Categoriearchief: stad

Rotterdam, de enige grote stad

Vanuit de rol die Milcham als feniks vervult, speelt de stad Rotterdam ook een rol in de roman Onder een hemel van sproeten van Alex Boogers. De Rotterdammer heeft al in zijn eerdere boek Alleen met de goden laten zien hoe mooi een stad een rol in een verhaal kan vervullen.

In deze nieuwe roman speelt Rotterdam eveneens een belangrijke rol. Net als de polder die net buiten de stad ligt. In de polder gebeuren dingen die het daglicht niet kunnen verdragen, daar dreigt het gevaar. De stad Rotterdam staat symbool voor Milcham, de vogel die als feniks uit zijn as herrijst. De oma van Amy vindt Rotterdam de enige grote stad van het land:

[G]een andere stad was zo verwoest, geen andere stad wist zichzelf zo opnieuw uit te vinden. Groter. Sterker. Onverschilliger. De oude huid werd afgestroopt. Elke steen werd opnieuw gelegd. Hogere gebouwen. Grotere plannen. Zonlicht op de platte daken van de wolkenkrabbers. Meer schaduw in de straten. (107)

De stad als personage die de hoogte opzoekt. Die wil groeien en alleen de hemel als grens heeft. Een hemel van sproeten. De hoge gebouwen werpen wel een schaduw op de straten, maar als je op het platte dak staat, sta je in het zonlicht.

Daarmee symboliseert de verteller hoe een stad helemaal verwoest kan zijn. Maar ondanks deze verwoesting zich kan ontpoppen als de enige grote stad van Nederland. Een stad die er zijn mag.

Lees morgen de laatste aflevering over dit fascinerende boek van Alex Boogers: IJsvogel »

Alex Boogers: Onder een hemel van sproeten. Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2017. ISBN: 987 90 5759 836 4. 373 pagina’s. Prijs: € 19,99. Bestel

Ruimtelijke ervaring – Evensong (4, slot)

Nu gaat een wereld verder voor mij open. Natuurlijk luister ik weleens naar de vele uitzendingen van Evensongs door het hele land van de BBC. De ervaring van de ruimte, veel mensen die erbij zitten en genieten, helpt mee om de beleving compleet te maken.

Al weet ik zeker dat het anders is als je in een Engelse kathedraal zit. Hier in de Hooglandse kerk is het even Engeland. Al is deze kerk beduidend lichter dan veel Engelse kathedralen.

De muziek van Philip Radcliffe en Sir Edward Elgar doen de rest. Een mooie samenstelling van muziek waarin alle vormen van emoties de ruimte krijgen. Van diep verdrietig tot uiterst vreugdevol en alles wat ertussen zit. Al heerst wel de melancholie op zo’n avond. De beleving van de kerk zorgt voor deze inkeer en moment van bezinning. Daar heb ik geen preek voor nodig.

Bij de afsluitende Organ Voluntary, de gastorganist Martyn Noble bespeelt het Willis organ, dat dit jaar voltooid is. Het is een imposant instrument, met een vol karakter, maakt de Engelse beleving wel compleet. Het is een krachtig instrument, dat een grote klankrijkdom kent.

Het 19e eeuwse karakter is goed behouden gebleven na de vergroting vorig jaar. Al is de afwerking best een beetje potsierlijk, de Oosters aandoende torentjes aan weerszijden van de zijkant, doen een beetje overdreven aan. Het front boven de speeltafel is weer fraai. Net als de gigantische open houten pijpen van de 32 voet.

Bij het teruglopen naar de auto, door het Leiden op een zomeravond, de Haarlemmerstraat, besef ik hoe ik veranderd ben in de loop van de jaren. Op het moment dat ik hier studeerde, moest ik er niks van hebben. Geen kerkdiensten. Zeker ik heb het geprobeerd, maar vond het niet. Teveel gebeurd.

Ik keer toch weer – onbedoeld – terug naar de beleving van vroeger. Al is het anders, rustiger, meer gebalanceerd. Vriendelijker ook. Niet meer dat heftige, maar een moment van bezinning en daarna weer verder. Wilde ik voorheen te vaak in de bezinning blijven steken waardoor het geen bezinning meer was. Nu schudt ik het van mij af en behoud het goede.

Al voel ik mij nog heel sterk verbonden met de student die ik hier in 2002 achterliet. De creativiteit, het schrijven en het vurige verlangen dat hier overal om mij heen was. Nu schijnt alleen de zon en maakt alles van goud. Zo loop ik weer terug naar het heden. Genoeg bezinning. De snelheid van de A4, A10, A1 en A6 brengen mij weer terug naar huis en het nu.

Dit is het slot van een 4-delige blog over de Choral Evensong in de Leidse Hooglandse kerk. Regelmatig zijn deze diensten in de grote stadskerk van Leiden.

