Categoriearchief: treinreis

Feest in de sprinter?

Al lezend in Jan Dijkgraafs Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien lijkt het erop dat hij alleen met intercity’s reist. Op het verhaal over het ontbreken van toiletten in de sprinters na, spreekt hij met geen woord over de tochtige open rijtuigen van de NS. Het maakt het treinreizen een stuk minder leuk en comfortabel.

De metro-achtige treinen vol stangen, hoge zitjes, minimale beenruimte en houten planken waar je kont het nog geen minuut stilhoudt, ontbreken geheel in zijn verhaal. Het is een beetje valsspelen met de voordelen en zou voor NS juist een wijze les moeten zijn om te realiseren dat comfort het grote onderscheid moet maken met de auto.

Die goedkope, moderne treinstellen mogen van mij zo snel mogelijk gesloopt worden en vervangen door ouderwetse, luxe treinen waar je nog lekker kunt wegzinken in een stoel. Helaas, het lijkt Jan Dijkgraaf te zijn ontgaan in zijn jaar reizen door Nederland. Hij heeft ook wel een mooi opstapstation (Heerenveen).

Inderdaad, de intercity van Heerenveen naar Rotterdam is een feest. Maar de verschraalde dienstregelingen laten reizigers steeds vaker overstappen waardoor langeafstandsreizen bijna niet meer bestaan in Nederland. Ik ervaar het elke keer weer als ik met de trein reis.

Maar bovenal is het boek van Jan Dijkgraaf een feest der herkenning. Als liefhebber van de trein, kan ik alleen maar beamen wat hij schrijft. Sterker nog: ik verlang alleen maar meer naar die heerlijke treinreizen waarbij je kunt wegdromen van het uitzicht. Het mooiste natuurlijk in een intercity. Die van Rotterdam naar Heerenveen bijvoorbeeld.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Treinliefhebber

Verderop op zijn reis in Een klein eiland treft Bill Bryson een treinliefhebber aan in de trein. Heel vreemd begint deze tegen hem te praten. Iets dat hij vooral leest in de boeken van Paul Theroux, maar zelf gelukkig nooit zo ervaart.

Tot deze man tegenover Bill Bryson hem betrapt op het lezen van Kingdom by the Sea. Het blijkt een treinliefhebber te zijn die heel stellig is over de deskundigheid van de beroemde schrijver van treinreizen door Azië, Latijns-Amerika en China:

‘Die Thoreau.’ Hij knikte in de richting van mijn boek. ‘Weet helemaal niets van die treinen af. Of hij houdt zijn mond erover.’ Hier begon hij hartelijk om te lachen en vond het zo grappig dat hij het nog een keer zei, waarna hij met zijn handen op zijn knieën bleef zitten glimlachen alsof hij zich trachtte te herinneren wanneer hij en ik voor het laatst zoveel lol hadden gehad. (276/7)

De reiziger tegenover Bill Bryson probeert hem duidelijk te maken dat Paul Theroux geen benul heeft waarover hij schrijft. Zo weet hij in de Grote spoorwegcarrousel niet eens welke locomotief er voor de trein van de Delhi Express rijdt.

Dan begaat Bill Bryson een stomme zet. Hij vraagt de man of hij van treinen houdt. De rest van zijn reis krijgt hij een uitvoerig onderhoud over alle soorten treinen, merken en serienummers die er op de wereld rijden. Zo hoort Bill Bryson precies de afleverdatum waarop het treinstel waarin ze rijden is opgeleverd.

Bryson is dan ook ontzetten blij als zijn reisgezel de trein verlaat. De resterende tijd van zijn reis, kan hij niet veel anders dan de klinknagels tellen.

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Per spoor naar Rotterdam

Toen wij naar Rotterdam vertrokken… De vorige keer dat we naar Rotterdam wilden, reden de treinen niet verder dan Den Haag. We zijn maar naar het Mauritshuis en de Gevangenpoort geweest. Een andere keer dat we naar de tentoonstelling van Brueghel wilden gaan, was er wat anders. Maar we gaan het gewoon weer proberen.

De reis verloopt vlekkeloos. Al is de nieuwe dienstregeling best wennen. In 1 keer doorrijden zit er niet meer in. NS ziet mensen liever overstappen. Het verslechtert je reiscomfort. Maar goed. Niks aan te doen. Het zitten in een trein is al een genot op zich.

