Categoriearchief: stemmen

Verkiezingsappel – #stemmen

image

Vanmorgen kreeg ik een appel op het station van een volksvertegenwoordiger. Het is een rimpelige vrucht en nodigt niet echt uit om te gaan eten. Blijkbaar groot ingekocht en de campagnemakers kwamen op het idee omdat de naam van de vrucht in de naam van de partij schuilt. Ik krijg een christen democratische appel van de christen democratische appèl.

Italiaanse man

De laatste dagen staan er veel politieke partijen bij de stations. Het doet me denken aan iemand die via twitter liet weten dat politici net Italiaanse mannen lijken. Voor het aanzoek doen ze een paar weken ‘misselijkmakend charmant’ om je daarna niet eens meer te zien staan.

Zweven

Ik weet niet meer wat ik moet stemmen. Het lijkt er steeds meer op dat het zweven bij verkiezingen toeneemt. Politiek lijkt steeds meer een emotioneel moment in plaats van gezond verstand. Het lijkt ook dat je je hart verpand voor een periode van 4 jaar. Politici maken niet waar wat ze zeggen. Doen en zeggen liggen mijlenver uit elkaar. En de kiezer kiest niet meer voor een ideaal, maar wat hem het beste uitkomt en aanspreekt.

Ik moet nog stemmen en weet vooral wat ik niet moet stemmen. Eerlijk gezegd blijven er weinig partijen over om nog op te stemmen.

Dictatuur van het stemmen: het potlood

Ik wil mijn stemcomputer terug!

Ik ben het beu om te moeten stemmen met een potlood, geef mij mijn stemcomputer terug. Het stemmen met het potlood, ik kan er maar niet aan wennen. En waarom moet het eigenlijk? Niemand weet het. Het is beter, denkt iedereen. Maar is het echt beter? Ik vind de stemcomputer veel beter. Alsof je met papier niet kunt frauderen.

De eerste kamerverkiezingen waarbij ik mocht stemmen – in 1994, Wim Kok won en het eerste Paarse kabinet werd gevormd – stemde ik op een apparaat. Het was in Veenendaal. We vonden het indrukwekkend om op een knop te drukken, waarna je stem telde.

In plaatsen waar ik na Veenendaal terechtkwam, was de stemcomputer altijd net ingevoerd. Onwennig stonden de oude van dagen te tobben bij de nieuwe computer in Leiden en in Almelo legde ik een man uit hoe het werkte.

Ik had nooit een bezwaar in het stemmen met een stemcomputer. Dat ermee gefraudeerd kon worden, geloofde ik niet. Zeker ook niet omdat de computer langzaam in elke plaats werd ingevoerd en heel Nederland stemde met de computer. Binnen een uur na sluiting van het laatste stembureau was de uitslag bekend. Zeker toen de gemeente Amsterdam als een van de laatste overstapte op de computer.

Ineens trad een actiegroep in de openbaarheid die bepleitte dat het stemmen weer met de hand moest. De stemcomputers van de meeste gemeentes zou af te luisteren zijn. Met een radiofrequentiemeter konden de ‘hackers’ horen welke partij iemand stemde. Het verschil tussen links en rechts zou klinken als het verschil tussen een vioolconcert van Bach of een mix van D.J. Tiësto.

Het sneed niet genoeg hout. Daarna kwam de groep ‘Wij vertrouwen stemcomputers niet‘ met een zwaarder argument: de stemcomputer zou niet te controleren zijn. Mocht de uitslag van een verkiezing worden betwist, dan kon de computer niet een uitdraai maken. Hier had de actiegroep een argument in troef waar weinig tegenin te brengen was. Fraude zou niet te controleren zijn via de stemcomputer. Een papieren stem daarentegen zou beter te controleren zijn.

Politici zijn huiverig voor het in twijfel trekken van verkiezingen. In een democratie zijn verkiezingen gebaseerd op vertrouwen. Het vertrouwen van de kiezer om een anonieme stem te mogen doen op de partij van zijn voorkeur. Hij kan dit doen in volledige vrijheid. Wanneer een uitslag betwijfeld wordt, moet deze altijd na te tellen zijn. Zo stelt de actiegroep die niet genoeg vertrouwen had in de knop.

De stemcomputer verdween op last van toenmalig staatssecretaris Ank Bijleveld in de in de magazijnen van de gemeenten. De laatste stembussen waren de deur uitgegaan en in allerijl moesten voor de aanstaande verkiezingen in 2009 stembussen geregeld worden.