Hooglandse kerk – Evensong (2)

Precies 5 uur. Ik moet hollen naar de Hooglandse kerk. Anders ga ik de Choral Evensong nooit halen. En hopen dat de kerk open is. In tempo ren ik onder de Morspoort door. Geen fietspad meer, maar een pad, met een trappetje. Ik zie het allemaal op tijd en spurt van het trappetje in een fraai huppelpasje.

Door de Morsstraat, verder langs de Oude Rijn naar het centrum. Ik weet hetzelfde tempo te blijven hollen. Niet te hard, maar hard genoeg om het vol te houden. De oude route van weleer die ik op mijn oude bruine Gazelle altijd fietste door de stad. Over de voetgangersbrug, langs de De Waag en V&D.

Het antiquariaat dat al jaren te koop staat, waar een scene van Discovery of Heaven is opgenomen. De hele avond van de scene zat ik in het aangrenzende café met de veelzeggende naam Van Engelen. De boekwinkel ziet er sleets uit. De winkelpui is al jaren niet meer geschilderd. Zon en regen hebben hun effect op het hout. Je herkent er bijna niet meer de boekwinkel in uit de film. Verder langs de Nieuwe Rijn, in de richting van de Hooglandse kerk.

Blijft imponerend dat dwarsschip en koor. Hoog boven de huizen uit torent het. Een poging om er een bisdom te huisvesten mislukte in de 14e eeuw. Haarlem won. Het schip van de kerk is daarmee in het midden altijd laag gebleven. Maar desondanks een prachtige kerk.

Ik ben ontzettend blij dat de kerk open is. Schuifel voorzichtig naar binnen. Op de tafel ligt nog precies 1 programmaboekje. Ik loop verder. Er is een Schriftlezing, zo te horen uit een Koningenboek. De profeet Elia komt erin voor. Ik wil bij de groep mensen zitten, niet zover weg in het schip. Het koor staat midden in het koor. Op zijn Engels. In evenwijdige rijen en op krukjes bij gebrek aan de verhogende koorbanken.

Lees het vervolg: Silence

Het orgelmuseum – Dagje Elburg (3)

img_20161105_144747.jpgWe lopen via de kerk naar het andere museum in Elburg, het Nationaal Orgelmuseum. Ik ben heel benieuwd naar dat museum. Helaas is daar de Museumkaart (nog) niet geldig. Dat is best jammer maar gelukkig mogen kinderen tot 12 jaar gratis naar binnen. Zodoende hoeven we alleen voor mij te betalen.

Ook hier is weinig publiek. Al meteen bij de entree kijk je recht op een prachtig orgelfront. Het is een orgel waarvan het pijpwerk afkomstig is van de orgelmaker Pieter Backer uit Medemblik. Op de film die in deze ruimte getoond wordt, is te zien hoe dit orgel op basis van allerlei resten wordt samengesteld en gerestaureerd.

Het instrument is in gebruik genomen als het Maarten Seijbel Orgel, genoemd naar de initiator van dit museum. Overigens is het jammer dat de film niet te vinden is op youtube. Het bevat namelijk veel informatie die ook best buiten het museum gedeeld mag worden.

img_20161105_134328.jpgSinds 2014 is het museum gevestigd in het Stadskasteel van Elburg, het ‘Arent Thoe Boecop’–huis. Een indrukwekkend pand dat de ontwerper van de stad bouwde in de 14e eeuw. Het gebouw heeft lang dienstgedaan als stadhuis, met bijbehorende gevangenis. Het museum heeft hiermee een prachtig gebouw in Elburg gekregen. Misschien wel het mooiste gebouw van het Zuiderzeestadje.

In de kelders is de techniek van het orgel te zien. De opengewerkte modellen demonstreren register- en toetstractuur. Ze geven een goed beeld hoe een orgel werkt. Net als de portatiefjes en andere instrumenten die hier staan opgesteld. In de laatste ruimte is de werkplaats van een orgelmaker nagebouwd met alle instrumenten die de orgelbouwer gebruikt.

img_20161105_140549.jpgOp de verdiepingen die het stadskasteel telt, kom je elke keer een eeuw verder. Het is heel mooi om te zien hoe het Nederlandse orgel zich heeft ontwikkeld. Altijd met de juiste bespeelbare voorbeelden erbij. Zo zie je een Middeleeuws instrument en kom je in de verschillende stijlkamers instrumenten tegen uit de 16e/17e eeuw, 18e eeuw en 19e eeuw. Het zijn orgels in een handzaam formaat, waarbij het verhaal uit die tijd wordt verteld.

