Categoriearchief: wandelen

Bill Bryson loopt in Amerika – Leestip

Terug in Amerika van Bill Bryson is hét ideale wandelboek. Wat heb ik genoten van dit boek. Voor mij is deze vertaling van A Walk in the Woods het beste boek van deze Amerikaanse schrijver.

De ik-verteller en hoofdpersoon Bill Bryson komt in dit boek op het lumineuze idee om het beroemde langeafstandspad over de Amerikaanse Appalachen te gaan lopen. Hij loopt namelijk in de omgeving van zijn nieuwe huis en ontdekt dat praktisch in zijn achtertuin een deel van deze route loopt. Het gaat om een pad van Georgia tot Maine dat meer dan 3400 kilometer lang is.

Op en top Bill Bryson

Het is een op ten top verhaal van Bill Bryson. Dit pad wil hij gaan lopen. Meteen na deze ontdekking koopt hij boeken over dit onderwerp. Hij stort zich helemaal in de geschiedenis van dit pad en natuurlijk over alle gevaren die je onderweg tegenkomt: beren, verschrikkelijke ziektes die je kunt oplopen of overvallen worden door een sneeuwstorm.

Alle ingrediënten voor een prachtig verhaal, maar het mooiste moet nog komen. Wat dacht je van de metgezel die Bill Bryson zoekt. Niemand wil met hem mee, tot zich een oude jeugdvriend van hem aandient: Stephen Katz. Niet Bill Bryson heeft hem gevraagd, zijn oude vriend uit Des Moines belt met de vraag of hij het aan zou kunnen. Bij gebrek aan beter, gaat Bill Bryson maar met hem in zee.

Je weet hoe laat het is

Is dat allemaal wel zo verstandig? Katz is net van de drank af, heeft duidelijk overgewicht en geen enkele conditie om een tocht als deze te maken. Het belooft een geweldig verhaal te worden, zeker als Katz zijn entree maakt in het verhaal. Wat een man. De verteller weet hem prachtig neer te zetten. Je weet als lezer meteen wel hoe laat het is.

De afgelopen drie jaar had hij zich toegelegd op zich keurig gedragen en – zoals ik meteen zag toen hij met gebogen hoofd uit het vliegtuig stapte – het cultiveren van een buikje. Katz was verrassend dikker dan de laatste keer dat ik hem ontmoette. Hij was altijd al wat mollig geweest, maar nu deed hij denken aan Orson Welles na een zeer zware avond. Hij hinkte een beetje en hijgde meer dan nodig na een wandeling van nog geen twintig meter.
‘Man wat heb ik een trek’, zei hij zonder inleiding en liet me zijn weekendtas overnemen, die mijn arm met een ruk naar beneden trok. (32)

Dit belooft een prachtige tocht door de wilde natuur van Amerika te worden. Een langeafstandspad dat 3400 kilometer door onbewoond gebied gaat. Waar de wilde dieren leven en waar het ’s nachts erg koud kan worden. Je bent vooral op jezelf aangewezen en de loodzware rugzak op de rug gaat je op een gegeven moment echt nekken.

Meemaken en beleven

Dat ontdek je ook in het prachtige verhaal van Bill Bryson. A Walk in the Woods is een verhaal dat echt de belevingen bevat die je meemaakt op zo’n trektocht door de bergen. Natuurlijk kan alleen Bill Bryson dit soort dingen meemaken en beleven. De eerste dag door de bergen, raakt hij zijn metgezel al kwijt. Katz blijkt alles uit zijn rugzak te hebben gegooid. Te zwaar. Zelfs het kostbare water heeft hij weggegooid. Hoe moet het dan met het water? Onontbeerlijk. Dat is vragen om problemen.

En zo stort het verhaal zich verder langs de diepte van de ravijnen in de Appalachen. Want dat is onovertroffen in het boek van Bryson. Die machtige bergen. Ze mogen dan de oudste bergen ter wereld zijn, ze hebben onbetwist net zoiets moois als de Alpen of andere onstuimige gebergten. De schoonheid van deze wildernis verwoordt Bryson op een overtuigende manier en met liefde voor de natuur.

