Categoriearchief: twente

Dagje Oldenzaal en Denekamp – Twente

Oldenzaal. Ik wil er al langere tijd heen. De bijzondere ervaring die ik 3 jaar terug had in de Plechelmusbasiliek. Die diepe religieuze mystiek die ik beleefde, die zou ik opnieuw willen ervaren. Die duistere noordelijke gang, waar je zowaar midden in de Middeleeuwen stapt. Zonder opsmuk. Gewoon die donkere gang, waar je echte mystiek ervaart.

Daarom wil ik op mijn verjaardag naar Oldenzaal. En ook omdat ik eindelijk eens die stoel van Huttenkloas wil zien. De beroemde crimineel uit Twente, die zonder geweten mensen vermoorde. Het verhaal gelezen in Wilminks kinderverhaal over 2 meisjes die door Twente trekken en alle verhalen beleven, net als het ervaren van de Middeleeuwen in de oudste kerk van Twente.

Boeskooldagen

Wat ik weer vergeten ben, maar ontdek als we in Oldenzaal aankomen, zijn de zomerfeesten. De Boeskool-dagen. Boeskool, de naam die Oldenzaal met Carnaval draagt, maar ook in de zomer. Een braderie met veel muziek is door de hele binnenstad opgebouwd. Een binnenstad die in de jaren 1960 ernstig onder een vernieuwingszuchtige wethouder te lijden heeft gehad.

De wethouder is allang vergeten, want hij wist niet dat je je juist onsterfelijk maakt, door je in te zetten voor het behoud van het verleden. En het samen laten smelten van verleden en heden. Niet door het slopen van een binnenstad en volplempen met lelijke betonnen kolossen.

Plechelmusbasiliek

Parkeren is dus extra lastig met al die drukte voor de braderie. Gelukkig is het regenachtig, wat de drukte vermindert. We gaan snel de Plechelmus in. Er klinkt een mis van Mozart. Muziek die niet echt past in deze profane sfeer. Te frivool, te licht. Deze duisternis vraagt om de krullende zang van het Gregoriaans. Maar niet om het lichte, bijna lichtzinnige van Mozart.

Misschien dat het daardoor niet zo overweldigend overkomt. Misschien ook omdat we de vorige keer op de fiets waren en van de drukte buiten zo de rust binnenstapten. Wat een schoonheid. Vooral die Noordelijke gang, waar het licht zo mooi is. Heel kleine vensters waar nauwelijks licht binnenkomt. Wat een verschil met die andere kant, waar de hoog-gotiek zegeviert en het licht binnenvalt door de veel hogere vensters.

En het gouden beeld van Plechelmus. Verborgen gehouden in de tijd van de reformatie. Een beeld uit de late gotiek, in mijn beleving heeft het veel verwantschap met het beeld van Servaas in Maastricht. Dit beeld mag wat vaker naar buiten in prosessies. Niet alleen in periodes van dreiging, zoals in Maastricht. Daar gaat Servaas alleen naar buiten bij grote dreigingen zoals oorlogen en andere rampen.

Ook bijzonder het skelet dat in de oude, opengewerkte grafkelder ligt. Het is oud en grijnst je aan met de grote holle oogkassen en bovenkaak met halve tanden. Verder is het vooral de kunst om de rust te zoeken en de mystiek toe te laten. Het gaat beduidend moeilijker dan de vorige keer. Denk dat ik er toen ontvankelijker voor was. Je moet het zeker niet opzoeken om het te krijgen, dat leer ik hiervan.

Palthehuis

Daarna op zoek naar de oudheidkamer van Oldenzaal. Het blijkt het Palthehuis te heten, na de laatste bewoners, de rijke patriciërsfamilie Palthe. De domineesfamilie bezat heel veel landerijen rond Oldenzaal en Nieuwleusen (bij Zwolle). Er gaan veel verhalen over de familie de ronde. Waarvan de laatste bewoonster Gulia in onmin met haar zus leefde. Tussen beide zussen werd een hoge schutting gebouwd, zodat ze elkaar niet meer hoefden te zien. Wat een heerlijke verhalen, ik geniet ervan.

We krijgen het verhaal te horen bij de entree van de gastvrouw die over het museum en de bewoners van het huis vertelt. Onderwijl kijk ik naar de enorme hoeveelheid appels die van de appelboom in de tuin van het museum zijn gevallen. Daar kun je een flinke verjaardagstaart van bakken. Net als de grote vijgenboom die er staat. Wat een bladeren en als je goed kijkt, zie je ook heel veel vijgen zitten.

