Categoriearchief: trein

Treinreiziger in auto

img_20160731_192143.jpgPaul Theroux heeft mijn aandacht gekregen door zijn prachtige treinreizen. Ik las ze allemaal, De grote spoorwegcarrousel, De oude Patagonië-expres, China, per trein , De grote spoorwegcarrousel retour en de vele boeken waarin de trein een iets minder prominente rol speelt waaronder zijn beide reizen door Afrika.

Niet trein maar auto

In zijn laatste reisboek Het diepe Zuiden reist hij niet meer trein maar per auto. Een verrassende keuze omdat hij in zijn treinboeken zo afgeeft op het reizen per auto. Hij houdt van de trein waarin hij onderweg naar buiten kan kijken en in gesprek is met zijn medereizigers. De verhalen onderweg trekken hem zo aan. Dat zou je in de auto niet kunnen. Of toch wel.

Vanzelfsprekend geeft hij in zijn reisboek een toelichting op de keuze voor de auto. Hij doet dit als hij op het treinstation van Brookshaven. Hij is gewend geraakt aan de luxe van de auto, het kunnen rijden en gaan wanneer hij wil. Bovendien is het spoorwegnet in het Zuiden van de Verenigde Staten ‘fragmentarisch’, maar beschikt dit deel van Amerika wel een goed wegennet.

Hij concludeert het uiteindelijk ook aan het einde van zijn boek:

Voor het eerst reed ik helemaal zelf. Wat de ervaring zo voortdurend tot een genoegen maakte, was dat ik in mijn auto nooit die onvolkomenheid van een vlucht ervoer, nooit dat gedrang en die bevelen op een vliegveld, dat opstijgen of het schokken van een trein waar je maag van omdraait, maar alleen het gezoem van banden, langsschietende lantaarnpalen of bomen, de makkelijke ontsnapping, het geleidelijke vrijkomen van een lange weg die zich ontrolt als een rivier, als de Oude Man zelf. (503)

Ideaal vervoermiddel

Buiten het feit dat de auto een ideaal vervoermiddel is voor de oude man die Paul Theroux is. Hij weet via de tweebaanswegen en haar parkeerplaatsen nieuwe mensen te ontmoeten. Bijna benadert hij de gesprekken die hij in zijn andere boeken in de trein voert. Nu staat hij op een parkeerplaats, bezoekt een wapenbeurs, een kerkdienst, de kapper of hij eet iets in een restaurant met ‘Mom’s’ in de naam.

Gelukkig houdt hij wel de oude vertrouwde argwaan vast voor het reizen per vliegtuig, maar de trein stapt de oude man niet meer in. Hij kiest voor de luxe van zijn auto. Daarmee creërt hij een uniek boek binnen zijn reisboeken: een tocht per automobiel door de Zuidelijke staten van Amerika.

Paul Theroux: Het diepe Zuiden, Vier seizoenen op tweebaanswegen. Met foto’s van Steve McCurry. Oorspronkelijke titel: Deep South. Nederlandse vertaling: Miebeth van Horn. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3051 7. Prijs: € 34,99. 508 pagina’s. Bestel

Treintjes

image

Als Albert Egberts’ grootvader in de roman De helleveeg van A.F.Th. van der Heijden met pensioen gaat, krijgt hij van zijn kinderen een plaat hardboard en meters nieuwe rails om te gebruiken voor de uitbreiding van het Märklin-spoorwegnet. Zo zou de trein dadelijk door eeh heus Zwitsers berglandschap rijden met boomrijke dalen en bemoste rotspartijen.

Zijn tante Tiny dreigt het verjaardagsfeest te verstoren zoals ze dat weleens deed, maar het loopt allemaal met een sisser af. De hardboard voor de trein verdwijnt in de schuur. Opa heeft eerst een ander project in de maak, de bouw van Het Monument.