Zijn metgezel is van een heel andere orde dan bijvoorbeeld de gokker en oud studiegenoot van Redmond O’Hanlon als hij de amazone in trekt. Voor mij symboliseert Katz de medereiziger die je als trekker onmiddellijk herkent.

Oproepen herinneringen

Ook ik ben eens met een vriend gaan fietsen door de Ardennen. Het lezen van A Walk in the Woods roept al die herinneringen – waarvan ik dacht dat ik ze verdrongen had – meteen weer op. Dan zie ik in de Katz de jongen die met een groot kussen op het station stond, maar die geen fiets bij zich had. Terwijl we toch echt op fietsvakantie gingen naar de Ardennen.

Dat Katz de onhandige zou zijn bij zijn trektocht door de Amerikaans Appalachen zou echt teveel eer zijn. De ik-verteller kan er ook wat van. Gelukkig bedient Bryson zich van genoeg zelfspot. Hij weet hierbij heel goed op de lachspieren te werken. Wat een beschrijvingen van situaties. Het is bijna elke bladzijde wel een moment waarop hij de onhandigheid van zichzelf of zijn medetrekkers beschrijft.

Takjes en gedroogd bloed in haar

Exemplarisch is het gedeelte als de ik-verteller zit te wachten op zijn vriend. Als Katz dan eindelijk verschijnt, heeft hij takjes in zijn haar, een spoor van gedroogd bloed op zijn voorhoofd en loopt er een grote scheur door zijn gehavende T-shirt. Verontwaardigd vraagt Katz hoe Bill toch in vredesnaam die enorme omgevallen boom heeft weten te omzeilen.

Boom? Welke boom? Het zegt Bill Bryson niks. Een grote omgevallen boom die je echt niet kan zijn ontgaan, volgens Katz. Stomverbaasd is hij over de wezenloze blik die hij terugkrijgt van zijn vriend.

‘Bryson, ik weet niet wat jij hebt gebruikt, maar ik wil er ook wat van. Die boom was te hoog om eroverheen te klimmen en te laag om eronderdoor te kruipen, en je kon er met geen mogelijkheid om heen. Het heeft me een halfuur gekost eroverheen te klauteren, waarbij ik me van alle kanten verwond heb. Hoe kun je je dat niet herinneren?’ (101)

Een prachtige passage, die zich helemaal voor je ogen afspeelt. Hier hoef je enkele moeite te doen om het voor je te zien. Net als dat de verteller het zo mooi onopgelost laat. Het is elk een eigen waarheid, waarbij je als lezer niet weet wat er precies is voorgevallen. Uitermate sterk. En als ik vertel dat er in Terug naar Amerika alleen maar dit soort passages zitten. Dan begrijp je wel dat het boek een feest en een gniffel is om te lezen.

Elke trekker aan zijn trekken

Iedere trekker herkent zich in dit werk. Het gaat niet alleen om metgezellen, maar ook om de mensen die je onderweg tegenkomt. Zo is de dame Mary Ellen exemplarisch. Ze doet heel stoer over haar verrichtingen en meent dat de heren veel te dik zijn voor deze trektocht door de bergen. Als ze dan na een paar dagen met haar te zijn opgetrokken, aan haar weten te ontsnappen, worden ze onmiddellijk geplaagd door een schuldgevoel.

Het zijn prototypes van mensen die je onderweg tegen het lijf loopt. Compleet met de werking op je eigen gemoed die dit soort situaties bij je als wandelaar oproepen. Je kunt je helemaal voorstellen hoe Bill en Katz zich voelen. Dat weet Bill Bryson in zijn reisboek overtuigend over te brengen. En het comfort voor je als lezer. Heerlijk al die ontberingen die zich aan je voorbij trekken terwijl jij gewoon lekker op de bank zit of in bed ligt te lezen.

Bill Bryson: Terug naar Amerika. Oorspronkelijke titel: A Walk in the Woods. Vertaling: Servaas Gordijn. 2e druk. Amsterdam: Uitgeverij Eldorado, 2007 [1998]. 302 pagina’s. ISBN: 978 90 471 0025 6. Prijs: € 15. Bestel.

