Categoriearchief: uitlaten

Weglopen – Sientje (56)

Met een huis in een rustige buurt en een klein kind in de buurt kon het zomaar gebeuren: dan stond de poort open. Ook sloot de oude poort niet goed. De nieuwe bleef regelmatig openstaan. Vervelend, want de teckel wist dan te ontsnappen.

Meestal zagen we haar dan even later lopen op het veldje achter het huis. Ze struinde dan heerlijk rond. De neus over de grond, af en toe wat etened wat ze vond. Vanuit de tuin was ze al snuffelend de poort uitgelopen en liep in een rustig gangetje over het veldje. Als je haar riep, kwam ze. Soms deed ze net of ze niks hoorde en liep gewoon verder.

Serieus kwijt

Een paar keer waren we haar ook serieus kwijt. Ze was helemaal verdwenen. Ik vond het niet zo geruststellend aangezien er ook auto’s rijden achter. De weg liep weliswaar dood in de hofjes, maar ze konden er best hard rijden. Een buurjongen vond het heel leuk om met gierende banden aan te komen of weg te rijden. Dat ging niet met de subtiliteit gepaard waarmee je kinderlevens en dierenlevens behoudt.

De auto van de buurjongen stond er meertijds van het jaar met schrammen en deuken. De ergste keer was het voertuig zelfs de hele voorkant kwijtgeraakt. Het liet zich raden waar die zich zou bevinden. Een dag later was de auto verdwenen om nooit meer terug te keren. De auto had de strijd zichtbaar verloren. Gelukkig maar.

Als Sientje verdween, ging ik zoeken. Zo vond ik haar regelmatig tussen de garageboxen al snuffelend. Eigenlijk heb ik haar toen niet op een tuinbezoek kunnen betrappen. Al leek het mij heel logisch dat dit gebeurde. Ook haalde ik haar een keer van het andere pleintje, dat een meter of 200 van ons veldje verwijderd was, achter de huizenblokken die haaks op ons huis stond. Ook vond ik haar een keer aan het Haarlemplein. Daarvoor waren wat gevaarlijkere acties nodig geweest, zoals het oversteken van een druk fietspad.

Gewoon op ontdekkingsreis

Het was totaal onschuldig dat ze verdween. Gewoon lekker rondstruinen. Op ontdekkingsreis. Niet veel meer. Ze nam het op die ontdekkingsreizen wel van. Uitvoerig verdween alles wat etenswaardig was in de keel. Ze liep elke vierkante centimeter grond af. Op zoek naar vogeltjesvoer, nootjes die gevallen waren of ander lekkers. Aan hondenpoep gaf ze zich niet over, maar verder ging er alles in. Ook dingen waarvan wij dachten dat ze niet te eten waren.

Ik heb haar ook eens niet gevonden bij het zoeken. Dan was helemaal van de aardbodem weggevaagd. Ik fietste dan rond op zoek naar Sientje. De eerste keer was ik helemaal in paniek. ‘Ach, die komt zo wel weer’, zei Inge. ‘Maar de auto’s dan?’ vroeg ik. ‘Ach, dat merken we dan wel weer.’

Ze had ook gelijk. Het had weinig zin je druk te maken. Ze was weg en waarschijnlijk zou ze wel weer terugkomen. Dat gebeurde dan ook. Een klein uurtje later liep ze gewoon de tuin weer in. In het ergste geval bleef ze een uur of drie weg. We waren toen best wel in paniek. Tot mijn verbazing zag ik haar even later weer achter op het pleintje lopen. Ik riep haar en ze liep vrolijk naar me toe.

In het laatste levensjaar, de tijd dat het geheugen het een beetje liet afweten, verdween ze steeds vaker. We vonden haar dan altijd wel weer. Ze keek je dan verdwaasd aan en liep rustig met je mee. Het uitlaten was in het laatste jaar niet veel meer dan een gang naar het pleintje achter, behoefte doen en terug.

Steeds vaker weg

Je moest altijd wel opletten. Ze kon namelijk ineens in totale ontreddering wegrennen. Ik moest haar dan uit de tuin van de buurvrouw halen, waarin ze in paniek naartoe was gerend. Het was niet handig meer om haar los te laten. Het bracht haar alleen maar in verwarring.