Op een rond plateau moest een kleine, uit hout en gips te vervaardigen obelisk verrijzen, geflankeerd door vier gefiguurzaagde lepelaars, die allemaal met hun snavel omhoog wezen naar een gouden bal op de top van de zuil. (84)

Opa wilde het ding afhebben bij zijn robijnen huwelijk. De ruim 3 jaar die hij daarvoor heeft, mislukt. Net als dat Tiny’s terreur op dit feest wel toeslaat. Ze jengelt hier en neemt op haar manier wraak op haar ouders.

Iets dat in veel families ongetwijfeld herkenbaar is, situaties op feestjes die wat minder leuk zijn dan het feestje moest worden. De helleveeg Tiny is er een meester in, laat Albert Egberts in het verhaal over zijn tante doorschemeren.

Het Zwitserse treinlandschap zal er nooit komen. Het staat symbool voor het pensioen dat anders loopt van verwacht. De vermeende zee van tijd, slaat om in een gebrek aan tijd om de grote knutselprojecten te kunnen voltooien.

Het zijn net echte mensen, de personages in de romans van A.F.Th. van der Heijden.

A.F.Th. van der Heijden: De helleveeg. Amsterdam: De Bezige Bij, 2013. ISBN: 978 90 234 8391 5 7. 240 pagina’s. Prijs: € 15,00. Bestel

Hedendaagse orgelmuziek

image

Het is in de nazomer geweest dat ik voor het laatst een orgelconcert bezocht. De treinkaartjes van de Blokker zijn tot zondag geldig, daarom ga ik naar het orgelconcert van Jan Hage in de Domkerk van Utrecht. Het is een concert in de serie vanuit de Nicolaikerk, waarbij allerlei nieuwe muziek wordt gepresenteerd van onder andere Cor Kee, Joep Straesser, Jan Welmers, Zeno van den Broek en Gagi Petrovic. De Domkerk doet mee met een eigen concert door domorganist Jan Hage.

image

Buiten de kerk, onder het gewelf van de doorgang van de Domtoren, speelt een accordeonist Bachs beroemde Toccata. In de Domkerk barst het hedendaagse orgelgeweld los. Dat is nog eens andere koek die Domorganist Jan Hage aan zijn gehoor serveert.

Er is best wat hedendaagse orgelmuziek, in Nederland is een aardige productie van nieuwe orgelmuziek. Dat bewijst Jan Hage wel met zijn orgelconcert. Hij speelt werken van Hans Koolmees, Leo Samama en Jan Welmers. De laatste is zijn leermeester en met Sequens sluit Jan Hage zijn concert af.

image

Te beginnen met Hans Koolmees. De werken die Jan Hage van hem speelt zijn niet altijd even toegankelijk. Het openingswerk ‘Estampie’ heeft mooie referenties naar Middeleeuwse muziek. Het manualiter muziekstuk bevat een boeiende wisselwerking tussen bovenwerk en rugwerk. De motieven komen soms uit in een bijzondere akkoorden. Ze versterken daarmee de werking van de Middeleeuwse inspiratiebronnen.

Dat gebeurt ook in met ‘Van Straten’ de lange akkoorden en ritmische motiefjes maken tot een intrigerend werk. Koolmees krijgt je pas echt te pakken met het muziekstuk ‘Ten Oorlog!’ een verwijzing naar de gelijknamige roman van Tom Lanoye. De donkere akkoorden, het heldere middendeel waarbij je het kapotgeschoten slagveld voor je ziet om te eindigen in de totale destructie.

Hier brult en huilt het orgel zoals een orgel dat alleen kan. Gecombineerd met de overweldigende ruimte van de Domkerk, komt het muziekstuk als een complete vernietiging over. Het stuk sluit ook nog eens af met een zware boodschap, gezongen door de mezzo-sporaan Natasja van der Hout. Het behoort zeker tot het meest intense muziekstuk vanmiddag in de Utrechtse Domkerk.

image

De 5 Bagatellen opus 83, van Leo Samama zoeken de vele mogelijkheden van het orgel en het muzikale thema B-A-C-H. De grappige verwijzing naar de dreigende diepe tonen van het populair The Phantom of the Opera. Het plaatst het orgel weer midden in de wereld, zoals het hoort. De bagatelle met de fluiten is veruit het boeiendste. Het spel met de mooie akkoordwisselingen en dissonanten, geeft het muziekstuk een mystiek karakter.

