Categoriearchief: taal

Butsmannetjes – Anna Karenina herlezen (7)

Het verblijf in Moskou zit Ljovin op de nerven. Hij wordt helemaal gek van de stad en verlangt naar het platteland. Het is dat zijn schoonmoeder erop aangedrongen heeft. Ze vindt dat haar zwangere dochter hoe dan ook goede zorg nodig heeft als ze moet bevallen. Dat kan niet op het platteland.

Butsmannetjes in de adelsclub

Dat neemt niet weg dat de muren op Ljovin afkomen. Zeker hij maakt een tripje naar zijn oude studiegenoot en professor Katavasov. Daarbij doet hij ook de sociëteit aan, de adelsclub. Hier ontmoet hij de ‘butsmannetjes’. Een verwijzing naar de butsen die appels krijgen als je met ze solt. Zo gaat het ook met de mannen die maar vaak genoeg naar de sociëteit gaan.

Zo is er een man, die zichzelf geen butsmannetje noemt, maar anderen wel:

‘Op een keer komt hij bij de club en vraagt de portier, Vasili, je weet wel, die dikke, altijd in voor een kwinkslag. Goed, hij vraagt dus aan Vasili wie er allemaal binnen zitten, en of er nog butsmannetjes zijn. “U bent de derde,” krijgt hij te horen. Ja, jongen, zo gaat dat.’ (856)

Ljovin ontdekt dat het eigenlijk niet uitmaakt dat hij al jaren niet meer naar de club is geweest. Er is weinig veranderd. Hij is in heel korte tijd weer helemaal bij en het lijkt wel of hij nooit is weggeweest.

Anna Karenina maakt indruk

Na de borrel wordt hij wat losser en bezoekt hij zelfs Anna. Ze is immers de zus van Oblinksi met wie hij haar bezoekt. Ljovin heeft haar nog nooit eerder ontmoet. Het maakt grote indruk op hem. Hier weet de verteller heel mooi een parallel te maken met het schilderij van Anna dat in de gang hangt en de geportretteerde die even later verschijnt.

De verteller merkt op over het schilderij:

Het enige waaruit bleek dat ze niet leefde was haar schoonheid, die te groot was voor het leven. (861)

Maar als hij Anna Karenina in het echt ziet:

Ljovin zag in het gedempte licht van het kabinet dezelfde vrouw als van het schilderij, […], in een andere houding en met een andere gezichtsuitdrukking, maar van dezelfde schoonheid als de kunstenaar op het linnen had weten te vangen. In levende lijve was ze misschien minder oogverblindend, maar daarvoor in de plaats oefende ze een aantrekkingskracht uit die ze op het schilderij niet bezat. (861)

Het echt boven de kunst, waarbij de kunst misschien dingen verfraait, maar waarbij ze in werkelijkheid veel meer aantrekkingskracht bezit dan er ooit in het schilderij te vatten is. Een schitterende parallel heeft de verteller hier gebracht in het verhaal. Echt genieten.

Overtuigen

De verteller volgt daarna Oblinski die de man van Anna Karenina probeert te overtuigen dat hij van haar scheiden moet. Hij weigert, blijft koppig en eigenwijs een scheiding afwijzen. Waarom zou hij het doen. Het grootste offer voor de liefde dat Anna geeft, is dat ze haar zoon niet meer te zien krijgt. De laatste stiekeme ontmoeting heeft de jongen lange tijd van streek gemaakt.

Het brengt ook een wig in de relatie met Vronski. Anna is veeleisend, wil hem helemaal, maar dat lijkt niet te lukken. Vronski heeft niet alle aandacht voor haar en dat brengt Anna in onzekerheid. Het geeft het verhaal de tragische wending, waarbij ze de controle over zichzelf verliest. Het offer dat ze gegeven heeft voor de liefde, is zo groot geweest. De schande die over haar gevallen is, maakt haar nog verder kapot. Het verscheurt haar, waarbij er maar 1 uitweg is.

Vertwijfeling

De verteller weet die vertwijfeling treffend in beeld te brengen. Hij sleurt je als lezer mee in de innerlijke strijd die Anna voert. Je slingert met haar mee, waardoor je meevoelt met hoe haar keuze deze mooie vrouw uiteindelijk verscheurt.

Lev Tolstoi: Anna Karenina. Vertaald uit het Russisch door Hans Boland. Amsterdam: Athenaeum, 2018 [2017]. ISBN: 9789025307943. 1024 pagina’s. Prijs: € 41,99.
Bestel.

Scheepsbenamingen

image

De biografie van een schip noemt Corine Nijenhuis haar boek Een vrouw van staal. Het is een interessant verhaal over de Nederlandse binnenvaart die aan het begin van de 20e eeuw over een heel gevarieerde delta voer.

Zijn nu de kanalen en de grote rivieren de belangrijkste verkeersaders, in de tijd waarin de Alfons Maria wordt gebouwd zijn de Zeeuwse wateren en de Zuiderzee ook het terrein van de binnenvaart.