Een avond. Een meisje belde aan. Inge was druk met eten koken. Het meisje bracht Sientje terug. Om het halsbandje stonden onze adresgegevens. ‘Nou bedankt hoor’, zei Inge. Druk met andere dingen. We hadden niet eens in de gaten gehad dat ons teckeltje hem gesmeerd was. Het meisje keek haar teleurgesteld aan in de hoop een klein fooitje als bedankje te krijgen. Het ontmoedigde haar niet, want ze heeft haar later nog eens bij ons thuisgebracht. Een dementerend hond gaat ook dwalen.

Op een rennen zetten

Eens bij een logeerpartijtje bij mijn ouders, liet ik haar even snel uit. Misschien handig om haar even los te laten, dacht ik. Ik had haar opgepakt en buiten de poort losgelaten. Ze liep eerst de brandgang in bij mijn ouders achter. Ik riep haar. Ze luisterde niet, maar zette het op een rennen.

In totale paniek holde ze langs mij heen en schoot over het voetpad langs de drukke weg. Het was al donker op die winteravond. Ik rende achter haar aan en riep haar. Het hielp niet, ze ging er juist harder van lopen. Ze kende de weg daar niet, dus ik vreesde dat als ze echt wist te ontkomen, ze zou verdwalen.

Even plotseling als ze was gaan rennen, stopte ze ook. Ze dook ineen. Totaal ontredderd. Ik kon haar makkelijk vastpakken en tilde haar op om haar in mijn armen weer terug naar huis te brengen. Ze rilde van angst en keek mij verbijsterd aan.

Het werkt niet meer, dacht ik. We kunnen niet meer logeren met haar. De onbekende omgeving maakt haar verward. Toch zou het nog een halfjaar duren voordat we de echte beslissing namen.

Lees het vervolg: Weer kamperen »

Abonneer je op de nieuwsbrief en lees elke week een nieuwe herinnering aan Sientje. De nieuwsbrief is geheel gratis en verplicht je tot niets.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Kasteelhond – Sientje (33)

Ruwhaarteckels zijn mooie jachthonden. Daarmee veroveren ze ook vaak de charme van kasteelheren. Baronnen, jonkheren, baronessen en freules, allemaal zijn ze gek op die kleine viervoeters op de korte pootjes. Het koningshuis heeft ook veel teckels versleten. Prins Bernhard had teckels en er is een foto de jonge Prins Friso met de ruwhaarteckel Arthus. De Duitse keizer Wilhelm is beroemd om zijn teckels, bij Huize Doorn liggen zelfs enkele van zijn teckels begraven.

Als je geen landgoed, maar wel een teckel hebt. Dan zoek je zelf de kastelen op. Met Sientje gingen we vaak uit wandelen in de omgeving van een landgoed zoals Twickel bij Delden. Heerlijk liepen we daar rond met onze teckel. Dan kwamen we soms ook adellijke heer of dame tegen die ons veel complimenten gaven over onze mooie teckel. Vooral ook omdat ze zo groot was. Sientje was niet alleen een lange teckel van precies één meter lengte van staart tot neus, ze had ook een enorme borstomvang van liefst 58 centimeter.

Haar formaat trok vaak de aandacht van voorbijgangers. Zo liepen we een keer bij Twickel en raakten we aan de praat met een dame. Ze had ook een teckel bij haar. Een jonge nog. De reu had de Friese naam Boukje gekregen. Het was een verkleining van Bouke, wat wel een mannennaam was. De vrouw droeg zo’n groene jagersjas en een fraai jagershoedje. Na wat gepraat over Bouke, Friesland en teckels, ging zij door de knieën om onze teckel wat beter te bekijken. Ze vond onze ruwhaar wildkleur teckel er namelijk heel mooi uitzien. ‘Zit er soms een De Lanzoo in?’ vroeg ze. ‘Dat zijn heel grote teckels.’

Inge die beter op de hoogte is van dat soort dingen, bevestigde dat onmiddellijk. ‘Inderdaad, er zit een De Lanzoo in de lijn van Sien.’ De ruwhaar-tak van De Lanzoo komt uit Hengelo en staat bekend om het grote formaat teckel. Sientje had dit formaat overgenomen en deze teckelliefhebber herkende daar onmiskenbaar de beroemde De Lanzoo-lijn in. Ze vertelde dat ze vroeger zelf een teckel had, een volbloed De Lanzoo. ‘Het zijn prachtige teckels’, zei ze. ‘Te herkennen aan het grote formaat.’ Daar had ze zeker gelijk in.

