Categoriearchief: vogels

Insectenhotel – Tiny House Farm

Misschien is zo’n grote tuin veel werk, maar je krijgt ook heel veel hulp. Van insecten bijvoorbeeld. Niet alleen helpen bijen en vlinders mee bij de bestuiving van veel bloemen. Ook de wezel en de egel helpen mee aan het tuinleven.

Het begin is er van het insectenhotel
Het begin van het insectenhotel is er

Wespen in alle soorten en maten dragen bij aan de bestrijding van allerlei vliegjes en andere plaagdieren. En wat dacht je van het lieveheersbeestje in de bestrijding tegen bladluis. Of vogels als de koolmees die zich actief inzetten om de hoeveelheid rupsen in bedwang te houden, zodat er ook wat kool voor ons overblijft.

Bouw van een insectenhotel

Daarom bouwen we nu een insectenhotel. Een verwarrend woord omdat de insecten zich allerminst als hotelgast zullen beschouwen. Een nestkastje waarin vogels hun nestje kunnen bouwen is evenmin een hotel. Ze vinden die ruimte en maken zich niet druk over een eigenaar. Want er zijn veel kapers op de kust en voor je het weet, is je verblijfplaats gekaapt door een ander.

Met dakpannen op zijn kant, bied je een schuilplek voor vlinders

De bouw van het insectenhotel is een beetje provisorisch. We gebruiken materiaal dat we tegenkomen. Zo zag ik wat bouwafval langs de weg liggen, waaronder stukke dakpannen. Die krijgen nu een plekje in het insectenhotel in aanbouw. Als pijlers gebruiken we stukken van de wilgentenen uit het helofytenfilter van de Vuursteenhof.

Omgekeerde emmers

Twee kapotte emmers heeft Inge voorzien van een opening. Zo op de kop is het een prima holletje voor een wezel of een egel. De vele klinkersteentjes die ik vorig jaar van iemand kreeg, liggen tussen de emmers. Ideaal voor allerlei dieren, groot en klein om te schuilen en een nestje te bouwen.

Omgekeerde emmers en klinkerstenen vormen de basis van het insectenhotel

Op de verdieping die Inge boven de emmers heeft aangebracht krijgen een aantal kapotte dakpannen een plaatsje. Zo op de kant gezet, kunnen vlinders er overnachten of misschien wel zelfs overwinteren. Allemaal nuttige dieren voor in de tuin.

Vogelhuisje

Eén van onze vogelhuisjes krijgt ondertussen druk bezoek van de koolmees. Hij fluit de hele dag door op zoek naar het vrouwtje waarmee hij gaat. Een bekend geluid. We hoorden het aan de Alkmaargracht ook heel vaak. Voor ons een teken dat het goed gaat met de kleine bomen.

Het topje van in het insectenhotel

Hopelijk biedt onze tuin de komende jaren steeds meer ruimte aan dieren. Het verlevendigt de grote tuin extra en zorgt voor nog meer leven in de brouwerij.

Leven met de raven – Leestip

In mijn vorige huis leefde ik samen met de kauwtjes in de dakgoot. Ik hoorde ze flirten, vrijen en de jongen verzorgen. Het zijn heel intelligente dieren. Net als kraaien en raven. Bij de Tower of London leeft een groep raven. Het verhaal gaat dat wanneer de laatste raaf bij de Tower of London verdwijnt, het koninkrijk Engeland uit elkaar zal vallen. Daarom is het een traditie dat de raven bij de beroemdste gevangenis van Engeland heel goed worden verzorgd.

De ravenmeester

Het verzorgen van de raven is de taak van de ravenmeester, een taak overigens die pas 1968 bestaat. Daarmee is de schrijver van het boek De ravenmeester, Christopher Skaife de 4e ravenmeester. Toch zegt de traditie dat er al veel langer raven op de Tower leven, mogelijk zelfs al voor de komst van het gebouwencomplex in 1078 zouden de zwarte vogels al op en rond de gebouwen verblijven.

Skaife De Ravenmeester

In zijn boek ontmaskert Christopher Skaife wel een aantal beweringen die er gedaan worden over deze vogels in de Tower. Het is niet zo zwart-wit als de vele verhalen en mythen rond de Tower en de bijbehorende raven willen doen geloven. Toch is dat niet het enige dat de schrijver en ravenmeester weet op te roepen. Zijn boek is een eerbetoon aan de Tower, de raven en vooral aan de vele bezoekers en bewoners van dit bijzondere gebouwencomplex aan de Thames.

