de trein niet. Zo wordt ons leven meer en meer beheerst door computers en in die zin is de computer het aan het winnen van de mens. Zonder stroom doet een computer het niet, zonder computer doet een mens het niet…

Of heb ik het toch mis? De mens kan nog altijd de stekker eruit trekken. Op het moment dat dat niet meer kan, dan heeft de computer het echt gewonnen van de mens…

Dierendag – Het kikkerpoeltje

De kikkers bij het kikkerpoeltje in mijn achtertuin (zoek de echte)

Speciaal voor dierendag. Iedereen is bezig met de huisdieren: het konijn, de kat en de hond. Maar vergeet vooral de echte huisdieren in en rond het huis niet: ratten, muizen, kikkers, eenden, mussen, spreeuwen en huisstofmijt.

Speciaal voor een online tijdschrift schreef ik een tijdje geleden een blogje over de kikkers in mijn tuin. Het werd jammergenoeg niet meegenomen. Blijkbaar waren de bijdragen over de tuin van anderen interessanter. Iedereen zijn goed recht. Omdat ik het zonde vind dit stuk te laten voor wat het is, zet ik het speciaal voor de dierendag hier op mijn blog.

Het kikkerpoeltje

Mijn moeder houdt meer van de tuin dan van tuinieren. Zo is ze erg dol op akelei. Ze plant het werkelijk overal. Haar tuin is dan ook een overwoekerd stuk grond waar het recht van de sterkste heerst. Aan de rand van deze wildernis staat een zinken gieter. Mijn moeder haalde een keer de plant uit de gieter en schrok zich rot. Een eveneens geschrokken kikker sprong recht omhoog in haar richting. Onderin de gieter zat een flinke waterplas waarin het dier ongestoord leefde. Geen vijand kwam op het idee een kijkje in de gieter te nemen. Totdat mijn moeder keek.

De tuin van mijn ouders bleek een heus kikkerparadijs. In de akeleiwildernis verscholen ze zich. Mijn moeder was dan wel bang voor kikkers, maar ze merkte dat de dieren ook hun nut bewezen. Geen slak was er meer in de tuin te vinden. Vandaar dat de akelei ook zo welig tierde. Om de kikkerkolonie nog meer levensruimte te geven, plaatste mijn moeder een speciekuip in de tuin. Ondanks al deze tegemoetkomingen blijft mijn moeder als de dood voor deze dieren. De buurman heeft al eens een kikker uit de keuken moeten halen. Ze was alleen thuis en durfde het dier dat in paniek naar binnen was gesprongen niet weg te halen.

Mijn eigen achtertuin bezit ook veel kikkers. Onder de planten verschuilen zich veel kikkers en padden. Een tijdje terug vond ik dat het tijd werd voor een eigen kikkerpoeltje. Ik haalde een speciekuip bij een tuincentrum en groef een even diep gat in het breedste stuk van de tuin. Het water voor in de kuip haalde ik uit de gracht voor het huis. Onderin legde ik wat zand en stenen voor de kikkers. Ik kocht wat waterplanten en het poeltje stond als een huis.

Nu wonen twee kikkers en wat kleinere kikkertjes in dat huis. De grote kikker noemen we thuis Meneer, de kleinere heet Mevrouw. Ze zitten vaak op rand van de poel, bij het akelei dat ook mijn tuin verovert. Als het warm is, duikt Meneer in het water. Hij spreidt dan zijn voorpootjes en steekt zijn kop net boven het water uit. Als je hem zo ziet zitten, lijkt het net Kermit de Kikker die geniet van een welverdiende vakantie. Mevrouw in de buurt, maar op een gepaste afstand tussen het akelei.

Een tijdje terug kwam mijn vrouw ‘s morgens beneden. Het was een dag eerder een warme dag geweest en de achterdeur had de hele dag opengestaan. Ze wilde de hond naar buiten laten gaan. Hij stond te dringen bij de deur. Op de drempel voor de dichte deur zag mijn vrouw meneer Kikker zitten. Ze schrok niet. Het dier zat er ook zo rustig, of hij wachtte tot hij buitengelaten zou worden. Mijn vrouw opende de deur. De kikker kwam traag in beweging, stapte van de deurpost en liep op zijn dooie akkertje de tuin in. In de richting van het akelei, naar zijn poeltje.

Uit en thuiswedstrijd

Het bezit van een stacaravan vraagt voortdurend om een kleine opknapbeurt of verandering aan de verblijfplaats. Zo moet de vloer in het slaapvertrek worden gerepareerd, moet het dak op het gastenverblijf worden aangepakt en vraagt de aanbouw voor de caravan om een renovatie.

Niet de enige

We zijn niet de enige. Onze buren zijn ouderen. Ze zijn enige tijd geleden de pensioengerechtigde leeftijd gepasseerd. Het tweetal kocht hun caravan op het hetzelfde moment als wij. De buurman heeft hem vorig jaar compleet gerenoveerd. De kosten van deze renovatie waren beduidend hoger dan het bedrag dat hij voor de caravan had neergeteld. Ik ben dat niet van plan, want deze oude meuk is zoals ik al eerder schreef, in een voortdurende staat van wankel evenwicht. Zodra hij ook maar iets uit balans raakt, is alles uit balans.

Aan de praat

Gistermiddag raakten we aan de praat met de buren. De buurvrouw is erg tevreden. ‘Alleen het slapen is wat minder’, vertelde ze over de coniferenhaag heen. ‘We hebben een 2-persoonsbed, maar ik moest vannacht plassen en dan moet je helemaal over elkaar heen’, vervolgde ze. ‘Hij staat tegen de muur’, verduidelijkte hij. ‘En dat werkt niet. Je moet over elkaar heen kruipen om uit bed te komen.’

Prakkiseren

Hij knipperde even met zijn ogen. ‘Dan ga je liggen prakkiseren hoe het toch anders kan.’ Terwijl de vogels begonnen te fluiten, bedacht hij hoe het anders kon. ‘En ik ben eruit’, zei hij tevreden. Zijn kin stak net boven de coniferenhaag uit. Hij schoof zijn bril recht. ‘Ik zet gewoon 2 1-persoonsbedden neer. Eentje aan de ene kant van de deur en eentje aan de andere kant.’ ‘Maar dat is toch niet echt gezellig’, zei ik snel.

Uit en thuis

Ik probeerde het oudere echtpaar een bedgeheim te ontlokken. Ze waren al zo lang getrouwd, de seks zou wel op een laag pitje branden. De kinderen waren allang geleden op de wereld gekomen. De kinderen hadden zelfs al kinderen gekregen. ‘Ach’, zei Ab. ‘Dan speel je de ene keer een uitwedstrijd en de andere keer een thuiswedstrijd. Net zo leuk.’ ‘Misschien nog wel leuker’, zei zij snel.