Categoriearchief: trein

Teckel op stoom – Sientje (18)

Een hond mee op vakantie ketent je best wel vast. Dat merkten wij vrij snel na ons eerste nachtje slapen in de tent. Het regende veel. Tussen de buien door maakten we het eten klaar en probeerden we op te drogen van al het water dat in een onophoudelijke stroom uit de hemel viel.

We bleven lang in bed en maakten korte wandelingetjes met Sientje als het regende. Verder probeerden we elke dag op pad te gaan. Maar bij veel gelegenheden kom je niet binnen met een hond. In een museum vinden ze het niet fijn als je een hond bij je hebt. In een kerk worden honden ook niet echt als beminde gelovigen beschouwd en in winkels zijn ze er ook bijzonder weinig gek op.

Maar in de stoomtrein op het Miljoenenlijntje mochten honden wel komen, wisten we uit te vogelen. Een grote stapel folders verzamelden we bij de VVV in Vaals. In de folder over de stoomtrein die door het Zuid-Limburgse landschap reed, stond dat honden ook meemochten. We waren een dag eerder aardig verregend. Daarom reden we in de richting van Simpelveld voor een stoomritje op het miljoenenlijntje.

Voor een stoomliefhebber en een teckelliefhebber als ik dubbel feest. Onderweg naar Simpelveld luisterden we naar de muziek van Spinvis. De cd werd langzaam ons motto die vakantie, want bij het luisteren de eerste keer, waren we nog verbaasd over de vreemde combinatie tussen muziek en tekst. De keren erna dat we luisterden, gingen tekst en muziek steeds meer in elkaar over. Voor we het wisten draaiden we bij elk autoritje Spinvis en zongen de teksten mee. Op die momenten leek de zon even door te breken en reden we in een zonovergoten landschap, ook al regende het pijpenstelen.

In de stoomtrein konden we heerlijk opdrogen. Sientje kreeg een plekje op schoot. Ze trok zich weinig aan van alle rumoer en stoom die de grote locomotieven maakten. We vonden een mooie, luxe coupé voor ons drieën en genoten van de rit door het heuvellandschap van Zuid-Limburg. Wat was het hier mooi. Ik hing een groot gedeelte van de rit uit het raam om de geur van stoom op te snuiven. Al zorgde de regen er ook voor dat ik het met een nat hoofd moest bekopen.

Het leek wel even dat Sientje ook genoot van het treinritje. Het gemak waarmee ze achter ons aanliep door het gangetje in de trein. En zoals ze zich in en uit de wagon liet tillen. Sientje was geen moeilijke hond op vakantie. Ze gaf geen kik, zelfs als je haar even achterliet bij een winkel of de tent. Ze bleef netjes stil wachten tot weer terug was. Wel trok ze de lijn strak en tuurde onafgebroken in de richting waar je was verdwenen.

Dat deed ze ook als je alleen wegging en de ander even naar de wc was of ging douchen. Ze bleef dan net zo lang wachten tot je weer terug was. Ze deed dat zwijgzaam, eerst stond ze dan nog, met de strakgetrokken lijn achter zich. Dan ging ze zitten, maar ze bleef op haar hoede. Heel soms ging ze liggen, met de kop naar voren op haar buik. Ze tuurde dan de verte in. Als ze dan iets zag bewegen in de vorm van onze gestalte, kwam ze overeind en ging ze kwispelen.

Lees het vervolg: Mee in bed »

Lees elke week een nieuwe blog met een nieuwe herinnering aan Sientje.

Elke zondag een nieuw verhaal van Sientje in je mailbox?

Abonneer je op de wekelijkse nieuwsbrief

Onderweg

Voor zijn nieuwe roman Onderweg heeft de Portugese schrijver João Ricardo Pedro een groot treinongeluk als uitgangspunt genomen. Op 11 september 1985 rijden 2 treinen op elkaar op het enkelsporige traject tussen Nelas en halteplaats Alcafache. Het is de grootste treinramp in de Portugese geschiedenis.

De verteller van João Ricardo Pedro’s roman heeft er een groot en indrukwekkend verhaal om geschreven. Een verhaal over de vermissing van een meisje. Ze wordt nooit gevonden en het laat een leegte achter bij de mensen die achterblijven. Is ze er echt niet meer en zou ze niet nog leven?

Het schrille contrast met een ander verhaal van een meisje dat juist rond datzelfde moment een einde aan haar leven maakt. Het geeft de dubbelzinnigheid weer van enerzijds de drive om verder te leven en anderszijds het levensmoe zijn.