Verdwenen meuk

Het huis is net opgeknapt. Veel van de meuk is weg. Het is nu echt een woonhuis geworden, waarvan het net lijkt of de bewoonster even weg is en je binnenstapt. De verf ruikt nog heel vers. Net als dat de kamers bijzonder fris ogen. Wat een gave blauwe kleuren in de eetkamer. We krijgen meteen inspiratie om thuis ook aan de slag te gaan met het hout rond de ramen. De nisjes moeten nodig geverfd worden en als je dit zo ziet, ervaar je meteen wat zo’n frisse kleur met je doet.

De kleine bibliotheek achterin is geweldig. Niet een heel grote ruimte, maar wat een boeken. Prachtige banden en zeker een bijzondere collectie voor een gewone burger. De andere kamers ogen bijzonder fris en opgeruimd. Aan de muren hangen mooie schilderijen en ook kleine kamertje vooraan, bevat een heuse secretaire, met veel vakjes en laadjes. Op het bureau liggen kasboeken. Heerlijk om in te neuzen.

Geschiedenis van Oldenzaal

In de schuur achter het huis is een tentoonstelling ingericht over Oldenzaal. Hier vind je veel van de geschiedenis terug. De roerige tijd rond de Reformatie en de 80-jarige oorlog. De stad is wisselend in handen van de Prins en de Spanjaarden. Uiteindelijk verliest de stad zijn bijzondere religieuze betekenis en haar stadswallen blijven beperkt om zich te weren tegen rovers en ander gespuis. Een strategisch belang is er niet meer, waarmee de stad een belangrijk deel van haar betekenis kwijtraakt. Het luidt het verval in van de stad.

De rest is vooral later geweest, met als dieptepunt de 20e eeuw waarin veel van de eeuwenoude waardevolle gebouwen het moeten ontgelden. Er is veel afgebroken. Wat er in de zaal staat, geeft een mooi beeld van de stad waar ook recht werd gesproken. Zo staat er de beroemde martelstoel waarin Huttenkloas tot een bekentenis zou zijn afgedwongen.

De stoel heeft aan de poten, flinke balken zitten waarmee de stoel niet zomaar omgegooid kan worden. Het verhaal gaat dat Huttenkloas zich flink verzette en zich met stoel en al omwierp. Het is een imposante stoel die waarschijnlijk al veel ouder is dan uit de tijd van de veroordeling van Huttenkloas en zijn vrouw in de 17e eeuw.

Huttenkloas

Het blijft een prachtig verhaal van een zware crimineel, zonder geweten. Zijn vrouw doet niet veel voor hem onder. Als Klaas wordt geradbraakt en daarna als straf wordt gevierendeeld. Hij krijst het uit van de pijn in zijn laatste momenten en schijnt zij te roepen dat Klaas altijd kleinzerig is geweest.

Ik ben ook onder de indruk van het hoofd van zandsteen uit de 11e eeuw. Het is heel minimalistisch uitgehouwen. Het zou zo uit onze tijd kunnen stammen. Wat een prachtige, eenvoudige vormen. Het is gebruikt om op een zuurkoolvat als gewicht. Onderin het hoofd zit een gat om het eventueel op een staak te zetten.

Zo rijden we weg van de Boeskool braderie in de richting van Denekamp. Onderweg bij de rotonde waar we afslaan in de richting van Denekamp en Nordhorn, vertel ik over het gezin dat aan een fietsvakantie deed. Vaderlief had een fietskar achter zich aan en achterop de bagagedrager zat een teckel die de hele rit gilde. Het zou zo Teuntje kunnen zijn. We zien het weer voor ons en lachen nog een tijdje als we afdalen in de richting van Denekamp voor een bezoekje aan Natura Docet.

Natura Docet Wonderryck Twente

Als je Denekamp binnenrijdt, is aan je rechterhand vrijwel meteen het museum Natura Docet Wonderryk Twente. Het heet in mijn beleving altijd Natura Docet, maar sinds de verbouwing een paar jaar geleden heeft het museum de toevoeging Wonderrijk gekregen. Het is een klein natuurhistorisch museum en stond absoluut op mijn lijstje om nog eens te bezoeken. Net als de natuurhistorische musea in Rotterdam en Maastricht.