Kasteelhond – Sientje (33)

Ruwhaarteckels zijn mooie jachthonden. Daarmee veroveren ze ook vaak de charme van kasteelheren. Baronnen, jonkheren, baronessen en freules, allemaal zijn ze gek op die kleine viervoeters op de korte pootjes. Het koningshuis heeft ook veel teckels versleten. Prins Bernhard had teckels en er is een foto de jonge Prins Friso met de ruwhaarteckel Arthus. De Duitse keizer Wilhelm is beroemd om zijn teckels, bij Huize Doorn liggen zelfs enkele van zijn teckels begraven.

Als je geen landgoed, maar wel een teckel hebt. Dan zoek je zelf de kastelen op. Met Sientje gingen we vaak uit wandelen in de omgeving van een landgoed zoals Twickel bij Delden. Heerlijk liepen we daar rond met onze teckel. Dan kwamen we soms ook adellijke heer of dame tegen die ons veel complimenten gaven over onze mooie teckel. Vooral ook omdat ze zo groot was. Sientje was niet alleen een lange teckel van precies één meter lengte van staart tot neus, ze had ook een enorme borstomvang van liefst 58 centimeter.

Haar formaat trok vaak de aandacht van voorbijgangers. Zo liepen we een keer bij Twickel en raakten we aan de praat met een dame. Ze had ook een teckel bij haar. Een jonge nog. De reu had de Friese naam Boukje gekregen. Het was een verkleining van Bouke, wat wel een mannennaam was. De vrouw droeg zo’n groene jagersjas en een fraai jagershoedje. Na wat gepraat over Bouke, Friesland en teckels, ging zij door de knieën om onze teckel wat beter te bekijken. Ze vond onze ruwhaar wildkleur teckel er namelijk heel mooi uitzien. ‘Zit er soms een De Lanzoo in?’ vroeg ze. ‘Dat zijn heel grote teckels.’

Inge die beter op de hoogte is van dat soort dingen, bevestigde dat onmiddellijk. ‘Inderdaad, er zit een De Lanzoo in de lijn van Sien.’ De ruwhaar-tak van De Lanzoo komt uit Hengelo en staat bekend om het grote formaat teckel. Sientje had dit formaat overgenomen en deze teckelliefhebber herkende daar onmiskenbaar de beroemde De Lanzoo-lijn in. Ze vertelde dat ze vroeger zelf een teckel had, een volbloed De Lanzoo. ‘Het zijn prachtige teckels’, zei ze. ‘Te herkennen aan het grote formaat.’ Daar had ze zeker gelijk in.

Terwijl we zo op de parkeerplaats bij Twickel stonden te praten voelde ik iets in mijn rugzak ploffen. ‘Wat zou het zijn?’ vroeg ik mij af. De tas drukte bij de knal echt in mijn rug. Het was ons een raadsel. Maar toen de vrouw weg was en we een foto wilden maken, opende ik mijn rugzak. Alles zat onder de frisdrank. We hadden fris in een plastic flesje gedaan. Door de warmte was de inhoud gaan uitzetten en plofte het flesje. Alles zat onder, inclusief onze fotocamera. We kregen het apparaat niet meer droog. Zelfs het filmpje was verwoest.

We kochten een nieuwe camera en spraken nooit meer met iemand over De Lanzoo-teckels. Wel kwamen we nog vaak adellijke mensen met de mooiste ruwhaar teckels tegen. Net als dat we overal de aandacht trokken, zelfs in plaatsen als Laren als we daar liepen met onze teckel. Net als dat we er nooit genoeg van kregen om overal rond te lopen met Sientje in de buurt van kastelen en landgoederen.

Het hoogtepunt is de voor de echte teckelliefhebber wel het landgoed bij Huize Doorn. Al mag je daar op veel plekken niet komen met je trouwe viervoeter. Heel jammer, want het is een plek waar je als teckelliefhebber en liefhebber van de geschiedenis graag bent. Midden tussen al die sporen van de keizerlijke teckels.

Lees het vervolg: Blaffen zonder onraad »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Ben je boos, pluk een paardenbloem – Sientje (28)

Sientje had het niet op wandelen. Ze was er niet mee opgevoed. Ik vraag me af hoe vaak ze in de 4 jaar dat ze in die schuur verbleef, het grote buiten heeft gezien. Ze kon niet goed aan de lijn lopen. Al pakte ze dit wonderbaarlijk snel op. In gedrag leek ze daarin meer op een puppie dan een volwassen hond die al meerdere nestjes in haar leven geworpen had.