Natuurlijk biedt de ‘klassieker’ van Jan Welmers het hoogtepunt. De ‘Sequens’ geeft een interessante inleiding in de wereld van de minimal muziek. De wisselingen maken dat het muziekstuk geen moment verveelt. Juist de grote hoeveelheid aan motieven en wisselingen geven het muziekstuk niet de spanningsopbouw zoals de andere grote minimalwerken van Jan Welmers dat wel doen. In ‘Sequens’ zorgen Gregoriaans aandoende motieven en een prachtige opbouw voor een onvergetelijke ervaring. Zeker ook in combinatie met de mooie klank van het Domorgel. Geen betere afsluiting van een concert met hedendaagse orgelmuziek.

Op bezoek bij Eise Eisinga (3)

image

Als we dan eindelijk naar binnen mogen, ben ik getroffen door de helderblauwe kleuren van het plafond. De banen van de planeten zijn uit het hout gezaagd en lopen dwars door de groeven van de planken heen. Het werkende hout heeft ervoor gezorgd dat de lijnen niet zuiver rond lopen. De planeten hangen eronder. De aarde draait zelfs rond om zijn eigen as, waarbij ook de maan om de aarde draait. De grote planeten hebben dit niet.

Ik kan wel uren met mijn hoofd omhoog staren naar het plafond in deze vrij kleine huiskamer. Onze eigen huiskamer is groter. De man is 6 jaar bezig geweest met de bouw van dit indrukwekkende mechaniek. Natuurlijk niet alleen de bouw van het raderwerk, maar ook de berekening van alle banen, afstanden, snelheden en stand van de planeten ten opzichte van elkaar zijn een buitengewoon kundige prestatie.

image

De buitenste baan is de jaarring, waarbij ook de dierenriem meeloopt. Tot op de dag nauwkeurig kloppen deze gegevens. Elk jaar verschijnt een nieuw jaar via het plankje dat om de paar jaar vervangen moet worden. Eisinga heeft ook aan de wand indrukwekkende meters aangesloten op het systeem. Hier toont hij de zonsopkomst en de zonsondergang, de stand van de maan en de stand van de sterren boven Franeker, net als de tijd. In de Franeker tijd, die scheelt 20 minuten met de tijdzone van nu, ‘Berlijnse tijd’.

Hij dacht er zelf een halfjaar over te doen, maar deed er uiteindelijk 7 jaar over. In 1774 begonnen, kreeg hij het in 1781 af. Wat wel spijtig is, is dat 2 maanden na de bouw van het planetarium, de planeet Uranus werd ontdekt. Deze kon niet meer worden opgenomen in het stelsel dat precies in zijn huiskamer paste.

image

Het is nog altijd heel indrukwekkend om te zien. Dat iemand meer dan 200 jaar geleden de moeite nam om zelf een planetarium te bouwen. Het raderwerk is de basis van dit alles, aan de hand van slechts 1 slingerklok draait alles rond.

Zo laten we een indrukwekkend gebouwd en ingenieus systeem achter ons en lopen we terug naar het boemeltje. We kijken nog even omhoog naar de hemel boven Franeker. Dezelfde hemel als waar we net heen keken in schaal. De zon duikt al achter de huizen, precies tussen de kerktoren en de toren van het stadhuis in. Nu is het toch even de hemel van Eise Eisinga.

image

Op bezoek bij Eise Eisinga (2)

image

Wij stappen op zondagmiddag het Friese stadje binnen. De treinen sluiten wonderwel op elkaar aan. Al is het in Zwolle even spannend of onze vertraagde intercity wel zou aansluiten op de trein naar Leeuwarden. Het valt mee, we hoeven niet een uur te wachten.