In Een vrouw van staal komt bovendien een flinke hoeveelheid nautische informatie voorbij. De benamingen van de verschillende delen van het schip bijvoorbeeld: roef, kluiver, kluiverboom, fok, vleugel, gaffel, den en romp.

Het helpt dan wel mee dat voorin het boek 2 zijaanzichten van de klipper zijn te zien, verspreid over de 2 periodes van de klipper: als zeilschip en na de ombouw tot binnenvaartschip. Gedurende het boek raak je meer en meer vertrouwd met de verschillende scheepskundige begrippen.

Dan verbaas je je niet meer over passages als deze:

Vorige zomer, in 1946, toen er net genoeg staal was geweest om de kapotgevaren kop te vervangen, was op de werf niet alleen het loopdek boven boven het ruim verwijderd, maar ook dat van stuurhut en roef. (268)

Daarmee geeft Corine Nijenhuis een mooie inkijk in een eeuw Nederlandse geschiedenis vanaf het water. Ze leert je meteen ook enkele begrippen> Het maakt de scheepvaart minder geheimzinnig dan ze lijkt.

Corine Nijenhuis: Een vrouw van staal, De buitengewone biografie van den binnenvaartschip.Amsterdam: Uitgeverij Brandt, 2015. ISBN: 978 94 92037 12 1. 400 pagina’s. Prijs: € 20. Bestel

De magie van poëzie – #50books vraag 7

image

Een interessante opmerking doet Ruud in zijn antwoord op de boekenvraag van vorige week. Ik stel in de vraag dat in poëzie voor mij taal boven de betekenis staat. Hij reageert hier op:

Voor mij mag er geen onderscheid in belangrijkheid, in zwaarte, in kracht, in gevoel bestaan als het gaat om poëzie. De taal, de vorm, het ritme, soms de rijm zijn middelen om de inhoud, de betekenis, weer te geven. Niks taal boven betekenis. Dat vermorzelt voor mij de magie van poëzie.

Een interessante bevinding die hij hier doet. De taal staat niet boven de betekenis in een gedicht, het gedicht zelf zorgt voor de betekenis zoals het zich presenteert aan de lezer of luisteraar.

Poëzie krijgt helaas niet zoveel aandacht in onze samenleving. Het spel met de taal is meer het terrein voor rappers en zangers. Als er buiten dit discours een gedicht voorbijkomt, reageren veel mensen afwijzend. Het publiek weet dan geen raad met het gevoel dat het gedicht oproept; het kan er niet goed bij met het verstand.

Betekenis in een gedicht staat voor mij als iets waar je met je verstand niet bij kunt. Je kunt het niet echt goed duiden waar het nu eigenlijk over gaat, maar het doet wel iets met je. De poëzie drukt soms de dingen uit, waar de taal ophoudt. Dan raakt het bijna iets universeels als wat muziek bij je oproept.

Dat heb ik ook met buitenlandse poëzie waarbij ik de taal niet eens hoef te verstaan om het te begrijpen. Dan wint de magie het van de taal. De klanken zijn genoeg, zonder dat ik hoef te weten waar ‘het over gaat’.

Dat brengt mij bij de boekenvraag van deze week:

Wat is voor jou de magie van poëzie?

Lees de antwoorden op de vorige, zesde boekenvraag

Blog mee over #50books

Schrijf een blog over de vraag van vandaag en laat hieronder in de reactie een linkje naar je site staan. Heb je zelf een idee voor een vraag? Ze zijn van harte welkom. Mail gerust een vraag of stel hem in via het contactformulier.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Lucht zonder wolken

image

Er zijn van die zinnen waar ik zo ontzettend van kan genieten in een roman als Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire. Bijvoorbeeld als de hoofdpersoon Milan den Hartog met zijn moeder aan de telefoon zit. Hij is onderweg naar de familie Al-Khattabi.

Milan vraagt aan zijn moeder waarom ze alles met hem besprak toen hij nog maar een klein kind was. Hij vertelt tegen haar dat hij haar wilde helpen, maar alleen haar pijn in bewaring nam. Zijn moeder zegt dat ze de pijn met iemand moest delen omdat ze anders zou ontploffen.

En dan dat zinnetje:

   Ik probeerde me te richten op wolken die overtrokken in de lucht, maar het luchtruim was onbewolkt en strakblauw. (101)

Het spel met hoe de literatuur graag werkt met verwijzingen naar donkere luchten als het onheilspellend is. In de roman van Rashid Novaire, gebeurt het tegenovergestelde. De lezer krijgt iets van de donkere wolken in het bestaan van de hoofdpersoon te zien, maar de hemel is strakblauw en zonder wolken.

Rashid Novaire: Zeg maar dat we niet thuis zijn. Roman. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN: 978 90 414 2579 9. Prijs: € 18,99. 224 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vijfde bijdrage over Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Spreekwoorden

image

Het commentaar van de dode Mohammed Jahangir vanuit het dodenhuis geeft de roman Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire surrealistische trekjes. Het zijn humoristische fragmenten waarbij de dode Mohammed Jahangir speelt met taal en cultuur. Daarbij geeft de dode ook commentaar op het verhaal en het verloop hiervan. Het maakt het verhaal, hoe gek het ook klinkt, luchtiger.