De kracht van Onderweg is de verteller João. Hij legt prachtige parallellen. Bijvoorbeeld met het gegeven dat hij uitdrukkelijk niet in de kamer van zijn oudere zus mag komen. Ze is verdwenen en toch durft hij het niet. De hoofdstukken beginnen op een identieke manier, waarbij de schoonmaakster Silvana de kamer van Marta schoonmaakt. Dezelfde volgorde:

Ze opende het raam. Haalde het bed af. Draaide het matras om. Verschoonde de lakens. Verschoonde de kussensloop. Verruilde de dunnere sprei van katoen voor een wollen deken. Stofte de tekentafel. De lamp. De schildersezel. De stoel. De doosjes aquarelverf. De doosjes met gouache. De doosjes met potloden. De doosjes met penselen. Ze stofte de boekenkast en het boek oover Caravaggio. Het boek over Cézanne. Het boek over Hopper. Het boek over Munch. Het boek over Schiele. Het boek over Bosch. Ze stofte een rij muziekcassettes. (65)

Alles waar João niet aan mag komen. Het schoonmaken wordt een ritueel. De paar keer per jaar dat Silvana de kamer schoonmaakt, gaat ze alle voorwerpen af, in vaste volgorde. Het sprei wisselt met de wollen deken in de winter. In het voorjaar komt het sprei weer op bed te liggen. Alsof Marta elk moment kan binnenkomen.

Daarmee is Onderweg een indringend portret van iemand die vermist wordt. Marta is nooit teruggevonden. Alleen haar rugtas. De vertwijfeling of ze echt in die trein zat. Dat weet de verteller buitengewoon mooi, integer en treffend over te brengen.

João Ricardo Pedro: Onderwweg. Oorsponkelijke titel: Um Postal de Detroit. Uit het Portugees vertaald door Pouwels. Amsterdam: Uitgeverij Signatuur, 2017. ISBN: 978 90 5672 582 2. 170 pagina’s. Prijs: € 17,99. Bestel

Feest in de sprinter?

Al lezend in Jan Dijkgraafs Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien lijkt het erop dat hij alleen met intercity’s reist. Op het verhaal over het ontbreken van toiletten in de sprinters na, spreekt hij met geen woord over de tochtige open rijtuigen van de NS. Het maakt het treinreizen een stuk minder leuk en comfortabel.

De metro-achtige treinen vol stangen, hoge zitjes, minimale beenruimte en houten planken waar je kont het nog geen minuut stilhoudt, ontbreken geheel in zijn verhaal. Het is een beetje valsspelen met de voordelen en zou voor NS juist een wijze les moeten zijn om te realiseren dat comfort het grote onderscheid moet maken met de auto.

Die goedkope, moderne treinstellen mogen van mij zo snel mogelijk gesloopt worden en vervangen door ouderwetse, luxe treinen waar je nog lekker kunt wegzinken in een stoel. Helaas, het lijkt Jan Dijkgraaf te zijn ontgaan in zijn jaar reizen door Nederland. Hij heeft ook wel een mooi opstapstation (Heerenveen).

Inderdaad, de intercity van Heerenveen naar Rotterdam is een feest. Maar de verschraalde dienstregelingen laten reizigers steeds vaker overstappen waardoor langeafstandsreizen bijna niet meer bestaan in Nederland. Ik ervaar het elke keer weer als ik met de trein reis.

Maar bovenal is het boek van Jan Dijkgraaf een feest der herkenning. Als liefhebber van de trein, kan ik alleen maar beamen wat hij schrijft. Sterker nog: ik verlang alleen maar meer naar die heerlijke treinreizen waarbij je kunt wegdromen van het uitzicht. Het mooiste natuurlijk in een intercity. Die van Rotterdam naar Heerenveen bijvoorbeeld.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Voordelen en treintypes

In overzichtelijke lijstjes somt Jan Dijkgraaf in zijn boek Treinreizen voor beginners de voordelen van de trein én van de auto. Hij weegt ze tegen elkaar af en laat zien dat de trein helemaal niet op veel achterstand staat ten opzichte van de auto. Nee, in sommige gevallen is het veel beter om gebruik te maken van de trein. Je kunt wat anders doen dan autorijden en krijgt een mooie inkijk in een andere wereld.

De meest vermakelijke lijst is de lijst met treintypes. Jan Dijkgraaf selecteert er maar liefst 34. Van bedelaar tot zweter, mooi op alfabetische volgorde. Een enkeling, de militair is niet meer te zien, en velen slechts een enkel keer per jaar: kerstborrelklant, Huishoudbeursbezoeker en de Libelle Zomerweekvrouw. Herkenbare types voor de forens. Op mijn route naar Amsterdam bijvoorbeeld kwam ik zo ongeveer alle treintypes tegen die Jan Dijkgraaf noemt in zijn boek.

Neem de smeerpijp. Het probleem: je herkent ze niet tot je ze betrapt en dat gebeurt vrijwel nooit.

In alle andere gevallen kan iedere treinpassagier een smeerpijp zijn. De kans is groter bij een asociale gast die een blikje bier ligt te zuipen met zijn benen op de tegenovergelegen bank dan bij een bejaard vrouwtje dat bekakt praat, maar in principe vind je smeerpijpen in alle lagen van de bevolking. (148)

Beweh. Het is bijzonder leuk hoe sommige ergernissen van de schrijver naar voren komen. Hij reist eersteklas en hekelt de tweedeklasreiziger die stiekem plaatsneemt in de hogere klas(se). Het pleps dat er niet voor betaalt, moet er helemaal niet gaan zitten. Ook al stuwt de trein uit zijn voegen van de reizigers.

