Categoriearchief: verhaal

Klein Dochteren – IM A.L. Snijders – #ZKV

In de tijd dat ik een baantje had bij een heus museum, reed ik 3 keer per week het stuk van Almelo naar Angelo. Een eind van 80 kilometer, waarbij ik de eerste 25 op de snelweg reed en de rest over 80-kilometerwegen. Langs Lochem, Zutphen en Doesburg om uiteindelijk achter de IJsseldijk in het kasteel bij Angerlo terecht te komen.

Vlak achter Lochem, ligt Klein Dochteren, een bijna niet noemenswaardig plaatsje. Je rijdt dan over de N236 langs een indrukwekkend landhuis uit de jaren ’30. Het schijnt dat daar tegenwoordig een commune in verblijft. En daar in de buurt woont dus de beroemde schrijver van korte verhalen, zeer korte verhalen zoals hij ze noemt: A.L. Snijders.

Niet geweten op de ochtenden dat ik daar reed. Misschien dat hij op enkele honderden meters afstand van mij rondtufte op zijn tractor. Na het houthakken en de kippen voeren. Een ZKV in het hoofd en later aan het papier toevertrouwend terwijl hij door het kleine keukenraampje van zijn boerderijtje naar buiten keek.

“Er rijdt een rood autootje door de ochtendmist. Waar zou hij heen gaan?”

Ons teckeltje verandert in een hongerige wolf – Sientje (13)

We gaven Sientje netjes haar eten en verder niets extra’s. Af en toe kreeg ze een botje. Daar was ze gek op. Dat wisten we al toen we haar ophaalden. Voor het eerst liepen we met Sientje aan de lijn door de tuin van de vorige eigenaar.

Bij de perenboom trok ze heel erg aan de lijn en wilde niet mee. ‘Dat komt omdat daar een botje ligt’, verklaarde de vorige eigenaar. Hij trok haar weg bij het enige strookje groen in de achtertuin.

Ik was in die tijd verslaafd aan stroopwafels. Ik at ze als enige thuis, daarom stond op het tafeltje naast waar ik op de bank zat, het pak met stroopwafels. Bij het drinken van een kopje koffie nam ik dan mijn geliefde shot in de vorm van een stroopwafel. Sientje liet het pak onaangeroerd. Zelfs als we weg waren, stonden daar die stroopwafels. Bij terugkomst wachtte het pak nog netjes op mij en nam ik een stroopwafel bij het kopje koffie.

Later dachten we met smart terug aan deze tijd, waarbij al het eten gewoon kon staan waar het stond. Geen teckel die loerde op iets eetbaars en bij ontdekking het eten direct in een verleden tijdsvorm omzette. Waar ligt de verandering?

We bezochten vrienden in Wormerveer. Daar aangekomen kreeg Sientje ook stukjes kaas en worst van de omstanders, net als de hond van het huis. Ons teckeltje kreeg meer te eten dan ze normaal kreeg in de vorm van de bak met brokken.

Dat was op een zondag. De volgende dag ging ik weer naar Leiden om te gaan werken. ’s Avonds aan de telefoon hoorde ik wat er was voorgevallen. Inge kwam thuis en trof een buitengewoon slome hond aan. Ze lag helemaal stil op de vloer. Alleen het staartje bewoog traag op en neer. Ze lag op haar zij met een hele dikke buik.

Inge ging op onderzoek uit en zag dat het hele pak stroopwafels op het tafeltje aan mijn kant van de bank weg was. Het inpakplastic lag zorgvuldig op de grond naast Sientje. Net als het metalen lipje waarmee de stroopwafels waren afgesloten.

Pas veel later die dag kwam de teckel in beweging. Ze kreeg die dag en de daarop volgende uiteraard geen eten meer. We merkten snel dat ze na de worst en kaas bij die vrienden obsessief speurde naar eten. Als ze de kans kreeg snaaide ze ergens wat. Wij gaven haar niks, maar het hielp niets. Als ik opstond van mijn plaats, moest ik altijd goed kijken of er niets te eten lag. Anders was het bij terugkomst verdwenen. De honger naar eten verergerde toen de dierenarts haar op een dieet zette. Ze was veel te dik geworden vond hij.

Zij vond van niet. Hongerig struinde ze door het huis. Dan wierp de hongerig wolf in teckelformaat de vuilnisbak om, sleurde alles wat eetbaar was naar het witte wollen kleed dat midden in de kamer lag. Zo hebben we de prachtige rode kleuren van tomaat en paprika in het kleed teruggezien. Zo heeft Sientje de gevonden en verslonden macaronieschotel blijvend in het kleed vastgelegd.

