Categoriearchief: vader

As in tas

image

Jelle Brandt Corstius is zijn vader Hugo verloren. Na het overlijden van zijn vader blijft een project door zijn hoofd spoken: fietsen naar de Middellandse Zee en zijn vader moet mee. Een paar maanden na de crematie haalt hij een deel van de as op en vertrekt op de fiets naar de Middellandse Zee.

Het verslag van deze bijzondere fietstocht vol herinneringen is beland in het boekje: As in tas. Jelle maakte 1 of 2 keer per jaar een fietstocht met zijn vader. Het moeten er een stuk of 20 zijn geweest, stelt hij in zijn dagboek:

Ze waren allemaal hetzelfde, maar dat gaf niet. We stapten uit bij bij een of ander treinstation in Nederland en dan begonnen we zonder enig plan te fietsen, mijn vader altijd net iets harder dan ik fijn vond. Als er een stoplicht op rood stond, bijvoorbeeld bij een drukke provinciale weg, fietste hij gewoon door, ook als er net een auto aankwam. (38)

Als het licht op groen stond, was zijn vader helemaal uit zicht. Het kostte Jelle zeker 10 minuten voor hij zijn vader weer inhaalde.

De herinneringen aan zijn vader zijn de mooiste aantekeningen die Jelle Brandt Corstius maakt bij zijn de fietsrit door Nederland, Belgi, Luxemburg en Frankrijk. De verhalen over het behalen van de P.C. Hooftprijs die minister Elco Brinkman niet wil uitreiken. Als vader Brandt Corstius uiteindelijk 2 jaar later de prijs toch krijgt, gaan ze ervan op vakantie naar Curacau en wordt de prijs zelf als deurstop gebruikt.

De herinneringen wisselt Jelle Brandt Corstius met de ontberingen onderweg. Zo moet hij in Limburg het douchewater opvangen zodat hij het later kan gebruiken om het toilet mee te spoelen. Of hij eet bij een Chinees restaurant dat eigenlijk een bordeel is. Hij beseft het pas als hij naar het toilet is geweest, dat een badkamer is.

Ook beheerst Jelle Brandt Corstius het spel met de taal, zoals bij de opmerking ‘Pirelli’ die zijn vader maakt als hij het niet weet. Het keert prachtig terug om aan te duiden dat hij alles heeft gevraagd aan zijn vader wat hij wilde vragen:

Soms gaf hij antwoord, soms zei hij ‘Pirelli’. (141)

En dat is As in tas vooral, een prachtig requiem voor zijn vader. Hij verstrooit de as in de Middellandse Zee. De reis vol herinneringen waarbij Jelle Brandt Corstius met veel liefde over zijn vader spreekt. De bijzondere band die hij had met zijn vader. Zijn moeder stierf toen hij nog peuter was. Zijn vader moest hem en zijn 2 zussen alleen opvoeden. Dat terwijl vader Hugo eigenlijk helemaal geen kinderen wilde.

Zijn vader is behoorlijk afwezig bij de opvoeding, vertelt Jelle Brandt Corstius. Zo zijn hij en zijn zussen op een dag weglopen. Aangekomen bij de RAI keren ze toch om en komen na 2 uur weer thuis. Hun vader heeft al die tijd niks gemerkt. Hij zat boven in zijn kamer.

Het zijn prachtige verhalen die de reis kleur geven, maar die vooral aan de basis staan van zijn identiteit. Hij is gehard door de opvoeding waarbij hij misschien niet alle aandacht en liefde kreeg, maar die hem gevormd heeft tot wie hij is.

Soms mocht hij even in het bijzondere universum van zijn vader kijken, maar zijn vader betrad zijn wereld nooit. Dat maakt Jelle Brandt Corstius ruimschoots goed in As in tas. Hij gunt de lezer een kijkje in zijn wereld en zijn verwerking van het verlies van zijn vader. Genoeg van de eenzaamheid, keert de zoon weer huiswaarts, los van de as maar met de herinneringen en Hugo-verhalen bij zich.

