Categoriearchief: station houten

Invriezen snert

De erwtensoep zit achter de kiezen, een deel is weggegeven, maar we zitten nog met een liter of 10 aan snert. Omdat erwtensoep niet zo lang houdbaar is, gingen we een dag later de lading invriezen.

Goed bereide snert heeft de gewoonte om hard te worden. Keihard. Zo ook de snert van ons. De volgende dag kon de soeplepel in de erwtensoep rechtop staan. Sterker nog, het was genoeg hem met de pollepel naar beneden kaarsrecht te laten staan.

De soep vormde een stevige massa. Met het invriezen verliep het wat minder soepel. De vriezer had veel moeite om de kilo’s ingevroren te krijgen. Na het ontdooien bleef de soep de volgende morgen zacht. Daarom hebben we de vriezer maar op de hoogste stand gezet. Want deze heerlijke snert mag niet verloren gaan.

Connexxion bloesje

Ik heb de blues en de zomer steekt van wal. Drie buschauffeurs staan bij het kleine gele busje en roken een sigaretje. Ik loop in hun richting aarzelend om mijn vraag. ‘Je mag het ook wel vragen hoor’, zegt de middelste een vijftiger. Zijn buik wijst net zo olijk naar voren als dat hij glimlacht.

Zijn collega’s trekken aan het sigaretje en genieten zichtbaar van de zonnestralen. ‘Nou zeg ik, welke bus het eerste weg?’ ‘Daar doen we niet aan’, zegt zijn collega. ‘De ene keer is het de ene, de andere keer de andere.’ ‘Ik ga vandaag wel als eerste’, zegt de stevige. ‘ Zeg’, hij wijst naar mijn bloesje. ‘Kom je ons niet toevallig controleren, je hebt precies zo’n Connexxion-bloesje aan als mij.’ Ik laat hem mijn pasje zien. ‘Die zones zijn toch wel echt he?’ vraagt hij. Zijn ogen glimmen van de pret.

Als we rijden klaagt zijn collega over zijn borst en dat hij het rijden eigenlijk niet ziet zitten. ‘Nou, dan wil ik het wel doen. Dan ga jij lekker op de kleine’, zegt de stevige. ‘Maar jij mag toch niet op de grote bus?’ ‘ Nee, want dan moest ik van Connexxion de garantie geven dat ik in één jaar zou slagen. Daar heb ik dus mooi geen zin in. Vierduizend euro terugbetalen, dat kan ik met mijn loontje niet trekken.’

We komen bij mijn halte aan. Hij stopt keurig. ‘Eenmaal Molenzoom’, roept hij om. Ik ga bij hem stilstaan en leg mijn mouw naast zijn jasje. ‘Inderdaad’, zeg ik, ‘Connexxion-groen.’ De man met pijn op de borst lacht. ‘Dit is zeker de laatste dag dat je hem aanhebt.’

Zinedine

Hij liep voor mij en de man die ik inhaalde uit. Een klein Jack Russeltje dat zonder moeite de stenen trappen van het station ophuppelde. ‘Zinedine’, sliste de man snel naar het dier. ‘Zinedine.’ Het dier reageerde niet en huppelde door tot het op het bordesje stond. Op weg naar de volgende trap die leidde naar het oude perron. Weer sliste de naam van de voetballer over de treden van de trap. ‘Zinedine hier. Zinedine hier.’

Het dier moet op het toppunt van de roem van de Franse voetballer zijn aangeschaft. Ik schatte het enthousiaste dier op een jaar of vier, vijf. Precies het jaar dat de voetballer op de lijst met 100 beste Fifa-spelers stond, vertelt Wikipedia mij.

Nu was iedereen de voetballer vergeten, behalve de hond en zijn baasje. Voor het dier de reden niet te luisteren en voor de baas om de naam niet te hard over het perron te roepen. Het vernoemen van een hond naar een voetballer is humor. Het vernoemen van een kind naar een voetballer of lievelingsclub, vind ik meer een vorm van marteling.

Ander tijdstip

Ik liep op een later tijdstip naar mijn werk. De zon stond hoog en scheen warm op mijn bolletje. Uit het winkelcentrum liepen scholieren met plastic bakjes waarin twee saucijsebroodjes zaten en blikjes cola. Het saucijzenbroodje was hier blijkbaar een populair genoegen. In de honderd meter die ik liep, trof ik vijf jongeren met het plastic bakje aan.

Wat verder liep ik, door de corridor. De winkels omhelsden me. De deuren waren open, fietsen blokkeerden mijn pad en mensen doorkruisden in een winkelhaak mijn pad. Wat verderop in de buurt van de bus, vroeg ik mij af of hij wel vertrekken zou.

Mijn bus reed niet, maar er stond een andere. Terwijl ik in de richting van de halt liep, probeerde een witte taxi die te breed was voor de weg, desondanks toch te keren. Ik zag hem met een vaartje achteruit rijden. Hij knalde tegen de lantaarnpaal die hem in de weg zat. De man trok aan het stuur en gaf gas vooruit. Zonder ook maar eens om te kijken.

Zo kan het ook, dacht ik en zag de deuk in de achterbumper naar mij knipogen. Hoe anders ziet de dag eruit als je op een ander tijdstip de vertrouwde weg gaat.

Flirten

‘Hoi schat’, klonk het onder het nieuwe treinviaduct van Houten. De bouwmachines hamerden op de achtergrond en vlak langs mij fietste een meisje voorbij. Ze had de opmerking net zo laat in de gaten en draaide haar hoofd nog om. Een man met een veiligheidshelm op het hoofd zwaaide zijn hamer in plaats van zijn hand alleen. Ze negeerde zijn attentie en fietste hard door naar school.

Het flirten hangt in de lucht. Een paar dagen geleden hing een conducteur uit de deur van zijn vertrekkende trein. De andere deuren waren gesloten. ‘Dag duifie’, riep hij naar de conductrice van de trein waar ik net uit kwam. Ze ging niet op zijn avances in. ‘Ja, ja’, gebaarde ze snel. ‘Ga nou maar.’

Ze houden er niet van, al die flirterij. Zeker niet van dat opzichtige. Ik heb mij eens laten vertellen dat ze er stiekem wel van genieten. Dat sommige vrouwen hun ouderdom eraan afmeten en met kort rokje bij een steiger gaan staan in de hoop op gefluit.

Afgebroken

Ze hebben er een weekend hard aan gewerkt, maar het resultaat mag er zijn. De afbraak is bijna zover, dat het oude spoor best abrupt ophoudt en het viaduct over het fietspad is niet meer. Blijft over het afgebroken beton en de omgevallen muurtjes baksteen.
Wat afgebroken is, moet ook weer opgebouwd worden. Dat is het positieve van de afbraak.
Bij een station hoort een passerende trein.