Categoriearchief: tuinieren

Tuin leegtrekken

Haar hoofd drukt tegen het raam. Haar hand duwt de telefoon tegen het oor. Er blijft weinig ruimte voor de hand over tussen het hoofd en het raam. ‘Nee mam. Ik bedoel het niet zo. Ik wilde alleen maar een keertje komen helpen. Dat heb ik vanmorgen aangeboden.’ Ze is even stil. ‘Natuurlijk kunnen we. Anders boden we het toch niet aan.’

Haar ogen zijn even donker als haar haren. De huid is gebruind van een vakantie, alleen op hand bij de duim zie ik witte vlekken. Hier is vroeger iets pijnlijks gebeurd. Ze houdt de telefoon normaal vast. Alleen de spieren rond haar lippen trekken zenuwachtig. Hier is iets aan de hand. ‘Geef me anders papa even.’ Het is weer stil. De cadans van de wielen vertelt dat de trein een station nadert.

‘Nee papa, natuurlijk weet ik dat het nog niet helemaal rond is. De bank moet nog akkoord gaan, maar het scheelt als we alvast een beginnetje maken.’ […] ‘Nee, natuurlijk gaan we niet de hele tuin leegtrekken.’ De trein staat stil. Een groepje mensen gaat naar binnen, kijkt de telefoniste aan die in de richting van de glazen afscheiding tuurt. ‘Natuurlijk laten we de schutting staan, maar we dachten dat het zou schelen als we alvast het grote spul eruit halen.’

‘Het scheelt gewoon enorm als er al veel gedaan is.’ […] ‘Ik begrijp dat mama geschrokken  is toen ik het vanmorgen aanbood. Maar jullie kunnen ook niet alles en het is wel heel veel straks.’ […] ‘Tuurlijk gaat de schutting niet weg. Anders sta je zo in de kijker. Dat snap ik ook wel. Maar het is zo’n grote belasting als dat allemaal ineens moet. Snap je.’ De trein zet zich weer in beweging.

‘Nee, het is geen extra belasting voor ons, anders boden we het niet aan. En ik begrijp dat nog niet alles rond is, maar dan is het alvast gebeurd.’ Het gesprek draait rondjes mee op de wielen van de trein. De trein komt vooruit door de wielen te laten draaien. Opnieuw vertragen de wielen. Het ritme van de trein verandert in een langzame trend. Hij remt verder. Ik stap uit en zie hoe ze achter mij de roltrap op stapt. ‘Nee, natuurlijk trekken we de tuin niet leeg. Dat is zo’n kale bedoening.’

Oerwoud naast het huis

image

Het stukje voortuin naast ons huis bestaat eigenlijk alleen uit tegels. Maar als je er voorbij loopt, zou je dat niet denken. Tussen alle tegels zijn er allerlei uitschieters van jonge bomen en struiken. De snelgroeiers in de omgeving laten zo’n spoor van zaden achter dat een vierkante centimeter grond genoeg is voor de jonge spruiten.

De laatste dagen waren de struiken en bomen een flink eind over het pad gegroeid. Voorbijgangers beschikten niet meer de ruimte die ze bij de breedte van dit voetpad zouden moeten hebben. Niet dat er iemand over klaagde, maar het stukje tuin valt zo uit het zicht dat wij het niet zo snel in de gaten hebben.

Laatst zag ik de grote woestenij naast het huis. Een man kwam voorbij. Een hondje liep voor hem uit. ‘Misschien moet je eens snoeien’, zei hij. Hij maakte een grote knipbeweging met armen. ‘Snoeien’, herhaalde hij. Zijn hondje ging al de hoek om, dus hij besteedde geen aandacht meer aan mij.

Ik keek nog eens naar al het groen dat met het mooie weer en de regen goed gedijt. Veel groen, veel bladeren, maar verder nutteloos in mijn ogen. Niemand kan ervan genieten. Al die boompjes groeien alle kanten op. Mijn buurman noemde het de ‘bush, bush’. Hoe een paar vierkante meter kan uitgroeien tot een heus oerwoud.

Ik pakte de snoeischaar en knipte het ergst overhangende groen weg. Een paar knipbewegingen of naast mij lag een hele berg groenafval. Genoeg om het compostgedeelte van de duobak helemaal te vullen. Ik stopte en keek ook nog even opzij. In het tuintje lag een complete dennenboom. Hij was al helemaal bruin geworden.