De collectie van het orgelmuseum is indrukwekkend te noemen. De grote hoeveelheid historische instrumenten, waaronder naast het gereconstrueerde orgel van Pieter Backer, ook een heel mooi instrument uit Gapinge staat. Dit orgel is van Ludovicus de Backer. Hier staat ook prachtige huisorgels van Hess en Moreau.

img_20161105_140602.jpgEen verdieping hoger in de 19e eeuw staat een groot pedaalharmonium en een huisorgel van Hermanus ter Hart. Instrumenten waar je als bezoeker bij staat te kwijlen. Het is een heel indrukwekkend orgelbezit dat hier staat. Zeker ook omdat het instrumenten zijn die vaak gebouwd zijn voor de huiselijke kring. Dat levert een heel ander klankbeeld op. In dit museum klinkt het alleen maar heel mooi.

De Sweelinckkamer is ook de moeite van het bekijken waard. Hier staan een klavecimbel en een klavicord. Instrumenten waarop de oude muziek van Sweelinck mooi tot klinken gebracht kan worden. Ook is de aparte ruimte met zicht op het orgel waarop Sweelinck speelde, een leuke belevenis. De geluidsfragmenten brengen een historische tijd tot leven.

img_20161105_140554.jpgIn de kast van de Sweelinckkamer staan ook een paar koraalboeken met de psalmmelodieën en zettingen. Ik heb er aandachtig naar staan kijken. Een paar boeken heb ik ook in mijn bezit. Voor mijn idee is dit een stukje cultuurhistorie waar niet veel mensen aan denken, maar die een deel van de kerkmuziektraditie in Nederland vertegenwoordigt.

De leukste kamer vind ik boven, het is de verkoopkamer waar heel veel cd’s, lp’s en bladmuziek ligt te wachten op een gelukkige koper. Hier speur ik met de hand op de knip naar uitgaves waar ik al heel lang naar op zoek ben. Zo vind ik hier een paar mooie cd’s van het Orgelpark, uitgaves die ik nog niet heb en waar ik heel blij mee ben dat ik ze vind.

img_20161105_145122.jpgDoor de opwinding van de nieuwe aankopen vergeet ik helemaal het Boon-orgel in de daarvoor speciaal gemaakte zaal te bezichtigen. We gaan weer de stad in. Vervuld van de indrukken. Het Orgelmuseum is namelijk een heel mooi, toegankelijk museum dat het orgel op een toegankelijke manier laat zien.

We lopen terug nog even langs de stadsmuur. Speciaal trekt mijn aandacht het huis dat ik al vanuit het stadskasteel heb gezien. Het staat namelijk helemaal ingebouwd in de halve ronding van de muur. Hier is vroeger een wachttoren geweest, maar nu staat er een huis, met als achterwand de oude stadswal. Het ziet er heel speciaal uit.

img_20161105_144924.jpgWe lopen nog eens goed langs de stadsmuren. Helaas kunnen we er niet op staan. De stellage die bij de kerk is, bevat een groot bord en dikke kettingen. Ze houden de nieuwsgierige bezoeker op afstand.

Daarom stappen we maar op de aarden wal die buiten de stadmuur ligt. Het is de verdediging tegen de zware kanonskogels. Zo blijft de vijand toch buiten. We komen zo weer bij de Vischpoort, de toegang tot de stad. Tegen de motregen is weinig te beginnen. We gaan weer terug naar de auto, niet zonder nog een blik op het kleine vestingstadje te werpen.

img_20161105_145258.jpg

Stadsmuseum – Dagje Elburg (2)

img_20161105_121305.jpgHet is erg rustig in het Stadsmuseum van Elburg op deze zaterdag. Blijkbaar hebben de mensen wat anders te doen. Bij de ingang helpen 2 dames ons heel vriendelijk. We verdwijnen daarna omlaag onder de gewelven. De wc’s bevinden zich hier ook, daar brengen we eerste een bezoekje aan. Het toilet bij de heren zit verstopt. Ik voel me altijd een beetje beschaamd om zo’n wc te gebruiken.

Door naar de kelders onder het entreegebouw. Hierin wordt uitleg gegeven over de bouw stad Elburg. De stad is ontworpen op de tekentafel door Arent Thoe Boecop. In het stadskasteel van hem is tegenwoordig het Orgelmuseum gevestigd. Daar gaan we straks heen, maar nu zien we een mooie maquette van de stad. Alleen de Ellestraat loopt niet helemaal recht. Daar is de nieuwe stad omheen gebouwd. Uiteindelijk heeft de kerk in een hoekje van de stad een plekje gekregen.

img_20161105_121513.jpgWe zien kogels, geweren met bajonetten. Deze ruimtes vertellen het verhaal van de vestingstad. Compleet met de verschillende wapens en kaarten over de opbouw van de stad. Via een groot scherm bij de ingang is ook informatie te vinden over allerlei andere aspecten uit deze vestingstad.

