Categoriearchief: telegraaf

Afvallen

image

Afvallen was geen optie bij de wedstrijd. Ze streed door. Elke ronde kende zijn afvallers, maar zij vocht verder. Niet afvallen, maar doorzetten en verdergaan. Tot ze won. De snaren van de harp bleven achter haar nagels steken. De klank was mooi. Ze kon er goed bij zingen, vond iedereen. Ze won.

Nu moest ze afvallen. Haar coach Angela vond het. De platenmanager vond het. ‘Het publiek wil het. Ze zijn gek op je, maar je bent te dik’, zeiden ze. Zij die tokkelde op de harp. Zij was te dik. ‘Daar moet echt wat vanaf’, vonden ze. ‘Je kunt zo echt niet in Paradiso staan hoor’, gebaarde Angela terwijl ze in haar lovehandle kneep. Ze giechelde.

Die avond keek ze nog eens goed naar zichzelf voor de spiegel. Ze was te dik. Televisie maakt je dik, hadden haar vrienden gezegd. Maar nu vond het publiek het. Ze kon die nacht de slaap niet vatten. De volgende dag zag Angela haar onzekere ogen. ‘Ik regel wel wat voor je’, zei ze en ze pakte haar mobieltje.

Angela drukte glimlachend op het rode telefoontje van haar mobieltje. ‘Je wordt ambassatrice voor Weight Watchers. Dan krijg je een gratis behandeling en begeleiding. Je overtollige vet verdwijnt als sneeuw voor de zon.’ Speels kneep Angela in haar lovehandle boven haar heupen. ‘En dan bemint het publiek je.’ Ze giechelde onzeker.

Het werd zomer en ze verscheen voor het publiek. ‘Iris 11 kilo lichter‘, kopte het krantenbericht. Een foto erbij. Haar gezicht was inderdaad een stuk slanker. Bewonderaars schreven lieve dingen op haar facebook-pagina. Ze zag er zo goed uit. Ze voelde hoe de trots in haar opwelde. Ze voelde zich winnaar. Nog meer dan bij het behalen van die titel. Ze telde voor haar publiek.

Ze ging door. Nog 4 kilo eraf. Het doel verdween. ‘Iris Kroes blijft afvallen‘, kopte het krantenbericht. Een trotse foto van haarzelf erbij. Ze zag de ingevallen wangen niet. Ze voelde hoe het publiek van haar hield. Hier kon ze niet tegenop zingen. Ze was winnaar. Winnaar van haar eigen lijf en voelde hoe de complimenten op haar lijf regenden.

Geen woord over de muziek. Geen woord over de snaren van de harp, haar gouden stem. Alleen haar lichaam telde. Niet de noten maakten de muziek, haar kilo’s telden. Ze paste in het keurslijf van haar platenmaatschappij. Maar of haar muziek mooier geworden was. Daar had niemand het over. Het talent dat ontdekt was, was in het keurslijf gepropt. Het keurslijf van het magere lijf.

Knokige knieën

image
De Telegraaf ligt op haar knokige knieën. Haar lippen zijn opgestift met een dieprode laag. Dikke vlokken make-up bepoederen haar gezicht. Haar voorhoofd, neus en wangen glanzen ervan. Ze draagt gouden oorbellen, heeft haar haren in een snit. De ogen geaccentueerd met een volle potloodstreep. En de wimpers wat donkerder en voller gemaakt.

Ze draagt een kort rokje. Een kort rokje kan mooi staan. Bij haar staat het verschrikkelijk. Ze heeft knokige knieën. Het accent valt zo op haar knieën en niet op haar benen. Misschien komt het omdat ze zit. Het staat niet.

Met opgetrokken en knokige knieën bladert ze in De Telegraaf. Haar neus grist de letters voor haar ogen weg. Haar neusgaten bewegen met de letters mee. De berichten trekken voorbij terwijl ze bladzijdes omslaat. Ze leest ook niet, ze bladert. Kijkt plaatjes en snelt een kop. Ik tuur naar de omgekeerde letters. Geen woord dringt tot mij door. Dat ligt niet aan haar. Dat ligt aan mij en een beetje aan De Telegraaf.

Bij Duivendrecht slaat ze De Telegraaf dicht, vouwt hem dubbel en propt hem in haarhandtasje. Dan gaat ze staan. Wankelend loopt ze weg op de hoge hakken. Ze zoekt vaste grond op de zwevende treinvloer. Een wissel haalt haar even uit balans. Ze leunt tegen een stoel. Hervindt het evenwicht en beent trefzeker weg.

Het rokje heeft een paar lelijke vouwen. Net als het blauwe jasje dat ze draagt. De knokige knieën worden iets minder knokig, maar het rokje staat nog steeds niet. Dan verdwijnt ze door de deur. Alsof zij, haar knokige knieën en De Telegraaf er nooit geweest zijn.

Zwakke school of zwakke leerling?

Ouders van kinderen in Amsterdam-West zijn helemaal verbolgen over het nieuwe beleid in het stadsdeel: je bent nu verplicht om je kind naar een school in het stadsdeel zelf te sturen. Op die manier hoopt de stadsdeelraad dat de school een betere afspiegeling geeft van de wijk waarin deze staat. Ouders zijn nu woest: ze worden belemmerd in het recht op vrije schoolkeuze. Ook de minister van Onderwijs Marja van Bijsterveld vindt het als sociaal-democraat belangrijk dat ouders zelf kunnen kiezen.

