Categoriearchief: verkiezing

Een nieuwe waarheid

image

In De man met de witte das rekent Godfried Bomans af met zijn vader en met politici. De grote overeenkomst tussen politici en schrijvers is dat ze allebei over een teveel aan fantasie beschikken en spelen met de waarheid.

Het verschil is misschien dat politici voordoen of hun leugen de waarheid is, terwijl schrijvers liever proberen de waarheid voor een leugen aan te merken. Schrijvers onttrekken zich het liefst aan de werkelijkheid door te zeggen dat het verhaal allemaal verzonnen is, terwijl er weldegelijk elementen uit de werkelijkheid zijn ontleend. Politici zijn allergisch voor de leugen, omdat ze zich eerlijk willen voordoen. Maar ze liegen meer dan dat ze de waarheid spreken.

Godfried Bomans beschrijft dat heel treffend als hij zegt dat zijn vader verkiezingspraatjes opende met de bewering dat hij jarig was. Het leverde een mooie binnenkomer op. Hij kon laten zien dat zijn gehoor belangrijk was, al besefte hij ook dat het vieren van zijn geboortedag in het gezin ook heel mooi was.

Dat vader Bomans dit elke avond deed, wist zijn gehoor niet en hij is er ook nooit op betrapt. Het is misschien liegen in de eigenlijke zin van het woord, maar volgens Bomans is het de goede verteller die ‘een nieuwe waarheid schept’.

Onder het kopje ‘liegen’ schrijft Godfried Bomans het volgende over zijn vader:

‘Mijn vader vertelde vaak uit het evangelie en zelfs daar veroorloofde hij zich enige vrijheden. Een daarvan herinner ik mij. De apostelen hadden de gewoonte om in de Hof van Olijven hun namen in de bomen te snijden, hoewel Christus zelf dat niet deed. Eén boom sloegen zij altijd over, zij wisten zelf niet waarom. Alleen Judas Iskarioteh bespeurde die weerzin niet en kerfde zijn letters in het verboden hout. Na de dood van Christus kwamen de elf verslagen in de Hof bijeen en zie, de boom was weg. Zij gingen nu naar het kruis op Golgotha en vonden daarin de letters J.I. gesneden. Ik zie ons nu weer zitten, in de ademloze stilte na die laatste woorden. Alleen een tovernaar kan zoiets bedenken.’ (46/47)

Dat is een nieuwe waarheid scheppen wat goede vertellers en dichters doen. Ik kan mij die beleving als luisteraar goed voorstellen. Ik herinner mij dominees die dit op soortgelijke wijze wisten te doen in een bomvolle kerk. Muisstil waren de toehoorders en de waarheid was er op dat moment. Al klopte er niks van het verhaal, het verhaal was zo goed dat het een beleving werd.

Dictatuur van het stemmen: het potlood

Ik wil mijn stemcomputer terug!

Ik ben het beu om te moeten stemmen met een potlood, geef mij mijn stemcomputer terug. Het stemmen met het potlood, ik kan er maar niet aan wennen. En waarom moet het eigenlijk? Niemand weet het. Het is beter, denkt iedereen. Maar is het echt beter? Ik vind de stemcomputer veel beter. Alsof je met papier niet kunt frauderen.

De eerste kamerverkiezingen waarbij ik mocht stemmen – in 1994, Wim Kok won en het eerste Paarse kabinet werd gevormd – stemde ik op een apparaat. Het was in Veenendaal. We vonden het indrukwekkend om op een knop te drukken, waarna je stem telde.

In plaatsen waar ik na Veenendaal terechtkwam, was de stemcomputer altijd net ingevoerd. Onwennig stonden de oude van dagen te tobben bij de nieuwe computer in Leiden en in Almelo legde ik een man uit hoe het werkte.

Ik had nooit een bezwaar in het stemmen met een stemcomputer. Dat ermee gefraudeerd kon worden, geloofde ik niet. Zeker ook niet omdat de computer langzaam in elke plaats werd ingevoerd en heel Nederland stemde met de computer. Binnen een uur na sluiting van het laatste stembureau was de uitslag bekend. Zeker toen de gemeente Amsterdam als een van de laatste overstapte op de computer.

Ineens trad een actiegroep in de openbaarheid die bepleitte dat het stemmen weer met de hand moest. De stemcomputers van de meeste gemeentes zou af te luisteren zijn. Met een radiofrequentiemeter konden de ‘hackers’ horen welke partij iemand stemde. Het verschil tussen links en rechts zou klinken als het verschil tussen een vioolconcert van Bach of een mix van D.J. Tiësto.

Het sneed niet genoeg hout. Daarna kwam de groep ‘Wij vertrouwen stemcomputers niet‘ met een zwaarder argument: de stemcomputer zou niet te controleren zijn. Mocht de uitslag van een verkiezing worden betwist, dan kon de computer niet een uitdraai maken. Hier had de actiegroep een argument in troef waar weinig tegenin te brengen was. Fraude zou niet te controleren zijn via de stemcomputer. Een papieren stem daarentegen zou beter te controleren zijn.