Dat je lekker zit, tegenover elkaar, gezellig kletst en naar buiten kijkt over de geluidschermen heen het landschap aan je voorbij trekt en een conducteur hard in je oor tettert vanuit de geluidsbox die vlak boven je hoofd zit.

Dat is ook reizen per trein.

Op bezoek bij Eise Eisinga (3)

image

Als we dan eindelijk naar binnen mogen, ben ik getroffen door de helderblauwe kleuren van het plafond. De banen van de planeten zijn uit het hout gezaagd en lopen dwars door de groeven van de planken heen. Het werkende hout heeft ervoor gezorgd dat de lijnen niet zuiver rond lopen. De planeten hangen eronder. De aarde draait zelfs rond om zijn eigen as, waarbij ook de maan om de aarde draait. De grote planeten hebben dit niet.

Ik kan wel uren met mijn hoofd omhoog staren naar het plafond in deze vrij kleine huiskamer. Onze eigen huiskamer is groter. De man is 6 jaar bezig geweest met de bouw van dit indrukwekkende mechaniek. Natuurlijk niet alleen de bouw van het raderwerk, maar ook de berekening van alle banen, afstanden, snelheden en stand van de planeten ten opzichte van elkaar zijn een buitengewoon kundige prestatie.

image

De buitenste baan is de jaarring, waarbij ook de dierenriem meeloopt. Tot op de dag nauwkeurig kloppen deze gegevens. Elk jaar verschijnt een nieuw jaar via het plankje dat om de paar jaar vervangen moet worden. Eisinga heeft ook aan de wand indrukwekkende meters aangesloten op het systeem. Hier toont hij de zonsopkomst en de zonsondergang, de stand van de maan en de stand van de sterren boven Franeker, net als de tijd. In de Franeker tijd, die scheelt 20 minuten met de tijdzone van nu, ‘Berlijnse tijd’.

Hij dacht er zelf een halfjaar over te doen, maar deed er uiteindelijk 7 jaar over. In 1774 begonnen, kreeg hij het in 1781 af. Wat wel spijtig is, is dat 2 maanden na de bouw van het planetarium, de planeet Uranus werd ontdekt. Deze kon niet meer worden opgenomen in het stelsel dat precies in zijn huiskamer paste.

image

Het is nog altijd heel indrukwekkend om te zien. Dat iemand meer dan 200 jaar geleden de moeite nam om zelf een planetarium te bouwen. Het raderwerk is de basis van dit alles, aan de hand van slechts 1 slingerklok draait alles rond.

Zo laten we een indrukwekkend gebouwd en ingenieus systeem achter ons en lopen we terug naar het boemeltje. We kijken nog even omhoog naar de hemel boven Franeker. Dezelfde hemel als waar we net heen keken in schaal. De zon duikt al achter de huizen, precies tussen de kerktoren en de toren van het stadhuis in. Nu is het toch even de hemel van Eise Eisinga.

image

Op bezoek bij Eise Eisinga (2)

image

Wij stappen op zondagmiddag het Friese stadje binnen. De treinen sluiten wonderwel op elkaar aan. Al is het in Zwolle even spannend of onze vertraagde intercity wel zou aansluiten op de trein naar Leeuwarden. Het valt mee, we hoeven niet een uur te wachten.

Het boemeltje van Arriva dat van Leeuwarden, via Deinum en Dronrijp rijdt, is best druk. Zo’n trein heeft lekkerdere stoelen dan de intercity van Zwolle naar de Friese hoofdstad. Als ik Doris bij het gezoem van de dieselmotor vertel over het Planetarium waarnaar wij op weg zijn, luistert een man een paar bankjes verder mee. Hij knikt naar me. ‘Daar gaan wij ook heen.’

image

In Franeker moeten we een stukje omlopen omdat de straat en brug naar de oude stad in revisie zijn. We lopen door het woonwijkje dat achter het kanaal ligt en zien hoeveel huizen hier te koop staan. Alleen het bijzondere huis met het torentje trekt extra aandacht.