Buiten lopen was niet echt haar ding. Ze liep liever thuis rond te struinen om dan in de tuin lekker in het zonnetje te liggen bakken. Ze leek daarin op van die veel te bruine badgasten die weken achtereen in de zon hun huid laten verschroeien. In de zomermaanden was haar onderbuik helemaal donker verbrand door de warme zomerzon. En als de achterdeur niet openstond, pakte ze met evenveel tevredenheid het zonnetje dat in de keuken naar binnen viel. Voor Sientje was de zon het grote genieten. Ze deed er alles voor om in het enige reepje zon dat in huis viel, te kunnen liggen.

Aan regen had ze een gruwelijke hekel en dan duid ik mij heel netjes uit. Ze had er de schurft aan. Hoorde ze de regen al op het platte dak in de keuken kletteren, dan wist ze hoe laat het was. Met tegenzin stapte ze naar buiten, voelde hoe haar onderbuik nat werd. Deed een plas en liep terug naar de voordeur, want die regen was maar niks.

We wilden wat meer gaan wandelen. Daarom schaften we een imposante verzamelband met ANWB-wandelingen aan. Zo kwamen we op het idee om een wandeling in de buurt te gaan maken, langs de Bornsebeek. Sientje had er niet veel zin in. Ik moest haar meetrekken, ze dreinde achter ons aan in een trage pas. Het begon een beetje te miezeren toen we uit de auto stapten. De dreigende wolkenlucht voorspelde genoeg, maar we wilden het hoe dan ook proberen.

Sientje had er overduidelijk geen zin in. Ik verheugde mij op de vistrap die iets verderop zou liggen. De regen viel al wat harder naar beneden, maar we liepen nog veilig beschut onder de bomen. Wat verderop viel de regen nog iets harder op ons. Sientje ging steeds noester lopen met de kop naar beneden. Ze had er echt, echt geen zin meer in. Ze was gewoon boos.

Ben je boos, pluk een roos. Inderdaad, gold dat voor Sien. Zo boos was ze. Alleen er waren geen rozen. We naderden de beek, omringd door lieflijke grasweiden. Tussen het gras staken gele paardenbloemen. Helemaal open in de volle gele kleur. Sientje kwam eraan gelopen en greep boos een paardenbloem. Ze hapte het ding naar binnen terwijl ze liep en slikte de bloem meteen door.

De regen viel nog harder en veranderde in een heuse stortbui. Dit leverde ons ook weinig plezier. We keerden om. Sientje veranderde haar standpunt van helemaal achteraan sjokken naar helemaal vooraan trekken. Ze liep vooruit en trok aan de riem. Wat wilde die graag terug naar de auto. We hadden haar op de achterbank gezet, drijfnat. Ze keek ons aan met een blik die vertelde dat zij ons allang had kunnen vertellen dat deze ellende op ons af zou komen. Zeker nu het ook bliksemde en de regen met bakken uit de hemel viel.

We reden iets verderop op de grote weg, ergens langs het punt van de Bornsebeek waar de vistrap lag. Het was opgehouden met regenen. Een mager zonnetje kwam door het wolkendek. De hemel werd langzaam maar zeker ontdaan van de dikke wolken en liet al wat stukjes blauw zien. Bij thuiskomst was de lucht meer blauw dan dat er wolken doorheen dreven. Genoegzaam vleide Sientje zich in het doorgebroken zonnetje in de achtertuin. Laat mij maar lekker thuis, zuchtte ze terwijl ze de ogen sloot.

Lees het vervolg: Zwevende teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Bill Bryson over Paul Theroux

Onderweg door Engeland in Een klein eiland refereert Bill Bryson regelmatig naar zijn landgenoot Paul Theroux. De schrijver van veel reisboeken heeft ook een trip door Engeland gemaakt in Kingdom by the Sea, vertaald als Het drijvende koninkrijk.