Jelle Brandt Corstius: As in tas. Das Mag Uitgevers, 2016. ISBN: 978 90 824 1063 1. 150 pagina’s. Prijs: € 14,95. Bestel

Vissers (2)

image

De vis ligt nog altijd doodstil in het net. Maar als de jongen zijn 2 handen onder het dier geschoven heeft, slaat de snoekbaars zich ineens omhoog. Hij laat de vis geschrokken los. ‘Pak hem nou in de nek’, roept zijn vader. ‘Hier hou vast.’ ‘Maar ik durf niet,’ zucht de jongen. Hij wappert met zijn armen. Zijn vader loopt naar het net en pakt het beet.

Plotseling werpt de grote snoek zich omhoog en valt half met het vangnet in het water. De vader laat het net in het water zakken en gebaart naar de zoon. De vis maakt opnieuw een zwembeweging en hapt zich vast in het net. ‘Verdomme’, roept de vader en werpt zijn sigaret in het water. ‘Hij zit vast.’

Hij hijst het net aan de waterkant. Zijn zoon staat er zwijgzaam bij. Het dier ligt doodstil en vader hannest met het net. Als hij het dier losheeft, houdt hij het trots omhoog. ‘Hier, zo moet het.’ De jongen pakt het mobieltje en klikt voor de foto. De snoek beweegt niet meer. Hij geeft zich gewonnen.

Dan buigt de vader met het dier naar het water en laat de grote snoek in het water zakken. Het zwemt traag weg met brede slagen. Hij is uitgeput van het gevecht en verblijf op de waterkant. Vader haalt het pakje sigaretten uit zijn zak en vist er eentje uit. Hij steekt de peuk aan en loopt met het vangnet naar de brug.

De jongen werpt de hengel weer in het water terwijl zijn vader het net staat te repareren tegen het brughoofd. Af en toe glijft er een rookpluim tussen zijn lippen. Dan mompelt hij iets en wringt zijn vingers tussen de fijne mazen van het net.

In het water verderop lijkt iets te plonsen, bewustgeworden van zijn vrijheid. Het leven gaat verder, maar dat hoeven de vissers niet te weten.

Vissers (1)

image

De hengel maakt een parabool in de richting van het water. Aan de andere kant hangt vader die in gevecht is met een reuzenvis. Zijn zoon laat het werpnet onhandig in het water vallen en trekt het er weer uit. Het valt vrijwel meteen weer in het water met een plons.

De vis trekt hevig aan het koord. De vader sjort met kracht aan de hengel. Tussen zijn lippen houdt hij een peuk vastgeklemd. Hij roept wat naar de jongen. Het net om de grote vis omhoog te halen valt weer met een plons in het water. De vader scheldt iets. ‘Kom, hou dat ding hieronder man.’

Langzaam komt er een bek omhoog. Het dier vecht voor zijn leven en trekt zich weer naar beneden. Hij houdt iets groens in zijn bek. Het zal wel het aas zijn. De vis hapt nog een keer en trekt uit alle macht aan het koord. De hengel blijft in een kromme boog staan.

Dan heeft de jongen beet. Hij laat het net onder de vis door gaan. ‘Kom op omhoog’, roept zijn vader. De sigarettenrook dwarrelt met zijn stem mee. De snoek aan de hengel probeert nog door te vechten, maar het lukt niet meer. Uitgeput laat hij zich optillen, geeft nog een paar slagen, maar het gaat niet. Hij kan niet meer.

De jongen moet het net met de snoek omhoog zien te krijgen. Zijn vader roept iets en onhandig plonst het net weer in het water. De snoek beweegt niet meer. Het sterke dier lijkt wel dood. De kracht is er helemaal uit. De vader mompelt iets. Zijn lippen houdt hij teveel op elkaar geklemd om de sigaret niet te verliezen.

Dan pakt hij geërgerd het vangnet en hijst het dier op de waterkant. ‘En nou pakken’, zegt hij. De zoon loopt onhandig naar het net. ‘Nee, met handschoenen aan.’ ‘En we moeten hem op de foto zetten’, zegt de jongen. Hij stapt naar de kist iets verderop en trekt de handschoenen aan.

‘Pak hem beet’, roep zijn vader. ‘Maar hoe?’ vraagt de jongen. ‘Gewoon van onderen.’ De jongen buigt naar voren. Angstig dat de doodstille vis zich ineens in beweging zet. Hij duwt een hand onder de enorme vis. ‘Pak hem in zijn nek’, roept zijn vader. Hij houdt de hengel nog altijd vast maar houdt zijn mobieltje in de aanslag voor de foto.

