Categoriearchief: utrecht centraal

Hoog Catharijne – Op zoek naar Maria (8, Slot)

Misschien is de grootste anticlimax van een bezoek aan het Utrechtse Catharijneconvent wel in het andere gebouwencomplex dat naar de heilige martelares Catharina van Alexandrië is vernoemd: Hoog Catharijne.

Wij lopen terug door de overdekte winkelstraat die we binnengaan waar het kantoor van mijn vader vroeger zat. We lopen de lange glazen overkapping door. Op de vloer liggen dadels, platgetrapt door de voorbijgangers.

Een duif scheert rakelings langs ons. De vaste bewoners van dit winkelparadijs scharrelen hun maaltje bij elkaar. De vogel landt bij de visboer en pikt met zijn snavel zijn lunch op.

De bibliotheek hier is een mooi initiatief. Je kunt hier je boeken achterlaten en gratis nieuwe meenemen, voorzien van een sticker. Ik kan mij nauwelijks bedwingen. Deze boeken wil ik meenemen, zo mooi zijn ze.

Dan nemen we een ijsje bij de grote frietbar voor we de stationshal binnenlopen. Een kinderijsje voor 95 cent met spikkels. De jongen die ze gemaakt heeft, heeft om het hoorntje een papiertje gedaan om het smeltende ijs op te vangen. Maar bij ons verdwijnen ze eerder naar binnen.

Van de mystiek en het religieuze gevoel dat je zou verwachten bij de naam Catharina, zie je hier niet veel terug. Best jammer dat dit in onze tijd zo weinig ruimte heeft. Mystiek in het leven brengt ook heel veel mooie dingen. Dat heb ik wel geleerd bij deze boeiende tentoonstelling over Maria.

Op zoek naar Maria

Dit is de 8e en laatste blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht.

Stadswandeling door Utrecht

image

Een stad op een zaterdag in oktober. Ik loop het station uit. De hal van Utrecht Centraal begint zijn vorm te krijgen. Ik heb het nog niet direct in de gaten omdat ik de rode bogen van de oude, vertrouwde hal zie. Maar van daaruit loop ik de nieuwe hal binnen.

Wat een ruimte, wat een hoogte en wat een licht. Het krijgt net zoiets groots als de stationshal van Rotterdam, maar dan nog net iets extremer. De grootheidswaan van de spoorwegen verbeeldt in de stationshal. Bijna 2 eeuwen spoorwegen lijken van dit uitgangspunt niet af te wijken.

image

De stad is druk. De wegen zijn afgezet vanwege alle verbouwingen. Het lijkt wel of het station Utrecht Centraal altijd verbouwd wordt, misschien al wel sinds de sloop van het vorige station en na de verdwijning van een hele wijk in Utrecht om plaats te maken voor de winkels van Hoog Catrijne.

Ik ontwijk het winkelparadijs vernoemd naar de heilige. Ik loop langs het oude kantoor van mijn vader, waar we hem soms ophaalden. Steek de befaamde gracht over, die nu het midden houdt tussen een gracht en een weg en duik de Mariaplaats op, het plekje waar in de 19e eeuw een kerk moest wijken.

image

Nu klinken er toonladders op een piano. Het conservatorium huist in het gele gebouw en het gebouw dat ernaast staat. In grote letters staat het boven de ingang. Een man zit beneden bij de oude omgang en eet een broodje. Een kat loopt rond tussen de eeuwenoude stenen. Het heeft iets van een kloostertuin waarvan meer dan de helft is verdwenen. De Romaanse bogen en de kleine pilaren geven het wel iets moois.

Ik loop de straat in naar de Domtoren, wil nog even snel een bezoekje brengen aan de boekwinkel vlakbij de toren. Een bruidspaar loopt mij tegemoet. Hij in een helderblauw pak, zij in een witte jurk die meer van een mantelpakje wegheeft. Een fotograaf drentelt om ze heen en probeert een mooi plekje te vinden. Misschien wel het Romaanse binnenplaatsje.

image

De Oude gracht over, mensen maken foto’s, een fietser door mijn beeld en de klank van het carillon omdat het een heel uur is. Ik vlucht de boekwinkel in met de ramsj en kijk of er wat van mijn gading is. Een stapel boeken vormt zich in mijn handen. Wat een mooie boeken zijn het. Over de gotiek, Cuyers en een biografie van Willem Kloos. Ik kan het niet laten liggen.

Tot overmaat koop ik een cadeautje voor Doris. Een mooi boek dat haar nog wijzer kan maken dan ze al is. Een prachtig cadeau voor een andere keer. Het kost 9 euro en daarom geeft de boekwinkeleigenaar mij geen kinderboekenweekgeschenk. Dat geldt pas bij een bedrag van 10 euro.

image

Kinderachtig, bedenk ik mij als ik buiten sta, maar de drukte weerhield mij om er een punt van te maken. Jammer, want ik heb de man toch voor 45 euro extra omzet gegeven. Het is heel druk in de zaak. Ik vermoed dat hij op deze zaterdag de omzet van de rest van de week draait.