Het gebouw stamt uit de jaren ’20. Natura Docet is het eerste natuurhistorische museum in Nederland dat voor publiek toegankelijk was. De grondlegger van het museum is meester Bernink. De leerkracht van de lagere school in Denekamp was helemaal gefascineerd door de natuur. Zijn verzameling stenen en opgezette dieren was vooral bedoeld om de kinderen op school te leren over de natuur. Vandaar ook de naam van het museum, dat bewijst dat je van de natuur leert.

Het enthousiasme van de schoolmeester is overal in het museum terug te vinden. Wat een wereld opent er zich voor je als je binnenstapt. Zeker, sinds de verbouwing 15 jaar geleden is er veel veranderd. Het gebouw is veel groter geworden, waarbij je in het begin echt meegenomen wordt om bijvoorbeeld te kijken als een haas of juist te ervaren hoe een torenvalk zijn prooi vangt. Je snapt meteen waarom de laatste biddend in de lucht hangt. Dat is omdat hij infrarood waarneemt en daarmee de urinesporen van muizen ‘ziet’.

Heel indrukwekkend om te beleven in het natuurmuseum. Maar wat vooral treft, is het hart van het museum. Dat is de grote mineralencollectie, waarbij ook heel veel fossiele gesteenten zijn. Veel is in Twente gevonden, maar ook andere bijzondere ‘versteende’ dieren kun je hier terugvinden. Net als de enorme collectie opgezette vogels. Wat een prachtige dieren zijn hier te vinden. Ik heb ervan genoten. De hoeveelheid ijsvogels die ik er bij elkaar zag, of de krokodilbaby die uit het ei komt. Echt mooi.

Krokodillenvel

En wat van het meterslange krokodillenvel. Het is zeker een meter of 5 lang en hangt tegen de muur op zolder. Heel indrukwekkend en ondenkbaar dat je er in deze tijd nog mee de grens over komt. Het is een geschenk van iemand. De grote vogelcollectie is voor elke vogelliefhebber een feest. Het is gewoon prachtig om al die roofvogels, weidevogels maar ook eenvoudige kraaien, roeken en raven te zien. Wat een natuurschoon. Ik heb echt heerlijk op de bankjes in de zalen gezeten en alleen maar gekeken.

En dat is het vooral het museum. De eenvoud van de opstellingen. Het hoeft niet allemaal in animaties en met andere moderne snoefjes. Het zijn de kleine dingen. Ik zag het ook bij de jeugdige bezoekers. Zo stond een kereltje van nog geen 4 jaar oud aandachtig te kijken naar de enorme hoeveelheid vogeleieren. In alle maten van allerlei verschillende soorten vogels. Soms liggend in een nest. Andere keren gewoon allemaal in een bak, waarbij je geniet van deze magnifieke vorm uit de natuur.

Zo reden we zaterdag verrijkt terug naar huis. Natuurlijk namen we de route van Denekamp via Ootmarsum naar Almelo. Een heuse dwarsdoorsnede geeft dat van het Twentse landschap. Wat kan ik daarvan genieten.

Kasteelhond – Sientje (33)

Ruwhaarteckels zijn mooie jachthonden. Daarmee veroveren ze ook vaak de charme van kasteelheren. Baronnen, jonkheren, baronessen en freules, allemaal zijn ze gek op die kleine viervoeters op de korte pootjes. Het koningshuis heeft ook veel teckels versleten. Prins Bernhard had teckels en er is een foto de jonge Prins Friso met de ruwhaarteckel Arthus. De Duitse keizer Wilhelm is beroemd om zijn teckels, bij Huize Doorn liggen zelfs enkele van zijn teckels begraven.

Als je geen landgoed, maar wel een teckel hebt. Dan zoek je zelf de kastelen op. Met Sientje gingen we vaak uit wandelen in de omgeving van een landgoed zoals Twickel bij Delden. Heerlijk liepen we daar rond met onze teckel. Dan kwamen we soms ook adellijke heer of dame tegen die ons veel complimenten gaven over onze mooie teckel. Vooral ook omdat ze zo groot was. Sientje was niet alleen een lange teckel van precies één meter lengte van staart tot neus, ze had ook een enorme borstomvang van liefst 58 centimeter.