Lees morgen het vervolg: Vissers (2)

Kunstenaar

wpid-20150425_140547.jpgDe roadnovel Remington van Bert Natter is vooral een kunstenaarsroman. In het boek trekt de verteller de vergelijking tussen zijn kunstenaarsschap en de gedichten die zijn vader schrijft.

In de gesprekken onderweg gaat het vaak over kunst. De vader van de verteller is een bekende dichter. Hij geldt zelfs als een belangrijke naam in de Nederlandse literatuur. Welke naam dat is, blijft achterwege.

Zelf kunstenaar

De verteller is zelf kunstenaar. Hij maakt installaties. Als zijn vader na de dood van zijn vrouw geen gedichten meer kan schrijven, maakt de zoon een prachtige kunstwerk, Dead Schubert’s Cradlesongs. Het bestaat uit 7 doodskistjes voor de broertjes en zusjes van Schubert. Hij stapelt ze op in een graf in de tuin van een museum in Utrecht. Als kers op de taart zet hij er een wiegje op.

wpid-20150425_140529.jpgAls de avond valt, gaat een lichtje branden in de kap van de wieg en zingt de pop in het wiegje nauwelijks hoorbaar. Op een avond staan de verteller en zijn vader ook buiten het museumhek naar het kunstwerk te staren.

Ze hebben samen een halve fles wisky opgedronken en kijken naar het werk. Zijn vader is doodstil. De verteller zegt dat zijn vader altijd meer hield van zijn schilderijen dan van die uitgedachte dingen. Dit keer blijft hij kijken naar de installatie in de museumtuin:

Mijn vader stak zijn hand uit en zei: ‘Dit is het beste wat je ooit hebt gemaakt.’ (164)

Het is jammer dat de roman eerder is afgelopen, want ik had graag geweten wat het kunstwerk is geworden dat de verteller voor zijn vader heeft opgericht. Ik ben er zeker van dat het dit vele malen overtreft.

Bert Natter: Remington. Amsterdam: Uitgeverij Thomas Rap, 2015. ISBN: 978 94 004 0270 6. 224 pagina’s. Prijs: € 18,90

wpid-20150425_140552.jpg

Zwanger van een gedicht

image

In Ingmar Heytzes nieuwe dichtbundel De man die ophield te bestaan is het lyrisch ik meer dan zwanger van een gedicht. Hij vult de bladzijden met het lief en leed van het zwanger zijn. De machteloosheid van de man en tegelijkertijd zoekt hij naar bevestiging. Hij heeft weldegelijk ook een bijdrage aan het prille gezinsgeluk.

De nieuwe dichtbundel van Ingmar Heytze laat ook duidelijk zien in welke fase van het leven hij beland is: die van het naderende vaderschap. Op overtuigende wijze volgt het lyrisch ik de verschillende fases die bij het krijgen van kinderen gepaard gaan. Van de eerste echo, het inrichten van de babykamer, de bije doos tot aan de geboorte.

Vertwijfeling en verwachting

Elke onderdeel van de zwangerschap vult het lyrisch ik met een nieuw gedicht. Hij weet hierbij heel mooi en treffend de vertwijfeling, onzekerheid en verwachting naar de nieuwe levensfase te verwoorden. Dat gaat van het timmeren van het ledikantje tot aan het meeleven bij de vele echo’s die gedurende de zwangerschap gemaakt worden.

Gelukkig weet Ingmar Heytze tussendoor ook gevoelige dichtsnaren te raken. Zoals het gedicht Smalfilmjaren waarin hij refereert naar de filmer zijn vader:

[…]. Mijn vader, eeuwig
buiten beeld, plakt ons leven aan elkaar.
Regie, montage. Lijm en schaar. (14)

Hij weet hier een mooi beeld op te roepen van zijn eigen jeugd waarbij zijn vader alles filmde en zelf buiten beeld bleef. De ratelende projector, de korte fragmenten en de stilte waarin de film speelt. Een herinnering van een kind uit de jaren ’70. Herinneringen die naadloos aansluiten op de liedjes van Spinvis. Deze zanger uit Nieuwegein zinspeelt op dezelfde soort beelden.