Het boemeltje van Arriva dat van Leeuwarden, via Deinum en Dronrijp rijdt, is best druk. Zo’n trein heeft lekkerdere stoelen dan de intercity van Zwolle naar de Friese hoofdstad. Als ik Doris bij het gezoem van de dieselmotor vertel over het Planetarium waarnaar wij op weg zijn, luistert een man een paar bankjes verder mee. Hij knikt naar me. ‘Daar gaan wij ook heen.’

image

In Franeker moeten we een stukje omlopen omdat de straat en brug naar de oude stad in revisie zijn. We lopen door het woonwijkje dat achter het kanaal ligt en zien hoeveel huizen hier te koop staan. Alleen het bijzondere huis met het torentje trekt extra aandacht.

De stad zelf bevat best veel interessante elementen. Ik weet dat de Martinikerk in deze stad een flink orgel van Van Dam bezit. De huidige organist van de Jacobijnerkerk in Leeuwarden heeft er jaren op gespeeld. Voor deze zondag houden wij links aan om het grachtje te volgen waaraan het huisje van Eise Eisinga staat. De mensen uit de trein lopen een paar honderd meter voor ons uit.

image

We stappen er naar binnen. Helaas valt de entree niet onder de Museumkaart, maar een bezoek is veel te interessant om er niet de paar euro entree voor te betalen. De kamer met het planetarium is net gesloten door een rondleiding. De mannen waarmee we samen in het boemeltreintje reden, zijn namelijk verdwenen. Ik vermoed dat de voorsprong die zij genoten hun in het voordeel heeft gewerkt.

Daarom lopen wij door de andere ruimtes, bekijken het indrukwekkende planetarium vanaf de lage vliering. De enorme raderen die de planetenloop van de verste planeet, Saturnus, doen meer dan 29 jaar over een rondje door de woonkamer van de Friese wolkammer.

image

Lees morgen het derde en laatste deel van het bezoek aan Eisinga’s planetarium

Op bezoek bij Eise Eisinga (1)

image

Het Planetarium dat de autodidact Eise Eisinga in zijn woonkamer in Franeker bouwde is wereldberoemd. De Friese wolkammer bouwde tussen 1774 en 1781 ons planetenstelsel op schaal na. Met hulp van een ingenieus opwindsysteem zorgde hij voor een werkend planeetstelsel. De stand van de planeten in zijn woonkamer komt overeen met de werkelijkheid. De 6 toen bekende planeten staan allemaal in hun juiste baan ten opzichte van de zon.

We gaan op de laatste dag van het Kruidvat-treinkaartje naar Franeker. Een lange trip naar de voormalige Friese universiteitsstad. In 1584 gaf Willem van Oranje een hogeschool aan Leiden, Harderwijk en Franeker. In deze stad bouwt de wolkammer Eise Eisinga 2 eeuwen later zijn planetarium.

image

In de zomer van 1823 bezoeken de 2 Leidse studenten Jacob van Lennep en Dirk van Hogendorp de stad en stappen ook even binnen bij Eise Eisinga voor zijn planeet. Het is dan al een drukbezochte attractie, zoals uit het Dagboek van Jacob van Lennep blijkt:

Eenige grachten verder, traden wij de eenvoudige woning van den wolkammer EISE EISINGA in. Deze kwam met een schortkleed voor en leidde ons in een klein kamertje, waar wij boven ons hoofd het gansche planetenstelsel zagen. Alle planeten hier afgebeeld bewegen zich werkelijk als in de natuur en volbrengen hun loop in denzelfden tijd, alsook al hunne manen. Vier andere platen wijzende op- en ondergang van zon en maan aan; andere weder de schijnbare zonsbeweging; de lichtgestalte der maan; de afstand der aarde van de zon; die der maan van de noord- of zuidpolen; de dagen der maand, der week, het uur, de minuten en seconden; ook het jaargetal, de N. en Z. declinatie enz.
Dit alles wordt door een slinger in werking gebracht. De raderen en pennen zijn slechts van hout en beslaan geen meer plaats dan het platfond boven het kamertje tegen I½ voet hoogte. De maker toonde mij alles als was hij in een kermisspel, zonder dat hij er iets van scheen af te weten. Wij wisten niet wat meer te bewonderen, de trotschheid der onderneming, de voortreffelijke juistheid der uitvoering of de onbegrijpelijke eenvoud van den vervaardiger; jammer dat dit kunstgewrocht niet te verplaatsen is en met het huis vergaan moet. (p. 52)