Help!

Lees het vervolg: Teckel in studentenhuis, mag dat wel? »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Van wie is die leuke teckel? – Sientje (12)

Met onze teckel Sientje hadden we een enorme pluizenbol in huis gehaald. Haar verblijf in het stro van de schuur gaf haar nog meer een muf en stoffig aanzien. Ze stonk verschrikkelijk terwijl ze door onze kamer liep. Onwennig gaf de vloerbedekking zachtjes terug. Het klonk heel komisch hoe ons nieuwe hondje haar voorzichtige stapjes in huis zette. Elke hoek inspecterend, ruikend alle nieuwe geuren. Daarna stapte ze steeds zekerder rond tot ze alles overnam en bij ons op de bank kroop.

De maandag na de aankoop ging ik met Sientje naar de dierenarts. Hij legde mij met klem op voorlopig niks met haar uit te halen. Niet wassen of trimmen. Even geen grote veranderingen. Ze was al gestresst genoeg. De stress uitte zich in het niet-blaffen. Ze liep zwijgzaam rond. Liet alles over zich heenkomen. We mochten haar oppakken, vasthouden en aaien, maar ze genoot er absoluut niet van. Alles liet ze gebeuren.

Tactiek

De tactiek was duidelijk: als ik nu maar gewoon alles met me laat doen, dan gaat het vanzelf wel over. Ze werkte niet tegen maar vooral niet mee. Als jij dat wil doen, vind ik best. Ik werk alleen niet mee. Het was haar manier om zo weerstand te kunnen bieden tegen vervelende dingen.

Daarom wachtten we eerst enkele weken op een trimbeurt. Eerst probeerden we haar nog voorzichtig te kammen, maar er was geen doorkomen aan in die ragebol van haren die zich om haar lijf had gevormd. Het leek steeds harder te gaan, dus we gingen op zoek naar een trimmer. We sloegen een Gouden gids open, in die tijd de manier om aan adresjes te komen die je zocht.

Trimsalon

We kwamen uit bij een trimsalon verderop aan de Bornsestraat. Het was een aardig eindje voorbij de dierenarts die aan dezelfde straat zat. Iets voor de Chinees aan de brede straat, waar de auto’s in een onophoudelijke stroom raasden. Het was een heel gehannes om het dier daar uit de auto te krijgen. Ik bracht haar die morgen. Inge zou haar weer ophalen, want ik moest werken in Leiden.

Trimster Jeannette was een heel aardige dame. Iemand die duidelijk van honden hield. Iemand van het soort die haar hondjes op alle mogelijke manier vertroetelt en verwent. Ze keek vol bewondering naar de grote teckel waarmee ik binnenkwam. ‘Wat leuk’, zei ze. ‘Mijn hulpje heeft ook een ruwhaar teckel. Maar deze is veel groter.’

Ze ging meteen aan de slag met Sientje. Druk in de weer om het dier weer een beetje aantoonbaar te plukken. Met een beetje weemoed liet ik haar erachter. Straks moest ik de trein in. Inge zou haar later ophalen. Wat zou ze aantreffen? En hoe zou Sientje zich gedragen. Hond zonder opvoeding.

Inge haalde Sientje aan het eind van de middag op als ze uit haar werk kwam. Ik was op dat moment druk aan het werk in Leiden. Inge kwam binnen en keek naar de honden die er op hun baasje wachtten. Er zaten 2 teckels. Goh, wat een leuke teckel is dat, dacht ze bij het hondje dat heel enthousiast stond te kwispelen. ‘Maar dat is Sientje niet’, zei ze toen Jeannette haar die leuke teckel wilde meegeven. Het was haar wel, maar compleet anders.

Kale hond

Toen ik weer terug was, keek ik met verbazing naar de kale hond die door ons huis liep. Ik kon niet geloven dat het Sientje was. Maar dan zag ik dat ze op precies dezelfde manier over de vloer struinde. De poten tjipten over de vloerbedekking die zachtjes teruggaf bij elke stap die ze zette. Wat een beest was het geworden, met een kaal staartje. Het deed zeer als ze tegen je been stond mepte met die staart. Om haar nek hing een lapje van een boerenzakdoek. Wat zag het er geweldig uit die kale teckel.

D’r kop was nog wel iets teveel als een schnauzer geknipt, met te lange plukken naar beneden waardoor haar blik iets te streng was. Maar Jeannette maakte een zorgvuldige studie naar de tekening van ruwhaar teckels. Zo ontstond er meer en meer een mooie standaard ruwhaar teckel.

