Categoriearchief: studeerkamer

Boeken achter mij aan – #50books

image

Mijn boeken in twee speciaal daarvoor ingerichte kamers: de bibliotheek en de naastgelegen studeerkamer. Beide kamers op zolder bevatten het grootste deel van mijn boekenbezit. Toch kan ik niet verhinderen dat ook op andere plekken in huis boeken van mij rondzwerven.

Lezen doe ik namelijk niet daar. Dat doe ik beneden op de bank en in bed. Daarom sleep ik het stapeltje boeken dat ik lees, de hele dag met mij mee. ‘s Morgens als ik wakker word mee naar beneden en ‘s avonds als ik ga slapen weer mee naar boven.

Voor de zekerheid zwerft er ook een stapeltje boeken rond mijn zitplek op de bank. De grote boeken staan rechtop tegen de tafel. De kleiner liggen op de hoek van het tafeltje naast mijn zitplek.

Zo zorg ik ervoor dat ik de hele dag voorzien ben van boeken. Als ik onderweg ben, neem ik vaak het boek dat ik lees mee. Momenteel zijn dat Bob den Uyls reisboekje en natuurlijk de roman van Eva Kelder die over twee weken op de lijst voor Een perfecte dag voor literatuur staat.

#50books

Dit is het antwoord op vraag 13 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief vanPeter PellenaarsMartha Pelkman heeft in 2014 het stokje overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject

Het bureau

Bij het halen van de caféstoeltjes gisteren in de Naardense Kringloopwinkel, zag ik ook een prachtig bureau staan. Het ding voor 15 euro liet mij niet los. Het zou niet moeilijk moeten zijn om hem mee te nemen naar Almere.

Eerst met Doris de oude stoelen naar de vuilstort gebracht, net als een kapotte bureaustoel. Ik gooide alles keurig weg, terwijl Doris voorin de auto zat en keek naar hoe ik alles wegsmeet in de grote containers.

Alles was keurig verdwenen. Doris vroeg mijn aandacht. ‘Ik moet plassen’, zei ze. Een kleine twee weken geleden bij het afscheid nemen van mijn Leonhardt, moest ze ook plassen. Het toiletbezoek was zo indrukwekkend dat ze wel weer een keertje wilde. ‘Moet je weer plassen?’ vroeg de medewerker van het recyclingperron. ‘Ja’, antwoordde ik. ‘Eigenlijk hebben we geen wc thuis.’

Daarna samen doorgereden naar de Kringloper van Naarden. Erg leuke zaak, ik zal er nog een recensie over schrijven. We werden weer vriendelijk begroet door het personeel. ‘Kijk, ik vind die muts en sjaal zo ontzettend mooi’, zei een medewerkster. Een heuptasje buidelde om haar heupen. Doris’ schoenen waren al uit voor het springkussen.

Ondertussen werkte ik aan de aanschaf van het bureau in twee delen voor 15 euro. Het ding werd naar beneden gebracht en ik mocht hem afrekenen. De medewerker nam hem mee naar buiten, waar ik inmiddels met Doris bij de auto stond. We tilden het eerste deel overmoedig in de achterklep. ‘Die gaat er niet in’, voorspelde de medewerker.

Ik rommelde wat, duwde wat heen en weer en probeerde hem om te draaien terwijl hij in de auto lag. Het lukte inderdaad niet. Daarna klunsde ik verder, de medewerker had ik niet meer nodig. Met drukken, trekken en sjorren kreeg ik eindelijk de twee delen erin, de klep kon niet meer dicht. Ik waagde de gok en snelde de snelweg op.

De sjouw naar boven was een volgende mijlpaal, ook nu veel wikken en wegen. Een paar dutsen in de trapleuningen en de muren zijn ook weer schoongeveegd. Het grootste deel paste maar net.

Maar nu hij staat er. Een stuk groter dan het oude. Als ik erachter schuif voel ik mij meneer directeur. De lades zijn zo groot dat ik nog ruimte over heb. Al vind ik een computer er niet op staan, het tikt lekker en het lijkt net of ik een heuse schrijver ben.

Het oude bureau bracht ik gelijk weg naar het recyclingperron, iets voor vijven. Ik word er een vaste klant. Doris was niet mee, anders moest ze zeker weer naar de bijzondere wc.

Vooruitzicht

Ik heb mijn bureau voor het raam geschoven en het is geweldig. Daar heb ik vorige week al die ruimte voor gemaakt. Nu zie ik de gracht en hoor de eendjes snateren. Wat een heerlijk idee om voortaan zo te schrijven, denken en lezen.
Het leeghalen van de bibliotheek gaat verder en schiet al heel aardig op. De gereedschappen zijn uitgezocht en staan opgestapeld. Nog een paar dozen en dan kan er alleen nog gelezen worden.

Kom eens uit die kast

Mannen die voor boekenkasten zitten. De kranten staan er vol mee. Vooral het NRC heeft een aardig handje om mannen met een stropdas voor hun boekenkast neer te zetten. De zaterdagbijlage is een populaire plekje. Voor pocketreeksen van Ooievaar en Aula, staren ze met een intellectuele blik de camera in. Het verschil van dromerige koeienogen die je nakijken als je een weiland langs fietst, kan ik nauwelijks maken
Natuurlijk vind ik het geweldig om de studeerkamer van een geleerde te zien. Ik kan echt niet met droge ogen kijken naar het lege studievertrek van de onlangs overleden socioloog J.A.A. van Doorn. De rommel in het hok van de Vlaamse intellectueel Etienne Vermeersch, ik puzzel uren op de foto in de veronderstelling dat ik een fenomenale gedachte uit die chaos kan halen. Maar al die halfbakken geleerden die versmolten zijn met de stoel in hun studeerkamer, zo voor hun boekenkast, een pen half weggekauwd onder de kin wippend? Nee.

In de tijd van Darwin was nog weinig mis met de studeerkamer…
Of die van Alexander von Humboldt…
Zelfs met die van Mario Praz is weinig mis mee…