Categoriearchief: supply chain magazine

Plannen en de oogst

De supply chain professional van dit jaar, Erik Brouwer van Perfetti Van Melle doet een interessante uitspraak in het interview van het laatste nummer van Supply Chain Magazine. Hij zegt daarin dat de Brazilianen hem fascineren. Ze zijn daar helemaal niet gewend om te plannen: ‘gezien het klimaat kun je er oogsten wanneer je wilt’. Dat geldt in een tropisch klimaat voor de meeste groenten en fruit. Zou daar die bekende gelatenheid vandaan komen zoals in veel tropische landen heerst. Het idee waarom zouden we vandaag hard gaan werken, als het morgen ook kan.

Ook Junghuhn wijdt de gelaten houding aan het ontbreken van de seizoenen. Als altijd alles hetzelfde is en situatie nooit verandert, dan krijg je vanzelf wel zo’n levenshouding, redeneert hij.

Hier zit natuurlijk wel iets in. De afwisseling in zomer en winter zorgt ervoor dat je producten alleen op een bepaald moment van het jaar voorhanden is. Je zult dan snel beslissingen moeten nemen en ook het product snel moeten verwerken omdat het verderfelijk is. Snel handelen en het afstemmen van de verschillende leveranciers hebben misschien wel dat gevoel van planning en het regelen van de zaakjes bijgebracht.

Toch vreemd dat we meer en meer in een samenleving leven waarin alle producten continue voorhanden zijn en producten uitermate goed bewaard kunnen worden. Terwijl plannen en regelen nog altijd de overhand voeren.

Of zouden we zonder die planning en het regelen van al die zaakjes, nooit alle producten voor handen kunnen hebben?

Samenwerking en De bovenbazen

Wat Olivier B Bommel ons niet allemaal kan leren. Na mijn stukje op http://www.supplychainmagazine.nl/ over De windhandel van Marten Toonder volgt op http://www.delaatstemeter.nl/ een les uit De bovenbazen. Bommel blijft een personage dat bijzonder actueel is. De boeken die ik hier noem, verschenen 40 jaar geleden, maar de thematiek sluit naadloos aan bij de huidige problemen.

Lees mijn blog op delaastemeter.nl >>

Lees ook de blog op supplychainmagazine.nl >>

Bommel en de supply chain

Wat leert Olivier B. Bommel de supply chain manager? Geld speelt geen rol voor deze stripfiguur en hij zit liever in zijn stoel met een sigaar, dan dat hij werkt. Op het eerste gezicht geen eigenschappen waar een supply chain manager mee kan overleven.

Het warme pleidooi dat professor Arnold Heertje een tijdje geleden hield voor het werk van Marten Toonder, bracht mij tot het lezen van de bundel ‘Geld speelt geen rol’. Inderdaad, zoals Heertje in het televisieprogramma ‘De Wereld Draait Door’ opmerkte, is de thematiek van geld en hebzucht uitermate actueel. Ook voor de supply chain manager is het niet verkeerd om Marten Toonders verhalen over Olivier B. Bommel te lezen. Dan blijkt dat een verhaal uit de zestiger jaren juist heel actueel kan zijn.

Literatuur is niet alleen leuk om te lezen, maar het is ook nog eens leerzaam.

Lees mijn blog verder op de website van Supply Chain Magazine >>

Leren van de Ikea-catalogus

Ik word elk jaar weer heel blij van de nieuwe Ikea-catalogus. Afgelopen maand viel hij bij mij op de deurmat. Het is een gebeurtenis waarop ik mij elk jaar verheug. De catalogus van het woonwarenhuis verschijnt wereldwijd in een oplage die groter is dan het aantal bijbels in deze wereld.

Kostenbewustheid staat centraal bij Ikea, dat is een groot deel van het succes van dit Zweedse concern. Bij alles letten ze op de prijs en wat voor een voordeel het voor klanten oplevert. Zo werken ze niet mee aan een interview voor SCM, omdat ze niet overtuigd zijn van de win-winsituatie voor hun klant. Ik vind een dergelijke opstelling prijzenswaardig.

Kleiner formaat

Wat mij direct opvalt bij deze nieuwe catalogus is dat hij kleiner van formaat is dan die van vorig jaar. Ook Ikea gaat de crisis te lijf in besparingen. Wel is de nieuwe catalogus 12 pagina’s dikker, maar het woonwarenhuis heeft het boek in gewicht met wel 44 gram gereduceerd. Dat scheelt enorm in de verzendkosten. En de lezer heeft het nauwelijks in de gaten waarop bespaard wordt. De foto’s zijn even mooi, de letters even helder. De bladspiegel is iets veranderd, waardoor de witruimtes boven en onder de pagina wat minder groot zijn. Dat ziet niemand. Het toont dat Ikea in deze mindere tijden zich bewust is van de kosten en hierin bespaart zonder zware consequenties.

Billy

Mijn aandacht wordt getrokken door het verhaal over de Billy. Deze populaire boekenkast van Ikea bestaat dit jaar dertig jaar. Speciaal voor dit feestje staat de ontwerper van dit meubel, Gillis Lundgren, op een twee pagina’s grote foto tussen de verschillende varianten van Billy. Het onderschrift op deze bladzijde trok mijn onmiddellijke aandacht: ‘De Billy boekenkast kost nu veel minder dan toen hij 30 jaar geleden voor ‘t eerst in onze winkel kwam. Hoe meer we er van maken en hoe platter we ze verpakken, des te meer we besparen op productie- en transportkosten. En die besparingen komen rechtstreeks bij jou terecht.’

