Categoriearchief: supply chain

Spaarlampverbod

De 100 Watt-gloeilamp mag niet meer worden gemaakt en spoedig zal ook een verbod op de 75, 60 en 40 Watt-peertjes volgen. De reden van het verbod is dat de gloeilamp duur is in het verbruik. De energievreter straalt meer warmte af dan licht. Tegenstanders vinden dat een goed alternatief niet voor handen is. De vervangers geven wel licht, maar geen goed licht. Innovatie staat voorop maar als er geen goed alternatief is, mag je dan zo’n rigoureuze maatregel toepassen als een verbod? Emotionele argumenten mogen niet gelden, maar het lijkt erop dat de keuze te vroeg valt. Een goed alternatief voor de gloeilamp ontbreekt.

Bart Vos hield bij ons evenement Supply Chain in One Day in april een oppeppend verhaalover het milieu. Een geiten wollen sokken-onderwerp is het allerminst, het milieu enduurzaamheid staan hoog in het vaandel van de hippe mens en de supply chain manager. Na afloop spraken we over de levensduur van voorwerpen. Moet je een auto van vijftien jaar wegdoen of kun je er beter nog een jaar of wat mee rijden, vroeg ik hem. Een langere levensduurzorgt er ook voor dat de auto ontmanteld moet worden. Dat kost ook energie en levert perdefinitie afval op.

In de hele milieudiscussie wordt maar al te weinig gepraat over het afval. Bart Vos vond dat er weinig kritische geluiden te horen waren over de spaarlampen. Hij was zuinig met spaarlampen in huis. Het is eigenlijk klein-chemisch afval en dat wordt vaak toch in de vuilnisbak gegooid bij het ‘normale’ huisvuil. Als eenvoudige consumenten viel het ons ook opdat veel spaarlampen in huis nooit het beloofde aantal uren halen.

Afgelopen week droeg ik een lamp ten grave die slechts anderhalf jaar hooguit een uur per dag gebrand had. De levensduur van een oud peertje. Het verbod rond de productie van gloeilampen, spreekt alleen over de energiebesparingen. De productie van een spaarlamp kost meer energie dan die van een gloeilamp. Daar rept niemand over. Ook blijft buiten schot hoe het verder moet als zo’n spaarlamp kapot is.

Wat mij verder opviel in de discussies is dat voor- en tegenstanders gretig misbruik maken van getallen. Zo beweren voorstanders dat met de spaarlamp 11 procent kan worden bespaard op de energiekosten in een huishouden. Tegenstanders zeggen dat het energieverbruik slechts 3 procent hoger is met een gloeilamp. Het verschil is dat de ene spreekt over het totaalenergieverbruik (inclusief industrieën) en de ander het heeft over het energieverbruik onder dehuishoudens van Nederland.

Zo ontbreekt de hoge prijs van een spaarlamp in de argumenten, hij is nog altijd bijna vijf keerzo duur dan de gloeilamp. Ook mis ik economische berekeningen waarbij gekeken wordt of een spaarlamp zich wel terugverdient op een plek waar hij hooguit tien uur per jaar brandt. Daarnaast mis ik een zorgvuldige vergelijking tussen de twee producten, niet alleen in energieverbruik, maar ook in kwaliteit, levensduur, productiekosten en verwerkingskosten als het product aan het einde van zijn levensduur is.

Op basis van een dergelijk model zou het mij niet verbazen dat het verstandiger was geweest om het verbod nog even uit te stellen. Dan heeft de industrie wat meer tijd de nieuwe lampen goedkoper en milieuvriendelijker te produceren. Ook kan dezelfde industrie zich nog eens goed richten op de kwaliteit van het licht.

Deze blog is geschreven voor www.supplychainmagazine.nl.

Handelsoorlog, uitbaggeren of samenwerken met Antwerpen?

Ik moet een jaar of zeven zijn geweest. De krant kopte met ‘Handelsoorlog met VS’ en ik vroeg m’n moeder wat dit nu te betekenen had. Een oorlog met Amerika. Zouden nu de soldaten binnenkort in opperste staat van paraatheid worden gebracht? En moesten we ons nu verstoppen in het kruipluik als er een straaljager overvloog?

Mijn moeder probeerde uit te leggen dat het iets anders was. Onderwijl zocht ze in het krantenartikel naar wat een handelsoorlog nu behelsde. Verder was de handelsoorlog helemaal nog niet uitgebroken, er werd alleen ermee gedreigd. Een handelsoorlog bestaat voornamelijk uit sancties en hoge invoerheffingen om producten van een specifiek land te weren.