Steeds mooiere hond

Sientje werd een steeds mooiere hond, met een sprekend uiterlijk. Zo mooi dat de trimster vroeg waar we haar vandaan hadden. We wilden het adres niet geven, want die man verdient het niet om teckels te verkopen. Een klein jaar later liep er ook een klein teckeltje rond bij Jeannette. Ze was ook aangestoken door het teckelvirus. Daar hebben wij een beetje aan mogen bijgedragen door Sientje mee te nemen en door haar te laten trimmen.

Lees het vervolg: Ons teckeltje verandert in een hongerige wolf »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Oorlog met teckel om de bank – Sientje (11)

Meteen nadat onze teckel Sientje in huis kwam, stelden we de eerste regel: geen hond op de bank. Een hond op de bank was smerig, vonden we. Daarom wilden we onder geen beding een hond op de bank zien. De hond uit mijn jeugd had nooit op de bank gemogen. Ik wilde het niet. Zo’n hond die op je plek zit.

Om te voorkomen dat als wij weg waren, Sientje lekker op de bank zou gaan liggen, bouwden we allerlei stellages op de bank. Een paar kratten, dozen, een omgekeerde kruk en allerlei andere middelen werden ingezet om te voorkomen dat Sientje zich een plekje op de bank zou toe-eigenen als wij niet aanwezig waren.

De stellage werd elke keer verder uitgebreid. We ontdekten dat ze steeds wel een manier vond om op de bank te kruipen. Zo waren we elke keer voordat we weggingen bezig een heel kasteel aan te leggen op en rond de bank. Zo probeerden wij te verhinderen dat Sientje zich een plekje op onze bank vond tijdens onze afwezigheid.

Het had weinig zin. Vaak kwamen we thuis en zagen haar liggen. Op een dag waren we thuisgekomen, de bank hadden we kasteel gelaten en we waren gelijk aan de slag gegaan. Inge was aan het koken, ik liet de hond uit en ging bij terugkomst nog wat dingetjes doen.

Over de kook

Het koken verliep niet zoals gepland. Er zat niet genoeg water in de pan en de zuurkool brandde aan. Inge tierde en schold. Ze liep de kamer in en er klonk een enorm gebrul. Ik dacht dat ze helemaal in tranen was uitgebarsten en rende naar haar toe. ‘Wat is er aan de hand.’ Ze lachte. ‘Moet je kijken.’ Sientje lag kwispelend op de bank en keek vanuit een krat ons aan.

Het verzet zag er zo aandoenlijk uit, dat we de strijd opgaven. We hebben verloren, zeiden we tegen elkaar. Vanaf die dag lieten we de bank gewoon zonder obstakels achter. Ook mocht ze lekker tegen ons aankruipen. De bank veranderde in een mand. Net als de stoel waarin de schone was lag die nog gestreken moest worden.

Schone was

Ze sprong op de stoel en nestelde zich heerlijk in de schone was. Met haar pootjes schikte ze de was tot een aangename kuil. Net als in de tijd dat ze het stro in haar Goorse hok schikte tot een warm nestje. Geen groter plezier voor Sientje dan de schone was in het weekend.

Lees het vervolg: Van wie is die leuke teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Geluk in Dronten

Ik moet in Dronten zijn en loop van het station naar mijn afspraak. Het is een bijzonder wijkje waar doorheen ik wandel. De huizen komen uit de jaren ’70, dezelfde kozijnen en gevelplaten als de buurt waarin ik opgegroeid ben. De huizen lijnrecht tegenover elkaar. Als je goed kijkt, kun je zo zien wat je buurman of buurvrouw aan het doen is aan de overkant.

Ik kijk ook naar binnen. Donkere huizen in de voorjaarszon. De kou en het lage licht helpen niet om goed naar binnen te kijken. Mijn ogen hollen achter het licht aan.

ALs ik goed kijk, zie ik bierflesjes op tafel en in de vensterbank staan. Een kerstboom nog opgetuigd, meteen achter het raam, terwijl kerst meer dan een maand voorbij is branden de lampjes nog in de woonkamer. Een huis verderop ook een kerstboom, maar hier alleen de rode slingers in de boom. De ramen zijn vuil, er hangt een zweem van vettigheid die alles wat binnen staat donkerder maakt en lichtjes vervormt.

Bij de buren zijn de gordijnen half dicht. Een groepje jongens drinkt biertjes. Bij het raam zwaait een jongen als ik langsloop. Hij gooit een pijlje in de richting van de muur. En nog 1 en nog 1.