Bij het wandelen door de kelder horen we orgelklanken. Voor we de trap omhoog klimmen naar de bovenverdieping van de dubbelkapel ontdekken we waar de klanken vandaan komen. Iemand bespeelt het huisorgel dat er staat. We klimmen eerst omhoog naar boven. Hier is uitleg over het strenge leven in het klooster dat gesitueerd is rond de verschillende gebeden.

img_20161105_121335.jpgEen ronde waaier laat je stilstaan bij de verschillende uren van de dag. Het geeft een mooie inkijk in het strakke leven van het klooster. De nonnen leefden hier volgens de regels van de kloosterorde van St. Franciscus.

In de benedenkapel woonde het gewone volk de mis bij. Zo kregen zusters en bevolking elkaar niet te zien. Via een verborgen trap bleven de nonnen uit beeld van de gewone mensen. De benedenkapel bezit prachtige gotische gewelven. De akoestiek in deze kapel klinkt ook heel mooi. Op de muur waarvoor ooit het altaar stond zijn mooie schilderingen teruggevonden. De hoogte van de kapel vanaf dit punt is best indrukwekkend.

img_20161105_122145.jpgWe lopen verder door de rest van het museum. De dubbelkapel is niet meer te overtreffen, al zijn er ook een paar mooie ruimtes te vinden, waaronder de schilderswinkel en aan boord van een schip waarbij een scheepsslag wordt nagebootst. De lichtflitsen en het gedonder maken het best tot een realistische beleving.

Net als de martelwerktuigen die staan in de kamer rond de stad en het recht. De grote pijnbank ziet er pijnlijk uit. De zwaarden van de beul zijn confronterend. De levens die ermee zijn beëindigd kleven altijd aan de kling. Het scherpgeslepen metaal is voldoende om een hoofd eraf te hakken. Al is dat niet altijd in 1 keer gegaan.

img_20161105_130642.jpgDe kloostertuin is het volgende hoogtepunt. Zeker ook door de rustige sfeer van deze tuin. Vroeger werd dit helemaal ingesloten door het klooster. Ik vind het jammer dat er niet een reconstructie gemaakt is waarbij je kunt zien hoe deze tuin er in vroegere dagen uitzag. Een groot deel van het oude klooster is namelijk vervangen door de woningen die er nu staan.

We pakken een appeltje die uit de appelboom gevallen is. Eerst peuzelen we onze meegebrachte broodjes op en zitten op het bankje naast de oude waterput. Heel sappig zijn de appels; ze smaken als Jonagold. Elke hap die we nemen gaat vergezeld met een hoop sap.

img_20161105_124736.jpgEen heerlijke beleving. Maar ook best eng om appels in het wild te eten. De hele kleine appeltjes in de boom iets verderop zien er heel anders uit. Daar liggen geen eetbare appels onder de boom om te proeven of ze echt lekker zijn.

Lees zaterdag het derde deel van dit verhaal: Het orgelmuseum

Spoorbrug over de IJssel – #fietsvakantie

img_20160812_182236.jpgDe stadscamping zou aan de IJsseldijk liggen. We kunnen kiezen uit 2 en als we op het kruispunt staan, kiezen we voor de parkcamping recht tegenover de stad Deventer. We moeten ervoor over de dijk kronkelen en onder het spoor en de spoorbrug door fietsen. Dan belanden we op de plek waar de camping moet zijn.

We rijden door een groot stadspark van bijna een eeuw oud. De bomen zijn groot en hoog. Achter de heg ligt de stadscamping van Deventer verborgen. Hier zal in het voorjaar als de IJssel hoog staat, de rivier wel stromen. Het gebouw met de sanitaire voorzieningen staat hoog.

Er is een plekje voor ons. We kiezen een plaatsje bij het water. Tussen de bomen kun je de toren van de Lebuïnuskerk zien. Elk halfuur speelt het carillon. Het stopt rond middernacht. We horen de boten over de rivier varen en de auto’s aan de overkant over de kade rijden. Niet storende verder. We slapen als roosjes. Het is zelfs een beetje warm ‘s nachts.

img_20160812_203715.jpgBest leuk om op een camping te overnachten die aan de rand van het park staat. De bordjes op de wc’s herinneren eraan. Ze wijzen erop dat alleen campinggasten hier naar de wc mogen. De honden van het park blijven keurig weg. Net als dat we ‘s avonds en ‘s nachts weinig geluiden uit het park horen komen.

Fietsvakantie

In augustus maakten Doris en ik een mooie fietstocht door Nederland met als bestemming: Twente. Elke week op vrijdag schrijf ik een stukje over deze bijzondere fietsrit.