Categoriearchief: tuinieren

Kas – Tiny House Farm

Van een buurman hebben we zijn kas gekregen. Het is een uit metalen buizen opgetrokken bouwwerk waar een zeiltje overheen gespannen is. Omdat we nog helemaal geen ervaring hebben met het kweken met een kas en omdat een glazen geval best een investering is, hebben we eerst gekozen voor deze kas. Wie weet levert het een verrassend resultaat op.

De buurman zette het op een moment in de app-groep dat het helemaal niet uitkwam. Daarom kreeg hij een tijdelijk plekje achter het huis, op de hopen klei. Eerst moest ik de grond egaliseren op de plek waar we hem neer wilden zetten. Hij mocht staan achter de vlinderstruik en de rode bessenstruiken die we van ons vorige huis hebben meegenomen.

Reepje ruimte

Er is dan precies nog een reepje ruimte over om langs te lopen. Zo kunnen we er straks nog goed bij om de bessen te plukken. Al vraag ik mij af of deze bessenstruiken het gaan redden. Vorig jaar hadden ze het zwaar met de warmte. Gelukkig hebben we veel stekjes van de struiken gemaakt. Ze staan nu her en der in de tuin. Zelfs een paar flinke stukken snoeisel zijn aangeslagen in de kleigrond. Een mooie oplossing en hopelijk leeft het volgend jaar een aardige oogst op. Vooral in de gemixte vruchtenjam is de rode bes echt een smaakmaker.

Eerst de grond gelijk krijgen. Er ligt nog een grote hoop klei dat het begin vormde van de terp rond ons huis. Een deel van het zand heb ik afgegraven voor het leggen van het terras en de vloer onder het schuurtje. Daarom is er een rare hoop klei aan het einde gekomen. Ik graaf de berg netjes weg en trek de grond glad. Zo komt er ruimte voor de kas.

Het stalen framework van de kas staat klaar
De kas heeft een plekje gekregen in de tuin

En inderdaad, daar staat de basisvorm netjes. Al lijkt hij links voor nog een beetje hoger te staan. Ik graaf de stangen een eindje in, zodat de kas ook overeind blijft als het een beetje steviger waait. Nu nog de plastic hoes weer zien op te kalefateren. De rits gaat niet meer helemaal dicht en er zijn een paar plekken waar de touwverbindingen los zitten.

Baby Artisjokken – Tiny House Farm

De uitgebloeide artisjokken had ik aan het einde van de zomer afgeknipt en op een composthoop gelegd. Lekker misschien voor de vogels om op te eten. Je weet maar nooit wie je er een plezier mee doet.

baby artisjokken in de grote bloem
Uitgebloeide plant met baby artisjokken

Uitlopende bloemen met baby artisjokken

Tot Inge een paar weken terug ineens zag dat de uitgebloeide bloemen uitliepen. De zaden sloegen aan. Er staken heuse kleine plantjes uit de bloemen. Voorzichtig heb ik er een paar baby artisjokken losgemaakt en in een potje gedaan.

En ze slaan heel goed aan daar in de vensterbank. Zo goed dat ik ze verplant heb in grotere potten. En zo met zicht op de grote moeder-artisjok kijken de kleintjes naar buiten. Ze groeien als kool. Heerlijk om te zien hoe ze zo in deze tijd van het jaar omhoog schieten. Zo hebben we toch een beetje voorjaar in huis.

De baby artisjokken verplant in grotere potten

Het zijn er nu 6. Het is nog afwachten hoe de planten die nu in de tuin staan, het doen deze winter. We hebben wel gemerkt dat ze treurig ineen duiken als het ‘s nachts vriest. Gelukkig trekken ze dan in de loop van de dag weer bij. De milde vorst kunnen ze wel goed aan, maar als het hard gaat vriezen, wordt het spannend.

Afgelopen weekend mochten ze in een grotere pot. Er stonden nog potten met aarde. En zo kregen de nakomelingen een veilig en warm plekje in de vensterbank. Nog een paar maanden in huis, voor ze naar buiten mogen. Met uitzicht op hun grote voorbeeld. De milde temperaturen geven de moederplant buiten enorme afmetingen. Als de ruwe stormen rustig blijven, dan belooft dat een rijke zomer te worden.