Monster

En dat kind krijgt nu zelf een kind. Je leest de vertwijfeling die je zelf als toekomstig vader ook voelt. Is het leven straks na de bevalling nog wel hetzelfde en misschien zit er wel een monster in haar buik zoals in het gedicht Nekplooi:

Je maakt een kind om te vergaan.
Ik was er zelfs soms liever niet geweest.
Maar dan, wie weet wie later naar
de sterren springt, de redeloze aarde
redt. Wie de nieuwe Breivik baart. (27)

Dichtregels die regelrecht naar regels uit een liedje van – geloof ik – Annie M.G. Schmidt verwijzen. Hierin zingt ze dat elke moeder hoopt een beroemd kind te baren. Misschien wordt hij wel professor, schrijver of president. Dat hij net zo goed een dief of moordenaar kan worden, vergeet ze liever. Daarvoor zet je geen kinderen op de wereld. Ingmar Heytze geeft er zijn eigen draai uit onze tijd aan door het monster Breivik aan te halen.

Zo deint Ingmar Heytze mee op de golven van zijn levensfase. Elke nieuwe fase krijgt een eigen dichterlijke dimensie. Dat levert nu mooie gedichten op die ik elke aankomend vader van harte zou aanbevelen. De bundel De man die ophield te bestaan geeft een mooi beeld van een even mooie tijd, die bij mij een gevoel van weemoed oproept van een tijd die geweest is. De tijd van de verwachting.

Ingmar Heytze: De man die ophield te bestaan. Gedichten. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2015. ISBN: 978 90 5759 698 8. Prijs: 16,50. 56 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn bijdrage over De man die ophield te bestaan van Ingmar Heytze. We lezen dit boek op vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nlLees de bijdragen van anderen in de reacties.

Een nieuwe waarheid

image

In De man met de witte das rekent Godfried Bomans af met zijn vader en met politici. De grote overeenkomst tussen politici en schrijvers is dat ze allebei over een teveel aan fantasie beschikken en spelen met de waarheid.

Het verschil is misschien dat politici voordoen of hun leugen de waarheid is, terwijl schrijvers liever proberen de waarheid voor een leugen aan te merken. Schrijvers onttrekken zich het liefst aan de werkelijkheid door te zeggen dat het verhaal allemaal verzonnen is, terwijl er weldegelijk elementen uit de werkelijkheid zijn ontleend. Politici zijn allergisch voor de leugen, omdat ze zich eerlijk willen voordoen. Maar ze liegen meer dan dat ze de waarheid spreken.

Godfried Bomans beschrijft dat heel treffend als hij zegt dat zijn vader verkiezingspraatjes opende met de bewering dat hij jarig was. Het leverde een mooie binnenkomer op. Hij kon laten zien dat zijn gehoor belangrijk was, al besefte hij ook dat het vieren van zijn geboortedag in het gezin ook heel mooi was.

Dat vader Bomans dit elke avond deed, wist zijn gehoor niet en hij is er ook nooit op betrapt. Het is misschien liegen in de eigenlijke zin van het woord, maar volgens Bomans is het de goede verteller die ‘een nieuwe waarheid schept’.

Onder het kopje ‘liegen’ schrijft Godfried Bomans het volgende over zijn vader:

‘Mijn vader vertelde vaak uit het evangelie en zelfs daar veroorloofde hij zich enige vrijheden. Een daarvan herinner ik mij. De apostelen hadden de gewoonte om in de Hof van Olijven hun namen in de bomen te snijden, hoewel Christus zelf dat niet deed. Eén boom sloegen zij altijd over, zij wisten zelf niet waarom. Alleen Judas Iskarioteh bespeurde die weerzin niet en kerfde zijn letters in het verboden hout. Na de dood van Christus kwamen de elf verslagen in de Hof bijeen en zie, de boom was weg. Zij gingen nu naar het kruis op Golgotha en vonden daarin de letters J.I. gesneden. Ik zie ons nu weer zitten, in de ademloze stilte na die laatste woorden. Alleen een tovernaar kan zoiets bedenken.’ (46/47)

Dat is een nieuwe waarheid scheppen wat goede vertellers en dichters doen. Ik kan mij die beleving als luisteraar goed voorstellen. Ik herinner mij dominees die dit op soortgelijke wijze wisten te doen in een bomvolle kerk. Muisstil waren de toehoorders en de waarheid was er op dat moment. Al klopte er niks van het verhaal, het verhaal was zo goed dat het een beleving werd.