Overleven

Want de Tower heeft heel wat overleefd. Zo is het het enige gebouw dat overeind is gebleven na de grote stadsbrand van 1666. Ook de wereldoorlogen en stadsvernieuwingsdriften heeft het doorstaan. Net als de raven, al kan Christopher Skaife pas bewijzen dat er raven in de Tower woonden, vanaf de 19e eeuw. Vrijwel zeker is dat de dieren een groot deel van de bestaanstijd van de Tower hier ook rondzwerven.

Bewonderenswaardig is de prachtige en liefdevolle beschrijvingen die ravenmeester Christopher Skaife in zijn boek geeft. Hij laat de lezer meekijken met deze bijzondere dieren. Zo beschrijft hij de huidige bewoners van de Tower. Zo lezend in het boek, ontdek je dat raven bijna net zo karaktervol en onderscheidend in wezen zijn, als mensen. Zeker als je zo intensief met deze dieren optrekt als de ravenmeester.

Saai overzicht

Soms is de ravenmeester geneigd om heel saai een overzicht van iets te geven. Zoals de regels voor de raven of de taken en verantwoordelijkheden van de ravenmeester. Het zijn een beetje betuttelende lijstjes, maar Christopher Skaife weet ze heel snel los te laten om mooie en indrukwekkende verhalen te vertellen. Over de raven, het gevecht met de andere bewoners van de Tower: de vos; en ook hoe het is om in dit monument te mogen wonen. Compleet met geestverschijningen en andere geheimzinnigheden die verbonden zijn met dit bijzondere gebouwencomplex.

Lijst met raven van de Tower of London

De vogels weten het hun meester soms heel lastig te maken. In het hoofdstuk ‘De grote ontsnapping’ vertelt Christopher Skaife hoe Munin verdwijnt. Het dier is bijzonder gewiekst en weet hoe het ravenvrouwtje hem weet te bespelen. Ze ontsnapt. Het houdt hem flink uit de slaap. Zeker, hij weet dat het koninkrijk niet direct aan rampspoed wordt blootgesteld, maar wel dat het dier terecht zal moeten komen.

Roekeloze actie

Het brengt hem zelfs tot een roekeloze actie: het beklimmen van de koepel op de toren. Niet zp handig, ontdekt Christopeher Skaife als hij er bovenop staat te wankelen; het domste wat hij ooit gedaan heeft in zijn leven.

Vol schaamte daalde ik de Tower af. Munin was me niet alleen te slim af geweest, maar was er ook weer vandoor gegaan.
Ze was de Tower ontvlucht. Ik moest proberen haar terug te krijgen, want dat was mijn werk. (80)

Zo gaat hij op jacht naar de vogel. Elke melding die hij krijgt neemt hij serieus. Zo reist hij ook af naar Greenwich als hij hoort dat daar een raaf rondvliegt die verdacht veel op Munin lijkt. De knarsende raaf stoort de bezoekers in het park en Christopher Skaife ziet hem ook, maar krijgt het dier niet te pakken. Nota bene een voorbijganger weet het dier te pakken te krijgen met hulp van een tas, een deken, een paar dikke tuinhandschoenen en enkele kippenbotjes.

Het koninkrijk gered.

David Attenborough

Ik ken de raven de documentairemaker David Attenborough die in een uitzending over intelligentie bij dieren, over de bijzondere gewoontes van raven vertelt. Aan de hand van de vogels bij de Tower weet hij veel interessants te vertellen over deze dieren. Ook Christopher Skaife vertelt over deze opnames. Hij geeft een kijkje achter de schermen, namelijk dat ze helemaal niet zo bereidwillig waren als de opnames doen geloven. Vandaar dat hij zo duidelijk in beeld is.

Daarnaast schrijft Christopher Skaife over hoe de raaf ingebed is in de Britse cultuur. Een schrijver als Dickens heeft zeker raven gehouden, zoals de raaf Grip. Dickens schrijft heel overtuigend over deze vogels in zijn romans. Of wat te denken van de symboliek van de dood, die aan de raaf kleeft. Volgens Christopher Skaife is dit niet louter negatief en beangstigend. De dieren symboliseren ook het stijgen naar de hemel.