Eisenga bouwde het om de donderpreken van een predikant te weerleggen. In 1774 meende een predikant dat de wereld zou vergaan omdat de planeten tegen elkaar zouden botsen. Eise Eisinga wilde een planetarium bouwen om te laten zien dat het onzin was. Daarna kon iedereen die het wilde langskomen om het bijzondere bouwwerk te bewonderen.

image

Lees maandag het vervolg van ons bezoek aan Eise Eisinga’s Planetarium

Dagje Ouwehand (2) – Monorail

image

Als van de ara’s verder het park inlopen en ik de monorail zie rijden, word ik enthousiast. Met het treintje van weleer rijden. Ja, dat wil ik wel. Ik herinner mij de tochtjes van vroeger waarbij we over de hokken gleden. De motor rustig voortkabbelend. De daling en het klimmen zorgden voor de spanning. Ze gaven de versnelling en de vertraging.

image

We gaan naar het stationnetje dat in het overdekte speelpaleis zit. Daar heeft zich een enorme rij gevormd naar de entree die in de etage boven ons zit. Het station draagt de koloniaalse naam ‘Batavia’. Waarschijnlijk verwijst deze benaming naar de jungle op Java. Dan zou Bandung misschien een logischere keuze geweest.

image

Een moeder loopt met haar kind terug, waardoor de massa vervormt. Achter ons dringen een paar kinderen met hun oma naar voren. Ze passeren gewoon zonder een woord te zeggen. Voordringen is ook een kunst. Stiekem ben ik altijd jaloers op de mensen die de brutaliteit opbrengen het gewoon te doen. Ik behoor helaas tot de grote groep mensen die het toelaat zonder iets te zeggen.

image

De rij komt nauwelijks vooruit en ik wil alweer teruggaan. Tot de massa ineens in beweging komt. Het gegil van de spelende kinderen neem ik maar voor lief. Het verlangen naar het treintje en de herinnering eraan is namelijk te sterk. De vorige keer dat we hier waren, reed het treintje niet. De herkansing nu, moet ik pakken.

image

We mogen instappen. Het treintje op de monorail bestaat uit 3 wagonnetjes met 2 bankjes. We nemen plaats en ik voel de sensatie van weleer opborrelen. Alleen de kamelen staan er nog van toen, de rest van de dieren is verdwenen achter hoge schotten en grote gebouwen. Ergens lijkt het vooral een boodschap uit het verleden.

Lees donderdag verder: Dagje Ouwehand (3) – IJsberen

Middagwandeling door Ede

image

Op een zondagmiddag in december door het Gelderse Ede lopen is als het wandelen door een spookstad. De straten uitgestorven, de bomen kaal en af en toe een fietser die aan je voorbij gaat.

Ik wandel in een stad die niet lijkt te bestaan. De zware bewolking dreigt met een flinke regenbui, maar vooralsnog blijft het droog. Ik ben op station Ede Centrum uitgestapt en vraag mij af of ik ooit deze trein genomen heb in het verleden.

Iets achter het station ben ik schoolgegaan, na de MTS heb ik hier op de school voor volwassenen gezeten en deed in 1 jaar Havo en een jaar later VWO. Zo lopend door de Molenstraat zijn er weinig tekenen van herkenning. Misschien het cafetaria verderop dat de naam De Molen draagt.

De oude molen herken ik niet. Er stond in de tijd dat ik hier dagelijks vertoefde volgens mij een bouwval en niet de nostalgische verzameling bouwwerken die er nu staan. Het lijkt op de binnenplaats van een boerderij. In de tijd dat ik hier 20 jaar geleden langsfietste, was dit er niet.