Haar formaat trok vaak de aandacht van voorbijgangers. Zo liepen we een keer bij Twickel en raakten we aan de praat met een dame. Ze had ook een teckel bij haar. Een jonge nog. De reu had de Friese naam Boukje gekregen. Het was een verkleining van Bouke, wat wel een mannennaam was. De vrouw droeg zo’n groene jagersjas en een fraai jagershoedje. Na wat gepraat over Bouke, Friesland en teckels, ging zij door de knieën om onze teckel wat beter te bekijken. Ze vond onze ruwhaar wildkleur teckel er namelijk heel mooi uitzien. ‘Zit er soms een De Lanzoo in?’ vroeg ze. ‘Dat zijn heel grote teckels.’

Inge die beter op de hoogte is van dat soort dingen, bevestigde dat onmiddellijk. ‘Inderdaad, er zit een De Lanzoo in de lijn van Sien.’ De ruwhaar-tak van De Lanzoo komt uit Hengelo en staat bekend om het grote formaat teckel. Sientje had dit formaat overgenomen en deze teckelliefhebber herkende daar onmiskenbaar de beroemde De Lanzoo-lijn in. Ze vertelde dat ze vroeger zelf een teckel had, een volbloed De Lanzoo. ‘Het zijn prachtige teckels’, zei ze. ‘Te herkennen aan het grote formaat.’ Daar had ze zeker gelijk in.

Terwijl we zo op de parkeerplaats bij Twickel stonden te praten voelde ik iets in mijn rugzak ploffen. ‘Wat zou het zijn?’ vroeg ik mij af. De tas drukte bij de knal echt in mijn rug. Het was ons een raadsel. Maar toen de vrouw weg was en we een foto wilden maken, opende ik mijn rugzak. Alles zat onder de frisdrank. We hadden fris in een plastic flesje gedaan. Door de warmte was de inhoud gaan uitzetten en plofte het flesje. Alles zat onder, inclusief onze fotocamera. We kregen het apparaat niet meer droog. Zelfs het filmpje was verwoest.

We kochten een nieuwe camera en spraken nooit meer met iemand over De Lanzoo-teckels. Wel kwamen we nog vaak adellijke mensen met de mooiste ruwhaar teckels tegen. Net als dat we overal de aandacht trokken, zelfs in plaatsen als Laren als we daar liepen met onze teckel. Net als dat we er nooit genoeg van kregen om overal rond te lopen met Sientje in de buurt van kastelen en landgoederen.

Het hoogtepunt is de voor de echte teckelliefhebber wel het landgoed bij Huize Doorn. Al mag je daar op veel plekken niet komen met je trouwe viervoeter. Heel jammer, want het is een plek waar je als teckelliefhebber en liefhebber van de geschiedenis graag bent. Midden tussen al die sporen van de keizerlijke teckels.

Lees het vervolg: Blaffen zonder onraad »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Ben je boos, pluk een paardenbloem – Sientje (28)

Sientje had het niet op wandelen. Ze was er niet mee opgevoed. Ik vraag me af hoe vaak ze in de 4 jaar dat ze in die schuur verbleef, het grote buiten heeft gezien. Ze kon niet goed aan de lijn lopen. Al pakte ze dit wonderbaarlijk snel op. In gedrag leek ze daarin meer op een puppie dan een volwassen hond die al meerdere nestjes in haar leven geworpen had.

Buiten lopen was niet echt haar ding. Ze liep liever thuis rond te struinen om dan in de tuin lekker in het zonnetje te liggen bakken. Ze leek daarin op van die veel te bruine badgasten die weken achtereen in de zon hun huid laten verschroeien. In de zomermaanden was haar onderbuik helemaal donker verbrand door de warme zomerzon. En als de achterdeur niet openstond, pakte ze met evenveel tevredenheid het zonnetje dat in de keuken naar binnen viel. Voor Sientje was de zon het grote genieten. Ze deed er alles voor om in het enige reepje zon dat in huis viel, te kunnen liggen.

Aan regen had ze een gruwelijke hekel en dan duid ik mij heel netjes uit. Ze had er de schurft aan. Hoorde ze de regen al op het platte dak in de keuken kletteren, dan wist ze hoe laat het was. Met tegenzin stapte ze naar buiten, voelde hoe haar onderbuik nat werd. Deed een plas en liep terug naar de voordeur, want die regen was maar niks.