Ik duik nog even de Domkerk in. De domorganist oefent op Ernst Pepping (1901-1981), Johann Nepomuk David (1895-1977) en Hugo Distler (1908-1942), de perfecte muziek voor het Nicolaiorgel waar ik straks naar ga luisteren. In een hoekje prop ik de boeken die ik gekocht heb in mijn rugzak. De klank van het orgel is mooi, maar toch is het te mollig voor deze muziek, lijkt het.

image

Het mooie licht van de herfstmiddag weer in, loop ik door de straat die evenwijdig loopt met de Oude Gracht, langs de Utrechtse hortus met de oudste Ginkgo van Europa, zegt het schreeuwerige bord buiten en langs de armenhuisjes de hoek om. Daar staat hij: de Nicolaikerk of Klaaskerk.

De innemende torens, de vlak aflopende spits aan de ene toren en de lantaarn op de andere. Ik had het gebouw zo vaak gezien vanuit de trein als we Utrecht binnenreden. De zachte kleur van de steensoort, in kleur tussen geel en grijs in, en het venster in de westgevel. Een feest der herkenning en toch helemaal nieuw, omdat ik er nog binnen ben geweest.

image

Lees morgen over het Marcussen-orgel in de Nicolaikerk te Utrecht

Eurofie op Utrecht Centraal

image

Kijkend naar al die machtige kantoorgebouwen die worden opgeworpen in de omgeving van Utrecht Centraal, bekruipt mij het gevoel dat imponerende gebouwen organisaties nog altijd trekt. De gebouwen mogen dan leeg staan, ze staan symbool voor een grote bedrijf. De gemeente Utrecht heeft een groots stadskantoor bij het station laten planten. Een indrukwekkend gebouw dat de Domtoren moet doen vergeten.

Het boek Euforie van Christiaan Weijts behandelt precies die grootsheid van gedachten. Architecten die zich onsterfelijk willen maken door een lelijk gebouw op deze aarde te planten. Vrijwel iedereen bestempelt ze als onooglijk, maar de bouwer laat het met trots achter. Ergeren is natuurlijk ook een emotie en daarmee drukt de architect een stempel op veel mensenlevens.

De aanleiding in Euforie is wat minder. Een aanslag in de tramtunnel van Den Haag zorgt ervoor dat er een prijs wordt uitgeschreven. De opdracht luidt om een gedenkwaardig monument voor de slachtoffers op te richten, dat eveneens van praktisch nut is.

Als de ramp zich heeft voorgedaan, wordt de architect Johannes Vermeer van de weg gehaald om assistentie te verlenen bij de ramp. Met zijn busje moet hij de gewonden vervoeren naar het ziekenhuis. Hij vertelt niemand van zijn heldendaden. Zelfs zijn vrouw hoort het niet van hem. Als zijn architectenbureau een ontwerp mag aanleveren, houdt hij zijn mond.

Christiaan Weijts weet in Euforie op een geraffineerde manier de architectuur te verheffen tot de voetafdruk die mensen proberen achter te laten op deze aarde. Zeker architecten benadrukken graag hun ontwerp en proberen dat op alle mogelijke manieren aan het voetlicht te brengen.

Het draait daarbij wel om bij een gebouw. De meeste ontwerpen zijn spuuglelijk en een compromis tussen architect, opdrachtgever, publiek en de commerciële belangen die meewegen. Daarmee worden de meeste gebouwen spuuglelijk, zonder enig respect voor de omgeving of de mensen die in het gebouw moeten leven en werken.

image

Dat gevoel van die nutteloosheid. De enorme bouwput en de belofte die veel mensen doen door te zeggen dat dit mooi is, bekruipt mij bij een bezoek aan Utrecht Centraal. Want wie zegt dat het nieuwe Stadskantoor echt mooi is. Of de golven in het nieuwe dak van het stationshal zoveel mooier zijn dan de oude ronde bogen van de vorige stationshal. Is het hoofdkantoor 3 van de NS, dat in 1989 bij het 150-jarig bestaan van de spoorwegen werd gebouwd, nu lelijker dan de hoogbouw van de Rabobank?

Ik weet het niet, maar vind de puisten die nu uit de grond ploppen, minstens zo lelijk als wat er stond. Er klinkt teveel prestige in de gebouwen door. Prestige die Christiaan Weijts in zijn boek zo mooi afstraft. Draait het niet om de harmonie, de verbeelding en de functionaliteit? Een vraag die op Utrecht Centraal wordt ingehaald door het verlangen groter en mooier te zijn dan het vorige.