Of de pratende conducteurs in de Eersteklas, aan het eind van hun werkdag of begin van hun dienst. Ze gaan steevast een klagend gesprek voeren over premies die voorbij zijn, slecht geplande roosters en het personeelsbeleid van de nationale spoorwegen in het algemeen.

Daarnaast ergert Jan Dijkgraaf zich aan de lucht van verschraald bier (de halveliters goedkoop bier die medereizigers opslokken) en bellende reizigers in de stiltecoupé. Allemaal aspecten waar de schrijver van dit handboek voor beginnende treinreizigers niet zo gek op is.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Treinreizen voor beginners van Jan Dijkgraaf

Eerlijk gezegd had ik hem niet zo ingeschat. Leek me een type die zo ongeveer wel vergroeid zou zijn met het leer van de bestuurderstoel van zijn dikke Volvo V50. Zeker, ik heb weleens terloops een column van hem gelezen. Beetje pedanterige toon, ik schatte hem vrij rechts in.

Niet wetende van zijn boek waarin hij de thuisvakantie prijst. Al moet je er volgens hem wel iets meer van maken dan 14 vrije zaterdagen. Met de tent in de tuin is mijn ultieme droom als ik straks een huisje op wat meer grond heb dan de huidige schaarse vierkante meters.

Hij heeft ook een boek voor treinreizigers geschreven. Het is het verslag van een jaar lang treinen door Nederland. Jan Dijkgraaf laat de auto staan en kiest voor de trein. Een abonnement (helemaal OV, inclusief fiets) ter waarde van bijna 7.500 euro.

Van Maastricht tot Groningen reist hij en van Vlissingen tot Den Helder. Al is het voor een lunch, hij reist al deze afstanden in het Openbaar Vervoer dat hij vanaf 21 oktober 1981 – na het halen van het rijbewijs – heeft afgezworen.

Nu reist hij er vrijwillig in. En het experiment bevalt hem zo goed dat hij er zelfs een lovend boek over schrijft: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Een goudeerlijk boek voor autorijders, maar ook voor fervente treinreizigers. De 1e groep krijgt een mooi alternatief te lezen, de 2e groep zal zich vooral herkennen.

Je kunt je uren in de trein heel nuttig besteden. Is het niet aan lezen of werken, dan wel aan slapen of om je heen kijken. Dingen die je allemaal niet kunt doen in de auto.

Want wie het wil zien, krijgt in de trein elke keer weer een prachtige voorstelling voorgeschoteld van al het leuke en rare en foute dat ons land aan mensen te bieden heeft. Dat kost een paar centen, ja. Maar dan heb je ook wat. (13)

Inderdaad, geeft Jan Dijkgraaf een intrigerend kijkje in de belevingswereld van de treinreiziger. Het is een minimaatschappij dat daar op wielen door Nederland rijdt. Met zijn eigenaardigheden en vreemde vogels. Een prachtige plek om te vertoeven.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Treinliefhebber

Verderop op zijn reis in Een klein eiland treft Bill Bryson een treinliefhebber aan in de trein. Heel vreemd begint deze tegen hem te praten. Iets dat hij vooral leest in de boeken van Paul Theroux, maar zelf gelukkig nooit zo ervaart.

Tot deze man tegenover Bill Bryson hem betrapt op het lezen van Kingdom by the Sea. Het blijkt een treinliefhebber te zijn die heel stellig is over de deskundigheid van de beroemde schrijver van treinreizen door Azië, Latijns-Amerika en China:

‘Die Thoreau.’ Hij knikte in de richting van mijn boek. ‘Weet helemaal niets van die treinen af. Of hij houdt zijn mond erover.’ Hier begon hij hartelijk om te lachen en vond het zo grappig dat hij het nog een keer zei, waarna hij met zijn handen op zijn knieën bleef zitten glimlachen alsof hij zich trachtte te herinneren wanneer hij en ik voor het laatst zoveel lol hadden gehad. (276/7)

De reiziger tegenover Bill Bryson probeert hem duidelijk te maken dat Paul Theroux geen benul heeft waarover hij schrijft. Zo weet hij in de Grote spoorwegcarrousel niet eens welke locomotief er voor de trein van de Delhi Express rijdt.

Dan begaat Bill Bryson een stomme zet. Hij vraagt de man of hij van treinen houdt. De rest van zijn reis krijgt hij een uitvoerig onderhoud over alle soorten treinen, merken en serienummers die er op de wereld rijden. Zo hoort Bill Bryson precies de afleverdatum waarop het treinstel waarin ze rijden is opgeleverd.

Bryson is dan ook ontzetten blij als zijn reisgezel de trein verlaat. De resterende tijd van zijn reis, kan hij niet veel anders dan de klinknagels tellen.

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.