De stad zelf bevat best veel interessante elementen. Ik weet dat de Martinikerk in deze stad een flink orgel van Van Dam bezit. De huidige organist van de Jacobijnerkerk in Leeuwarden heeft er jaren op gespeeld. Voor deze zondag houden wij links aan om het grachtje te volgen waaraan het huisje van Eise Eisinga staat. De mensen uit de trein lopen een paar honderd meter voor ons uit.

image

We stappen er naar binnen. Helaas valt de entree niet onder de Museumkaart, maar een bezoek is veel te interessant om er niet de paar euro entree voor te betalen. De kamer met het planetarium is net gesloten door een rondleiding. De mannen waarmee we samen in het boemeltreintje reden, zijn namelijk verdwenen. Ik vermoed dat de voorsprong die zij genoten hun in het voordeel heeft gewerkt.

Daarom lopen wij door de andere ruimtes, bekijken het indrukwekkende planetarium vanaf de lage vliering. De enorme raderen die de planetenloop van de verste planeet, Saturnus, doen meer dan 29 jaar over een rondje door de woonkamer van de Friese wolkammer.

image

Lees morgen het derde en laatste deel van het bezoek aan Eisinga’s planetarium

Op bezoek bij Eise Eisinga (1)

image

Het Planetarium dat de autodidact Eise Eisinga in zijn woonkamer in Franeker bouwde is wereldberoemd. De Friese wolkammer bouwde tussen 1774 en 1781 ons planetenstelsel op schaal na. Met hulp van een ingenieus opwindsysteem zorgde hij voor een werkend planeetstelsel. De stand van de planeten in zijn woonkamer komt overeen met de werkelijkheid. De 6 toen bekende planeten staan allemaal in hun juiste baan ten opzichte van de zon.

We gaan op de laatste dag van het Kruidvat-treinkaartje naar Franeker. Een lange trip naar de voormalige Friese universiteitsstad. In 1584 gaf Willem van Oranje een hogeschool aan Leiden, Harderwijk en Franeker. In deze stad bouwt de wolkammer Eise Eisinga 2 eeuwen later zijn planetarium.

image

In de zomer van 1823 bezoeken de 2 Leidse studenten Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp de stad en stappen ook even binnen bij Eise Eisinga voor zijn planeet. Het is dan al een drukbezochte attractie, zoals uit het Dagboek van Jacob van Lennep blijkt:

Eenige grachten verder, traden wij de eenvoudige woning van den wolkammer EISE EISINGA in. Deze kwam met een schortkleed voor en leidde ons in een klein kamertje, waar wij boven ons hoofd het gansche planetenstelsel zagen. Alle planeten hier afgebeeld bewegen zich werkelijk als in de natuur en volbrengen hun loop in denzelfden tijd, alsook al hunne manen. Vier andere platen wijzende op- en ondergang van zon en maan aan; andere weder de schijnbare zonsbeweging; de lichtgestalte der maan; de afstand der aarde van de zon; die der maan van de noord- of zuidpolen; de dagen der maand, der week, het uur, de minuten en seconden; ook het jaargetal, de N. en Z. declinatie enz.
Dit alles wordt door een slinger in werking gebracht. De raderen en pennen zijn slechts van hout en beslaan geen meer plaats dan het platfond boven het kamertje tegen I½ voet hoogte. De maker toonde mij alles als was hij in een kermisspel, zonder dat hij er iets van scheen af te weten. Wij wisten niet wat meer te bewonderen, de trotschheid der onderneming, de voortreffelijke juistheid der uitvoering of de onbegrijpelijke eenvoud van den vervaardiger; jammer dat dit kunstgewrocht niet te verplaatsen is en met het huis vergaan moet. (p. 52)

Eisenga bouwde het om de donderpreken van een predikant te weerleggen. In 1774 meende een predikant dat de wereld zou vergaan omdat de planeten tegen elkaar zouden botsen. Eise Eisinga wilde een planetarium bouwen om te laten zien dat het onzin was. Daarna kon iedereen die het wilde langskomen om het bijzondere bouwwerk te bewonderen.

image

Lees maandag het vervolg van ons bezoek aan Eise Eisinga’s Planetarium

Middagwandeling door Ede

image

Op een zondagmiddag in december door het Gelderse Ede lopen is als het wandelen door een spookstad. De straten uitgestorven, de bomen kaal en af en toe een fietser die aan je voorbij gaat.

Ik wandel in een stad die niet lijkt te bestaan. De zware bewolking dreigt met een flinke regenbui, maar vooralsnog blijft het droog. Ik ben op station Ede Centrum uitgestapt en vraag mij af of ik ooit deze trein genomen heb in het verleden.