Politici zijn huiverig voor het in twijfel trekken van verkiezingen. In een democratie zijn verkiezingen gebaseerd op vertrouwen. Het vertrouwen van de kiezer om een anonieme stem te mogen doen op de partij van zijn voorkeur. Hij kan dit doen in volledige vrijheid. Wanneer een uitslag betwijfeld wordt, moet deze altijd na te tellen zijn. Zo stelt de actiegroep die niet genoeg vertrouwen had in de knop.

De stemcomputer verdween op last van toenmalig staatssecretaris Ank Bijleveld in de in de magazijnen van de gemeenten. De laatste stembussen waren de deur uitgegaan en in allerijl moesten voor de aanstaande verkiezingen in 2009 stembussen geregeld worden.

Een maatregel die ons vandaag bij de verkiezingen ook nog in de greep hield. De controle is flink versterkt. Je mag niet meer met je kind in het kieshokje. Je moet het papier op de juiste wijze dubbelvouwen en het kruisje op de juiste wijze inkleuren. Het ouderwetse stemmen is weer helemaal terug om ons vertrouwen vast te houden.

Het heilig geloof dat papier betrouwbaarder is dan de digitale wereld. Het stuit mij tegen de borst. We halen veel meer werk op de hals, controleren ons suf en hebben meerdere check-ups gemaakt. Elke stembureau-medewerker zit met een potlood iets te turven. ‘We tellen alles mevrouw’, hoorde ik een medewerkster zeggen.

Is een tot in de puntjes geregelde controle echt eerlijk? Het lijkt of in iedere stemmer een potentiële fraudeur schuilt. De te ver doorgevoerde controle voelt aan alsof ieder moment iemand losbreekt die even zal rommelen met de stemmen. De zorgvuldig opgestapelde stembiljetten en de vastgeklemde officiële potloden met stompe punten. Eenzaam in een hokje. Alsof mijn stem daardoor niet beïnvloed wordt.

Kun je met een stempapier niet frauderen? En wie zegt dat de tellers niet een keer mistellen? Ik vind het vooral hinderlijk en geloof niet dat stemmen op papier beter controleerbaar is dan stemmen met een computer. Het is anders en zal ook anders gecontroleerd moeten worden.

Geef mij alsjeblieft mijn stemcomputer terug! Ik stem nu onder de dictatuur van de stemcontrole en het papier.

Kiezer gaat u maar rustig slapen tot 2014

Het begint wel een vertrouwd beeld te worden: het stemhokje. Binnen een jaar tijd mocht ik voor de derde keer de school van mijn dochter betreden om een keuze in 1 van de 4 hokjes aan te vinken. Achter de tafel zaten de bekende dames, die voor mij zo vertrouwd beginnen te worden. Eigenlijk heb je helemaal geen paspoort of rijbewijs nodig om je keuze te maken. Ze kennen mij heus nog wel van de vorige keer.

Het riep bij mij wel de vraag op waar ik het allemaal voor deed. Je moet eens in de 4 jaar voor provinciale staten, de gemeenteraad en het Europees parlement. Je geeft ze eens in de 4 jaar een volmacht om voor je rechten op te komen en kan daarna 4 jaar achterover leunen en zien wat er echt gebeurt. Het pluche is verleidelijk en de leuke banen zijn na verkiezingstijd voor het opscheppen. Groenlinkser Liesbeth van Tongeren meende laatst nog dat het beeld van politici als zakkenvullers onterecht was.

Ik geloof eerder dat een uitzondering een regel bevestigt, maar het lijkt steeds lastiger om politici kritisch te volgen en aan te spreken op hun daden. Dan kan ik teleurgesteld zijn als een gekozen parlementslid aan het begin van de vierjarige termijn stopt omdat ze er genoeg van heeft. Hoe kun je zeggen aan het begin van de termijn dat je tijd erop zit? Lees verder Kiezer gaat u maar rustig slapen tot 2014

Dichtersruzie

Ruziezoekers, daar heb ik een hekel aan, maar ik ben gek op ruziemakers. Zeker als ik aan de zijlijn mag toekijken. Het kan een fascinerend schouwspel opleveren en soms wordt het zelfs theater. Als dichters ruzie maken, is het nog mooier. Want dan ineens zijn dichters gewone mensen.

Vanmorgen schreef Ilja Leonard Pfeiffer een boeiende geschiedenis van de Dichter des Vaderlands in NRC.Next. Een grap was het destijds, stelt hij. Alleen heeft de eerste dichter Gerrit Komrij het spel erg serieus gespeeld met een dichtclub en een ernstige gedichten als er een koningskind geboren werd. Met de komst van Driek van Wissen is de lol er helemaal af. De rijmelarij staat in geen enkele verhouding met de hogere dichtkunst die Van Wissen zou moeten vertegenwoordigen. Afschaffen die hap, concludeert Pfeiffer na drieduizend woorden historie.

Van Wissen rijmt op pissen, missen, gissen en vergissen. Dat laatste heeft de organisatie tot op heden vooral gedaan, vindt Pfeiffer. Eerst door op de stemformulieren een open veld met ‘…’ aan te geven en daarna door de uitslag niet prijs te geven aan de openbaarheid. Later is er volgens Pfeiffer juist weer teveel openbaar geworden, de namen van de eerste honderd stemmers, waaronder Pfeiffer die op zichzelf stemt.