Terwijl we zo op de parkeerplaats bij Twickel stonden te praten voelde ik iets in mijn rugzak ploffen. ‘Wat zou het zijn?’ vroeg ik mij af. De tas drukte bij de knal echt in mijn rug. Het was ons een raadsel. Maar toen de vrouw weg was en we een foto wilden maken, opende ik mijn rugzak. Alles zat onder de frisdrank. We hadden fris in een plastic flesje gedaan. Door de warmte was de inhoud gaan uitzetten en plofte het flesje. Alles zat onder, inclusief onze fotocamera. We kregen het apparaat niet meer droog. Zelfs het filmpje was verwoest.

We kochten een nieuwe camera en spraken nooit meer met iemand over De Lanzoo-teckels. Wel kwamen we nog vaak adellijke mensen met de mooiste ruwhaar teckels tegen. Net als dat we overal de aandacht trokken, zelfs in plaatsen als Laren als we daar liepen met onze teckel. Net als dat we er nooit genoeg van kregen om overal rond te lopen met Sientje in de buurt van kastelen en landgoederen.

Het hoogtepunt is de voor de echte teckelliefhebber wel het landgoed bij Huize Doorn. Al mag je daar op veel plekken niet komen met je trouwe viervoeter. Heel jammer, want het is een plek waar je als teckelliefhebber en liefhebber van de geschiedenis graag bent. Midden tussen al die sporen van de keizerlijke teckels.

Lees het vervolg: Blaffen zonder onraad »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Ontdooien

image
Een glad spoor hoort bij het ontdooien

De hele wereld ontdooit. Een koude en kille wereld verandert in een heuse natte bende. De paden transformeren in een modderig karrenspoor. De velden lijken weer drassige moerassen en op het ijs in de gracht, ligt een dun waterlaagje. Buiten verandert van harde substantie in een natheid. En dat gaat niet van de ene dag op de andere, daarom glibber ik voort. Een stap lijkt meer op een glijpartij dan een heuse voetstap.

image

Een paar dagen terug prees een facebook-vriend het strooibeleid van de gemeente Tilburg. Nu kon zijn dochter schaatsen in de straat. In Almere is het park verandert in een schaatsbaan. Wel met heel schokkerige vormen van voetstappen, hondenpootjes en fietsbanden. Sommige stukjes krijgt de voet geen enkele grip op de ondergrond. In de tijd van de vorst stapte je gewoon door de ribbels sneeuw heen. Maar nu zijn ze verandert in heuse ijsbergen met puntige uiteinden.

image
IJspad in Beatrixpark

Een vrouw probeert met haar fiets door de ijsmassa te komen. Achter haar fiets hangt een fietskarretje. De kinderen in het karretje schudden alle kanten op. Een kind achterop de bagagedrager jengelt. ‘Omdat mama denkt dat het verderop beter is’, roept moeder geirriteerd.

image

Wij lopen verder. Ik kies de zijkant van het pad. Daar is het ijs beter begaanbaar dan op het verharde pad. Een dun laagje ijs ligt op het pad en maakt het tot een heuse glijbaan. De honden vinden het geweldig en glibberen op hun pootjes vooruit. Een glijer is niet erg, maar juist leuk. Ze hebben genoeg poten om de schade op te vangen.

image

Dan komen we bij een grote plas aan. Voor de vorst kwam, lag het hele park vol met grote plassen. De plassen waren bevoren en later bedekt door het ijs. Zo viel het allemaal wat minder op. Maar het was er wel. Het ijs op de plas begint te smelten. De sneeuw is al verdwenen. De koude plas heeft het smeltwater weer opgevroren, waardoor het ijs een grijze tint heeft gekregen.

image

Er stroomt een heus beekje van smeltwater uit de grote plas. Over het pad heen heeft zich een watervalletje gevormd. Het water stroomt naar het lager gelegen gedeelte aan de andere kant van het pad. De honden genieten. Ze happen het ijs op. Saartje graaft in het ijs op zoek naar het frisse water. Zo levert zelfs een ontdooiende wereld plezier op voor een jeugdige teckel.