Het leven van de ravenmeester

De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London geeft daarmee een prachtig inkijkje in het leven van de ravenmeester, samen met deze bijzondere vogel. Christopher Skaife spreekt net grote liefde over deze zwarte vogels. Hij weet daarbij de geschiedenis van de Tower en het koninkrijk heel mooi in te verweven. Daarmee is dit boek heerlijk om te lezen. Gewoon om eens wat meer te weten te komen over de Engelsen, al hun eigenaardigheden en hun grote liefde voor de raaf.

Christopher Skaife: De ravenmeester, Mijn leven met de raven van de Tower of London. Oorspronkelijke titel: The ravenmaster, My life with the ravens at the tower of London. Vertaald uit het Engels door Margreet de Boer. Houten: Spectrum, 2018. ISBN: 978 90 00 36388 9. Prijs: € 22,50. 204 pagina’s. Bestel.

IJsvogel

De oude man Jacob is in de roman Onder een hemel van sproeten op zoek naar het ijsvogeltje. Hij bezoekt hiervoor het natuurgebied in de polder. Hier treffen hij en zijn hondje Muis ook het meisje Amy. Hij maakt haar enthousiast voor het spotten van vogels.

Jacob ziet het vogeltje voorbijvliegen in de periode dat zijn vrouw sterft. Het diertje biedt hem veel troost. Hij wil de vogel nog een keer zien en dan op de foto vastleggen. Na het overlijden van zijn vrouw hoopt hij snel de vogel weer te zien. Jacob neemt Amy mee bij deze zoektocht.

De hoop om de ijsvogel te zien, helpt hem als er verschrikkelijke dingen gebeuren. Het troost hem. De ijsvogel wordt voor hem een mantra, die hij verwoordt in een haiku:

Een ijsvogel vliegt
En niemand ziet het wonder
Hij is vrij in strijd
(318)

Jacob vraagt zich af of Amy de ijsvogel nu weleens gezien heeft. Hij komt tot de ontdekking dat dit niet het geval is. Daarbij denkt Jacob dat het best eens zo zou kunnen zijn de ijsvogel alleen voor hem vliegt.

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Vogels tellen

We gaan lekker voor het raam zitten met uitzicht op de achtertuin. Het is Nationale Tuinvogeltelling dit weekend. Daarom maken we hier een lekker plekje om naar buiten te kijken. We zitten hier nooit. Dit is het naaihoekje van Inge. Nu tellen we de vogels die in de tuin zitten. Eerst is er niks. We wiebelen wat nerveus op de stoel. Stel dat er geen enkele vogel komt opdagen. Dan zit je hier mooi voor schut een halfuur lang.

Aan de andere kant is het best wel gezellig. We kletsen samen, terwijl we naar de wiegende Ginkgo kijken. De sprieten van de hortensia’s deinen mee op de wind. De droge bollen van vorig jaar slingeren als een bungeejumer aan zijn elastiek. Net als achterin de tuin de takken van de vlinderstruiken en het vijgenboompje meebewegen.

Zo zitten we daar voor het raam en keuvelen terwijl de vogels aan komen vliegen. Ja, daar zit een koolmeesje. En kijk nog eens: er komt er eentje bij. En is dat niet een pimpelmees?

Dan maakt merel een duikvlucht en landt fraai midden in de tuin. Kijk eens aan. Zo tellen we ook nog eens een tortelduif in de ginkgo. Hé, er komt er eentje bij. Ze kruipen tegen elkaar aan op een tak. De ene kriebelt met zijn snavel in de hals van de andere. De ander heeft zijn oogjes dicht van genot. Wat is dit schattig.

Misschien moeten we nog wat bijvoeren. Alle vogels schieten weg als er wat zaadjes worden gestrooid. De merel is zo weer terug. Hij gaat op de tuinstoel staan en kijkt met een schuin oog in onze richting. En daar zien we mevrouw merel landen op de schutting. Ze duikt even in de vijgenboom, rust op een takje, draait zich om en vliegt weer weg. Maar ze is geland. Dat telt mee.