Een schertsvertoning is het geworden, vindt Pfeiffer, die graag ook nog speculeert waarom Komrij in 2004 ineens de handdoek in de ring gooide. Een ruzie met Poetry International, gokt de dichter uit Leiden. Dat terwijl Komrij in de zomer van 2005 nog optrad op het Rotterdamse dichtersfestival. Als je vermoord wordt of voor dood verklaard, sta je een halfjaar later niet weer op uit de dood voor een optreden.

Er liepen genoeg andere moordenaars rond om de eerste Dichter des Vaderlands uit te schakelen. Aan kritiek heeft het niet ontbroken. Hij zou zichzelf hebben verlaagd met deze functie en moest er volgens velen onmiddelijk mee stoppen. Nu lijken de kritikasters van toen met een grote hoeveelheid nostalgie te zijn beneveld. Alles beter dan Driek van Wissen, lijken ze te willen zeggen.

Komrij is van zijn kant ook niet stil. Hij schreef een paar weken geleden al een scherp en lang betoog over deze krankzinnige verkiezing. Verkiezingen als deze zijn spannend en zinderend, maar ze hebben met kiezen en democratie niks van doen. Het zijn peilingen die net als het tv-moment van het jaar of de beste reclame van het jaar door een handjevol mensen zijn ingevuld, maar helemaal niks zeggen over een meerderheid. In de minderheid van een vage internetpoll zit namelijk snel een meerderheid.

Genoeg over al die geruchten, Komrij opperde zelf al eens dat het hele literaire circuit uit roddelaars en zwijmelaars bestaat. Dit lijkt aardig te kloppen uit de gekleurde historie van Pfeiffer op te maken. Literatuur is oorlog, om een andere dooddoener de wereld in te schoppen. Of gewoon: het zijn net mensen.

Degene die zich heel stil houdt, is die rijmelaar uit Groningen, Driek van Wissen. In een debat, twee weken terug, heeft hij wel wat geroepen, maar waarschijnlijk zit hij woensdag glimlachend en knikkebollend de kijker een loer te draaien.

Mijlenver

De aandacht voor de Amerikaanse verkiezingen verbaast me wel. Voor vele miljoenen zendt de publieke omroep vannacht de stand van zaken van minuut tot minuut uit, de kranten blijven niet achter. Dat terwijl we geen enkele invloed hebben op de uitslag en het directe effect op ons leven minimaal zal zijn.
In zekere zin drijven de televisiewagens mee op de golf van het Amerikaanse verkiezingscircus. Deels omdat het zo lekker hapklaar wordt voorgeschoteld. De verkiezingen in Rusland, Japan of Suriname krijgen minder aandacht, hooguit een paar minuten in het journaal.
Menig Nederlandse verkiezing, waar het gebrek aan opkomst tergend laag is, zou jaloers zijn op de aandacht en batterij dure presentatoren dat naar de electorale plek des onheils is getrokken. De Europese verkiezingen en de verkiezingen voor de Provinciale Staten zijn niet de minste, maar de verslaglegging in tijd en aandacht is slechts een fractie van wat nu door de prairie trekt. Voor de provinciehuizen in Middelburg of Assen staat hooguit een uitzendkracht. De waterschapverkiezingen worden alleen genoemd in de reclamespotjes rond het journaal.
Misschien is het de ver van mijn bed show die heer en meester is bij deze verkiezingen. Elke keer probeert een presentator die er zelf nauwelijks iets van begrijpt, het kiessysteem uit te leggen. Dan stuit hij op de grap, die de grootste grap van het geheel is, de verkiezingen zijn helemaal geen verkiezingen. Er worden alleen een paar mannetjes aangewezen die in december de nieuwe president kiezen. Een oneerlijker systeem om je leider te kiezen, op een dictator en het koningshuis na, bestaat er niet.
Het verschil tussen de Amerikaanse verkiezingen en een dikke soap is dat de kijkers denken dat dit echt is. De werkelijkheid is echter ver te zoeken, zelfs mijlenver over zee.

Leve de democratie

Blijft een raar idee dat de burgemeester achter gesloten deuren door de gemeenteraad wordt gekozen. Is het kiezen, onderhandelen of verliezen.
Een enorm gefrustreerde fractievoorzitter Ronald Sörensen van Leefbaar Rotterdam. Hij mocht niks zeggen wat zich daarbinnen had afgespeeld, maar zijn gesloten lippen en vurige ogen spraken voor zich.
De democratie verliest hier. Een life-verslag vanuit de Rotterdamse raadszaal, had mij wel wat geleken. Dat politiek niet saai is, was zo bewezen. Wat is leuker dan schermutselende schelmen? Nu blijft het speculeren en krijgt de fantasie de vrije loop.
Nu moet Ahmed Aboutaleb zich bewijzen tegenover een deel van de gemeenteraad. Hij weet straks de namen, de poppetjes en de woorden. De rest van Rotterdam en Nederland moet er nu op wachten.