Nog niet klaar

Na de introductie van een nieuw product is de innovatie nog niet klaar. Echte productontwikkeling vraagt om voortdurend het product kritisch onder de loep te nemen. Kan het beter, kan het efficiënter, kan het anders? Een kleine aanpassing is vaak genoeg voor een lagere kostprijs. Als er een lichter schroefje in kan, of het materiaal kan dunner worden, dan gebeurt dit ook. De kosten blijven hierbij voortdurend in het vizier. Ikea speelt het spel wel eerlijk. De Zweed berekent het door aan de klant. Zo ontstaat een win-winsituatie voor klant en producent.

Samenwerking klant en producent

Ik sla een bladzijde om en lees een verhaal waarbij samenwerking tussen klant en producent centraal staat. Een saai verpakkingsverhaal wordt een peptalk, waarbij de klant wordt aangesproken om mee te werken. ‘Zo krijgen we de prijzen nog lager’, eindigt het verhaal. Dat is het succes van Ikea: zuinigheid en dat vervolgens doorberekenen aan de klant. Ikea betrekt zo de klant bij zijn supply chain en zegt dat de klant zelf ook verantwoordelijk is om de prijs laag te houden. Zelf ophalen uit het magazijn, zelf vervoeren naar huis en zelf in elkaar zetten van het product. Alleen zo kun je zelf de prijs laag houden.

Deze blog is geschreven voor www.supplychainmagazine.nl.

Spaarlampverbod

De 100 Watt-gloeilamp mag niet meer worden gemaakt en spoedig zal ook een verbod op de 75, 60 en 40 Watt-peertjes volgen. De reden van het verbod is dat de gloeilamp duur is in het verbruik. De energievreter straalt meer warmte af dan licht. Tegenstanders vinden dat een goed alternatief niet voor handen is. De vervangers geven wel licht, maar geen goed licht. Innovatie staat voorop maar als er geen goed alternatief is, mag je dan zo’n rigoureuze maatregel toepassen als een verbod? Emotionele argumenten mogen niet gelden, maar het lijkt erop dat de keuze te vroeg valt. Een goed alternatief voor de gloeilamp ontbreekt.

Bart Vos hield bij ons evenement Supply Chain in One Day in april een oppeppend verhaalover het milieu. Een geiten wollen sokken-onderwerp is het allerminst, het milieu enduurzaamheid staan hoog in het vaandel van de hippe mens en de supply chain manager. Na afloop spraken we over de levensduur van voorwerpen. Moet je een auto van vijftien jaar wegdoen of kun je er beter nog een jaar of wat mee rijden, vroeg ik hem. Een langere levensduurzorgt er ook voor dat de auto ontmanteld moet worden. Dat kost ook energie en levert perdefinitie afval op.

In de hele milieudiscussie wordt maar al te weinig gepraat over het afval. Bart Vos vond dat er weinig kritische geluiden te horen waren over de spaarlampen. Hij was zuinig met spaarlampen in huis. Het is eigenlijk klein-chemisch afval en dat wordt vaak toch in de vuilnisbak gegooid bij het ‘normale’ huisvuil. Als eenvoudige consumenten viel het ons ook opdat veel spaarlampen in huis nooit het beloofde aantal uren halen.

Afgelopen week droeg ik een lamp ten grave die slechts anderhalf jaar hooguit een uur per dag gebrand had. De levensduur van een oud peertje. Het verbod rond de productie van gloeilampen, spreekt alleen over de energiebesparingen. De productie van een spaarlamp kost meer energie dan die van een gloeilamp. Daar rept niemand over. Ook blijft buiten schot hoe het verder moet als zo’n spaarlamp kapot is.

Wat mij verder opviel in de discussies is dat voor- en tegenstanders gretig misbruik maken van getallen. Zo beweren voorstanders dat met de spaarlamp 11 procent kan worden bespaard op de energiekosten in een huishouden. Tegenstanders zeggen dat het energieverbruik slechts 3 procent hoger is met een gloeilamp. Het verschil is dat de ene spreekt over het totaalenergieverbruik (inclusief industrieën) en de ander het heeft over het energieverbruik onder dehuishoudens van Nederland.

Zo ontbreekt de hoge prijs van een spaarlamp in de argumenten, hij is nog altijd bijna vijf keerzo duur dan de gloeilamp. Ook mis ik economische berekeningen waarbij gekeken wordt of een spaarlamp zich wel terugverdient op een plek waar hij hooguit tien uur per jaar brandt. Daarnaast mis ik een zorgvuldige vergelijking tussen de twee producten, niet alleen in energieverbruik, maar ook in kwaliteit, levensduur, productiekosten en verwerkingskosten als het product aan het einde van zijn levensduur is.

Op basis van een dergelijk model zou het mij niet verbazen dat het verstandiger was geweest om het verbod nog even uit te stellen. Dan heeft de industrie wat meer tijd de nieuwe lampen goedkoper en milieuvriendelijker te produceren. Ook kan dezelfde industrie zich nog eens goed richten op de kwaliteit van het licht.

Deze blog is geschreven voor www.supplychainmagazine.nl.