Iets achter het station ben ik schoolgegaan, na de MTS heb ik hier op de school voor volwassenen gezeten en deed in 1 jaar Havo en een jaar later VWO. Zo lopend door de Molenstraat zijn er weinig tekenen van herkenning. Misschien het cafetaria verderop dat de naam De Molen draagt.

De oude molen herken ik niet. Er stond in de tijd dat ik hier dagelijks vertoefde volgens mij een bouwval en niet de nostalgische verzameling bouwwerken die er nu staan. Het lijkt op de binnenplaats van een boerderij. In de tijd dat ik hier 20 jaar geleden langsfietste, was dit er niet.

Ik loop in de richting van de wijk Veldhuizen waar ik de fiets ga bekijken en uiteindelijk niet koop. De speling in het stuur, stoort mij en ik loop de hele weg weer terug. Sterker nog, ik loop door Ede naar het andere station, station Ede-Wageningen. Al verbaast het tweede deel van de naam best wel. Wageningen ligt op ruim 8 kilometer van het station.

image

Nu wandel ik door oudere wijken, geniet van een laan vol berkenbomen. Zelfs in december ogen de kale bomen bekoorlijk. De witte bast geeft ze hun unieke glans. De vrijstaande huizen aan weerszijden van de straat, doen de rest.

En zo kom ik bij het station waar ik de intercity in de richting van Arnhem pak. Met een omweg naar huis. Het donker wint het uiteindelijk van de middag. Een zondagmiddagwandeling door Ede.

image

Anna Karenina en locatie

station_trapani
foto wikimedia

Lezen mag zich dan wel in de verbeelding afspelen, een belangrijke factor die Peter Mendelsund in zijn boek overslaat, is de locatie waar je het boek leest. Zo is voor mij Anna Karenina voor altijd verbonden met het treinstation van Trapani op Sicilië.

Wel gunstig dat het een treinstation is, in het boek vormt de (stoom)trein een belangrijke hekkensluiter. Ik had het boek bij me op mijn reis door Italië in 2001. Een maand lang trok ik door Italië met een grote stapel boeken in mijn rugzak. Volgens een Canadese rugzaktoerist en organist zou meer dan de helft van mijn rugzoek uit boeken bestaan.

De lange reizen vergezelde ik met de dikke boeken. Lev Tolstojs Anna Karenina behoorde tot de bagage. Onderweg las ik het boek met ontzettend veel plezier. Iets eerder had ik nog een medestudent gewezen op de invloed van Anna Karenina op Couperus’ roman Eline Vere. Ze ging daarna dapper aan de slag met een vergelijking waarvan ik de scriptie helaas nooit gelezen heb.

Daar onderweg op het perron van het station Trapani wachtte ik een ochtend op de trein naar Palermo. Ik zat daar heerlijk in het zonnetje te wachten tot de trein zou arriveren en mij mee zou nemen naar de hoofdstad van het eiland. In de verte zag ik een stelletje met een baby lopen. Het leken wel verlopen hippies. Ik arriveerde gelijktijdig met hen in Trapani en we vertrokken ook tegelijk.

Daar moet ik altijd aan denken als ik over Anna Karenina lees. Het lijkt wel dat ik daar de laatste scène las en het boek dichtsloeg. Als ik mijn vakantiedagboek lees, weet ik dat het niet klopt, maar voor de verbeelding is het alleen maar mooi.

Dat een boek onlosmakelijk verbonden is met de plek waar je het leest, vergeet Peter Mendelsund. Voor mij is het een extra essentie van het lezen. De geuren en de geluiden van de plek waar je het las, samen met het heerlijke zonnetje dat ik daar op dat station had. Onlosmakelijk verbonden met Tolstojs Anna Karenina.

Treinritje over het verdiepte spoor

image

De treinkaartjes van het Kruidvat zijn voor mij altijd een verleidelijke aankoop. Je kunt er voordelig een dagje mee treinen in Nederland. Alleen is de geldigheid het grote risico bij de aankoop van dit soort kaartjes.

De einddatum van dergelijke treinkaartjes nadert altijd met rasse schreden, sneller dan je zou willen. Voor je er erg in hebt, is het kaartje niet meer geldig.