We wilden wat meer gaan wandelen. Daarom schaften we een imposante verzamelband met ANWB-wandelingen aan. Zo kwamen we op het idee om een wandeling in de buurt te gaan maken, langs de Bornsebeek. Sientje had er niet veel zin in. Ik moest haar meetrekken, ze dreinde achter ons aan in een trage pas. Het begon een beetje te miezeren toen we uit de auto stapten. De dreigende wolkenlucht voorspelde genoeg, maar we wilden het hoe dan ook proberen.

Sientje had er overduidelijk geen zin in. Ik verheugde mij op de vistrap die iets verderop zou liggen. De regen viel al wat harder naar beneden, maar we liepen nog veilig beschut onder de bomen. Wat verderop viel de regen nog iets harder op ons. Sientje ging steeds noester lopen met de kop naar beneden. Ze had er echt, echt geen zin meer in. Ze was gewoon boos.

Ben je boos, pluk een roos. Inderdaad, gold dat voor Sien. Zo boos was ze. Alleen er waren geen rozen. We naderden de beek, omringd door lieflijke grasweiden. Tussen het gras staken gele paardenbloemen. Helemaal open in de volle gele kleur. Sientje kwam eraan gelopen en greep boos een paardenbloem. Ze hapte het ding naar binnen terwijl ze liep en slikte de bloem meteen door.

De regen viel nog harder en veranderde in een heuse stortbui. Dit leverde ons ook weinig plezier. We keerden om. Sientje veranderde haar standpunt van helemaal achteraan sjokken naar helemaal vooraan trekken. Ze liep vooruit en trok aan de riem. Wat wilde die graag terug naar de auto. We hadden haar op de achterbank gezet, drijfnat. Ze keek ons aan met een blik die vertelde dat zij ons allang had kunnen vertellen dat deze ellende op ons af zou komen. Zeker nu het ook bliksemde en de regen met bakken uit de hemel viel.

We reden iets verderop op de grote weg, ergens langs het punt van de Bornsebeek waar de vistrap lag. Het was opgehouden met regenen. Een mager zonnetje kwam door het wolkendek. De hemel werd langzaam maar zeker ontdaan van de dikke wolken en liet al wat stukjes blauw zien. Bij thuiskomst was de lucht meer blauw dan dat er wolken doorheen dreven. Genoegzaam vleide Sientje zich in het doorgebroken zonnetje in de achtertuin. Laat mij maar lekker thuis, zuchtte ze terwijl ze de ogen sloot.

Lees het vervolg: Zwevende teckel »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

[mc4wp_form id=”20905″]

Krantenknipsels – Tiny House Farm

Bij het opruimen kom je veel dingen tegen waarvan je wel het bestaan weet, maar dat je ze eigenlijk vergeten bent. Een voorbeeld: de vele artikeltjes die ik schreef in de tijd dat ik bij de Twentsche Courant Tubantia werkte.

Ik heb – trots als ik er op was – veel bewaard. Elke dag als ik uit mijn werk kwam, probeerde ik de krant van een dag eerder te bemachtigen. Lukte niet altijd, maar bij elkaar genoeg om in 2 tijdschriftcassettes te bewaren, dubbelgevouwen zitten ze erin.

Bijzondere verhalen waarbij dan weer de herinneringen omhoog komen. Wat een belevenissen! Ik geniet ervan als ik de artikelen weer lees. Ik zie soms de geïnterviewden voor mij. Dan weet ik weer hoe ik soms onder de indruk kon zijn. Zoals van een asielzoekersgezin. Het was in de tijd van de discussie over het Generaal Pardon.

Of dat andere: de eerste rechtbankbezoek en het bijbehorende verslag. Ik kwam terug op de redactie en zei tegen mijn chef Jan Bengevoord: ‘Maar daar kunnen we niet over schrijven. Dat is gewoon een zielig verhaal.’ Waarna hij reageerde: ‘Dat is juist de reden om erover te schrijven.’

Biezenburcht – #fietsvakantie

Als je zoveel indrukwekkends gezien hebt bij de zandverstuiving, dan valt de rit langs Harderwijk tegen. Het begint bij de brug over de A28. Het verkeer raast onder je door. Het vraagt een aardige klim. Bij het afdalen moet je weer heel snel remmen omdat je moet oversteken.

Dan de tunnel door op weg naar Flevoland. Het laatste deel van de reis, maar wel bijna de helft van het totaal aantal kilometers dat we afleggen. Ook niet het mooiste stukje Harderwijk. Je kunt je dan niet voorstellen hoe indrukwekkend deze stad was voor bezoekers varend vanaf de Zuiderzee.