Uitzicht op de enorme moederplant

Verplanten – Tiny House Farm

De planten in de achtertuin, tussen het hek, stonden niet helemaal goed. We hadden de duindoorns te dicht op de Ginkgo’s geplant. Het zou mekaar gaan verstikken. Ook de Japanse Esdoorn, de Acer, stond er te dichtgepropt op de andere bomen.

De Japanse esdoorn, de acer mocht naar een plekje bij ons slaapkamerraam. Vlak achter de bolletjes, de hortensia’s. Ze komen nog van ons oude huis, zijn al een keer verplant en beginnen eindelijk door te breken. De acer moet hier wel goed bij passen. Ook omdat het hier wat minder zonnig is dan bij de Ginkgo’s.

Duindoorns

De 3 duindoorns zijn ook wat meer in de richting van het huis geplaatst. Ze kunnen op de nieuwe plek ook een beetje de achtertuin uit de wind houden. Het uitgraven van de grootste duindoorn viel vies tegen. Ze zitten nu 2 jaar in de grond en wortelen diep. Onze ophoging is van zand vermengd met de zeeklei. De duindoorns gedijen goed op het zand. Dat heb ik wel gemerkt. Hun fijnmazige wortels grijpen diep de grond in. Niet eruit te krijgen.

De vorig jaar gekochte walnotenboom is naar achteren verplant. Naar een plekje buiten het hek. De vlinderstruik is dit jaar enorm gegroeid en de walnotenboom stond er niet goed. Daarom hebben we ook de hulst een stukje verplaatst. Deze is bij de duindoorns geplant.

Dubbele struik verplanten

Een heel karwei. Zeker ook het verplaatsten van de dubbele struik van de krent en hazelaar die iets meer in de richting van het schuurtje is gekomen. Ook deze planten waren al diepgeworteld. Dat kost best veel kracht en vernuft. De handige riek, hield het helaas niet.

Het valt me op dat veel gereedschap snel sneuvelt. Een schep van 15 euro of een hooivork van dezelfde prijs, redt het niet als je kracht wilt zetten. Dus maar eens op marktplaats speuren naar bruikbaar ouder gereedschap dat onverslijtbaar is.

Heb je zelf een mooie riek, spade of hark in de aanbieding? Laat het weten. Ik weet zeker dat ik belangstelling heb.

In de nesten – Tiny House Farm

Zo’n niet te ontginnen stuk land. Die metershoge distels die weer uit de grond komen. Ik ben ermee in bittere strijd. De ene keer win ik, de andere keer zij. Maar dan ineens doemt er midden tussen de distels een nest op. Een vogelnest!

Helemaal gelukkig met de handzeis, besteld via internet, ga ik de enorme hoeveelheid distels in onze ‘bosrand’ te lijf. Wat een belevenis. De warme zon op de huid en dan gewoon met de zeis over de bodem gaan. De distels vallen stekelig op mij en de rest om mij heen.

De ‘bosrand’ ontdaan van distels

Zo ontdek ik dat hier allemaal boompjes staan. De boompjes en struiken die we koesteren: berk, els, liguster, egelantier, lijsterbes, Gelderse roos en niet te vergeten de meidoorn. Wat een prachtig groen. Ze verschijnen met het verdwijnen van de vele distels en zuring.

Over de bodem zwaaien

En zo’n handzeis is best zwaar. Ik zwaai ermee over de bodem, houd soms een distel vast zodat hij niet alleen schuin valt, maar ook echt losgesneden is van zijn wortel. Anders schiet je met deze snoeiactie niet zoveel op. Daarom vraagt dit werk om meerdere sessies. Ik doe het als pauze tussen het vele werk achter de computer. Het geeft rust.

Als ik echt een flink stuk heb platgeslagen, ontdek ik de meidoorn. Midden tussen al die distels zit daar die prachtige struik. Ik probeer er mooi omheen te snoeien. Overal die distels die in de weg zitten. Wat is het toch veel zeg. Hier kun je toch niet tegenop snoeien.

Midden in de meidoorn

Ineens zie ik iets midden in de meidoorn. Wat is dat? Ik kijk nog eens goed en schrik me rot: een vogelnest. Ik tuur recht op de kleine gespikkelde eitjes. Ah, nee. Het nest is verlaten en bedenkend over mijn drukke snoeiwerk. Nergens heb ik ook maar het idee gehad dat ik een vogel stoorde.

