Categoriearchief: varkens

Chinese beestjes

wormen kruipen uit bedorven varkenssate van afhaalchineesDe Chinees was zondag heerlijk geweest. De saté heerlijk mals. Al was het niet de kipsaté die we eigenlijk, wilden maar varkenssaté. We hadden de borden volgeschept en helemaal leeggegeten.

Meestal had je al spijt van de afhaalchinees als je de eerste hap naar binnen werkte. Nu smaakte het zelfs nadat het bord leeggeschraapt was, nog goed. Niet die overtollige ve-tsin, maar een heerlijke nasmaak. Wat was dat heerlijk geweest.

Die maandag zou het vervolgdeel komen. Deze Chinees stond er bij ons om bekend dat ze ook de dag na het afhalen nog heerlijk was. De witte bakjes gingen de magnetron in. ‘Kijk ze passen er allemaal tegelijk in’, zei ze nog trots. De boel draaide terwijl zij de tuin in gingen voor de sla.

Het apparaat piepte dat het klaar was. De deur van de magnetron ging open. Het bleef even stil. ‘We gaan vanavond geen Chinees eten.’ Ze deinsde naar achteren. ‘Wat is er dan?’ ‘Kom dan kijken. Dit wil jij niet eten.’

Hij liep naar het apparaat en keek in de bak. ‘Wormen‘, zei ze. ‘Er komen wormen uit de saté.’ Aandachtig keek hij in de bruine smurrie en zag hoe kleine beestjes eruit krioelden. ‘Dat hoef jij ook niet’, zei ze er overbodig bij.

Hij keek nog eens aandachtig naar de huidkleurige beestjes die door het bruine landschap kropen. Hadden ze dit gisteren gegeten, dacht hij. Hij voelde hoe bij zijn keel een luikje dichtging. De rest van de avond kreeg hij geen hap meer door zijn keel. Net als de rest van de familie.

Varkensgeluk

Ze zijn dan ouder, ze drentelen nog altijd om mij heen. Vandaag mochten we even naar buiten en daar liep de menigte al onder mij door. Sabbelend aan mijn tepels. Ik kan geen stap verzetten of daar zijn ze. Ik onderga het allemaal gelaten. Het hoort erbij. Dat weet ik.

Het roept vertedering op. De aanblik van het kleine grut. Niet elk varken heeft 6 van die schavuiten om zich heen ravotten. Ze rennen voor je uit, om je heen en onder je door. Zo op die korte pootjes lijkt het nog sneller te gaan dan het eigenlijk gaat. Ik laat me er niet door afleiden en trek mijn eigen plan.

Soms dwaalt er eentje af. Daar kan ik niet tegen. Dan knor ik net zo lang tot ze weer mijn richting uitlopen. Een hoge knor van ver is voor mij niet genoeg. Ze moeten echt komen. En anders dan word ik kwaad. Dat weten ze ook.

Als ik dan zo genoegzaam in het gras dwaal met mijn neus. Af en toe iets eetbaars omhoog trek uit het hoge gras. En lekker rond mij knor. Dan merk ik dat ik ergens geniet van het moederschap. De aandacht, de aaien en het geknabbel aan mijn tepels. Als de zomer mij nog trakteert op een extra zonnestraal op mijn rug. Dan voel ik mij best gelukkig.

Big

biggetjes van het Kunekune varken
Kunekune biggetjes in het Den Uylpark Almere

Ik wankel door het enorme hok waarin ik beland ben. Mama ligt rustig. Haar huid trilt van de vliegen die rond haar zwermen. Dan schiet haar poot tegen mijn broertje die zich achter haar achterpoot heeft verstopt. Hij heeft er weinig last van.

We liggen bovenop mijn zusje. Ze beweegt zich amper. De lichte en donkere vlekken van haar vallen wel op. Ze stond laatst op en wankelde in de richting van een tepel. Wij waren allang uitgedronken en ronkten weer in een bundeltje op, onder en naast elkaar. Ze waggelde als een dronken cafébezoeker door de nacht. Op zoek naar de laatste kroeg die nog open is. Mijn zusje zocht een tepel. De oogjes nog dichtgeknepen van de slaap.