Een maatregel die ons vandaag bij de verkiezingen ook nog in de greep hield. De controle is flink versterkt. Je mag niet meer met je kind in het kieshokje. Je moet het papier op de juiste wijze dubbelvouwen en het kruisje op de juiste wijze inkleuren. Het ouderwetse stemmen is weer helemaal terug om ons vertrouwen vast te houden.

Het heilig geloof dat papier betrouwbaarder is dan de digitale wereld. Het stuit mij tegen de borst. We halen veel meer werk op de hals, controleren ons suf en hebben meerdere check-ups gemaakt. Elke stembureau-medewerker zit met een potlood iets te turven. ‘We tellen alles mevrouw’, hoorde ik een medewerkster zeggen.

Is een tot in de puntjes geregelde controle echt eerlijk? Het lijkt of in iedere stemmer een potentiële fraudeur schuilt. De te ver doorgevoerde controle voelt aan alsof ieder moment iemand losbreekt die even zal rommelen met de stemmen. De zorgvuldig opgestapelde stembiljetten en de vastgeklemde officiële potloden met stompe punten. Eenzaam in een hokje. Alsof mijn stem daardoor niet beïnvloed wordt.

Kun je met een stempapier niet frauderen? En wie zegt dat de tellers niet een keer mistellen? Ik vind het vooral hinderlijk en geloof niet dat stemmen op papier beter controleerbaar is dan stemmen met een computer. Het is anders en zal ook anders gecontroleerd moeten worden.

Geef mij alsjeblieft mijn stemcomputer terug! Ik stem nu onder de dictatuur van de stemcontrole en het papier.

Keus genoeg

stemlokaal op stationsplein Almere

Hij vouwde het grote papier uit elkaar. Alles gebeurde op de computer en mobiel, maar dit ging met het dikke rode potlood. Toen hij voor het eerst stemde, was er een hypermoderne computer. Daarna drukte hij altijd de knop in en verdween de stem in een apparaat. Sinds tegenstanders van de modernisering ontdekten dat je uit het apparaat een stem bij een naam kon lezen, koos de politiek voor het ouderwetse potlood.

Waarom het argument nooit op tafel kwam dat een potlood veel onveiliger was, wist hij niet. Zo werkte de politiek. Je volgt de massa en zodra een tegengeluid aan kracht wint, volg je dat. Op die manier kies je altijd voor de massa. Op kritiek reageer je nooit direct, maar pas op het moment dat het verstandig is om te reageren.

Hij miste de stemcomputer. Kon niet wennen aan dat potlood. De onmogelijkheid met een stompe punt een rondje in te kleuren. Hij zocht namen. Elke naam leek op de andere. De mannen bovenaan, de vrouwen wat lager. Wie kon zijn gunst verdragen?

In de buurt van de vouw keek hij, de mannen waren oververtegenwoordigd. Geen man, dat nooit, dacht hij. Verder keek hij de rij af. Namen die kansloos waren vanwege hun plek op de lijst of vanwege de onbekendheid met de partij. Namen die de al zouden ze gekozen worden, de komende jaren onbekend zouden blijven.

Als er zoveel te kiezen is, is het ook moeilijk om te kiezen. Zeker als je in een snoepwinkel met honderden vieze snoepjes om je heen. Je moet er eentje nemen. Maar welke? Hij keek nog eens goed, voelde wat zijn hart hem ingaf en kleurde toch het andere vakje in. Ach, dacht hij. Ze smeken om je stem, waarna ze met jouw tegenstem het bed in duiken. Dan krakelen ze zo dat er weer verkiezingen zijn. Nog voor de ochtend gloort.

Kiezer gaat u maar rustig slapen tot 2014

Het begint wel een vertrouwd beeld te worden: het stemhokje. Binnen een jaar tijd mocht ik voor de derde keer de school van mijn dochter betreden om een keuze in 1 van de 4 hokjes aan te vinken. Achter de tafel zaten de bekende dames, die voor mij zo vertrouwd beginnen te worden. Eigenlijk heb je helemaal geen paspoort of rijbewijs nodig om je keuze te maken. Ze kennen mij heus nog wel van de vorige keer.

