Categoriearchief: taalverwerving

Nee, ijs

Kleine kopjes hebben grote oren, luidt het gezegde. Hier in huis spreken wij soms gebarentaal, of spellen het woord langzaam. Alles om te voorkomen dat Doris het opvangt. Zo luidt het voorstel om haar in bad te doen: ‘Moet ze in b-a-d?’
Vanavond hadden we lekker gegeten en toen stelde Inge voor om een ‘i-j-s-j-e’ te gaan eten. ‘Nee, ijs’, zei Doris bijdehand.

Dorishaar

We drinken een glaasje water na het tanden poetsen. Het is een gebruikelijke ritueel voor het slapen gaan. Doris zit op de gesloten wc-pot, ik op het krukje. Ze voelt over mijn vanmorgen geschoren baard. ‘Baard weg’, zegt ze. ‘Ja’, antwoord ik. ‘Er zitten hele kleine haardjes aan, babyhaartjes.’ Ze voelt nog een keer en zegt: ‘babyhaar’. Ze kijkt me aandachtig aan en slaat de vlakke hand op mijn hoofdhaar. ‘Papahaar.’
Ik denk dat we elkaar begrijpen. Ik leg mijn hand op haar hoofd. ‘Dat is ook Papahaar.’ Doris slaat resoluut mijn hand weg. ‘Nee. Dorishaar.’

Ik

Het leren spreken van de taal, is onbewust gebeurd. Leren denken en leren spreken, vallen samen en de herinnering bedient zich ook van taal. Daarom is het als ouder heel bijzonder om bij de taalverwerving van je kind te zijn.
Vanavond vielen de tranen mij in de ogen toen ik Doris voor het eerst ‘ik’ hoorde zeggen. Haar vingertje tikte tegen haar borst en ze herhaalde het een paar keer. We stonden voor het raam en keken tegen het spiegelbeeld, de duisternis in. Ze keek vooruit, wees met haar vinger naar mij en zei: ‘ik, papa’, waarna het vingertje naar haarzelf ging: ‘ik, baby’.
Later ging de vinger weer terug naar zichzelf en zei ze ‘ik’. Ze wees naar mij en zei ‘jij’. Ze keek weer naar zichzelf in de spiegeling van de avond en noemde zich ‘Tjits’ (zo noemt ze zichzelf).
Het lijkt wel of het denken in subject (ik) en object (jij) is begonnen.