Categoriearchief: station

Hoog Catharijne – Op zoek naar Maria (8, Slot)

Misschien is de grootste anticlimax van een bezoek aan het Utrechtse Catharijneconvent wel in het andere gebouwencomplex dat naar de heilige martelares Catharina van Alexandrië is vernoemd: Hoog Catharijne.

Wij lopen terug door de overdekte winkelstraat die we binnengaan waar het kantoor van mijn vader vroeger zat. We lopen de lange glazen overkapping door. Op de vloer liggen dadels, platgetrapt door de voorbijgangers.

Een duif scheert rakelings langs ons. De vaste bewoners van dit winkelparadijs scharrelen hun maaltje bij elkaar. De vogel landt bij de visboer en pikt met zijn snavel zijn lunch op.

De bibliotheek hier is een mooi initiatief. Je kunt hier je boeken achterlaten en gratis nieuwe meenemen, voorzien van een sticker. Ik kan mij nauwelijks bedwingen. Deze boeken wil ik meenemen, zo mooi zijn ze.

Dan nemen we een ijsje bij de grote frietbar voor we de stationshal binnenlopen. Een kinderijsje voor 95 cent met spikkels. De jongen die ze gemaakt heeft, heeft om het hoorntje een papiertje gedaan om het smeltende ijs op te vangen. Maar bij ons verdwijnen ze eerder naar binnen.

Van de mystiek en het religieuze gevoel dat je zou verwachten bij de naam Catharina, zie je hier niet veel terug. Best jammer dat dit in onze tijd zo weinig ruimte heeft. Mystiek in het leven brengt ook heel veel mooie dingen. Dat heb ik wel geleerd bij deze boeiende tentoonstelling over Maria.

Op zoek naar Maria

Dit is de 8e en laatste blog uit een serie van 8 blogs over het bezoek aan de Mariatentoonstelling in het Museum Catharijneconvent te Utrecht.

Anna Karenina en locatie

station_trapani
foto wikimedia

Lezen mag zich dan wel in de verbeelding afspelen, een belangrijke factor die Peter Mendelsund in zijn boek overslaat, is de locatie waar je het boek leest. Zo is voor mij Anna Karenina voor altijd verbonden met het treinstation van Trapani op Sicilië.

Wel gunstig dat het een treinstation is, in het boek vormt de (stoom)trein een belangrijke hekkensluiter. Ik had het boek bij me op mijn reis door Italië in 2001. Een maand lang trok ik door Italië met een grote stapel boeken in mijn rugzak. Volgens een Canadese rugzaktoerist en organist zou meer dan de helft van mijn rugzoek uit boeken bestaan.

De lange reizen vergezelde ik met de dikke boeken. Lev Tolstojs Anna Karenina behoorde tot de bagage. Onderweg las ik het boek met ontzettend veel plezier. Iets eerder had ik nog een medestudent gewezen op de invloed van Anna Karenina op Couperus’ roman Eline Vere. Ze ging daarna dapper aan de slag met een vergelijking waarvan ik de scriptie helaas nooit gelezen heb.

Daar onderweg op het perron van het station Trapani wachtte ik een ochtend op de trein naar Palermo. Ik zat daar heerlijk in het zonnetje te wachten tot de trein zou arriveren en mij mee zou nemen naar de hoofdstad van het eiland. In de verte zag ik een stelletje met een baby lopen. Het leken wel verlopen hippies. Ik arriveerde gelijktijdig met hen in Trapani en we vertrokken ook tegelijk.

Daar moet ik altijd aan denken als ik over Anna Karenina lees. Het lijkt wel dat ik daar de laatste scène las en het boek dichtsloeg. Als ik mijn vakantiedagboek lees, weet ik dat het niet klopt, maar voor de verbeelding is het alleen maar mooi.

Dat een boek onlosmakelijk verbonden is met de plek waar je het leest, vergeet Peter Mendelsund. Voor mij is het een extra essentie van het lezen. De geuren en de geluiden van de plek waar je het las, samen met het heerlijke zonnetje dat ik daar op dat station had. Onlosmakelijk verbonden met Tolstojs Anna Karenina.

Treinritje over het verdiepte spoor

image

De treinkaartjes van het Kruidvat zijn voor mij altijd een verleidelijke aankoop. Je kunt er voordelig een dagje mee treinen in Nederland. Alleen is de geldigheid het grote risico bij de aankoop van dit soort kaartjes.

De einddatum van dergelijke treinkaartjes nadert altijd met rasse schreden, sneller dan je zou willen. Voor je er erg in hebt, is het kaartje niet meer geldig.

Dit keer kocht ik 3 kaartjes, waarvan ik er eentje vorige week gebruikte en de andere 2 dit weekend zouden worden gebruikt. We wilden er een dagje mee naar Rotterdam en ondermeer het museum Booijmans Van Beuningen bezoeken. De gebroken elleboog van Inge gooide roet in het eten.

image

Ze wees mij op een treinrit waar ik al heel lang over praat. Sinds de opening van dat traject: het verdiepte spoor in Almelo. Ik wilde er nog altijd een keer doorheen rijden, maar ik hoef nooit in Hengelo te zijn. Daarom moet ik er apart voor kiezen dat stukje te pakken.