Ik loop in de richting van de wijk Veldhuizen waar ik de fiets ga bekijken en uiteindelijk niet koop. De speling in het stuur, stoort mij en ik loop de hele weg weer terug. Sterker nog, ik loop door Ede naar het andere station, station Ede-Wageningen. Al verbaast het tweede deel van de naam best wel. Wageningen ligt op ruim 8 kilometer van het station.

image

Nu wandel ik door oudere wijken, geniet van een laan vol berkenbomen. Zelfs in december ogen de kale bomen bekoorlijk. De witte bast geeft ze hun unieke glans. De vrijstaande huizen aan weerszijden van de straat, doen de rest.

En zo kom ik bij het station waar ik de intercity in de richting van Arnhem pak. Met een omweg naar huis. Het donker wint het uiteindelijk van de middag. Een zondagmiddagwandeling door Ede.

image

Anna Karenina en locatie

station_trapani
foto wikimedia

Lezen mag zich dan wel in de verbeelding afspelen, een belangrijke factor die Peter Mendelsund in zijn boek overslaat, is de locatie waar je het boek leest. Zo is voor mij Anna Karenina voor altijd verbonden met het treinstation van Trapani op Sicilië.

Wel gunstig dat het een treinstation is, in het boek vormt de (stoom)trein een belangrijke hekkensluiter. Ik had het boek bij me op mijn reis door Italië in 2001. Een maand lang trok ik door Italië met een grote stapel boeken in mijn rugzak. Volgens een Canadese rugzaktoerist en organist zou meer dan de helft van mijn rugzoek uit boeken bestaan.

De lange reizen vergezelde ik met de dikke boeken. Lev Tolstojs Anna Karenina behoorde tot de bagage. Onderweg las ik het boek met ontzettend veel plezier. Iets eerder had ik nog een medestudent gewezen op de invloed van Anna Karenina op Couperus’ roman Eline Vere. Ze ging daarna dapper aan de slag met een vergelijking waarvan ik de scriptie helaas nooit gelezen heb.

Daar onderweg op het perron van het station Trapani wachtte ik een ochtend op de trein naar Palermo. Ik zat daar heerlijk in het zonnetje te wachten tot de trein zou arriveren en mij mee zou nemen naar de hoofdstad van het eiland. In de verte zag ik een stelletje met een baby lopen. Het leken wel verlopen hippies. Ik arriveerde gelijktijdig met hen in Trapani en we vertrokken ook tegelijk.

Daar moet ik altijd aan denken als ik over Anna Karenina lees. Het lijkt wel dat ik daar de laatste scène las en het boek dichtsloeg. Als ik mijn vakantiedagboek lees, weet ik dat het niet klopt, maar voor de verbeelding is het alleen maar mooi.

Dat een boek onlosmakelijk verbonden is met de plek waar je het leest, vergeet Peter Mendelsund. Voor mij is het een extra essentie van het lezen. De geuren en de geluiden van de plek waar je het las, samen met het heerlijke zonnetje dat ik daar op dat station had. Onlosmakelijk verbonden met Tolstojs Anna Karenina.

Treinritje over het verdiepte spoor

image

De treinkaartjes van het Kruidvat zijn voor mij altijd een verleidelijke aankoop. Je kunt er voordelig een dagje mee treinen in Nederland. Alleen is de geldigheid het grote risico bij de aankoop van dit soort kaartjes.

De einddatum van dergelijke treinkaartjes nadert altijd met rasse schreden, sneller dan je zou willen. Voor je er erg in hebt, is het kaartje niet meer geldig.

Dit keer kocht ik 3 kaartjes, waarvan ik er eentje vorige week gebruikte en de andere 2 dit weekend zouden worden gebruikt. We wilden er een dagje mee naar Rotterdam en ondermeer het museum Booijmans Van Beuningen bezoeken. De gebroken elleboog van Inge gooide roet in het eten.

image

Ze wees mij op een treinrit waar ik al heel lang over praat. Sinds de opening van dat traject: het verdiepte spoor in Almelo. Ik wilde er nog altijd een keer doorheen rijden, maar ik hoef nooit in Hengelo te zijn. Daarom moet ik er apart voor kiezen dat stukje te pakken.