Al wandelend langs de Engelse kust merkt Bill Bryson dat zijn 20 kilometer tussen Lulworth en Weymouth heel wat langer duurt dan het reisboek van Paul Theroux suggereert:

In zijn boek Kingdom by the Sea wekt Paul Theroux de indruk dat je dat met gemak kunt wandelen en dan ook nog rustig uitgebreid theedrinken en de plaatselijke bevolking afkatten, maar hij zal wel beter weer gehad hebben dan ik. (140)

Hij wordt er chagrijnig van dat hij een hele ochtend doet over nog geen 8 kilometer. Als hij dan na uren sjokken doorweekt is, ziet hij daar Weymouth liggen. Hij doet er 2 volle uren over voordat hij de buitenwijken van het stadje bereikt en nog eens een uur voor hij in het centrum staat. Gelukkig valt het plaatsje aan de kust hem best mee.

Lees morgen het vervolg: Treinliefhebber

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

De grens, de zee

De grens van het water is de derde grens die Dolph Cantrijn op de voet volgt bij zijn wandeling Nederland rond in 80 dagen. Het is iets minder de helft van de totale afstand hij aflegt op zijn voetreis langs de rand van Nederland.

Op dag 43 komt hij bij de Dollard en volgt het water van de zee. Hij loopt over dijken en het strand. Zo volgt hij de kustlijn, waarbij de wandeling over de Afsluitdijk zeker indrukwekkend is.

De teruggeplaatste grafstenen op de dijk, waar eens het kerkhof stond van het verdwenen dorp Oterdum. En hij gaat op zoek naar de Noordelijkste grenspaal, nummer 888 in het water van de Dollard. Hiervoor vaart hij mee op een loodskotter.

Als het eb is, kun je er naartoe lopen. Helaas komt de loodskotter er niet in de buurt, omdat het schip anders in het zand vast komt te zitten. (51)

Net als het bezoek aan een Tibetaans klooster, de zoektocht naar het fotogenieke witte dobbepaard en de enorme Maasvlakte waar hij de zeehonden ziet. Overigens mocht hij al eerder op zijn reis bij Lauwersoog een zeehond loslaten, een zogeheten huiler. Het dier heeft zijn naam meegekregen.

Het zijn allemaal mooie verhalen van de oude man en de zee. De smokkelavonturen zijn even naar de achtergrond verschoven, om bij de grens met België weer terug te komen. Daarmee is de cirkel van Dolph Cantrijns wandeling langs de rand van Nederland helemaal rond: een rondje Nederland in 80 dagen!

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl

Grenspalen

De wandeling die Dolph Cantrijn maakt langs de rand van Nederland, voert voor een groot deel langs grenspalen. Sommige gedeeltes maken echt indruk, zoals langs het smalste stukje Nederland dat nog geen 5 kilometer breed is. Of de snelweg tussen Heerlen en Roermond die door een stukje Duitsland loopt. Nederlandse auto’s mochten hier overheen rijden, maar absoluut niet stilstaan.

Verderop in Gelderland, voorbij Huppel ziet hij het Zwillbrocker Venn, een natuurgebied met een grote populatie flamingo’s. Een telefoon aan een boom verraadt waar de grens loopt. Bij Losser loopt de burgemeester een stukje met hem op. De burgervader doet niet onder voor de fotograaf. Met evenveel gemak springt hij in pak over de slootjes of struint hij door het bos. Alles om precies op de grens te lopen.

Het zijn veel smokkelverhalen die Dolph bij de Belgische en Duitse grens hoort. Sommige verhalen zijn al erg oud en best grappig. Zoals de ‘stevige’ vrouw bij Dinxperlo die een lading boter onder haar jas draagt. Ze wordt door de commiezen bij de kachel gezet om op die manier betrapt te worden.

Maar andere verhalen zijn wat serieuzer. Zoals opa Hannes, de smokkelaar, die zijn leven opoffert voor 25 kilo koffie. Of de voorouders van Ruud Lubbers die biggen in jute zakken over de grens smokkelden:

Om te zorgen dat de varkens niet ging krijsen, smeerden de smokkelaars hun bek in met groene zeep. Daardoor hielden de beesten zich koest als ze stiekem de grens over werden gebracht. (45)

Dat de grens zelf in deze tijd met open grenzen nog altijd parten kan spelen, bewijst het frietkot bij grenspaal 289:

De frieten worden gebakken in België. De toonbank is op de grens en de verkoop gebeurt in Nederland. De ligging is al tijden een doorn in het oog van de autoriteiten. In welk land moet belasting worden betaald? (79)

Heerlijke verhalen op de grens van Nederland. En de scheidslijn is nooit zo zuiver te stellen als je soms zou willen. Het levert een mooi boek op van de spannende wandeling die Dolph Cantrijn maakt.