Misschien is ze nog halfblind. Zo lang zijn we nog op deze wereld. Haar mondje hapt steeds verkeerd en grijpt in een buidel haren. Ze hapt, zuigt, zoekt, hapt en zuigt weer. Ik kan niet zien of ze beet heeft. Wel druk ik even mijn snuit in haar achterste. Je bent de gangmaker of je bent het niet. Ik moet wel even laten weten dat ik hier de gangmaker ben.

Verder is het rustig in het stro. Mijn moeder knort soms knorrig in mijn richting. Ik dwaal dan teveel af. Ik vind het wel leuk om even de ruimte te verkennen. Dan voel ik mij het grote varken in het hok. De pootjes stappen nog wankel op het stro. Maar de val is zacht en ik sta weer snel overeind.

Dan buigt weer een mensenhoofd over ons. Zo’n snoezig gezicht die verbaasde hoofden die enthousiaste kreetjes loslaten. Soms graait een hand over het hek. Ze proberen je dan aan te halen, maar dat wil mijn moeder niet hebben. We zijn van haar en daar moet iedereen van afblijven. Dan loop ik brutaal weg. Net zolang dat de knorrige knor weer klinkt. Terugkomen.

Kunekune varkens Dierenweide worden groot

Een kunekune biggetje in dierenweide Den Uylpark Almere

Kleine varkens worden groot en in de Dierenweide in het Den Uylpark van Almere gaat het heel hard met de kunekune varkenfamilie. Het aantal aanwezige biggetjes is teruggegaan van 8 naar 6. Er zijn al 2 biggetjes verkocht, concludeer ik. Ook de ouders Bertje en Sandra waren niet aanwezig.

De 6 kleine kunekune varkens doen terugdenken hoe vorig jaar Sandra in het weiland stond als biggetje. Klein en wankel op de benen. Een jaar later zette ze samen met Bertje dit kroost op de wereld. We zijn er weer even bij gaan zitten in de varkenswei. De biggetjes leren goed hoe ze moeten wroeten in de aarde. Ze genoten zichtbaar van de warme voorjaarszon en renden enthousiast op ons af. Lees verder Kunekune varkens Dierenweide worden groot

Varkensgriep

Ineens heeft iedereen het: de varkensgriep. Van Mexico naar de Verenigde Staten, naar Spanje, Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittanië. Hij komt iedere dag dichterbij. Vandaag of morgen schokt het bericht dat hij in Etten-Leur of in Gorsel, of gewoon in Amsterdam. Of het een pandemie is, durft niemand te beweren.

De media zijn er zo van vervuld dat de hele crisis en recessie vergeten zijn.

Bertje

We gingen vanmiddag eventjes naar de kinderboerderij. Het dreigt een heus ritueel te worden op de zondagmiddag, als we in Almere zijn. In het weitje voor het futuristische gebouw lopen opeens twee varkentjes en ook de moedergeit van een kroost van vier.

Als ik met Doris binnen in het futurisme kijk op het bord van de varkentjes staat er een verrassing. Bertje verblijft hier. Waarom, ik weet het niet, maar Bertje is erbij gekomen. Hij schuurde buiten zijn huid tegen het houten hek. Blijkbaar won de jeuk het van de schaamte. Ik krijg zelf altijd gigantische jeuk op mijn rug als ik een dier zoiets zie doen.

Vrijdag fietsten Inge en ik terug van de kringloop, koffieloos naar huis. Onderweg zag ik ineens dat in het hok van Bertje, een ander varkentje verbleef. ‘Bertje is weg’, verzuchtte ik terwijl ik nog een keertje omkeek en het donkere hangbuikzwijntje zijn snuit tevreden tegen de bal zag duwen.

Bertje was inderdaad weg en hij is dichterbij gekomen.