We stappen in op Almere Muziekwijk. Er zijn werkzaamheden tussen Hilversum en Utrecht, waardoor de stoptrein tussen Hilversum en Almere niet rijdt. We kunnen niet helemaal een rondje rijden. Op Almere Centrum ontdekken we dat de intercity naar Zwolle zoveel vertraging heeft dat we net zo goed de stoptrein kunnen pakken.

Het is een ouderwetse dubbeldekker, getrokken door een locomotief die ons naar Zwolle brengt. Als Almere Oostvaarders geweest is, valt het aantal stops best mee. We kijken naar de beestjes van de nieuwe wildernis en verderop turen we langs de spoorlijn om het fietspad van afgelopen zomer te volgen. We zien zelfs de boerencamping langs de dijk bij Hattem liggen vanuit de trein.

image

Achter zit een meisje te luisteren naar de muziek. Ze tuurt naar buiten en ik zie een traan over haar wang bengelen. Wat later zie ik haar op het station Zwolle wachten op dezelfde trein als wij: de stoptrein naar Almelo en Hengelo. Ook op dit traject is een flinke vernieuwing geweest: bij Nijverdal loopt het spoor verdiept door het dorp en ligt er zelfs een tunnel van een paar honderd meter.

Het voelt in deze diesltrein meteen anders aan dan een elektrische trein. De zon schijnt aan onze kant naar binnen en het voelt warm. Door het open raampje aan de andere kant van ons waaien allerlei insecten naar binnen. Zo lopen op het raam een vliegende mier en een lieveheersbeestje. Met de beesten komt er ook wat dieseldamp naar binnen door het raampje.

Als we dan Almelo uitrijden, is daar het moment waarvoor we zijn gegaan: het verdiepte spoor door de stad. Het spoor zorgde altijd voor een splitsing van de stad. Nu snijdt de trein door de grond en kan het verkeer over de spoorlijn heen. Ik heb er nooit aan kunnen wennen van bovenaf. Van onderaf valt het allemaal wat minder op en zie ik vooral grafity aan het begin en einde van de van boven open tunnel.

image

In Hengelo strekken we maar even de benen ook omdat het boemeltje naar Zutphen voor onze neus vertrekt. We lopen over de markt en ik zie mijn oude werkplek weer even. Het raam dat op perronhoogte stond en mij uitzicht bood op de wachtende reizigers en de stilstaande treinen. De internationale trein bezorgde mij altijd een licht verlangen naar het verre Berlijn.

Nu rijdt de internationale trein binnen als we een kopje koffie drinken in bij de Coffee Industry. De koffie valt een beetje tegen, ondanks het feit dat ze Arabica-bonen zeggen te gebruiken. We stappen even later met Twentse bloedworst aan boord van de Syntustrein naar Goor, Lochem en Zutphen.

De rit voert zo mooi door Twente en de Achterhoek. Ik denk terug aan mijn tijd bij de krant waarbij ik als verslaggever door dit deel van Twente toerde. We rijden langs Delden, Goor en Markelo. Ik zie zelfs de boerencamping in Markvelde waar ik destijds een verslag schreef in de vakantie voordat we Twente uitrijden en naar de Achterhoek binnengaan.

image

In Zutphen volgt snel de overstap richting Deventer. We vragen ons af waarom de intercity eigenlijk stopt in de gehuchtjes Olst en Wijhe. Wat zijn de inwoners van deze dorpjes bevoorrecht. Voor we er erg in hebben, staan we al in de hoofdstad van Overijssel en rijden weer over de Hanzespoorlijn naar huis.

Een lekker dagje treinen op het kaartje van het Kruidvat. Op de valreep, want hij loopt de volgende dag af. Een leuke rit door Nederland waarbij je heerlijk je gedachten over het voorbijrazende land laat glijden. Soms een bladzijde van een boek opengeslagen voor je, maar het meest nog naar buiten kijkend.

Geen treinenfreak

image

Joris van Casteren spreekt in Het station met Liza Cohrs: ‘een meisje met rood haar’. Ze is heel duidelijk tegen hem: bij de treindienstleiders werken geen treinenfreaks. Treinenfreaks die solliciteren wijst de teamleider van treindienstleiders af. Daarvoor is het werk als treindienstleider te serieus, vindt ze.

Hij komt overal langs. Van de locatiemanager van het gebouw, de schoonmakers, de bijzondere opsporingsambtenaar (boa), conducteurs, de kaartjesverkoper (een voluptueuze blondine die nog studeert), de zwerver en alcoholist Kowalski, de toiletjuffrouw en de locatiebeheerder.

De laatste is iets heel anders dan de eerste:

Timas heeft, anders dan Wubs, dagelijks omgang met de uitoefenaars van de zware, minder goed betaaalde beroepen op het station, zoals het schoonmaakpersoneel. (92)

De verhalen die Joris van Casteren optekent zijn stuk voor stuk prachtig. Soms duikt hij wat dieper de geschiedenis in. Over de ontsporingen op het station, de koninklijke trein, bijzondere begrafenissen waarbij de lichamen van de overledenen op het station arriveerden en de Chinese Luca die door zijn moeder in de Burger King werd achtergelaten.