De treurigheid van zo’n buurt. Kansloos. Al in de vroege ochtend aan het bier. Een slinger hangt voor het raam van een ander huis. De lucht is uit de 11 gelopen die in het midden staat. De ramen vervormen alles door de viezigheid op het glas.

Zo is de dag al vervormd voordat de avond begonnen is. De ijzige stilte doet de rest. Af en toe loopt iemand over het fietspad waar ik nu terechtkom. De koude wind en de lege straat houden de kaken stijf op elkaar. Op zoek naar geluk in Dronten.

Hét lot uit de loterij! – Sientje (9)

Die maandag liep ik naar de dierenarts met onze spiksplinternieuwe teckel Sientje. Alleen. Ik was vrij en Inge was vroeg naar haar werk in het basisonderwijs vertrokken. Ik had die ochtend meteen gebeld en kon aan het begin van de middags terecht. Onwennig liepen hond en ik het stukje naar de dierenarts. Uiteraard liet ze de nodige poep onderweg achter. De brokken van Fokker Plus zorgden daar wel voor. Gelukkig droeg ik de eveneens zaterdag aangeschafte poepschep bij me. Zo kon ik de smerigheid gelijk opscheppen.

Die wandeling van nog geen kilometer, wist ze meerdere drollen te produceren. Over het geproduceerde goed legde ik een stuk keukenpapier, waarna de schep openging. De allesverslindende grijper met iets te strak afgestelde veer, klapte net iets te snel en te hard dicht. Het vroeg wat van de kracht en oefening van de fijne motoriek om de drol er goed in te krijgen. Daarna zocht ik een rioolafvoer langs de weg en liet de drol met papier en al erin glijden. Hoge nood, hond in de goot. Of eigenlijk de hondenpoep. Dan hoefde niemand er meer in te trappen.

Ik stapte naar binnen bij de dierenarts en nam plaats in de wachtruimte. Sientje nam rustig plaats. De deur van de behandelkamer ging open en een assistente riep Jip Tienstra. ‘Kom maar binnen Jip.’ Ik had niet gelijk in de gaten dat het om mij ging. ‘Hoi Jip’, zei de assistente toen ik opstond met Sientje. Jip? Jip? En opeens wist ik het en zei: ‘Het is een vergissing. De kat die mijn vriendin vroeger had, heette Jip, maar dit is Sientje.’ Ik mocht de gegevens afgeven. In het dierenpaspoort stond de juiste informatie.

De dierenarts gaf mij een hand en ik mocht de hond op de behandeltafel zetten. Hij bekeek het dier. Sientje staarde nors voor zich uit en liet alles over zich heenkomen. ‘Een echte teckel’, beaamde de dierenarts. Ik vertelde het verhaal, dat we haar zaterdag gekocht hadden uit de krant. Hij keek mij streng aan. ‘Dat is niet verstandig knul’, zei hij. ‘Je weet nooit wat zo’n dier onder de leden heeft.’ ‘Daarom ben ik ook hier’, antwoordde ik.

Daarna onderzocht hij het dier. ‘Laten we eerst kijken of het nummer in het paspoort wel klopt met de hond die we hier voor ons hebben.’ Hij liet een apparaat langs Sientje glijden. Er volgde een piepje. Op de display van het apparaat kwam een nummer te staan. Hetzelfde als het nummer in het paspoort. ‘Dat is in elk geval goed’, zei hij.

‘Ze is loops’, zei hij meteen. Ze maakte verder een redelijk gezonde indruk. De hoektanden waren afgesleten. ‘Misschien heeft ze veel met een balletje gespeeld’, suggereerde hij. ‘De vacht is in slechte conditie.’ Hij bekeek de nagels en zag daarna met kritische blik naar de rest van de hond. Sientje liet alles gebeuren, gaf geen kik. Ze had oormijt, zag hij snel. Daarna knuffelde hij het dier. ‘Maar het is een schatje, zo’n ontzettend lieve hond. Als ik het zo inschat heb je gigantisch geluk gehad. Het lot uit de loterij.’ Daarna keek hij mij streng aan: ‘Maar doe dit nooit meer, beloof me dat.’ Ik knikte.

Hij kon weinig vertellen over de levensverwachting. ‘Ik kan geen enkele inschatting maken. Laten we zeggen dat ze nog een mooie tijd bij jullie mag genieten. Elke dag is meegenomen en geniet ervan.’ Daarna gaf hij het dringende advies voorlopig geen grote halsbrekende toeren met haar uit te halen. ‘Niet wassen of zoiets. Dat levert veel te veel stress op. Laat haar maar rustig wennen.’