Vlaanderen weert momenteel ook Nederlandse producten. Het is geen handelsoorlog, maar een beetje samenscholing van consumenten is genoeg om last van te hebben. Nederland zou de Westerschelde gaan uitbaggeren, omdat de steeds groter wordende schepen de haven van Antwerpen niet meer kunnen binnenvaren. De haven van Antwerpen heeft al meerdere grote verbouwingen erop zitten. Een deel van de oude stad moest het veld ruimen in de jaren zeventig en geen schip meert meer aan in deze nieuwe haven, want de schepen zijn sinds de jaren zeventig nog weer groter geworden zodat er nog een nieuwe haven is gebouwd. Althans dat vertelde een geëmotioneerde stadsgids mij eens bij het standbeeld van Lange Wapper.

Volgens de Vlamingen liggen de Nederlanders expres dwars en ze zwaaien al met het contract uit 1839 waarin Nederland belooft de Westerschelde nooit te blokkeren. Dat verdrag uit 1839 lijkt misschien wel op een wurgcontract. De IJzeren Rijn spoorweg dwars door Limburg, die Nederland ook tot het uiterste vertraagt, behoort eveneens tot één van de levensaders van België. Ook hierbij zwaait België met het vergeelde papier, in combinatie met een ander, later verdrag dat voortvloeit uit het verdrag uit 1839.

Contracten zijn er om nageleefd te worden, maar ik vraag me wel af waarom havens die zo dicht bij elkaar liggen niet intensiever samenwerken. Het ideaal zou zijn als de havens van Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam gezamenlijk zouden optreden, de schepen verdelen en ieder hun eigen specialisme ontwikkelen. Bovendien zou een gezamenlijke infrastructuur naar het achterland (met name het Ruhrgebied) over de Betuwelijn ook het gekrakeel rond die IJzeren Rijn oplossen. De Betuwelijn zou dan eindelijk een beetje rendabel worden.

Nu worden mooie supply chains gehinderd door psychologische barrières en nationale trots. Twee landen die een taal en een deel van de geschiedenis met elkaar delen, kunnen meer met elkaar delen zonder de eigenheid te verliezen. Het zou goed zijn de baggermachine aan te grijpen om eens dichter bij elkaar te komen in plaats van elkaar te sanctioneren.

Blog oorspronkelijk geschreven voor supplychainmagazine.nl

Curriculum vitae in de vakantie

Vakantiewerk is meer dan loon, dankzij vakantiewerk heb ik veel bedrijven van binnen gezien en leerde ik onbewust de wereld van de supply chain kennen.

Deze zomervakantie vonden vier van de vijf jongeren een bijbaantje, volgens het vakantiewerkonderzoek van FNV Jong. De kredietcrisis heeft niet veel invloed op het vinden van een baantje. Wel nemen ze genoegen met minder loon als dat ervoor zorgt dat ze een vakantiebaan kunnen krijgen of behouden.

Mijn salaris hing rond het minimumloon van drie gulden per uur. Ik leerde al heel snel dat het zin had om veel en vaak langs de uitzendbureaus te gaan. Zo hengelde ik mijn eerste baantjes binnen doordat ik tot soms wel drie keer in de week een uitzendbureau binnenliep. Waarschijnlijk waren ze me dan zo zat geworden dat ze mij dat ene baantje maar gunden. Zo leer ik tussen mijn vijftiende en twintigste een deel van de industrie in en rond Veenendaal kennen.

De wereld van warehouses en orderpicking ken ik via mijn bijbaantjes. Ik werkte ooit bij de Amerikaanse cilinderbouwer Enerpac, liep door het zwaarbeveiligde computermagazijn van Raet te slepen met computers, printplaatjes en de spiksplinternieuwe Windows 95, en bij Boxal draaide ik met een seal-apparaat om een palet heen om de lading spuitbussen veilig te stellen voor het transport. Ook werkte ik een paar weken bij een bedrijf dat champignons en rabarber invroor in Kesteren. Buiten vielen de mussen van het dak vanwege een hittegolf, maar ik liep in een winterjas, met handschoenen aan en een dikke das om.