We stappen in op Almere Muziekwijk. Er zijn werkzaamheden tussen Hilversum en Utrecht, waardoor de stoptrein tussen Hilversum en Almere niet rijdt. We kunnen niet helemaal een rondje rijden. Op Almere Centrum ontdekken we dat de intercity naar Zwolle zoveel vertraging heeft dat we net zo goed de stoptrein kunnen pakken.

Het is een ouderwetse dubbeldekker, getrokken door een locomotief die ons naar Zwolle brengt. Als Almere Oostvaarders geweest is, valt het aantal stops best mee. We kijken naar de beestjes van de nieuwe wildernis en verderop turen we langs de spoorlijn om het fietspad van afgelopen zomer te volgen. We zien zelfs de boerencamping langs de dijk bij Hattem liggen vanuit de trein.

image

Achter zit een meisje te luisteren naar de muziek. Ze tuurt naar buiten en ik zie een traan over haar wang bengelen. Wat later zie ik haar op het station Zwolle wachten op dezelfde trein als wij: de stoptrein naar Almelo en Hengelo. Ook op dit traject is een flinke vernieuwing geweest: bij Nijverdal loopt het spoor verdiept door het dorp en ligt er zelfs een tunnel van een paar honderd meter.

Het voelt in deze diesltrein meteen anders aan dan een elektrische trein. De zon schijnt aan onze kant naar binnen en het voelt warm. Door het open raampje aan de andere kant van ons waaien allerlei insecten naar binnen. Zo lopen op het raam een vliegende mier en een lieveheersbeestje. Met de beesten komt er ook wat dieseldamp naar binnen door het raampje.

Als we dan Almelo uitrijden, is daar het moment waarvoor we zijn gegaan: het verdiepte spoor door de stad. Het spoor zorgde altijd voor een splitsing van de stad. Nu snijdt de trein door de grond en kan het verkeer over de spoorlijn heen. Ik heb er nooit aan kunnen wennen van bovenaf. Van onderaf valt het allemaal wat minder op en zie ik vooral grafity aan het begin en einde van de van boven open tunnel.

image

In Hengelo strekken we maar even de benen ook omdat het boemeltje naar Zutphen voor onze neus vertrekt. We lopen over de markt en ik zie mijn oude werkplek weer even. Het raam dat op perronhoogte stond en mij uitzicht bood op de wachtende reizigers en de stilstaande treinen. De internationale trein bezorgde mij altijd een licht verlangen naar het verre Berlijn.

Nu rijdt de internationale trein binnen als we een kopje koffie drinken in bij de Coffee Industry. De koffie valt een beetje tegen, ondanks het feit dat ze Arabica-bonen zeggen te gebruiken. We stappen even later met Twentse bloedworst aan boord van de Syntustrein naar Goor, Lochem en Zutphen.

De rit voert zo mooi door Twente en de Achterhoek. Ik denk terug aan mijn tijd bij de krant waarbij ik als verslaggever door dit deel van Twente toerde. We rijden langs Delden, Goor en Markelo. Ik zie zelfs de boerencamping in Markvelde waar ik destijds een verslag schreef in de vakantie voordat we Twente uitrijden en naar de Achterhoek binnengaan.

image

In Zutphen volgt snel de overstap richting Deventer. We vragen ons af waarom de intercity eigenlijk stopt in de gehuchtjes Olst en Wijhe. Wat zijn de inwoners van deze dorpjes bevoorrecht. Voor we er erg in hebben, staan we al in de hoofdstad van Overijssel en rijden weer over de Hanzespoorlijn naar huis.

Een lekker dagje treinen op het kaartje van het Kruidvat. Op de valreep, want hij loopt de volgende dag af. Een leuke rit door Nederland waarbij je heerlijk je gedachten over het voorbijrazende land laat glijden. Soms een bladzijde van een boek opengeslagen voor je, maar het meest nog naar buiten kijkend.