Categoriearchief: stationsplein

Primark

Primark Almere geopend
Rij voor de nieuwe Primark in Almere

De weg was afgesloten en de rij bezoekers liep via hekken de winkel binnen. Het leek of de klanten in de rij stonden voor een attractie bij een pretpark. Maar ze stonden te wachten om de nieuwe Primark binnen te mogen.

De plek aan het Stationsplein is al een tijdje het decor van bouwactiviteiten. Op de plek van de oude schouwburg Metropole verrees een groot winkelketen. Het vierde van Nederland. Na Hoofddorp, Rotterdam en Zaandam krijgt Almere zijn eigen Primark. Het is voor even de grootste van Nederland met 4000 m2 winkeloppervlak.

Dat primeurtje haalde veel bekijks vandaag. Gisteren zag ik de winkel al helemaal klaar om in bedrijf te gaan. Buiten stonden een paar Engelsen opzichtig met een camera hun winkel te fotograferen. Nu stonden buiten lange rijen te wachten om naar binnen te mogen.

Primark Almere
Ingang Primark Almere op openingsdag 12-12-2012

Een paar medewerkers van V&D waren druk aan het flyeren voor de ingang. ‘Wilt u ook kortingsbonnen voor de V&D?’ Ze kregen argwanende blikken terug. Niemand wil bonnen van de V&D. Ze willen bij de Primark naar binnen. Zo schuifelen ze traag de nieuwe winkel in. Spik en span lokt de zaak haar nieuwe klanten naar binnen. Ze gaan. De verleiding is compleet.

Station Amsterdam Zuid

De nieuwbouw van het station Amsterdam Zuid schetst al enige tijd mijn verbazing. De laatste maanden verrees aan de kant waar ik uitstap. Het houdt het midden tussen een tijdelijke gebouw en een verzameling zeecontainers.

Aan beide zijden van het pad naar het stationsplein zijn een paar winkels gevestigd. Er is een Hema, een AH to go en een snackbar. Zo kun je nog snel voor de reis een beha aanschaffen of een dubbele frikadel uit de muur trekken.

Veel glas maar weinig over nagedacht. Tussen de winkels is een soort tarp gespannen. Smalle latjes moeten de indruk geven dat hier heel wat staay. Net als het dunne plastic waarin het ingangsportaal is ingepakt. Het verbergt de verwarming en airconditioning systemen.

Ik liep er vammiddag weer onderdoor en vroeg me af hor.iemand zoiets kon verzinnen. De crisissfeer druipt er van af. Goedkoper kan niet. Ik maakte een foto van de lelijkheid. In de luchroom dat grenst aan het plein zwaaide een voltallig gezin naar mij. Vader, moeder, dochter en zoon. Even werd de hele crisis weggewuifd.

Je moeder

‘Zo daar zijn we weer’, verzucht een bruinverbrande jongen. Hij hangt aan de stang bij de deur. Onrustig beweegt hij. Hij lijkt er al uit te willen springen terwijl de trein pas het station binnenrijdt. De tegels van het perron glijden steeds trager langs tot de trein stilstaat. Met een licht schokje drukt zijn vriend tegen hem aan. ‘Het was maar 2 weekjes hoor’, zegt de vriend met het blonde haar.

Een groep van zo’n 8 jongens bevolken het treinbalkon. Ze balanceren tussen de weekendtassen, koffers en rugzakken. Ze zien er zichtbaar vermoeid uit van 2 weekjes uit. Voor mij stapt een jongen met blond stekeltjeshaar uit. Hij zou zo uit de set van Oh oh Cherso kunnen komen. De joligheid hebben ze nog wel. Toch schieten de vermoeidheid en opluchting door als ze het perron opstappen.

Ze zijn zenuwachtig. Een jongen fluit nerveus. Een andere jongen frunnikt minstens zo zenuwachtig aan zijn gouden ketting. De zonnebril zit scheef in het haar. Die heeft hij niet nodig bij het barre weer dat hij in Nederland treft.

Als ze de poortjes doorlopen, keurig achter elkaar, zie ik ze nerveus in de richting van het parkeerterrein kijken. Een van de jongens krijgt al een enthousiaste omhelzing van zijn moeder. Ze is vooruit gelopen en lacht vrolijk. Blij en opgelucht geeft ze hem een stevige pakkerd.

Zijn bruinverbrande huid laat in het midden of hij bloost of dat het nog van de Griekse zon is. Ze laat hem los, pakt de tas op en loopt vrolijk voor hem uit in de richting van de auto. Daar staat de rest van de familie, iets verdekt opgesteld, maar minstens zo opgelucht en blij.

Nog 2 jongens staan te wachten iets buiten de schuifdeuren van de stationshal. ‘Wie komt jou halen?’ vraagt de jongen met de rugzak op de rug. ‘M’n moeder’. De rugzak zet een diepe stem op. ‘Je moeder’, schalt onder het beton van de spoorbaan. De imitatie komt behoorlijk overeen met dezelfde zinsnede die Jochem Myjer in een show doet. De jongen die op zijn moeder wacht, blijft niet achter. ‘Ja, je moeder’, met een even diepe stem.