Het recht op vrije schoolkeuze is iets moois. De reactie van mensen in Amsterdam is terecht. Het recht op vrije schoolkeuze ligt voor openbare scholen helemaal bij de ouders. Een school mag een leerling nooit weigeren. Tenzij het bijzonder onderwijs is. En dat is oneerlijk.

Overheidsgelden

Deze bijzondere scholen ontvangen namelijk dezelfde overheidsgelden als openbare scholen, maar mogen leerlingen weigeren op basis van hun zogeheten grondslag. Hiermee dreigen openbare scholen in bepaalde stadsdelen het afvoerputje van de buurt te worden. Zeker als het gaat dan niet om zwarte leerlingen, maar om zwakke leerlingen. Wat betreft die zwakke leerlingen zou het beleid zo moeten zijn dat scholen de zorgleerlingen verdelen onder elkaar.

In die zin zou het recht op vrije schoolkeuze van twee kanten kunnen worden gehanteerd. Een school kan in dat geval ook een leerling weigeren omdat het bijvoorbeeld een maximum aantal zorgleerlingen in huis heeft. Dat staat dan los van grondslag. Een klas vol leerlingen die aandacht vragen, kost aandacht voor kinderen die minder aandacht vragen. Ook vind ik dat iedere door de overheid gesubsidieerde school bereikbaar moet zijn voor een leerling.

Wassen neus

Een maatregel als het stadsdeel in Amsterdam toepast, is een wassen neus. Je haalt daarmee alleen maar de woede van de ouders op de hals. Er zou veel winst worden behaald als de zorgleerlingen wat beter verdeeld zouden worden over een stad. Daarmee zou je ook in de richting van die leerlingen een betere vorm van onderwijs kunnen geven.

Olie stroomt uit lek en waar is de oplossing?

De ramp met het olielek in de Golf van Mexico duurt al 85 dagen en de oplossing is nog steeds niet gevonden. Er stroomt veel olie de zee in. Een probleem vormt de diepte. Het lijkt of er geen middelen bestaan voor de bestrijding van een ramp op grote diepte. Ondertussen vervuild een enorm gebied. Of iemand dagelijks een paar liter olie over zijn moestuintje giet.

Ik schreef al in mei dat ik hier heel verdrietig van ben. Zeker ook omdat je er zo weinig aan kunt doen. Verantwoordelijken lijken machteloos toe te kijken en BP bekommert zich enkel over de rekeningen die het moet betalen. Over de hoeveelheid olie die in zee is gestroomd kan het bedrijf alleen maar zeer ruwe schattingen maken: tussen de 300 en 600 miljoen liter ruwe olie. Hoeveel het bedrijf intussen kwijt is aan de bestrijding weet het wel erg goed: 3.12 miljard dollar. Ook is de beurswaarde van het Britse oliebedrijf flink gekelderd.

De echte rekening is nog niet gepresenteerd. De enorme – blijvende – schade aan natuur en leefmilieu van heel veel dieren. De prachtige moerasgebieden rond New Orleans kennen we straks alleen maar van flickr-plaatjes. Ondertussen uiten Nederlandse wetenschappers hun zorgen over alle booractiviteiten die BP in het gebied rond het lek pleegt. Ze waarschuwen dat al het gewroet, geboor en gehak in de bodem wel eens een veel groter lek en daarmee grotere ramp kunnen veroorzaken. Het gesteente is daar aardig poreus en de krachten van het gas en de olie zijn ongekend.

BP rotzooit ondertussen met de nieuwe kap. De test is uitgesteld. Dus wanneer het allemaal goed opgevangen en afgevoerd wordt, is de grote vraag. De klok tikt, elke minuut is weer wat geld op de onbetaalbare rekening. De ruwe olie verwoest de natuur blijvend. En het orkaanseizoen begint. Net als alle anderen, kan ik machteloos toezien en eindelijk hopen dat er snel iets gebeurt. Zeker is dat zo’n ramp helemaal nooit meer mag gebeuren.

Onverzadigbare boekenwurm

Het zijn vrienden geworden met wie ik collectief de boekenmarkten van Nederland afloop. Ze zijn herkenbaar aan de stoffen tasjes die om de schouder bengelen. Plastic tasjes hangen aan de armen, boordevol met aankopen. Toch struinen ze verder en speuren naar nieuwe boeken.

Nu moet één van mijn vrienden zijn huis ontruimen op last van de woningbouwvereniging. Vierduizend boeken heeft hij al eerder weg moeten doen. Nu moeten vijfduizend volgen, vindt ook de rechter. De foto bij het artikel toont het beeld van de onverzadigbare boekenwurm, die koopt en koopt.

Aan een vriend geef je gratis advies. Op de foto bij het artikel zie ik schilderijen op de grond uitgestald staan. Als hij die nu begon op te ruimen, zou dat al aardig wat ruimte schelen. Bovendien kan hij de boeken makkelijk in dubbele rijen plaatsen in de boekenkasten. Evenveel boeken, alleen ziet de woningbouwvereniging dat wat minder goed. Teveel brandgevaar en onleefbaar, is de verklaring die de woningverhuurder geeft.

Overigens is het een beetje merkwaardig dat deze man zijn boeken moet wegdoen. Een boekenwurm als Martin Ros kan er ook wat van. En wat dacht je van Boudewijn Büch. Hij leefde eveneens in een huis met binnenburen van boeken. Alleen noemen deze mensen zich bibliofielen en noemen zij hun kamers vol gestapelde boeken bibliotheken. Dat zou Hans Bauer ook moeten doen.