Al die baantjes hebben mij veel bijgebracht. Laatst hoorde ik bijvoorbeeld van een logistiek dienstverlener dat hij studenten logistiek in zijn magazijn krijgt, die voor het eerst een warehouse van binnen zien. Ze verbazen zich over de stellingen, de gangen en de heftrucks die af en aan rijden. Als ik die warehouses van binnen zie, dan verbaas ik mij erover dat ze nog altijd zo sterk lijken op die magazijnen waar ik meer dan vijftien jaar terug werkte. Dan zie ik hoe weinig de techniek en de automatisering de eenvoudige processen hebben overgenomen. Ik had verwacht dat het magazijn al compleet volautomatisch was en er nauwelijks nog mensenkracht nodig zou zijn. Alleen loopt de medewerker nu niet met een pakbon in de hand, maar heeft hij een koptelefoon op het hoofd van een systeem dat hem de locatie toefluistert.

Vakantiewerk helpt je om de processen achter de producten te zien. Eigenlijk zou iedere supply chain manager regelmatig een weekje een ploeg in het magazijn moeten leiden of meewerken in de fabriek in Azië. Ook kan het geen kwaad eens een blik te werpen op de overslagpunten waar een container vijf dagen staat te wachten, omdat de douanerechten nog niet rond zijn. Kortom, je kunt alleen de processen leiden en begeleiden als je ze zelf meemaakt. Het maakt de wereld waarin je werkt minder abstract en geeft je houvast om een heftige verandering door te voeren.

Blog oorspronkelijk geschreven voor supplychainmagazine.nl

Uche uch

Die varkensgriep heeft ons behoorlijk in de greep. Hij slaat al flink om zich heen. Ik ben al iemand tegengekomen van wie de collega ziek op bed lag met de Mexicaanse griep. Het zal niet lang meer duren of ik ken mensen die de griep hebben. Of ik ben zelf gevloerd. Als forens in het openbaar vervoer loop ik potentieel gevaar met al die kuchende en niezende mensen op een kluitje in een treinwagon.

Bedrijven hebben zich niet goed voorbereid op een pandemie, schreef ik in mei. Ik probeerde allerlei enge scenario’s te verzinnen, zodat lezers zich er bewust van zouden worden wat er bij een flinke uitbraak komt kijken. Het bericht werd nauwelijks gelezen, maar toen ik de angstpreek ruim een maand later nog eens herhaalde, werd hij al een stuk beter opgepikt. En nu denkt iedereen eraan. De Nederlandse Spoorwegen halen er zelfs de voorpagina van de Metro mee. Speciale griepteams lopen de ergste scenario’s door en kijken welke dienstregeling bij een bepaald ziekteverzuim nog geregeld kan worden.

Ondertussen zijn alle mondkapjes uitverkocht en proberen sommige bedrijven ook het nieuwe griepvaccin te bestellen. In Europa is een discussie losgebarsten over een eerlijke verdeling van de vaccins. Niet ieder land bestelde zo vroeg vaccins als Nederland en moeten we niet alles eerlijk delen? De angst voor de griep heerst en het overvalt ons niet als een groot deel van Nederland onder de wol moet.

De eerste barsten in de voorbereiding komen al in beeld. Zo loopt de ontwikkeling van het vaccin al vertraging op volgens de WHO. Hierdoor komt het vaccin drie maanden later dan verwacht op de markt. Het vaccin komt als eerste beschikbaar voor landen die een contract hebben afgesloten, zoals Nederland. China en India zijn beide producenten en zij zullen waarschijnlijk hun eigen bevolking eerst voorzien.

Zoals met alle scenario’s is ook hier de praktijk weerbarstig en kan alleen een uitbraak uitwijzen of Nederland goed voorbereid is. Maar ik blijf liever in het ongewisse, laat die griep maar uitblijven.

Verzekeringsmensen

We liepen van spoor 4 naar de Jaarbeurs. De voorste van de groep stopte onder een bord. De kleine lichtjes vormden letters die op hun beurt tot woorden samensmolten. Op de woorden stond onze naam en waar wij verwacht werden. Iemand wilde al linksaf slaan, maar dat leidde slechts tot het rangeerterrein van de treinen. Wij moesten nog de roltrap af, de weg over, de toegangslaan in, de draaideur door en dan nog allerlei hoeken om voordat wij waren uitgerangeerd.

We stonden op de roltrap en lieten ons langzaam zakken, de voorste zette de beweging in en liep richting het zebrapad. Een meisje haalde de pakkenmassa in. ‘Zo’, riep haar vriendin die achter haar aan holde. Ze kon het tempo zichtbaar niet bijhouden. ‘Je loopt met de verzekeringsmensen mee.’ Het meisje draaide haar hoofd om en marcheerde ons tempo mee. ‘Ja, ik loop met de verzekeringsmensen mee.’