Komend vanaf de dijk naderen we het Fort, de Biezenburcht. Het ligt op de grens van de Knardijk en de Zeewolderdijk aan. De Knardijk maakt hier de buiging en wordt een binnendijk.

Tot Zuidelijk Flevoland erbij kwam in 1968 was de Knardijk helemaal een buitendijk. Tegen de dijk aan ligt het natuurgebied Harderbroek. Hier vliegen eindeloos veel meeuwen en visdieven. De laatste is bijna niet te onderscheiden van de meeuw, alleen aan de ranke vleugels zie ik het verschil met de kokmeeuw.

Hier is het uitzicht heel mooi. Je kijkt zo in de richting van Harderwijk zoals de schippers eeuwenlang de stad zagen liggen vanaf de binnenzee. Nu rijden de auto’s je in hoge snelheid tegemoet vanaf de dijk. Het blijft een vreemd idee.

We kijken nog een keer naar beneden waar de snackbar gehuisvest is, eten aan de kant van de Knardijk nog een krentenbol en gaan dan over de mooiste dijk van Flevoland omhoog naar de Oostvaardersplassen.

Fietsvakantie 2016

In augustus 2016 maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

De grote oversteek – #fietsvakantie

De middag is bijna voorbij en we moeten nog een flink stuk fietsen als we de IJssel willen oversteken. Ik heb een camping op het oog, iets achter de rivier iets voor Heerde bij het dorpje Veessen.

Daarom fietsen we vanaf Raalte langs de gewone weg naar Wijhe. Ik heb geen zin in omwegen. De kilometers zitten al in onze benen en we willen nu zo snel mogelijk een slaapplaats. Even afzien tussen Raalte en Wijhe.

Hoe mooi als je dan eindelijk die dijk ziet en de pont kunt nemen. Het is echt genieten om op een pont de rivier over te steken. Wachten aan de kant tot de boot arriveert en dan met de fiets erop rijden. Oversteken en daar weer omhoog, de dijk op.

Een kronkelweg en de camping lijkt nooit te komen. De zon schijnt de heerlijk milde warmte. Het was een warme dag om te fietsen. In de verte zien we het bos van de Veluwe al liggen. Daar gaan we morgen heen.

Het dorpje rijden we in en daar is ook de camping. Altijd weer een kunst. Als we dan een plekje vinden, vlakbij het sanitair en ik de tent opzet, hoor ik de paarden briesen.

Meteen achter de heg staat een pony. De tent staat al, anders had ik een ander plekje gezocht. Zou het rustig blijven vannacht. We eten een net gehaald broodje. De avond valt. Het is al de 2e helft van augustus en dat merk je in de lengte van de avond. We kruipen er vroeg in.

Van het paardje de hele nacht niks gehoord.

Fietsvakantie 2016

In augustus 2016 maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

IJs en brood – #fietsvakantie

Hellendoorn en Nijverdal zijn gigantisch toeristisch. Je mist snel de wegwijzers in al die drukte van bejaarden op elektrische fietsen en mensenmassa’s die midden op de paden lopen. Bijna niet voorbij te komen. Zo ontgaat je snel een belangrijk bordje.

Dan duiken we eindelijk het bos in. Een levensgevaarlijke situatie met een kerende vrachtwagen. Een smal fietspad. We klimmen de heuvel op. Het is doodstil, slechts een enkele vogel fluit. Alleen een hardloper die ons tegemoet loopt.

Wat een verademing na al die drukte en stress. Ik geniet hier. En als we de afdaling beginnen, zie ik opeens iets langsflitsen. De bordjes met het nummer van het knooppunt waar we naartoe willen. Wat is dit ontzettend gaaf!

Zo rijden we door. We zetten er weer het tempo in. We willen graag de IJssel over en besluiten om via Raalte en Wijhe te rijden. Als we Raalte binnen rijden, zie ik dat het al laat in de middag is. Misschien toch nog wat brood kopen, dan eten we dat vanavond.

Zo stoppen we bij de bakker vlak voor sluitingstijd en koop ik 2 zakken met witte bolletjes. Daarna lopen we naar de buren voor een ijsje. Daar ontdek ik pas dat de ijssalon gewoon bij de bakkerij hoort.