Een missie die bij voorbaat gedoemd is te mislukken.

Christiaan Weijts: Euforie. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2012. ISBN 978 90 295 8627 6. 400 pagina’s.

Conducteur Ad Harms

20140921_145934Bijna alle conducteurs die je kaart controleren vergeet je weer. Gelukkig maar. Soms blijven ze hangen. Dan zie je ze later en herkent ze. Een conductrice die ik daar eens op attendeerde, was er niet zo blij mee.

Na de herkenning verdwijnt de conducteur even snel weer uit je geheugen. Een conducteur hoort in de trein, de herinnering aan een conducteur ook.

Bij het openslaan van het tijdschriftje Spoor herkende ik hem meteen: Ad Harms. Deze hoofdconducteur krijgt extra aandacht in het herfstnummer van dit tijdschrift voor vaste klanten van NS. Harms reist het liefst ’s nachts. ‘In een vorig leven ben ik vast mol geweest, of een vleermuis’, zegt hij in het artikel.

Ik ken Ad Harms niet van de nachttrein. Ik herkende hem als de conducteur bij een grote storing in Utrecht. Het was 2009 en ik zat in de stoptrein naar Almere. We zouden vertrekken, maar bleven staan. De conducteur riep om dat we nog niet konden vertrekken. Er was iets met de wissels.

Daarna hield hij ons keurig op de hoogte. Zo vertelde hij later dat we geen toestemming kregen om te vertrekken. Hij legde keurig uit dat de treindienstleiding het niet verantwoord vond om weg te rijden. Ze konden namelijk geen contact leggen met de treinen onderweg. Na de wisselstoring was er een complete communicatiestoring opgetreden. Zonder de organisatie af te vallen, vroeg hij ons om begrip.

Zijn geduldige en heldere uitleg hielp mee aan het begrip. Ook zijn spijtige houding toen de trein uiteindelijk niet vertrok en wij allemaal noodgedwongen moesten uitstappen, verdiende respect. Buiten de trein gaf hij zijn persoonlijke excuses voor de situatie en probeerde iedereen zo goed mogelijk te helpen.

Zo’n conducteur zou bij de top van NS moeten spreken over serviceverlening. Het begint al met de algehele communicatie op het station en online. Hoeveel beter zou dat kunnen. Ad Harms liet mij zien hoe het beter kan. Hij deed dit vooral vanuit zijn liefde voor het vak en de dienstverlenende houding tegenover de reizigers.

Later reisde ik nog weleens met hem mee. Ook toen viel mij zijn gastvrijheid en vriendelijkheid op. Iemand met veel plezier in het werk en met hart voor de reizigers. Daarom is het helemaal terecht dat hij zo’n mooi plaatsje heeft gekregen in dit nummer van Spoor.

Fietswrak

image

Zag ik laatst de berg fietswrakken in de waterkant van de gracht liggen, moest ik gelijk denken aan mijn eigen gewezen fietswrak. Als ik met de trein naar mijn werk ga, moet ik overstappen op de bus om op het industrieterrein te komen waar ik werk. De bussen rijden vanaf een vreemde plek door de grote verbouwing op Utrecht Centraal.

Bovendien houd ik niet van bussen. Je moet er altijd op wachten. Ze rijden voor je neus weg of ze komen nooit opdagen. Ze zorgen ervoor dat je de aansluitende trein mist waardoor je nog langer moet wachten. Het sprak al heel snel voor zich dat ik andere oplossingen moest verzinnen als ik met het openbaar vervoer vanuit Almere op de Utrechtse Lage Weide wilde komen.

image

Ik speurde op internet en stuitte op een prachtig fietsproject in Utrecht: Het fietswrakkendepot. In een grote studentenstad als Utrecht zijn er nogal wat fietswrakken. Verlaten fietsen die niet meer opgehaald worden door hun eigenaar. Ze blijven vaak maanden in de onbewaakte fietsenstalling van het station staan. Zoals bijvoorbeeld ook Van der Heijden in zijn aangrijpende roman Tonio schrijft.

In Utrecht verzamelen ze al deze zwerffietsen. Het gaat volgens een zorgvuldige procedure waarbij de betreffende weesfiets een sticker op het zadel krijgt. Op de sticker staat de termijn waarop de fiets moet zijn verwijderd. Als hij na die datum niet is verwijderd, haalt de gemeentedienst hem op.

Rivier in trein

‘Je kunt daar niet zitten’, zegt een vrouw betweterig als ik de trein instap. ‘Het heeft gelekt en nu is de hele vloer nat.’ Ik zie een laag water liggen in het gangpad. De klapdeur fungeert als dam. Een man passeert mij en daalt de trap af. De betweterige vrouw herhaalt haar waarschuwing.