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl

Wandelen om Nederland

De fotograaf Dolph Catrijn ken ik van de foto die hij van mij maakte bij de Groene Kathedraal. Voor het tijdschrift Genoeg maakte hij deze foto over mijn wolkenblog. Het schrijven van het bijbehorende stukje zou hem een stuk moeilijker afgaan, vertelde hij bij het maken van de foto’s. Hij is meer fotograaf dan schrijver.

Dat hij ook heel mooi kan schrijven, bewijst hij met zijn wandeldagboek Nederland rond in 80 dagen. Het is het verslag van een reis langs de grens van Nederland. Hij begint vlak onder zijn woonplaats Tilburg en loopt dan via Limburg, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Groningen naar de Waddenzee. Vanaf dat moment is de zee zijn grens, totdat hij in Zeeland weer uitkomt bij België. Het laatste stuk loopt hij langs de grenslijn weer naar huis in Tilburg.

Ik heb zijn wandeling in 2014 gedeeltelijk meegekregen via zijn Facebook-pagina. Het viel mij toen al op en ik was erg enthousiast over het idee. Dit jaar is het verslag van zijn reis samengekomen in het boekje Nederland rond in 80 dagen. Het is zeker een erg inspirerende wandeling. Bovendien is het een mooi alternatief voor de route naar Santiago of Rome die zoveel anderen met een midlife-crisis lopen.

Met een licht strohoedje en een rugzak gaat Dolph Cantrijn Nederland rond. Het levert mooie ontmoetingen en verhalen op. Zo schrijft hij ontroerend over de Dodendraad die in de Eerste Wereldoorlog tussen Nederland en België liep. De verhalen blijven bijna 100 jaar later even indrukwekkend. Of zoals Dolph het schrijft tegen het einde van zijn wandeling:

De persoonlijke verhalen komen elke keer hard bij me binnen. (84)

Aan het begin van zijn reis, schrijft hij ook over de Dodendraad. Twee dames proberen onder de hoogspanningsdraden te kruipen. Ze zijn nu nagemaakt en zonder stroom, maar laten wel iets zien van het gevaar waarmee mensen in de oorlog de andere kant proberen te halen. Het verhaal van de kleuter Peter Wuyts die in 1916 tegen het draad oploopt en op een gruwelijk manier overlijdt, komt nog altijd hard aan. Zijn vader zag het gebeuren en moest door omstanders bij het draad worden weggehaald.

Dolph Cantrijn: Nederland rond in 80 dagen, Wandeldagboek. Redactie: Lindy Popma. Arnhem: Uitgeverij Gegarandeerd onregelmatig, 2016. ISBN 978 90 7864 1490. 96 pagina’s. Prijs: € 6,95. Bestel

Kijk voor routes op volgdolph.nl

Doe jij weleens iets anders bij het lezen? – #50books vraag 17

image

Een kennis uit mijn jeugd liep ik weleens tegen het lijf als ik de hond uitliet. Hij wandelde dan met zijn dochtertje. Ze fietste voor hem uit op haar fietsje met zijwieltjes. Het kind kreeg af en toe een klein duwtje van hem.

Hij was niet een en al aandacht voor haar, want hij had een opengeslagen boek in zijn hand en las tijdens het lopen. Af en toe keek hij op van zijn boek en zo hield hij haar in de gaten. Het zag er best komisch uit, maar ik begreep niet helemaal waarom hij dat deed.

Heel soms heb ik het ook, dan is een boek zo spannend en loop ik al wandelend mee. Ook neem ik boeken mee als ik een afspraak bij de tandarts of dokter heb. Dan kan ik de wachttijd een beetje doden met het lezen van een mooi verhaal.