De grote oversteek

image

Een waterig winterzonnetje schijnt in het park. In de verte loopt een echtpaar over de boulevard. Ze flaneren niet. Ze drentelen. Het lijkt wel of ze rondjes om elkaar lopen en zo geleidelijk vooruit cirkelen.

Ver achter hen loopt een hond. Hij laveert zich vooruit over het pad. Nog slomer dan het cirkelende echtpaar. Ze bereiken het bruggetje, dat haaks op de brede boulevard staat. Ze nemen die brug om het pad op het eilandje te bereiken. Ze trekken over het bevroren water.

De stappen van eenden en waterhoentjes liggen donker op de sneeuw. Daaronder ligt ongetwijfeld ijs. Maar de scheuren in het ijs verderop doen vermoeden dat een stap op het natuurijs vragen om problemen is. Daarvoor is het ijs te dun en het water eronder te diep.

Traag loopt het echtpaar over de brug. De klim naar boven vraagt veel van ze. Ze cirkelen niet meer, maar gaan kreunend en steunend omhoog. De hond laveert zijn tocht verder over de boulevard en mist zo de brug. Het dier heeft er geen last van. Er ligt genoeg sneeuw en ander vermaak om zich over te bekomeren.

Dan tikt de man tegen jas van de vrouw. Hij wijst het dier na. Zij roept hem. ‘Jimmie hier’, gilt ze over het bevroren water. Hij staat al aan de overkant en roept ook. ‘Jimmie’. Het dier rent in de richting van het water en springt op het donkere ijs. ‘Trui’, gilt de man nu. ‘Jimmie hier’, roept ze nu.

Er klinkt paniek in haar stem. Het dier heeft de overtocht ingezet en gaat gewoon door. Dwars over de bevroren sporen van de waterhoentjes. Zonder angst en vrees. Trui begint nu te gillen. Er is geen naam meer in te horen. Dan staat het dier in de rietkraag aan de overkant. Bij de man. ‘Hij is hier’, schreeuwt hij.

De vrouw stopt met gillen en rent de brug over naar de hond. Ze omhelst het dier opgelucht. Dan slaat ze een arm om de man en samen cirkelen ze verder en slaan het pad in. Jimmie laveert erachter. Net als voor de oversteek.

Erkemederstrand

We zijn naar het Erkemederstrand geweest met de honden. Ik was nog een beetje gespannen. Teuntje smeert hem nog weleens als ze los is. Er waren veel honden op het strand. Geen wonder, het was zondagmorgen en dan willen de baasjes graag met hun hond op pad.

Het is een heerlijk strand waar de honden ongegeneerd konden ravotten en achter elkaar aanrennen. We waren niet alleen. Een vriendin en vriendinnetje met hond reden met ons mee.

De meiden wilden gelijk pootjebaden in het koude water. Teuntje en Saartje werden nieuwsgierig en stapten voorzichtig ook in het water. We kennen ze niet als echt waterminnend. Met de zomerhitte weigerden ze om te gaan staan in het badje.

Nu stonden ze al snel tot hun borst in het water. En even later zwom Saartje zelfs een stukje. Ze werd gevolgd door Teuntje die zich ook manifesteerde als een goede zwemmer. Het staartje zwiepte zelfs over het water als een waterrad dat haar vooruit hielp.

Donkere plas

Het najaar grijpt donker om zich heen. Het licht trekt zich terug uit het park. Ik loop met de honden. De schemer is al gevallen en ik wandel over het pad. De honden struinen in het gemaaide gras. De boeren halen er dit jaar flink wat vanaf. De tweede ronde is het. De vorige keer leverde flink wat schoven op.

In de bosjes naast het weiland met de lakenvelders klinkt geritsel. Wat ruist er door het struikgewas? De honden kijken op in de richting van het bosje. Het kalfje kijkt op. De moeder die naast hem staat loeit zacht. De honden kwispelen. Een gestalte komt uit de bosjes. Hij loopt wat voorover gebogen en friemelt in de omgeving zijn kruis. Klaar van de plas.

Hij zwenkt het pad op en slaat direct bij het kruispunt af. Weg van ons. Hij geeft niet de kans hem te betrappen. De honden kwispelen steeds langzamer. Hun aandacht verzwakt. Ze duiken weer met hun neuzen in het gras. Genoeg gezien. Weer verder met het echte werk. De koeien staan stil en turen de verte in. De man achterna. De avond in.