Dit keer kocht ik 3 kaartjes, waarvan ik er eentje vorige week gebruikte en de andere 2 dit weekend zouden worden gebruikt. We wilden er een dagje mee naar Rotterdam en ondermeer het museum Booijmans Van Beuningen bezoeken. De gebroken elleboog van Inge gooide roet in het eten.

image

Ze wees mij op een treinrit waar ik al heel lang over praat. Sinds de opening van dat traject: het verdiepte spoor in Almelo. Ik wilde er nog altijd een keer doorheen rijden, maar ik hoef nooit in Hengelo te zijn. Daarom moet ik er apart voor kiezen dat stukje te pakken.

We stappen in op Almere Muziekwijk. Er zijn werkzaamheden tussen Hilversum en Utrecht, waardoor de stoptrein tussen Hilversum en Almere niet rijdt. We kunnen niet helemaal een rondje rijden. Op Almere Centrum ontdekken we dat de intercity naar Zwolle zoveel vertraging heeft dat we net zo goed de stoptrein kunnen pakken.

Het is een ouderwetse dubbeldekker, getrokken door een locomotief die ons naar Zwolle brengt. Als Almere Oostvaarders geweest is, valt het aantal stops best mee. We kijken naar de beestjes van de nieuwe wildernis en verderop turen we langs de spoorlijn om het fietspad van afgelopen zomer te volgen. We zien zelfs de boerencamping langs de dijk bij Hattem liggen vanuit de trein.

image

Achter zit een meisje te luisteren naar de muziek. Ze tuurt naar buiten en ik zie een traan over haar wang bengelen. Wat later zie ik haar op het station Zwolle wachten op dezelfde trein als wij: de stoptrein naar Almelo en Hengelo. Ook op dit traject is een flinke vernieuwing geweest: bij Nijverdal loopt het spoor verdiept door het dorp en ligt er zelfs een tunnel van een paar honderd meter.

Het voelt in deze diesltrein meteen anders aan dan een elektrische trein. De zon schijnt aan onze kant naar binnen en het voelt warm. Door het open raampje aan de andere kant van ons waaien allerlei insecten naar binnen. Zo lopen op het raam een vliegende mier en een lieveheersbeestje. Met de beesten komt er ook wat dieseldamp naar binnen door het raampje.

Als we dan Almelo uitrijden, is daar het moment waarvoor we zijn gegaan: het verdiepte spoor door de stad. Het spoor zorgde altijd voor een splitsing van de stad. Nu snijdt de trein door de grond en kan het verkeer over de spoorlijn heen. Ik heb er nooit aan kunnen wennen van bovenaf. Van onderaf valt het allemaal wat minder op en zie ik vooral grafity aan het begin en einde van de van boven open tunnel.

image

In Hengelo strekken we maar even de benen ook omdat het boemeltje naar Zutphen voor onze neus vertrekt. We lopen over de markt en ik zie mijn oude werkplek weer even. Het raam dat op perronhoogte stond en mij uitzicht bood op de wachtende reizigers en de stilstaande treinen. De internationale trein bezorgde mij altijd een licht verlangen naar het verre Berlijn.

Nu rijdt de internationale trein binnen als we een kopje koffie drinken in bij de Coffee Industry. De koffie valt een beetje tegen, ondanks het feit dat ze Arabica-bonen zeggen te gebruiken. We stappen even later met Twentse bloedworst aan boord van de Syntustrein naar Goor, Lochem en Zutphen.

De rit voert zo mooi door Twente en de Achterhoek. Ik denk terug aan mijn tijd bij de krant waarbij ik als verslaggever door dit deel van Twente toerde. We rijden langs Delden, Goor en Markelo. Ik zie zelfs de boerencamping in Markvelde waar ik destijds een verslag schreef in de vakantie voordat we Twente uitrijden en naar de Achterhoek binnengaan.

image

In Zutphen volgt snel de overstap richting Deventer. We vragen ons af waarom de intercity eigenlijk stopt in de gehuchtjes Olst en Wijhe. Wat zijn de inwoners van deze dorpjes bevoorrecht. Voor we er erg in hebben, staan we al in de hoofdstad van Overijssel en rijden weer over de Hanzespoorlijn naar huis.

Een lekker dagje treinen op het kaartje van het Kruidvat. Op de valreep, want hij loopt de volgende dag af. Een leuke rit door Nederland waarbij je heerlijk je gedachten over het voorbijrazende land laat glijden. Soms een bladzijde van een boek opengeslagen voor je, maar het meest nog naar buiten kijkend.

