Categoriearchief: vrijdag

Goede Vrijdag en Dantes Divinia Commedia – #WOT

image

De Goddelijke Komedie van Dante opent op Goede Vrijdag in het jubeljaar 1300. De opening van dit magistrale werk waarin de dichter Dante afdaalt naar de hel, speelt in de tijd tussen Goede Vrijdag en Pasen.

Dante volgt daarmee letterlijk de raadselachtige woorden ‘nedergedaald ter helle’. De apostolische geloofsbelijdenis noemt dit de tussenliggende periode tussen de dood van Jezus en zijn opstanding op Paasmorgen.

Zo is deze periode perfect geschikt om Dantes Divinia Commedia te lezen. Voor zover het te redden is dit complexe werk van drie dikke delen in een week tijd door te worstelen. Vooral het laatste en derde deel vraagt veel aandacht vanwege zijn theologische en filosofische diepgang.

Ik lees de beschrijvingen van Dante mondjesmaat en merk dat ik na één Canto weer op adem moet komen. Wat een overdaad aan literatuur.

De afgelopen week gaf mij weer een onverwachte interesse voor het meesterwerk van Dante. Bij mijn afscheid van Ziggo kreeg ik van mijn collega’s prachtige cadeau’s waaronder een boekenbon. Daarvan kocht ik De Goddelijke Komedie in de vertaling van Rob Schouten. Het is de laatste vertaling die in het Nederlands is verschenen.

image

Toeval of niet. Een dag na de aankoop vond ik in de Kringloopwinkel van Naarden de vertaling van Bohl in drie dikke en fraaigebonden delen uit 1894-7. De aankopen wakkerden mijn belangstelling voor Dante weer helemaal aan. Ik zit weer helemaal in hoge literaire sferen, hoe diep de hel van Dante ook is.

Bekijk mijn Overzicht van Dante-vertalingen

#WOT

Vandaag doe ik mee met de #WoT van drspee.nl met als onderwerp Pasen. Dit initiatief is opgezet door @metkcom en daarna door @pixelprinces overgenomen. Ik heb het ook een paar maanden gedaan, totdat @drspee het dit jaar overnam.

10 januari 1986

image

In 1986 viel 10 januari ook op een vrijdag. Die avond holde ik met mijn vriendje Erik door het centrum van Veenendaal op zoek naar vossen. De vossenjacht was geopend. Het hoogtepunt was de leider van de jeugdclub. Hij droeg een wit laken over zich heen en liep als spook door de Hoofdstraat. We herkenden hem aan zijn sandalen met geitenwollensokken erin.

We eindigden de avond met dankgebed en zongen ‘Wat de toekomst brengen moge’. Daarna zou ik met mijn vriendje Erik en zijn neefje naar huis lopen. Mijn moeder kon mij niet halen en vond het fijn als ik niet alleen over straat hoefde te lopen om 8 uur ‘s avonds.

Ze waren mij aan het plagen, renden weg en liepen aan de overkant van de straat. Ik riep ze, maar ze kwamen niet. Huilend liep ik verder en stond bij de speelgoedwinkel voor het raam te kijken. Daar liet Eriks neefje mij heel erg schrikken. Ik draaide om. Het neefje rende lachend weg en ik zag Erik achter een auto wegduiken.

Daar moet het ergens gebeurd zijn, hoorde ik later. Erik kreeg een hartaanval, viel op straat en het neefje rende weg. Pas later werd hij gevonden. De ambulance reed door onze straat met gillende sirenes om hem op te halen. Ik keek met mijn vader naar het laatste staartje van het journaal.

Wat later stond ik bij de deur omdat iemand mijn vader moest spreken. De ambulance reed met gillende sirenes terug. ‘Tjonge, daar is heel wat aan de hand’, zei de meneer. ‘Ja’, antwoordde mijn vader. ‘Het ziet er behoorlijk ernstig uit als ze met de sirene terugrijden.’

Daar lag mijn vriendje Erik in. Ik wist het niet. De volgende morgen was mijn moeder verontwaardigd toen ze hoorde dat ik niet samen met Erik naar huis was gelopen. ‘Ik ga zijn moeder bellen. Dat heb ik niet met hem afgesproken’, zei ze boos. ‘Jullie mogen wel tien jaar oud zijn, maar als hij zegt dat je met hem mag meelopen, dan moet hij dat ook doen.’

Maar ze moest naar de markt en mijn vader had een overleg op mijn school over iets. Ze kwamen ongeveer tegelijk thuis en waren even buiten aan het praten. Mijn moeder kwam witjes naar binnen. Ik speelde met de playmobil samen met mijn broertje en zusje. ‘Er is iets heel ergs gebeurd’, begon mijn moeder. ‘Ga maar even zitten.’ Ik stond op om op de bank te gaan zitten.

‘Erik is overleden’, zei ze nog voor ik zat. ‘Gisteravond. Aan een hartaanval.’ Ik voelde mijn knieën week worden. Het bloed trok uit mijn gezicht weg. Ik liet mij op de bank vallen. Dit kon niet waar zijn. Daarna vroeg ik haar honderd keer hoe het gebeurd was. Ik had hem nog gezien.