Ik staak meteen mijn noeste snoeiwerk. Dit mag niet gebeuren, want wie zit hier! Het is zeker weten niet een koolmees of een pimpelmees. Het is wat ingrijpender. Als ik later voorzichtig terugloop, zie ik een vogel op het nest zitten. De staart wijst schuin omhoog. Mijn richting uit als een strenge vinger. Jij, uilskuiken. Laat mij met rust ja.

De vogel vliegt vrijwel meteen weg. Het is toch niet de veldleeuwerik die ik vorige week hier al zingend naar beneden zag vliegen. Ze schijnen dat te doen in hun balts. Nee, dat kan niet. Het is een rietzanger, concludeer ik. Het moet een rietzanger zijn. Een veldleeuwerik is veel te zeldzaam om het nest van te ontdekken.

Kwetsbaar nest

Maar nu is het nest veel te kwetsbaar geworden. De vos hoeft hier maar even zijn snoet langs te schuiven en hij heeft een heerlijk, klein culinair voorafje. Ik probeer nog wat versgesneden takken tegen het boompje te leggen en hoop op beter. Misschien biedt het voldoende bescherming.

Ik tuur nog op mijn mobiel. Is het een rietzanger? Het zal toch wel. De veldleeuwerik zou verschrikkelijk zijn. Deze staat op de rode lijst. Als dit nest verstoord is, ben ik een moordenaar en zorgt mijn actie ervoor dat de lijst alleen maar roder wordt. Het beeld van de eieren zonder broedende ouder, krijg ik niet uit mijn hoofd.

De dag erna wordt mijn angst bevestigd. De veldleeuwerik vliegt en zingt overal weer. Ik hoor zijn roep hoog in de lucht en de dalende vlucht al fluitend. Net zo grillig als hij naar beneden komt. Beeld en geluid versterken elkaar. Zou hij weer druk in de weer zijn. Ik durf niet langs het nets. Want zou het niet gewoon leeg zijn?

Kunstig nest

Als ik dan later eindelijk durf te kijken is het nest leeg. Het zat zo kunstig midden in de meidoorn, maar nu hangt het er half uit. Geen spoor meer van een ei. Nu de veldleeuwerik weer vol in zijn flirt zit, durf ik me er even helemaal niet meer mee te bemoeien. Ik laat ze maar en de bosrand moet maar even een distelrand blijven.

Ik laat de rest van de distels ongesnoeid…

Nu hoor ik soms iets uit de hoek ongesnoeide distels komen. Zacht gefluit en gefladder. En dan denk ik aan mijn zeis: nee, die mag daar nog niet komen. En sowieso voor het snoeien een grondige inspectie van het te snoeien gebied. Nu hoop ik vooral dat de veldleeuweriken er ondanks mijn verjagende activiteiten, toch rust vinden om een nest te bouwen.

Hebban olla vogula nestas hagunnan, hinase hic anda thu, wat unbidan we nu?

pennenprobeersel van een West-Vlaamse kopiist in de 11e eeuw
Het nest is leeggeroofd… En de veldleeuwerik is gevlogen.

Broedende koolmezen – Tiny House Farm

Vorig jaar hebben we het erg gemist: de roep van de koolmezen. In ons vorige huis aan de Alkmaargracht hadden we jaarlijks een koppeltje koolmezen in een nestkastje te broeden. Net als dat er vaak een merel meerdere nestjes had in onze voor of achtertuin.

De merel is nog niet gekomen, maar we hebben dus dit jaar een koppeltje koolmezen te gast in het nieuwe mezenkastje. Ik kreeg het kastje al een jaar eerder voor Sinterklaas. We hebben het samen met 2 andere aan het einde van de zomer opgehangen aan de nieuwe schuur. Zo konden de vogels alvast wennen aan het nieuwe onderkomen.

de nestkastjes voor de koolmees aan het schuurtje
Het linkerkastje is bezet door de koolmezen. Het tuinhek heb ik dit weekend gemaakt.

Vrolijk fietspompje

Dat is gelukt. We horen nu al een paar weken het vrolijke fietspompje in onze tuin. Gevolgd door die mooie vlucht, ze golven echt door de lucht. Dat is genieten zeg.