Mijn ultieme reisboek: De grote spoorwegcarrousel van Paul Theroux – #50books

image

Zo lang lees ik nog geen reisverslagen. Ik vond het vooral overdreven beschouwingen van reisjes. Bij het lezen vroeg ik mij altijd af in hoeverre het verhaal niet is aangedikt met verzonnen situaties.

Alleen mijn geliefde schrijver Junghuhn had wel een heel mooi reisverslag geschreven. Zo mooi dat ik het redigeerde en er een uit te geven editie voor maakte als afstudeerscriptie. Net als dat ik bij mijn reis door Italië met Goethes Italiaanse reis in de hand door het land trok.

Pas later ontdekte ik het reisverhaal. Ik las Paul Theroux: De grote spoorwegcarrousel. Wat een boek is dat zeg. De verteller reist per spoor door Europa en Azië. Hij zit voornamelijk in de trein, maar weet prachtige verhalen los te krijgen van en over zijn medepassagiers.

Het verhaal over Duffill werkelijk subliem. De verteller weet hier de persoon tegenover wie hij zit zeer treffend te beschrijven. Je ziet hem tegenover je zitten. Je vergeet dat je aan het lezen bent, je zit gewoon in de trein tegenover meneer Duffill.

De kracht van Paul Theroux’ oeuvre is wel dat hij 10 jaar later op zoek gaat naar meneer Duffill. Hij is dan op rondreis door Engeland en doet de woonplaats van zijn oud-reisgenoot in de Oriënt-Expres aan. De opmerkelijke Engelsman is al een paar jaar eerder overleden. Paul Theroux ontdekt dat Duffill voor de geheime politie werkte.

Juist die verhalen over mislukkingen en beschrijvingen van medereizigers maken zijn boeken tot een feest om te lezen. Als hij op weg is naar China zit hij weer in de Oriënt-Expres. Hij reist met een gezelschap dat zijn boek De grote spoorwegcarrousel leest. Hoe hij zichzelf hierbij weet neer te zetten is van een ongekende kracht. Ik geniet van dit soort observaties en zelfspot.

Daarom kan ik maar moeilijk een keuze maken. Voor mij behoort De grote spoorwegcarrousel zeker tot een meesterwerk van het reisverhaal. Een andere meester ontdekte ik jaren later: dat is de Engelsman Redmond O’Hanlon. Hij heeft een heel behapbaar reisverhalen oeuvre, maar hij weet je overtuigend mee te nemen op zijn reizen.

Ook hier speelt de zelfspot een belangrijke rol. Je geniet van de situaties waarin deze natuurliefhebber verzeild raakt. Ongetwijfeld behoort zijn tweede boek Tussen Orinoco en Amazone tot het hoogtepunt uit zijn oeuvre. Vooral als zijn reisgenoot Simon Stockton hem in de steek laat.

Dit soort reisboeken zijn altijd goed te lezen. Ook omdat de ontberingen centraal staan. Het toont het reizen in een ander daglicht: dat van de lijdende reiziger die nauwelijks kan genieten. Hij moet overnachten in smerige hotels, poepen in het oerwoud, elk moment malaria kan oplopen en op zijn minst aan de schijt is.

De waarheid is dan wat minder belangrijk. Het draait bij de boeken van Paul Theroux en van Redmond O’Hanlon om het hele verhaal. Dat staat in dienst van de eigenlijke reis. De boeken lezen als een roman. Uiteindelijk voelt het alsof je anders het boek uitstapt dan je eraan begonnen bent. Iets wat ik betwijfel bij veel hedendaagse reizigers: zij komen alleen met een bruin kleurtje terug, maar zijn zelf niet veranderd.

Ook bij het reisverhaal draait het niet zozeer om de reis die de verteller maakt, maar meer om het verhaal en de ontwikkeling die hij doormaakt. Wat is de uitwerking van het landschap op hem en hoe gedragen de mensen die hij ontmoet zich.

Dat verklaart misschien ook dat de grenslijn tussen een reisverhaal en een roman niet altijd goed te trekken is. Zo geniet ik ook van de romans van Paul Theroux. Al is zijn reisboek De grote spoorwegcarrousel niet te overtreffen.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  32 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.