Dat brengt mij bij de vraag of je weleens iets anders bij het lezen doet. Zit je altijd braaf in je stoel bij het lezen? Of drink je een kop koffie, een glaasje wijn? Of eet je een boterham terwijl je leest? Of maak je al lezend een wandeling? Of lees je onderweg in de trein?

Overigens schijnen monniken en geleerden al lopend te lezen. Lopen en lezen tegelijk schijnt de bloedsomloop te bevorderen en daarmee het begrip te vergroten. Of dit nu op een waarheid of een mythe berust, weet ik niet. Het is misschien een excuus om al lezend te mogen lopen.

Vraag 17

Dat brengt mij op de volgende boekenvraag:
Doe jij weleens iets anders bij het lezen?

Blog mee over #50boeken

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Middagwandeling door Ede

image

Op een zondagmiddag in december door het Gelderse Ede lopen is als het wandelen door een spookstad. De straten uitgestorven, de bomen kaal en af en toe een fietser die aan je voorbij gaat.

Ik wandel in een stad die niet lijkt te bestaan. De zware bewolking dreigt met een flinke regenbui, maar vooralsnog blijft het droog. Ik ben op station Ede Centrum uitgestapt en vraag mij af of ik ooit deze trein genomen heb in het verleden.

Iets achter het station ben ik schoolgegaan, na de MTS heb ik hier op de school voor volwassenen gezeten en deed in 1 jaar Havo en een jaar later VWO. Zo lopend door de Molenstraat zijn er weinig tekenen van herkenning. Misschien het cafetaria verderop dat de naam De Molen draagt.

De oude molen herken ik niet. Er stond in de tijd dat ik hier dagelijks vertoefde volgens mij een bouwval en niet de nostalgische verzameling bouwwerken die er nu staan. Het lijkt op de binnenplaats van een boerderij. In de tijd dat ik hier 20 jaar geleden langsfietste, was dit er niet.

Ik loop in de richting van de wijk Veldhuizen waar ik de fiets ga bekijken en uiteindelijk niet koop. De speling in het stuur, stoort mij en ik loop de hele weg weer terug. Sterker nog, ik loop door Ede naar het andere station, station Ede-Wageningen. Al verbaast het tweede deel van de naam best wel. Wageningen ligt op ruim 8 kilometer van het station.

image

Nu wandel ik door oudere wijken, geniet van een laan vol berkenbomen. Zelfs in december ogen de kale bomen bekoorlijk. De witte bast geeft ze hun unieke glans. De vrijstaande huizen aan weerszijden van de straat, doen de rest.

En zo kom ik bij het station waar ik de intercity in de richting van Arnhem pak. Met een omweg naar huis. Het donker wint het uiteindelijk van de middag. Een zondagmiddagwandeling door Ede.

image

Legale olifantenpaden

image

Een fenomeen dat ik wel kende, maar niet wist hoe het heette: olifantenpaden. Ik maakte er kennis mee met de serie: Nederland van boven. Daar vielen de afsnijdsels van de reguliere wegen onmiddellijk op vanuit de lucht. Een strakke bocht in een fietspad of voetpad wordt ingekort tot een snel pad door het gras. Gedurende de tijd ontstaat er een looppad en dat heet een olifantenpaadje.

In het park lopen ook een paar olifantenpaadjes. Het zijn die heerlijke ingekorte paden die soms zelfs een stukje tussen de bossages pakken. Zo dwaal je heerlijk weg en waan je je zelfs even helemaal alleen op de wereld. Het zijn die paadjes die er eigenlijk niet zijn. Ze zijn niet bedacht maar spontaan ontstaan. Daardoor hebben ze iets aantrekkelijks.

Tot mijn verbazing had de gemeente laatst de olifantenpaden in het park voorzien van een dikke zandlaag. Blijkbaar met de bedoeling om de paden een officiële status te geven. Zo hoeft niemand zich een onnodige weg te banen tussen de struiken, maar is het een vereffend pad zonder verdere obstakels.

Het haalt gelijk iets van de dynamiek weg. Zo sterk zelfs dat ik laatst maar het bestrate pad nam in een poging de geheimzinnigheid weer op te roepen. Als een olifantenpaadje officieel wordt, verdwijnt de hele bestaansrecht van het illegale paadje.