Voor de jongens stopt een auto waar een man uitstapt. ‘Kom’, zegt vader zakelijk en geeft de jongen een snelle hand. De jongen loopt al naar achteren om zijn rugzak in te laden. ‘He, we zien elkaar weer’, zegt hij terwijl hij in de SU4 instapt. ‘Ja, hé tot kijk.’ Als ik wegrijd op mijn fiets, zie ik de moeder de jongen omhelzen. Ik kan niet zien wie wie nou het meeste gemist heeft. Daarvoor rij ik te ver van ze af.

De laatste zomerdag van 2010

Jonge mus en jonge spreeuw genieten van de laatste zomerdag

Het voelde een beetje als de laatste zomerdag van het jaar gisteren. De zon scheen op het stationsplein van Almere. Ik moest brood halen en deed mijn bestelling. Ik verontschuldigde mij toen de vrouw het brood aansneed. Buiten op het plein trokken mijn ogen naar de musjes die zich wasten in het water van de fonteintjes.

De dieren genoten van het zonnetje op de bankjes. Als ze het te heet kregen van het zonnebaden, vlogen ze naar een plasje in de fontein en deden zich tegoed aan een verfrissend bad. Een musje vond een gaatje in de straat, net groot genoeg om het water over zijn vleugels heen te schudden. Nat vloog het diertje terug naar een droog plekje en liet zich heerlijk drogen in de laatste zomerzon.

De laatste zomerdag is een gevoel. Net zoiets als dat je de eerste echte voorjaarsdag voelt. Alleen besef je nu dat het voorbij is. Je kunt daar verdrietig over zijn, maar ik ben ontzettend blij met de variatie in seizoenen. Zonder winter, geen zomer. Juist die afwisseling zorgt voor de hoogtepunten.

Ik maakte een paar foto’s van het tafereel. De vrouw achter de toonbank zocht mij. ‘Ik vroeg mij af waar je bleef’, zei ze. Daarna uitte ze haar onvrede. Dat het onfatsoenlijk was dat ik zo wegliep. Dat zij dat ook niet deden en dat zoiets niet hoorde.

Ik liet mij niet afleiden. De laatste zomerdag moet je vastpakken, goed bekijken en pas loslaten als je alles goed gezien hebt. Daar kan geen boze bakkersvrouw tegenop. Op mijn vraag of ik mocht pinnen, kreeg ik een enthousiast antwoord. ‘Ja, je kunt hier tegenwoordig pinnen.’ En heel even voelde ik mij belangrijk. Overtuigd dat mijn blog van een paar maanden terug dit bewerkstelligd had.

Voor haar beurt

Bij de bakker in de rij voor 3 Zweeds wit en 1 grof volkoren. Het is aardig druk, benauwd en vooral heel erg warm. Een medewerkster veegt telkens een guts zweet van het voorhoofd met het rode shirtje dat ze aan heeft. Ik sluit keurig in de rij, onthoud wie er staan en ik houd ook in de gaten wie er binnenkomen. Een jonge meid van een jaar of 20 sluit aan. Ze heeft dopjes in haar oren waar muziek door galmt. Die gaat voordringen, denk ik.

Voorspellingen

Het zijn van die voorspellingen die je voelt aankomen. Ze staat er totaal ongeïnteresseerd, luistert alleen maar naar de muziek en ziet geen mens om haar heen staan. Het oude vrouwtje dat voor haar staat, is snel genoeg, maar als een andere medewerkster vraagt wie er aan de beurt is, piept ze voor mij. Ze schreeuwt gewoon zo hard dat de medewerkster mij niet meer hoort.

Geïrriteerd wachten

Ik mag wachten en kijk een beetje geïrriteerd in haar richting. We hebben het allemaal warm en willen allemaal weer gauw verder. Daarvoor hoef je nog niet voor te dringen. Nu wacht ik op het moment dat het haar beurt is. Als de medewerkster mijn bestelling opneemt, is haar bestelling klaar. Ze loopt weg zonder om te kijken, voor haar bestaat de wereld uit haarzelf. Soms komt ze iemand tegen, maar dat zijn net pionnetjes die ze wegblaast.

Fatsoen

Bij het weglopen, passeert ze een bord van een campagne over fatsoen. Iemand zette haar fiets in het fietsrek. Ze ziet het niet, want de muziek heeft haar vast. Het zakje met broodjes bengelt aan haar fietsstuur.

Zoete broodjes

Als de bakker net zulk brood bakte als hij zijn klanten bediende, dan ging ik niet meer. Een ondernemer kan zich onderscheiden door goede service te geven. Concurrentie gaat niet alleen over prijs, maar ook in de bediening, service en entourage rond het product.

Mijn bakker heeft dat niet begrepen. Altijd moet mij de stagiair treffen, of de persoon die net begonnen is. Ze had het schort net omgedaan en vroeg of iedereen geholpen werd. Ik schudde met mijn hoofd. Ze vroeg het nog een keer en ik moest gillen. Had ik dat maar niet gedaan. De zes broden en bolletjes die ik bestelde gingen traag door de handen.

Het broodsnijapparaat kreeg iedere keer een brood te verduren, waarbij ze stoïcijns wachtte. Normaal kun je het volgende brood erachter stoppen en verder gaan. Van efficiency had ze niet gehoord en ze nam mijn bestelling steevast verkeerd op, waarbij ze ook nog een discussie wilde beginnen dat ik toch drie had gezegd in plaats van vier. Of bruin in plaats van wit. Of…

Het is dat het brood zo lekker is, anders ging ik er niet meer heen en pakte het brood uit de schap van de supermarkt.