Ook spreekt hij oud-gedienden zoals de 87-jarige Dick Keijzer. Hij loopt al zijn hele leven op het Centraal Station in Amsterdam. In 1954 trad hij in dienst, waarna hij een halfjaar later werd opgeroepen voor militaire dienst:

Eenmaal terug op het station waren er verschillende wijzigingen doorgevoerd. Paulien, een collega-lokettist, praatte hem bij. Na afloop dronk hij koffie met haar, hier in deze zelfde eersteklasrestauratie. Inmiddels zijn ze vijfenvijftig jaar getrouwd. (106)

De verhalen geven het boek zijn kracht. Het verleden en het heden maken Amsterdam Centraal tot een station dat meer is dan een punt waar treinen aankomen en vertrekken. Het is een gebouw van 125 jaar oud boordevol met geschiedenis, verhalen, geheimen en andere dingen die Joris van Casteren allemaal aan de lezer toevertrouwd.

Je hoeft er zeker geen treinenfreak voor te zijn om daarvan te kunnen genieten.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.

Lelystad

image

Natuurlijk moet Joris van Casteren even refereren naar zijn afkomst in zijn nieuwste boek Het station. Hij is opgegroeid in Lelystad, zoals hij eerder in het gelijknamige boek schreef. Dat mag de lezer weten als hij een boek over de hoofdstad schrijft. Volgens hem neemt de chaos toe naarmate hij vanuit de polder in Amsterdam komt.

Beschilderde muren, een badkamer met daarin een blote vrouw schoot voorbij. In achtertuinen zag ik vuilniszakken, autobanden en winkelwagentjes. In het water lagen halfgezonken boten. (9)

Later diept hij zijn kennis van het station uit als hij een artikel schrijft voor de Amsterdamse daklozenkrant Z. over de mensen op Amsterdam Centraal. Hij opent er zijn nieuwe boek over het meest imposante station van Nederland mee.

In 2014 gaat hij op uitnodiging van uitgeverij Bas Lubberhuizen wat dieper in op het leven op het station in de hoofdstad. Het is eigenlijk een stad in een stad. Daarom bivakkeert hij een paar maanden op het station dat altijd wordt verbouwd.

Verder is er veel veranderd in de periode tussen 1998 en 2014:

Het grote blauwe bord is weg, ook het meetingpoint ontbreekt. Geen spoor van junks, schandknapen of heroïnehoertjes. (16)

Gelukkig mag hij na wat onderhandelen met de NS met iedereen praten. Zo komt Joris van Casteren bij al het personeel van NS, Prorail en andere bedrijven op het Centraal langs. Zoals de treindienstleiders.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.

Het station

image

Het Centraal Station van Amsterdam is onbetwist het indrukwekkendste station van Nederland. Daar kunnen imposante stations als het nieuwe Rotterdam Centraal of toekomstige Utrecht Centraal niet tegenop.

Historische stations als Den Haag Hollands Spoor of Haarlem vallen in het niet bij de gigantische fascade van Amsterdam Centraal. De ronde overkapping is de grootste van Nederland in zijn soort. En dan staan er ook nog eens twee.

Het klinkt heel indrukwekkend als de omroeper een bericht omroept. Het lijkt of je in een immense kathedraal staat waarbij de stem heen en weer schiet tussen de gewelven. Het is dan ook erg leuk om het al lopend te horen. De stem vervliegt en is nauwelijks te verstaan. Natuurlijk wel wat minder als er een belangrijk bericht wordt omgeroepen.

Over dit station heeft Joris van Casteren een boek geschreven met de veelzeggende naam Het station. Voor dit boek verbleef de journalist en schrijver voor langere tijd op het grote station. Met een bijdrage van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten is het boek tot stand gekomen.

Joris van Casteren vertelt in zijn boek over het station in al zijn fascetten. In het grote gebouw van Cuypers schuilt veel meer dan een stel sporen, binnenkomende treinen en gehaaste reizigers. Het is een klein dorp op zich met een eigen politie en winkels.

Voor het boek heeft Joris van Casteren heel veel mensen gesproken. Hij loopt mee met de beheerder van het gebouw, schuift aan bij de toiletjuffrouw, zit in de stationsrestauratie en kijkt in de ondergrondse ruimtes van het station. Hij komt op plekken waar de gewone reiziger niet komt. Hij spreekt mensen die op het station wonen, werken of slechts passeren.

Dat maakt Het station tot een heel mooi boekje om te lezen. Het boek opent bij Joris van Casterens eigen herinnering aan dit hoofdstation van de hoofdstad. Hij geeft daarmee een inkijkje in de eerste indruk die dit enorme station bij een reiziger oproept. Het is overweldigend. Altijd als je er weer komt, treft dit je.

Joris van Casteren: Het station. Amsterdam: Uitgeverij Bas Lubberhuizen, 2015. ISBN: 978 90 5937 3969. 160 pagina’s. Prijs: € 17,95.