Het riep bij mij wel de vraag op waar ik het allemaal voor deed. Je moet eens in de 4 jaar voor provinciale staten, de gemeenteraad en het Europees parlement. Je geeft ze eens in de 4 jaar een volmacht om voor je rechten op te komen en kan daarna 4 jaar achterover leunen en zien wat er echt gebeurt. Het pluche is verleidelijk en de leuke banen zijn na verkiezingstijd voor het opscheppen. Groenlinkser Liesbeth van Tongeren meende laatst nog dat het beeld van politici als zakkenvullers onterecht was.

Ik geloof eerder dat een uitzondering een regel bevestigt, maar het lijkt steeds lastiger om politici kritisch te volgen en aan te spreken op hun daden. Dan kan ik teleurgesteld zijn als een gekozen parlementslid aan het begin van de vierjarige termijn stopt omdat ze er genoeg van heeft. Hoe kun je zeggen aan het begin van de termijn dat je tijd erop zit? Lees verder Kiezer gaat u maar rustig slapen tot 2014

Trots op Almere

Iedereen aan wie ik vertel waar ik woon en die Almere verder niet kent, reageert steevast hetzelfde. Als ik vertelt heb dat ik in Almere woon, herhaalt de persoon altijd met een herhaling van de plaatsnaam, met een minzame ondertoon in de intonatie. ‘Almere?’

Geen historie
De toon zet het gesprek wel, want degene laat blijken dat hij daar nog niet dood gevonden wil worden. Vervolgens verlangt hij wel dat ik een vloeiend betoog houdt wat nou zo leuk is aan Almere. Het bezwaar dat ik tegengeworpen krijg – het heeft geen historisch hart – is niet te ontkrachten. Inderdaad heeft Almere geen oud centrum. Maar is dat de reden dat er niets te beleven valt?

Tot voor kort was ik erg trots op Almere. In Almere moet je het zelf maken. In Almere is geen eeuwenoud centrum om op terug te vallen. Maar als je zelf actie onderneemt, gaat er een wereld voor je open. In Almere heerst namelijk een ongekende vrijheid en mogelijkheid. In Almere is nog ruimte, in Almere is nog zin en in Almere is alleen maar uitdaging.


Vinex-wijk
Almere wordt door die cynici de stad van de burgerlijkheid genoemd. De afkorting Vinex noemen ze vaak. Eindeloze rijen huizen in troosteloze wijken. Weinig vertier, een leeg buurthuis bij een groot, leeg parkeerterrein. Fietspaden omperkt door vers aangeplante boompjes. En een supermarkt op een verder leeg terrein.

Net als in vrijwel elke nieuwbouwwijk in Nederland, zul je dit inderdaad ook in Almere vinden. En ook ik moet eerlijk bekennen dat ik in grote delen van Almere niet zou willen wonen, net zoals ik niet zou willen wonen in Houten, Zoetermeer, Nieuwegein, Capelle aan de IJssel, Hoofddorp of de echte Vinexwijk Leidsche Rijn bij Utrecht. Op de laatste krijg ik altijd terug: ‘Ja, maar je bent wel binnen 10 minuten in het centrum van Utrecht.’ Volgens mij kloppen die 10 minuten niet en fiets je er snel twintig minuten over, maar er wordt weer een beroep gedaan op een oud stadscentrum.

Pyjama
Tegen deze kortzichtigheid is wel te argumenteren. Het valt mij op dat zo weinig Nederlanders trots zijn op zoiets als Almere. Veertig jaar terug was daar nog niks, een grote bak water en nu staat er uit het niets een hele stad. De stad wordt volgens de cynici bevolkt door burgerlijke lieden, die slapen in een pyjama en die koffie drinken uit een Senseo-apparaat. Niks geen pioniers en avonturiers, maar saaie, burgerlijke lui die ‘s avonds SBS6 en RTL4 kijken, in plaats van in het theater. Die op zaterdag vissen in de vaart of schreeuwen bij het voetbalveld om hun zoontje het winnende doelpunt te zien scoren.

Ik heb altijd gezegd dat dit niet waar is. In Almere wonen mensen met een krachtige imborst, verdraagzaam naar elkaar toe en bovenal mensen die het zelf weten te maken. In Almere wonen veel rassen, geloven en standen gebroederlijk naast elkaar. Er heerst geen grote saamhorigheid, maar iedereen verdraagt elkaar en is zelfs bereid iets voor elkaar te doen.