Als we dan ook nog eens 2 pimpelmeesjes zien, zijn we helemaal blij. Zo tellen we in een halfuur best een leuk vogelbestand:

  • 2 koolmezen
  • 2 pimpelmezen
  • 2 merels
  • 2 tortelduiven

In totaal 8 vogels in een halfuur. Best een mooie oogst. Ik vind het wel jammer dat we niet de spreeuwen hebben gezien die ik eerder hoorde toen ik de was aan het vouwen was. We zagen ze wel in een grote zwerm hoog boven het pleintje achter vliegen. Of de kauwtjes die ik overal hoor, maar niet in onze tuin zie.

We worden wel enthousiast. Volgend jaar gaan we zeker weer meetellen bij de Nationale Tuinvogeltelling. Het is leuk om te doen en je leert weer eens op een andere manier naar je tuin te kijken.

IJsvogeltje – Lepelaarplassen (4)

Ik roep Inge en Doris er ook bij. Inge heeft haar fototoestel paraat en schiet een paar prachtige foto’s. Het is de eerste keer dat ze het ijsvogeltje ziet. Een extra bijzonder moment en ik denk terug aan de keer dat ik het vogeltje hier voor het eerst zag. Blijft een fantastisch moment om dit beestje te spotten. Het onverwachte moment dat je ineens zo’n vogeltje in het vizier krijgt. Dat blijft heerlijk om mee te maken. Die kick lijkt nooit te veranderen.

Verder is het natuurlijk gewoon lekker om te genieten van de rust. Te zien hoe de zon steeds verder wegzakt en je uiteindelijk in die bol kan kijken. Te worden opgevreten door de massa’s muggen die om je hoofd zoemen, maar ook op je arm, in je nek of op je oor zitten, prikken en aan je bloed sabbelen. Het ruisende riet dat deze plek tot een ware idylle maakt. Je bent blij dat er muggen en hardpratende gasten zijn. Anders zou het hier teveel op het paradijs gaan lijken.

Tot het moment er echt is: je moet weer terug naar huis. Je hobbelt over de gaten weer terug naar huis. Soms klapt je onderkaak tegen je bovenkaak omdat het gat iets groter is dan je dacht. Dan weer op het fietspad naar huis, ingehaald door stinkende brommertjes en je ziet de vuurtjes hun rook op laten dwarrelen bij de dagcamping. Auto’s met de deuren open en de muziek bonkend.

We redden het net voor de lantaarns aangaan in ons eigen park. Zo stoer als we heen fietsten over het fietspad, zo kiezen we nu het glibberige modderpad langs de kikkerpoel. Lekker snel thuis, rakelings langs de brandnetels. Het park is al leeg en verlaten. Net als ons hoofd. Heerlijk terug van een avondje in de natuur. Een heus avontuur.

Zilverglans – Lepelaarplassen (2)

Ik merk wel dat deze zomerzon al wat minder hinderlijk wordt. Je kunt er zelfs al een beetje tegenin kijken. Het schijnsel van deze avondzon geeft de wilgenbomen langs de route die schitterende zilverglans. Zo van een afstand is dat echt genieten om naar die wuivende boomtoppen te kijken.

We nemen het brede bruggetje over de vaart die de Noorderplassen en de Lepelaarplassen van elkaar scheidt. Alleen een dunne reep land ligt tussen de vaart en de Noorderplassen. Soms varen hier bootjes en ik zie vaak de sporen van bevers. Als er bevers zitten, dan moeten ze hier zitten, denk ik.

Ik tuur langs de waterkant, maar zie geen beweging. Soms een eend of een andere drijfsijs. Het begint hier tussen de bomen al wat schemeriger te worden. We treffen ook niet veel tegenliggers. Niet heel gebruikelijk op deze plek. Ik zie alleen langs de waterkant een visser zitten. Een van het schimmige type dat ik verdenk dat hij de gevangen vis straks echt oppeuzelt boven een vuurtje.

Dan het open veld naast de dagcamping. Ik zie hier de laatste tijd vaak mensen die er een andere levensstijl op nahouden en die minder goed matcht met een zorgvuldige omgang met de natuur. Ze maken veel kabaal, stoken vuurtjes die soms verdacht veel hebben van een onbeheerste brand en ze laten soms ook een flinke bende achter. Laatst stond hier een moeder met haar zoontje vuurwerk af te steken. Niet bepaald gedacht vanuit de natuur. Terwijl wij keken naar de vogels in de uitkijkhut, hoorden we de vuurpijlen en knallen van het vuurwerk.

Lees verder: Lepelaarhut