Zoals het spel met spreekwoorden in zijn 7e interuptie, tussen hoofdstuk 8 en 9, vertelt de dode in cursief:

Mosterd na de maaltijd. Dat is een van de uitdrukkingen die ik van mijn zoon uitgelegd kreeg. Ik vond het een goede uitdrukking. Iedereen weet wat ermee wordt bedoeld. Iedereen die heeft geleefd.
Veel moeilijker te snappen vond ik wat de Nederlandse schoenmakers op bordjes lieten weten: klaar terwijl u wacht. Ik dacht altijd: als alles al klaar is, waarom wacht ik dan nog?
(97)

Precies een kijk op Nederland die anders is en waar ik gek op ben. Het haalt je uit de vanzelfsprekendheden en leert je met een vreemde blik naar je eigen land te kijken. Het bordje bij de schoenmaker dat zo’n vaststaande uitdrukking is, is helemaal niet zo vaststaand.

De andere blik op je vanzelfsprekendheden laat je anders kijken naar je eigen wereld. Ik vind dat prachtig. Dat is zeker ook de kracht in een roman als die van Rashid Novaire. Hij wijst met zijn verhaal niet alleen op de andere begrafenis- en rouwrituelen, maar ook op ‘kleinere’ dingen zoals taal.

Rashid Novaire: Zeg maar dat we niet thuis zijn. Roman. Amsterdam: Ambo/Anthos, 2015. ISBN: 978 90 414 2579 9. Prijs: € 18,99. 224 pagina’s.

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn vierde bijdrage over Zeg maar dat we niet thuis zijn van Rashid Novaire. We lezen dit boek vandaag bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Reet

image

Het verhaal dat August Willemsen schrijft voor Maatstaf levert een prachtig beeld op van 2 jongeren die een reis naar Spanje maken. Het verhaal is ook gepubliceerd in de brievenbundel Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen. De verteller is helemaal in de wolken. Hij is smoorverliefd op Marian. De opening van het verhaal is brilliant:

Marian was in Blaye. Pikzwart. Zó mooi dat ik stond te trillen op mijn benen. Maar ze moest nog blijven tot de 10de. (211)

Wie de brieven uit deze periode opslaat en die mogelijkheid krijg je nu bij deze brievenbundel, ontdekt dat de werkelijkheid in de brieven weer een beetje verschilt van de werkelijkheid in dit verhaal. Daarvoor is het natuurlijk ook literatuur.

Verderop maken Marian Plug en August Willemsen zich vooral druk over het gebruik van het woord ‘reet’. Ik vind het woord niet terug in het verhaal van Willemsen. Het verwijst naar het verhaal dat Willemsen voor het tijdschrift Raster schreef en dat bij deze briefwisseling juist niet is opgenomen.

Dat verhaal is ook gebruikt bij de bundel Vrouwen, vreemden, vrienden in 1998. Hierin schrijft August Willemsen het volgende:

Dat bijvoorbeeld Marian, behalve een gezicht welks schoonheid alom werd geprezen, eigenlijk best een ‘lekkere reet’ had, werd niet alleen nooit uitgesproken maar probeerden we ook op alle mogelijke manieren niet te zien. (12)

Mogelijk dat vanwege de overeenkomst, daarom het betreffende artikel niet is opgenomen in de briefwisseling tussen August Willemsen en Marian Plug.

Ze winden zich flink op over het gebruik van dit ordinaire woord. Hun vriend Jaap zou het woord gebezigd hebben, stelt August Willemsen in zijn brief:

Wat hij helemaal vergeten was, maar ik niet, en wat ook niet in mijn stuk staat, is dat hij degeen was die me, op een feest bij Dick, erop wees dat jij zo’n mooie reet had. Vergeef me de uitdrukking, het waren zíjn woorden. Nu, om zulk soort dingen hebben we even gelachen. (244)

Marian kan er niet om lachen. Ze vindt het een ‘ellendig’ woord dat ze zelf nooit (heeft) gebruikt en dat volgens haar op ‘puur seks’ duidt. Ze vraagt zich af niet Jaap Kruyff dit woord gebruikt heeft. August Willemsen belt de betrokkene op, maar ook hij ontkent. Hij is geen man van grove taal.

Zo meent iedereen het woord nooit te hebben gebruikt. Is het geheugenverlies, schaamte of bewuste ontkenning? Als ik het zo lees, is het van alles een beetje. Natuurlijk kan August Willemsen zelf ook last van geheugenverlies hebben. Het woord komt immers uit zijn brein en herinnering in het verhaal terecht.

Dan is de wens dat iemand iets gezegd zou hebben, groter dan dat iemand het echt gezegd heeft.

August Willemsen: Bewaar deze brieven als je eigen tekeningen. Briefwisseling met Marian Plug. Met een voorwoord van Maarten Asscher. Bezorgd door Joost Meuwissen. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2014. Privé-domein, nr. 280. ISBN: 978 90 295 8979 6. 301 pagina’s. Prijs: € 24,95.

Lees ook mijn bespreking op Litnet