Ik liep terug naar huis. Boos omdat de verkoper niet gezegd had dat ze loops was. Ook omdat de dierenarts het onverantwoord had gevonden. Tegelijkertijd had hij het ‘een lot uit de loterij’ genoemd. We hadden enorm geluk gehad, vond hij. Maar we hadden ons ook heel veel ellende op de hals kunnen halen. Je wist niet wat het beest onder de leden had. ‘Geef het een leuk leven en als dat tien jaar is, is dat tien jaar. Is het een jaar, dan is het een jaar.’ Hij gaf wel de hint dat het laatste een grotere kans was dan het eerste.

Die avond belde ik boos naar de oude eigenaar. ‘Ze is loops’, zei ik. ‘Dat kan ik niet helpen’, antwoordde hij stoïcijns. ‘Het is een teefje en die worden loops. De andere teckel in het hok waarmee ze zat, Winnie, is vandaag ook loops geworden. Dus het kan goed kloppen. Ze worden meestal tegelijk loops.’

Ik zag weer voor mij hoe Winnie op de kop van Sientje stond. Ze kwispelde de staart bijna los, zo hard ging hij heen en weer. Ik wist niet of ik die teckel wel mee zou hebben genomen. Feit was dat wij een zeer lieve teckel hadden en dat daar geen woord van gelogen was. We konden dus weinig beginnen. We wilden ook niks beginnen, veel te blij met deze aankoop. Want 1 ding was zeker: we wilden Sientje nooit meer kwijt. We hadden het lot uit de loterij getrokken.

Lees het vervolg: Een teckel die niet blaft »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Tweedehands bench – Sientje (7)

Sientje liep een beetje onwennig door de kamer. Inge zocht de krant. Ze pakte hem en bladerde: ‘Kijk, hier staat het: een tweedehands bench voor 60 euro. Misschien hebben ze hem nog.’ Ze draaide het nummer, maar er werd niet opgenomen. Ze ging het over een halfuurtje nog een keer proberen. Wie weet was hij er nog.

Sientje bleef rondjes lopen, om de tafel. Onwennig en onrustig. Ze verkende het hele terrein, liep langs de bank en stak over in de richting van de televisie. Uitvoerig stond ze stil bij de stoel en snoof daar uitgebreid een stukje vloerbedekking op.

Ze liep nog iets verder tot vlak voor de televisie die Inge net had aangezet. Ze schoof haar achterpoten naar voren, kromde de rug. ‘Gaat ze nou plassen?’ vroeg ik. Ik had haar net op het strookje gras bij de voordeur proberen uit te laten. Ze had niks gedaan. Ze schoof nu nog iets meer de achterpoten naar voren en perste duidelijk. Daar verscheen een drol. Precies op dat moment ging de telefoon.

De mevrouw van de bench belde terug. Ze had ons nummer gezien via de nummerherkenning. De bench was er nog en als we wilden konden we hem nu komen halen. Inge maakte zich gereed om te vertrekken, terwijl ik met een lepel de drol van de vloerbedekking probeerde los te maken.

Hij was zacht en het poepvocht trok al in de vloerbedekking. De lucht die de drol verspreidde, was onverdraaglijk. Naast het feit dat de hond zelf ook behoorlijk smerig was. Als je op haar vacht tikte met je hand, vloog het stof omhoog van het hooi waarin het dier gelegen had.

Inge pakte snel haar biezen en ik bleef met Sientje achter. Ik probeerde haar nog uit te laten voor het donker werd. De avond viel en ik wachtte tot Inge terug zou komen. Het was vlakbij Haaksbergen, dacht Inge. Ze zou met een uurtje weer terug zijn, dacht ze. Het liep al over een uur en ze was er nog steeds niet. Ik werd ongerust. Ik gaf het dier maar wat te eten, de Fokker Plus brokken. Verder wat water erbij. Sientje at haar eten op en was doodstil.

Pas na 2 uur kwam Inge terug met de enorme bench in de auto. Of ik even mee wilde helpen het gevaarte naar binnen te halen. ‘Het was vlakbij Goor’, antwoordde ze op mijn vraag waarom het zo lang duurde. ‘Bij Diepenheim.’ De bench ging naar binnen. We puzzelden hoe hij precies in elkaar gezet moest worden en legden er een kleedje uit de auto in. We konden zo snel niks anders vinden. Sientje liep naar het nieuwe gevaarte en stapte erin. Dit was haar nieuwe huisje.

Boven het deurtje plakten we een stickertje, gekregen bij de worst van Stegeman. ‘I Love My Boss’, stond erop.