Wat smaakt dit ontzettend lekker als je al zoveel kilometers in de benen hebt zitten. Een heerlijke pauze met zicht op de imposante neogotische kerk van Raalte. Zo bezien lijkt hij wel op een grote middeleeuwse basiliek. Ver verheven boven de huizen uit.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Verdwaald – #fietsvakantie

De rustieke rit door het Wierdense veld wordt afgewisseld met een vreselijk overlevenstocht door Hellendoorn. Deze plaatsnaam komt niet uit het niets. We ervaren het echt als een hel. De prachtige fietspaden zijn verruild voor een lelijke route door de nieuwbouwwijk van Hellendoorn.

Het fietspad wordt verschillende keren doorkruist met dwarse hekjes waar we met de bagage nauwelijks doorheen komen. Hier hoeft de VVV blijkbaar niets te doen om de toerist te behagen. Mij werken de hekjes tegen. Wat een hel om hier te fietsen met al die bagage.

Volgens de beschrijvingen fietsen we nu een stuk langs de Regge. De bordjes misleiden ons en we verdwalen. Ik zoek een weg. Dan maar de hoofdweg dwars door Nijverdal. Niks van de idylle waar ik zo op hoopte.

De vele vrachtwagens die hier langs ons heen denderen. Als we met hulp van Google Maps een zijpad ingaan, kiest grote vrachtwagen deze smalle weg om even te keren. Waarschijnlijk ook verkeerd gereden, maar levensgevaarlijk.

Ik hou mijn hart vast. De fietsknooppunten hebben ons helemaal in de steek gelaten. Ik hoop dat dit de goede weg is in de richting van Raalte. De tijd begint nu ook te dringen en we willen graag morgen in Almere zijn. Stress op vakantie.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Schapenkooi – #fietsvakantie

De drukte van Vriezenveen laten we achter ons als we over het spoor zijn. We zoeken een rustig plekje voor de lunch. We hebben honger, maar we weten ook dat je daar een goede plaats voor moet vinden. Zo komen we aan in Hoge Hexel. Een plaats met en geheimzinnige naam.

Tegenover het kerkje vinden we een prachtig plekje: de schaapskooi. Het is een zogeheten rustplaats. We mogen er zitten. Zo vinden we heerlijk beschut buiten een plekje om onze lunch op te eten. Dit is genieten. De wind blaast zachtjes langs ons heen.

Zo zitten we daar op het bankje en genieten. Gelijk even naar het toilet en uitrusten. Het is nu best warm, merken we als we verder rijden. Het is hier moerasland. Zo fietsen we even later dwars door het natuurgebied in de richting van Hellendoorn: het Wierdense Veld.

Het is hoogveen en kwetsbaar gebied. We fietsen over de enige weg langs het gebied over een smal dijkje. Prachtig gezicht over de wijdse verten al lijdt dit gebied aan verdroging en vergrassing. Echt genieten is dit en voor we het weten rijden we een nieuwbouwwijk van Hellendoorn in.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.

Geïsoleerd – #fietsvakantie

We zullen Twente verlaten vanuit de Noordkant. Hier liggen plaatsen als Westerhaar-Vriezenveensewijk en Vriezenveen. Het zijn strenggelovige plaatsen, net zoiets als het Rijssen waardoor wij Twente zijn binnengereden een klein weekje eerder.

Hier zijn de moerassen, de natte graslanden, in gekaderd in de kanalen om al het veen over af te kunnen voeren. Zo is een heel gebied ontgonnen. De veengebieden in dit deel van Twente zijn lange tijd onbereikbaar geweest.

Grote delen van het jaar was de weg naar Vriezenveen onbegaanbaar. De Fries afkomst van deze bewoners in combinatie met deze isolatie, zorgt ervoor dat het Vriezenveens een heel eigen dialect is binnen Twente.

Zowel Westerhaar-Vriezenveensewijk als Vriezenveen liggen langgerekt aan een kanaal. De dorpen zijn verder vrijwel uitgestorven op deze warme zomerdag. Veel mensen zijn op vakantie en de rest kijkt argwanend naar de paar toeristische fietsers die hier langsrijden.

Verder is alles uitgestorven. Bij de visboer wacht een handjevol kopers op een visje. De Chinees met de veelzeggende naam ‘Ni Hao’ is uitgestorven. En ook de rest van de weg naar Vriezenveen zijn het alleen de auto’s die passeren.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.