Maar de man loopt door, stapt op het richeltje bij de deur, duwt de klapdeur open en zet zijn voet op het droge bij de bank. ‘Dan is het tenminste lekker rustig’ zegt hij. Hij slalomt verder het treinstel in. Tja, het is helemaal niet zo’n slecht idee, bedenk ik. En ik volg de man slalommend naar binnen.

Als de trein eenmaal vertrekt, wordt het echt spannend. Het water dat zich eerst bij de deur achter mij had verzameld, komt in beweging en trekt een baan in het gangpad. Het gangpad ligt een beetje lager waardoor een klotsende rivier ontstaat. Als de trein afremt voor het eerste station, trekt het water weer een baantje terug van de deur voor mij naar de deur achter mij.

Een interessante gebeurtenis. Ik leg hem snel vast op de video van mijn fotocamera. Het water klotst de wagon door. Niet alleen voor het afremmen of optrekken bij een station, maar ook als het treintraject stijgt of daalt. Zo zie ik gelijk hoe waterpas het traject verloopt. En ik zal eerlijk zijn: het Nederlands spoorwegnet stijgt en daalt meer dan je denkt. Ik leg de rivier in de trein op mijn fotocamera vast. Wie weet leuk voor de blog of bij verjaardagen partijtjes.

Bij Hilversum stapt een groepje dertigers de trein in. ‘Moet je kijken joh. Wat een water’, roept de blonde vrouw. Ze houdt de plastic tassen van het shoppen hoog in de lucht. De andere vrouw met donker haar heeft zich al geïnstalleerd. Ze zit nog niet of ze haalt haar iPhone al uit de zak. De blonde vrouw zet haar tassen op het bankje aan de kant van het looppad. ‘Heb je het al getwitterd?’ vraagt ze aan haar ‘shopping mate’. Die knikt blijkbaar. ‘Wat heb je geschreven.’ ‘Dat we als we niet rijden misschien wel naar huis varen.’

De conducteur roept door het omroepsysteem zijn verontschuldigingen voor de opgelopen vertraging en zegt dat ze proberen de achterstand alsnog in te halen. Als de trein rijdt, beginnen de jonge vrouwen te gillen. ‘Kijk, het is een stroom.’ ‘Goh, dat moeten we opnemen en op youtube zetten.’ De man die bij de dames is reageert niet.

Even later dobbert er een puntig geval van papier voorbij. Het moet een papieren bootje voorstellen, maar het lijkt meer op een hoedje van papier. ‘Dat heb je verkeerd gedaan’, roept het donkere meisje met de iPhone. ‘Dat moet anders’, zegt de blonde vrouw. Het hoedje van papier drijft snel mee met de stroom. De onderkant zuigt zich vol met water. Tijdens de vaart kapseist het bootje. Als het tegen de klapdeur wordt gedrukt, zinkt het.

Dat is creativiteit. Ik was een duffe waterstroom aan het filmen, maar hier gebeurt het. Zo worden filmpjes op youtube een hit. Het is juist die extra slag die je moet maken. Dat is de creativiteit die mij ontbreekt. Ik ben alleen maar gefascineerd door het fenomeen en laat het aan mij voorbij trekken.

De dertigers slaan aan het vouwen als een groepje kinderen op een verjaardagspartijtje. Alleen de limonade en cakejes ontbreken. Ze zijn zo druk bezig dat ze helemaal niet in de gaten hebben dat het water weer terug stroomt. ‘We moeten opschieten’, zegt het blonde meisje als we de bocht bij Weesp nemen in de richting van Almere. Maar ondanks alle hellingen en afdalingen in het traject blijft het water waar het is. Alsof het voelt dat er iets mee gedaan gaat worden.

Dan vlak voor Almere Muziekwijk kan het papieren schip te water worden gelaten. Ze raken een beetje in paniek. Het water stroomt niet meer door het gangpad. ‘We moeten er zo uit’, zegt het meisje. De camera filmt het bootje voor youtube, maar het papieren schip ligt roerloos in het gangpad op een dun laagje water. De grote plas ligt nog altijd bij de deur.

‘Wil jij het niet filmen?’ vraagt het blonde meisje aan de Amerikaan die aan de andere kant van hen zit. Hij heeft het gebeuren met interesse gevolgd en er zelfs al over getwitterd op zijn blackberry. Hij zegt dat hij het niet kan filmen. ‘Ik wil het wel zien wat jullie hebben op youtube’, zegt hij. ‘Dat doen we’, zegt het meisje. Een dun laagje water stroomt voorbij. Het scheepje zet langzaam koers in mijn richting, maar blijft steken op een zandbank. Het waterpeil is niet hoog genoeg voor een behouden vaart. ‘Hoe noem je het filmpje dan?’ vraagt de Amerikaan. ‘Train ship’, zegt het meisje.

Ik heb gezocht op youtube. Het filmpje van het papieren bootje in de trein kon ik niet vinden.

Mijn filmpje