Lees het vervolg: Wat! Een teckel? »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Nala(tig) – Onze teckel Sientje (6)

Daar zat ik achterin de auto met onze nieuwe aanwinst: een heuse teckel van 4 jaar! De hond ging naast mij liggen. Ik aaide het dier over de wollige vacht. Het voelde zacht aan.

Op de stamboom en in het dierenpaspoort stond haar naam: Nala van het Reggestadje. Nog voor Inge de sleutel in het contact stopte, besloten we dat we haar niet zouden aanspreken met deze naam.

‘Wie noemt zijn dier nou Nala’, zei ik. ‘Waarschijnlijk moest hij dit nestje een naam beginnend met een N geven en bedacht hij dit maar…’

We reden Goor uit om over de 100 kilometerweg naar de snelweg te rijden. Voor 100 euro waren we de trotse bezitters geworden van een heuse teckel. 4 jaar oud was het dier. We sloegen snel aan het rekenen. Kwam het nu wel uit om een teckel te kopen?

Ik was de eerste dagen van de week vrij van mijn werk in Leiden. Dan zou ik een begin maken met de heropvoeding en zat ze niet meteen helemaal alleen thuis.

Ik voelde me onwijs trots daar zo op die achterbank van de auto. Vroeger hadden we thuis ook een hond gehad, Blekkie. Dat was de huishond. We deelden het dier met z’n vijven. Al liep ik het meeste met het beest toen ik nog thuis woonde. Elke ochtend voor het ontbijt en in de middag reed ik er een rondje mee naast de fiets. Mijn vader sloot de dag af en liet hem voor het slapen gaan nog even uit.

Nu voelde het heel anders, dit was de eerste hond die echt van ons was. Het was onze eerste gezamenlijke aankoop. Achterin de auto lagen de nieuwe spullen. We reden de snelweg op. Inge maakte vaart. De hond kroop steeds dichter tegen mij aan. Ik voelde hoe het koppie zich op mijn bovenbenen neervlijde. Het hele lijf drukte tegen mij aan.

Ze keek me even aan. Wij gaan het maken samen, leken de ogen te spreken. Daarna streelde ik haar over de rug. ‘We noemen haar gewoon Sientje’, zei ik. Ik liet de naam nog een paar keer uit mijn mond gaan. Inge keek in de achteruitkijkspiegel. ‘Ze zal er vanzelf aan wennen. Zeker als wij er consequent in zijn en de oude naam niet meer gebruiken.’

We dachten verder na. Er zou nu ook snel een bench in huis moeten komen. Waar zouden we die zo gauw vandaan halen. ‘Volgens mij zag ik er eentje in de krant staan’, zei Inge. ‘Misschien is die er nog wel.’

Gelijk maar bellen als we thuiskomen. We naderden het einde van de snelweg en reden Almelo binnen. Wat spannend, we waren er bijna. Hoe zou Sientje reageren in huis? Tot nog toe was ze stilletjes en dicht tegen mij aangekropen. Ademde rustig en keek stuurs voor zich uit. Ze liet het maar over zich heenkomen.

Het lopen vanuit de auto het huis in, was nog best wennen. Ze liep niet zo goed mee en wist de richting niet aan te houden. Onzeker slingerde ze achter mij aan. De drempel van de deur stapte ze weifelend over. De deur achter ons dicht, mocht ze los. Ze liep over de vloerbedekking. Elke stap klonk gedempt terug.

De naam Nala zou voor ons het eerste deel van het woord NALAtig worden. We konden niet beter verzinnen waarom het dier zo heette. Bovendien zou ik 2 dagen later bij de dierenarts ontdekken dat de conditie van het dier maar magertjes was.

Pas jaren later ontdekten we waar de naam Nala vandaan kwam. Bij het kijken van de tekenfilm The Lion King, hoorden we de naam vallen. Nala is het vriendinnetje van Simba. Later als Simba de leeuwenkoning wordt, trouwt hij met haar en wordt zij daarmee de leeuwenkoningin. In de tijd dat Sientje geboren werd in 1998, was The Lion King een kaskraker.

Een mooi verhaal maar niet voor de teckel met de lange wimpers die wij adopteerden. Daar paste de naam Sientje stukken beter bij.

En dat vind ik nog steeds.

Lees verder: Tweedehands bench »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Roze bril – Sientje (4)

We zouden dat weekend eigenlijk naar Maastricht afreizen. Het zesde deel van de orgelencyclopedie verscheen en werd gepresenteerd met een heus concert in de Sint Servaas. We wilden er meteen een weekendje weg van maken. Een hotelletje met bijbehorende overnachting, zouden we gaan regelen.