Het was aan het begin van de Gortstraat gebeurd, vlak nadat het neefje mij liet schrikken. Hij was teruggekomen, zag Erik liggen en rende weg. ‘Het is maar goed dat ik vanmorgen zijn moeder niet gebeld heb’, zei mijn moeder. ‘Wat was dat verschrikkelijk geweest.’ Ik knikte en werd omringd door honderd vragen. Bewust dat hij er niet meer was.

Vandaag loop ik in het park met de honden. Geniet van het licht dat zo kenmerkend is voor januari. Het lage licht maakt het gras intens groen. De wolken zo duidelijk en helder wit. Het is 10 januari, besef ik. Net als in 1986 een vrijdag. Het is 28 jaar geleden dat Erik stierf, maar die dagen staan op mijn netvlies gebrand alsof het gisteren was.

Ik kom thuis, ga zitten achter de computer en typ: ‘In 1986 viel 10 januari ook op een vrijdag.’

Goede vrijdag

image

Bij het hardlopen schijnt de zon volop. De wind blaast zijn koude adem dwars door mijn shirt. De wolken maken een halve boog boven de stad. Een smalle ring wolken drijft voor de grote halve bol als de ring rond een planeet.

Goede vrijdag. Ik voel me een beetje schuldig dat ik de Matthaus of de Johannes nog niet heb gedraaid. Je hoort toch elke lijdenstijd even bij het lijden van Jezus stil te staan. Dit keer galmt telkens dezelfde muziek door mijn speakers. Een improvisatie van Jan Jongepier op psalm 145:

Ik zal getuigen van van uw heerlijk licht,
van al de wonderen die Gij hebt verricht

Even later grijpt de halve bol de zon bij de kladden. Achter de wolken schijnt de zon. Het licht neemt in glans af. En de dag slaat om in vermoeidheid. Misschien is het inderdaad pas zondag voorjaar.

Complimenten voor NS

Klagen en mopperen over de diensten van onze nationale spoorwegen is soms op zijn plek, maar de verantwoordelijkheid die de NS nu neemt bij de toestanden van afgelopen vrijdag is lovenswaardig. Petje af voor de spoorwegen. Reizigers die het geld van hun hamburger terugkrijgen of de kilometers die pa voor zijn dochter moest omrijden krijgen terugbetaald. Het toont dat de NS zijn verantwoordelijk neemt.

Dat neemt niet weg dat incidenten als afgelopen vrijdag tonen hoe gevoelig ons spoorwegnet is. Het vraagt echt om de mogelijkheid van alternatieve routes en misschien wel een paar aanpassingen rond de knooppunten. Zo zou bijvoorbeeld bij Utrecht heel goed de spoorbaan langs Utrecht Maliebaan – waar het spoorwegmuseum is gevestigd – zo kunnen aanpassen dat treinen langs Utrecht kunnen rijden en bijvoorbeeld in Amersfoort kunnen stoppen. De stoptreinstations rond Utrecht kunnen dan reizigers opvangen die naar Utrecht Centraal moeten. Natuurlijk moet je op die lijn langs Maliebaan wel pendeltreinen inzetten. Het is wel een ‘noodspoor’ dat gebruikt kan worden in situaties zoals afgelopen vrijdag.

De situatie vrijdag bleef gelukkig beperkt tot Utrecht. Dit zorgde ervoor dat de treinen van en naar Utrecht niet reden, maar wel alle andere treinen. Dat is een enorme sprong voorwaarts. Toch betekent het dat veel geinvesteerd moet blijven worden in een back-up die bij falen van de reguliere dienstregeling per regio de treindienst kan opvangen.

Dit alles natuurlijk naast de bestrijding van de dagelijkse ergernis van de vertragingen. Kortom, ga zo door NS.

Kermis


De draaimolen draait rechtop
en zwaait de schoenen rond
meisjes gillen hun angsten hoog

Kleuren kletteren omhoog en zingen
mee op de diepe dreunen
van herrieschoppers en botsauto knallen

De kermis is te klein voor plezier
de beren wachten op het verlossende
schot dat ze bij hun jager brengt

Aan de andere kant kleurt de zon
mij gedag en speelt het avondrood
een zoete serenade voor mij alleen

Station Herstel

Vrijdagmiddag, een middag waarop de medewerkers het allemaal niet meer zo helder hebben. Een week werken, de vrijheid van het weekend lonkt. Dan kan er nog weleens iets verrassends gebeuren.

We rijden in de richting van de Gooische bocht in de polder bij Weesp, de omroepinstallatie kraakt en de trein remt enigszins af. ‘Dames en heren, over enkele ogenblikken station Herstel.’ Waarna de verbinding onmiddelijk verbroken wordt. Het besef dat dit de trein naar Almere is in plaats van naar Weesp heeft hem net op tijd wakker gemaakt.

Als dan na de bocht de trein remt bij het passeren van de tegemoet komende trein hoop ik op een behouden aankomst. Een machinist die droomt dat hij naar Weesp rijdt, terwijl hij de bocht naar Almere neemt, is gevaarlijk.