Ik meende er de boom in te zien die een buurman van een paar huizen verderop op de heg voor zijn huis had neergelegd. Ineens was de neergekwakte dennenboom verdwenen. De boom die in mijn voortuintje lag, kon goed dezelfde wezen. Maar ook niet. Blijkbaar nodigt een oerwoud uit om je afval te dumpen.

Het voortuintje vraagt al langere tijd om een opknapbeurt. Een mooie afrastering en wat aantrekkelijke planten. Maar ik werd alweer naar binnen getrokken. De alledaagse werkelijkheid riep me tot de orde. Van het najaar, dacht ik. En zo zal het oerwoud naast ons huis nog even mogen voortbloeien.

Helemaal winterklaar

Iedereen maakt de tuin winterklaar sinds de Van Kooten en De Bie typetjes Jacobse en Van Es een oud vrouwtje besodemieterden door de tuin winterklaar te maken. Onzin natuurlijk, maar vandaag heb ik wel even de enorme takken van de braam weggehaald. Net als de uitgebloeide spruiten van de framboos. Het resultaat: een opgeruimde schutting, waartegen de nieuwe spruiten weer genoeg ruimte krijgen.

Het andere resultaat is dat de duobak weer vol zit. Dat ding zit met 3 uitgebloeide takken al vol en is ook nauwelijks leeg te schudden door de vuilnismannen. Helemaal nu het ding eens in de 2 weken wordt geleegd, is het een crime met de biologisch afval. Op zulke momenten vraag ik mij altijd af wie dat ding bedacht heeft. Praktisch was hij in elk geval niet. Hij, inderdaad, zulke vreselijke dingen kunnen alleen mannen uitvinden!

Gekortwiekt en uitgebaggerd

De tuin zag er ondanks het mooie weer van de laatste dagen nog altijd troosteloos uit. Ik vond het vandaag een moment om even snel de ergste wildernis aan te pakken, voordat het allemaal weer overwoekerd is met groen. Daarom is de bramenstruik gesnoeid en kreeg ook de vlinderstruik er flink van langs. De gekortwiekte planten maken de tuin gelijk een stuk minder troosteloos.

Alle bomen en stuiken in de zijtuin voor heb ik gelijk ook gekapt. De enorme vlinderstruik en halve bomen maakten de zijtuin de afgelopen 3 jaar tot een heuse wildernis. Ergens schaamden we er ons ook voor, de buurman typeerde het al eens als ‘bush-bush’ en het heeft ook wel iets van een ongerept stuk natuurgebied. Alleen lijkt het bij ons meer op een verwaarloosd stuk grond, waar de bomen uit de tegels groeien. Daarom heb ik vanmiddag in ieder geval de bomen verwijderd.

Poel des doods

Het laatste project was echter de kikkerpoel in de achtertuin. De dode waterplanten dreven bovenin en het zag er allemaal buitengewoon smerig uit. Ik besloot de dode planten eruit te halen en trof er ook nog een aantal dode kikkers in. Grote en kleine, het leken er wel ontelbaar. Zeker 3 grote exemplaren en evenveel kleine exemplaren haalde ik uit de drap. Het lieflijke kikkerpoeltje was een heuse poel des doods geworden. De kikkers hadden de winter niet overleefd of ze waren er niet meer uitgekomen bij al die dode planten. Ik weet het niet, maar het was ongelooflijk smerig werk.

Het water heb ik ook maar ververst. De gierlucht in de tuin was immers niet te harden en de struiken achter het huis hadden ook wat bemesting nodig. Zo combineerde ik het handige met het nuttige.

Waterpoeltje

Bij het tuincentrum haalden we gisteren een grote speciekuip. Ik zag het ding liggen toen ik vandaag uit mijn werk thuiskwam. Spontaan nam ik me voor om het gevaarte maar in de bodem te laten zakken.
Onderweg kwam ik nog wat stenen tegen van een vorig terras. Al met al ziet het er heel aardig uit. Het water haalde ik uit de gracht. Ongeveer tien emmers vol.
Laat de kikkers maar komen. Net als de muggen…

Wildernis

In deze tijden van warmte en droogte geef ik de planten in de tuin om de avond een sproei water. De droogte alles doen verleppen en laten doodgaan.
Het enige stukje tuin dat ik altijd negeer met mijn volle gieter, is ons zijtuintje voor. Het groeit en bloeit, zoals het nog nooit gedaan heeft. Dat onder de bossages eigenlijk volledig een betegeld stuk grond schuil gaat, zou iemand die dit ziet niet vermoeden.