Een paar dagen voor vertrek kreeg Inge spit. Het schoot haar in de rug en ze was niet meer in beweging te krijgen. De urenlange reis in de auto zou haar te zwaar vallen. Daarom gingen we niet.

Die zaterdag zaten we niet bij het concert, maar met de krant op schoot op zoek naar mogelijke banen. Geen enkele baan voor mij. Daarom keek ik verder op een plek waar ik helemaal niet hoorde te kijken. Daar zag ik het staan: ‘Goed tehuis gezocht voor zeer lieve teckel’. De tekst greep ons aan. Dat was iets voor ons. We zochten een teckel. En een lieve teckel was helemaal welkom.

Een weekend eerder waren we helemaal de verjaardag van onze zwager vergeten. De hele avond hadden we op internet gezocht naar informatie over ruwhaar teckels. Boos belde iemand om negen uur ’s avonds aan. Het was mijn schoonzusje. Zij was mam maar gaan halen, omdat ze op zat te wachten. De telefoon was de hele tijd bezet. We waren de hele verjaardag vergeten. Loes nam mam nu wel mee.

Zo vertrokken we naar Goor. Inge met haar zere rug. Ook haar been deed zeer. Zij achter het stuur; ik had geen rijbewijs. Als ze voorzichtig deed kon ze het halfuur wel naar Goor rijden. We reden de bocht in naar de snelweg. ‘Hoe zullen we haar noemen als ze een verschrikkelijke naam heeft?’ vroeg ik.

We lieten wat namen langskomen. Truus, Marie of Takkie. ‘Nee, Sientje’, zei Inge. ‘Sientje is een mooie naam.’ We reden de scherpe bocht in naar de A1. Ik liet de naam even over mijn tong rollen alsof ik een slokje wijn proefde. ‘Sientje, Sientje.’ Dacht nog even na. ‘Ja, Sientje is een mooie naam’, herhaalde Inge. ‘Ik had een tante die Sientje heette.’ Dan bedacht ik mij. ‘Wat als ze al een hele mooie naam heeft.’

We wisten ook wel dat we de hond kochten door er te gaan kijken. Je ziet dan alles door een roze bril. Dezelfde verliefde bril als waarmee wij van elkaar aankeken. Ook wij wisten best dat we bij onze eerste ontmoeting verkocht waren. Er waren al zoveel bijzondere en persoonlijke mailtjes verstuurd. Het kon niet meer misgaan. We zouden aan elkaar kleven. Dat wisten wij ook wel.

Nu reden we naar Goor en beseften dat we straks met een teckel op de achterbank naar huis zouden rijden. Kijken = kopen, had ik gezegd op het moment dat ze de verkoper belde. Oké, er waren bepaalde dingen niet in de haak. Het dier was nooit in huis geweest en had in de schuur achter het huis geleefd. Daar was ze voor de fok om de eigenaar van mooie nieuwe teckeltjes te voorzien. Ze was net 4 jaar. Blijkbaar te oud voor nog een nestje.

We kwamen er aan, parkeerden wat verderop bij een verzorgingstehuis en belden er aan. Een teckel stond afgebeeld op het naambordje. Binnen geblaf van een teckel. We mochten achterom. Onderwijl vertelde de fokker over de hond. Hij deed haar weg, want ze had genoeg nestjes gehad. Hoeveel vertelde hij niet.

We liepen naar de grote schuur achter het huis. In de eerste bak zaten kleine ruwhaarteckels. ‘Dat is de jachtlijn’, vertelde hij. Daar ging hij geregeld mee het bos in. Een hok verder zaten 2 grote teckels. Een hele enthousiaste teckel sprong van blijdschap alle kanten op. Stond zelfs op het hoofd van de andere teckel. De andere teckel bleef rustig staan, al roerde de staart ook alle kanten op.

De hond die bovenop de andere stond, was het niet. Dat was Winnie, een teefje dat hij niet te koop aanbood. De onderste, dat was ze. Een enorme hond. We staarden met grote ogen in de bak. Hij haalde haar eruit. We konden haar even goed bekijken. Inderdaad, hij wilde er honderd euro voor hebben. Een schijntje voor zo’n hond, verzekerde hij. Bij hem gingen puppies voor een veelvoud van dat bedrag weg.

We moesten er rekening mee houden dat het dier niet zindelijk was en nog nooit in een huis had gewoond. Hij drukte haar stamboom onder onze neus. Nala van het Reggestadje stond erop, geboren op 17 januari 1998. Ze was een paar dagen eerder 4 jaar oud geworden.