Iedereen stemt PVV
Het is echter niet waar. Ik zat er naast. Ik heb het wel gezegd, maar in Almere woont een groep mensen die PVV stemt. Net als in heel Nederland en het percentage verschilt niet eens zo heel wezenlijk van het landelijke cijfer. Als een groep wespen op een appeltaart, zijn de media op Almere gedoken. Alles is mislukt in deze gemaakte stad. Iedereen stemt PVV en niemand verdraagt iemand nog. Dat in Den Haag ook verkiezingen waren waar dezelfde partij aan meedeed, was niet interessant. Juist Almere, met een flets imago, dat nog zachter is dan boter, juist dat Almere geeft zo’n mooi beeld.

Nu hoef ik me niet alleen meer te verantwoorden waarom ik in Almere woon. Nu moet ik me ook nog uitleggen waarom ik door zoveel PVV-stemmers word omringd.

Dichtersruzie

Ruziezoekers, daar heb ik een hekel aan, maar ik ben gek op ruziemakers. Zeker als ik aan de zijlijn mag toekijken. Het kan een fascinerend schouwspel opleveren en soms wordt het zelfs theater. Als dichters ruzie maken, is het nog mooier. Want dan ineens zijn dichters gewone mensen.

Vanmorgen schreef Ilja Leonard Pfeiffer een boeiende geschiedenis van de Dichter des Vaderlands in NRC.Next. Een grap was het destijds, stelt hij. Alleen heeft de eerste dichter Gerrit Komrij het spel erg serieus gespeeld met een dichtclub en een ernstige gedichten als er een koningskind geboren werd. Met de komst van Driek van Wissen is de lol er helemaal af. De rijmelarij staat in geen enkele verhouding met de hogere dichtkunst die Van Wissen zou moeten vertegenwoordigen. Afschaffen die hap, concludeert Pfeiffer na drieduizend woorden historie.

Van Wissen rijmt op pissen, missen, gissen en vergissen. Dat laatste heeft de organisatie tot op heden vooral gedaan, vindt Pfeiffer. Eerst door op de stemformulieren een open veld met ‘…’ aan te geven en daarna door de uitslag niet prijs te geven aan de openbaarheid. Later is er volgens Pfeiffer juist weer teveel openbaar geworden, de namen van de eerste honderd stemmers, waaronder Pfeiffer die op zichzelf stemt.

Een schertsvertoning is het geworden, vindt Pfeiffer, die graag ook nog speculeert waarom Komrij in 2004 ineens de handdoek in de ring gooide. Een ruzie met Poetry International, gokt de dichter uit Leiden. Dat terwijl Komrij in de zomer van 2005 nog optrad op het Rotterdamse dichtersfestival. Als je vermoord wordt of voor dood verklaard, sta je een halfjaar later niet weer op uit de dood voor een optreden.

Er liepen genoeg andere moordenaars rond om de eerste Dichter des Vaderlands uit te schakelen. Aan kritiek heeft het niet ontbroken. Hij zou zichzelf hebben verlaagd met deze functie en moest er volgens velen onmiddelijk mee stoppen. Nu lijken de kritikasters van toen met een grote hoeveelheid nostalgie te zijn beneveld. Alles beter dan Driek van Wissen, lijken ze te willen zeggen.

Komrij is van zijn kant ook niet stil. Hij schreef een paar weken geleden al een scherp en lang betoog over deze krankzinnige verkiezing. Verkiezingen als deze zijn spannend en zinderend, maar ze hebben met kiezen en democratie niks van doen. Het zijn peilingen die net als het tv-moment van het jaar of de beste reclame van het jaar door een handjevol mensen zijn ingevuld, maar helemaal niks zeggen over een meerderheid. In de minderheid van een vage internetpoll zit namelijk snel een meerderheid.

Genoeg over al die geruchten, Komrij opperde zelf al eens dat het hele literaire circuit uit roddelaars en zwijmelaars bestaat. Dit lijkt aardig te kloppen uit de gekleurde historie van Pfeiffer op te maken. Literatuur is oorlog, om een andere dooddoener de wereld in te schoppen. Of gewoon: het zijn net mensen.

Degene die zich heel stil houdt, is die rijmelaar uit Groningen, Driek van Wissen. In een debat, twee weken terug, heeft hij wel wat geroepen, maar waarschijnlijk zit hij woensdag glimlachend en knikkebollend de kijker een loer te draaien.