De ontdekking dat ze in je nestkastje zitten, is ook heel gaaf. Eerst denk je het, maar je kunt ze er nog niet op betrappen. Ze hebben het ook heel goed in de gaten dat je ze volgt. Dan krijg je steeds meer bewijzen. Ze worden zelf door de drukte slordiger. Al reageren ze nog steeds als ik in de weg sta bij hun aanvliegroutes. Gisteren zag ik hem er echt in vliegen het bewijs.

is er genoeg te eten voor de koolmees in onze jonge tuin?

Genoeg te eten voor koolmezen?

En dan meteen maak ik me ook zorgen. Is er wel genoeg voor ze om te eten in onze tuin? Zoveel groeit er nog niet. Ze kunnen zich laven aan de rupsen in onze appelbomen. Ik heb ze al een paar weken niet meer gezien. Verder zijn er natuurlijk de rupsen in de kool. Maar of dat voldoende is.

De koolmees heeft het zelf ook al in de gaten. Soms snoept hij iets uit de halfvolle pot met vogelpindakaas en vliegt ermee naar het nest. Als dat een mooie aanvulling is op zijn dieet, dan hoef ik me geen zorgen te maken. Maar je voelt je toch een beetje gastheer.

het nestkastje van de koolmezen aan de schuur
Het nestkastje, niks verklappen aan de eksters en kraaien 😉

Nu de merels nog

De merel laat nog even op zich wachten. Daarvoor moeten de bomen echt wat groter zijn. Ik heb er een paar plankjes voor gemaakt in het schuurtje. Aan de goede kant (op het noordoosten). Net als het nestkastje voor de roodborstjes.

In de winter en het vroege voorjaar zagen we veel roodborstjes in onze tuin. Nu wat minder. Het is wat minder geschikt voor ze om te nestelen. Ook het winterkoninkje heb ik al een tijdje niet meer gezien. Maar de vreugde voor het koppeltje koolmezen is mij heel veel waard.

Beetje regen – Tiny House Farm

De smeekbede om een regenbui is een heel klein beetje verhoord. We hebben nu een paar dagen regen gehad. Je ziet meteen de hele tuin opfleuren. De grauwe stoflaag is van het groen af en je ziet weer: groen. Wat is dat genieten zeg.

natte zonnebloem door de regen

Bovenop helpen

De tuin leeft dus weer helemaal op en dat is geweldig. Hopelijk is het genoeg om de uitgedroogde fruitbomen er weer een beetje bovenop te helpen.

De framboos krijgt knoppen

Het is sowieso een feest om door de tuin te lopen. Met alle coronamaatregelen loop ik nu regelmatig een extra ronde door de tuin. Het is heerlijk om te zien hoe alles weer groeit en bloeit. Hoe planten elkaar opvolgen. Na de kersenbloesem is het nu tijd voor appelbomen en de lijsterbes.

de morellen komen uit de uitgebloeide bloesem

Lijsterbes in bloei

Op allerlei plekken in de tuin zie je de lijsterbes in bloei staan. De regen helpt enorm bij deze bloei. De appels volgens snel. De Zoete ermgard heeft prachtige witte bloemen met een smal rood randje. Zo kenmerkend voor appelbloesem.

de lijsterbes in bloei!

Bij de kers en ook de krent zien we de uitgebloeide bloemen omvormen tot heuse vruchten. Nog niet zo snel, maar iedere keer weer ietsje meer. De kers bolt letterlijk steeds groener op uit de bloem. Op andere plekken beginnen de vruchten ook steeds groter te worden. Ook dit jaar bespeur ik een paar amandelen. Net als de eerste pruimen, waarbij de nieuwe Reine Victoria het wel heel goed doet. Prachtig gewoon!

de krent krijgt vruchten

Fantasietuin

En zo wandelend door mijn tuin fantaseer ik vooruit. Hoe de bomen groter zijn en je een eigen hofje hebt. Het plekje voor jezelf verscholen in het groen. Niet meer die grote vlakte, maar een eigen, beschut plekje. Een echte ‘locus amoenus’ door de ‘hortus conclusus’. Weliswaar zonder een dikke kasteelmuur, maar met een volle groene haag. De regen helpt erbij om de droom echt te zien gebeuren.

groene tuin achter het roze huisje