We keken elkaar snel in de ogen. ‘Ja, we nemen haar’, zeiden we. De honderd euro was een koopje, beseften we ook. We hadden de honden eerder voor 1100 gulden te koop zien staan. We waren druk aan het rekenen, maar beseften niet hoeveel geld 100 euro eigenlijk was. Het voelde in elk geval niet zoveel het bedrag later zou aanvoelen. Daarvoor was de nieuwe munt nog te nieuw.

‘We nemen haar. Alleen hebben we nog geen geld.’ Ik keek op mijn horloge. ‘En we hebben nog niks voor een hond in huis.’ ‘De dierenwinkel in het dorp is tot 4 uur open’, zei de fokker. Nog iets meer dan een uurtje. Als we opschoten, konden we alles die middag nog afhandelen. Ook het laatste obstakel hadden we bijna overwonnen.

Lees het vervolg: Teckelsnoetjes »

Lees elke zondag een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Blokje om

De ideeën zijn op en het schrijven loopt vast. Het wondermiddeltje in Almere is een blokje om op de fiets. En het avontuur houdt niet op als de avond valt. In het donker zie je veel meer dan je ziet. Het gordijn zit dicht, maar achter het gordijn gebeurt meer dan je denkt. Goed je oren open en je ziet opeens heel veel in het donker.

De duisternis is heel dichtbij in Almere. Daar hoef je niet lang voor op pad. Stap op een winteravond maar op je fiets en je waant je zo in de onbewoonde wereld. Je voelt je ontdekkingsreiziger en avontuur op nog geen kwartiertje fietsen van huis.

De duisternis trekt mij op deze winteravond uit de drukte van de stad. Als ik de busbaan oversteek, schrik ik best van het donker. Waar zit de bocht in het fietspad? Het lampje dat als een mijnwerkerslampje vastgeklemd zit aan mijn hoofd schijnt over het pad. Daar zit de bocht. Ik fiets iets langzamer onder de snelweg door over het fietspad langs het kasteel.

Best donker nog. De hemel boven mij is helder, maar de maan is er nog niet. Boven mij schijnt Venus als een kingsize ster. Het is onvoldoende om het donkere pad te verlichten. Er ritselt iets achter het hek. Het bos is hier onlangs uitgedund. Bij de snelweg is het helemaal kaal, het verkeer raast in een lichtmuur achter mij, maar de open plekken in het bos zijn bijna niet te zien. Het duister schrokt alles op.

Het bruggetje over, daar begint het kronkelpad. Het is koud. De bril beslaat bij elke ademstoot. Het lampje dat aan mijn hoofd zit vastgeklemd, schijnt vooruit. Niet veel meer dan een paar meter door de nachtelijke nevel. Het pad is bochtig. Iets vliegt weg boven mijn hoofd. Het klapwieken van vleugels.

Als ik over de open vlakte midden in het bos fiets, zie ik twee kleine lampjes midden op het veld terugschijnen. Zijn het reeënogen die mij terugkijken? De duisternis verklapt het niet. Ik moet door en zie nevel door mijn beslagen brillenglazen. Nog een paar bochten.

Ik hoor de weg al razen, zie de lichten tussen het kale bos schieten. Verder ben ik alleen. Ik kruis een bospad. Verderop nog een keer. Tot ik de straatlantaarns weer zie en het tunneltje neemt. Alweer rijd ik het donker in.

Gek idee dat de stad zo dichtbij, aan mijn voeten ligt. Ik fiets midden door het donkere woud, overal is natuur. Maar een klein stukje verder rijd ik zo weer de bewoonde wereld in. Hoe je maar een klein blokje om hoeft te rijden om je helemaal buiten te voelen. De reeënogen aan te kijken en de uilen te horen opfladderen. Een belevenis, zo dicht bij huis.

Terug langs de andere route. Het blokje om nadert het beginpunt. Een echt rondje door de duisternis van Almere is bijna compleet. Een eenzame brommer tuft over het pad. Een buidel licht om zich heen. Terwijl ik doortrap de duisternis uit, weer langs het kasteel, de lichtkolom van de snelweg tegemoet. Hoe snel je het avontuur dat je begonnen bent, weer achter je laat alsof je een boek weer sluit om morgen weer verder te lezen.

En dan alles opschrijven zodat de ervaring nog mooier wordt dan ze al is. Bij het schrijven speelt het verhaal zich weer voor je ogen af. In het donker, met de kou en de geluiden in je hoofd. Het maakt de belevenis compleet. De inspiratie is weer teruggekeerd in mijzelf.

Verhaal ingezonden voor de schrijfwedstrijd: Ultrakort verhaal gezocht van Literair Festival Schrijversblock Almere.