Categoriearchief: spelen

Orgelspelen in Noordwijk

Afgelopen zondag mocht ik het orgel spelen van de Buurtkerk in Noordwijk. Op zondagmiddag is de kerk in de zomermaanden open voor langslopende toeristen. Ze kunnen even rustig zitten en luisteren naar de muziek. Een momentje mediteren of een kaarsje opsteken.

Ik speelde enkele werken van Sweelinck, Pachelbel en Bach op het orgel van Sanders uit 1951. Het is een mooi instrument. Vooral de fluiten en de Quintadeen klinken heel spannend. Het zou mij niet verbazen als hier nog pijpwerk uit het oorspronkelijke orgel van Van Petegem zit.

Ik mocht 2 uur met muziek vullen en heb alle tijd die ik kreeg, benut. Geen seconde zonder muziek dus. Veel gevarieerde werken waarbij ik klassieke muziek afwisselde met modernere werken van Bert Matter (psalm 23 en psalm 139) en improvisaties. Ik heb echt genoten.

De Roerfluit van het bovenwerk weet heel mooie gevoelens op te roepen. Heel integer. Net als de Quintadeen, met een subtiele klank. Ik ben er gek op en heb hem volgens mij overdadig gebruikt vandaag. De combinatie met de Prestant is wat minder, besef ik achteraf.

Een feest om op dit instrument te mogen spelen. Misschien denk je er niet meteen aan, maar ik heb genoten. Ik hoop dat ik er deze zomer nog een keertje terecht kan.

De mooiste toegift is natuurlijk dat Doris ’s avonds het jeugdjournaal heeft gehaald met haar duik in de zee.

Bouwspel

image

In Christiaan Weijts roman Euforie draait het op een bijzondere manier om het spel. De prijsvraag die is uitgeschreven om op de rampplek van de 6-juli-ramp in Den Haag een complex van gebouwen te bouwen. Het architectenbureau van Johannes Vermeer doet mee aan de prijsvraag. Het volk mag via een referendum kiezen welk ontwerp het mooiste is.

Johan Huizinga gaat in Homo Ludens kort in op het aspect van de prijsvraag voor een architectonisch ontwerp. Het roept een spelelement op. Hij merkt in zijn boek op dat leerlingen vaak als leerlingstuk een competitie voerden van wie het mooiste stuk maakte. Voor al deze vormen ligt het spel ten grondslag, stelt Huizinga:

Niemand kan uitmaken, in hoeverre bij bepaalde historische gevallen de nuttigheidszin of de agonale hartstocht overwoog, bijvoorbeeld wanneer de stad Florence in 1418 de wedstrijd uitschrijft om de Dom door de koepel te voltooien, die Brunelleschi op dertien mededingers won. Pure nuttigheid beheerste toch in ieder geval het stoute denkbeeld van de koepel niet. (222)

Hier weet Johan Huizinga het spelelement zelfs door te trekken naar de stad zelf. De stad Florence met al zijn pronktorens, die vroeger misschien een defensief doel hadden. De koepel vormt de kroon op een middeleeuwse stad met spelideeën.

Met de architectuurwedstrijd speelt Christiaan Weijts ook in zijn roman Euforie. In zijn boek mag het volk zelfs kiezen via een referendum. Dat daarbij ook veel andere belangen opspelen en het spel een serieus commercieel spel wordt, is onderdeel van het verhaal. Uiteindelijk weet de verteller de naam van de ontwerper los te trekken van het ontwerp. Zo verdwijnt de architect van het speelveld.

Christiaan Weijts: Euforie. Amsterdam: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2012. ISBN 978 90 295 8627 6. 400 pagina’s.

Schrijfstijl

image

Het is even wennen de schrijfstijl van Johan Huizinga, maar tegelijkertijd wekt het boek veel verbazing op. Het boek is voor een wetenschappelijk werk uit de jaren dertig helemaal niet slecht geschreven, het komt zelf vlot over in vergelijking met veel werken uit die periode. Al komt de pluralis majestatis een beetje archaïsch over, het hoort eenmaal bij het wetenschappelijk discours van voor de oorlog.

Toch komt Homo ludens van Johan Huizinga erg modern over. Hij schrijft in een heldere stijl en ook is de opbouw van zijn boek heel doorzichtig. Huizinga verstopt zich niet in wollig taalgebruik en weet op een mooie, overzichtelijke manier zijn verhandeling neer te zetten.

Hij speelt hier soms zelfs met de taal alsof zijn boek over de spelende mens zelf een spelletje is. Al behoedt hij zich aan het einde van zijn wetenschappelijke boek alles als een spelletje te beschouwen, hij weekt met zijn enthousiasme dergelijke gedachten soms los bij de lezer.

De basisgedachte van zijn boek verwoordt Huizinga heel treffend:

De voorstelling die in het hier volgende wordt ontvouwd is deze: cultuur komt op in spelvorm, cultuur wordt aanvankelijk gespeeld. Ook die activiteiten, welke rechtstreeks op de bevrediging van levensbehoeften gericht zijn, zoals bijvoorbeeld de jacht, zoeken in de archaïsche samenleving gaarne spelvorm. Het gemeenschapsleven ontvangt zijn bekleding met supra-biologische vormen, die het hogere waarde verlenen, in de gedaante van spelen. In die spelen druk de gemeenschap haar interpretatie van het leven en van de wereld uit. Dit is dus niet zo te verstaan, dat het spel omslaat of zich omzet in cultuur, maar veeleer zo, dat cultuur in haar oorsponkelijke fasen het karakter van een spel draagt, in de vormen en in de stemming van het spel worden opgevoerd. (68)

Daarmee begeeft Johan Huizinga zich niet alleen op historisch vlak, maar veelmeer ook op antropologisch terrein. In zijn studie kijkt hij ook over de grenzen van de moderne, westerse beschaving. Hij haalt regelmatig de functie van het spel bij andere volkeren aan. Hij doet dit zonder een oordeel te vellen. Hiermee is hij zijn tijd ver vooruit, lijkt het.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938], naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

Spelen

image

De nieuwste roman van Etienne van Heerden maakte mij nieuwsgierig naar het werk over de spelende mens in relatie met cultuur: het boek Homo ludens van Johan Huizinga. De Zuid-Afrikaanse romancier heeft zelfs zijn hoofdpersoon in Klimtol vernoemd naar dit boek. Hij heet Ludo Loeloeraai, als verwijzing naar de spelende mens van Huizinga.

Ik heb het boek Homo ludens al jaren in mijn bibliotheek liggen, net als die andere klassieker van Huizinga: Herfsttij der Middeleeuwen uit 1919. Dit boek is ook een cultuurgeschiedenis, maar de spelende mens trok meer mijn aandacht.

Het boek uit 1938 is zoals de ondertitel het zegt: ‘Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur’. In zijn voorrede vertelt de Leidse hoogleraar hoe hij tot het onderwerp gekomen is. De gedachte speelt al ruim 35 jaar door zijn hoofd, zoals hij het zelf zegt:

Het is al een oude gedachte die getuigt, dat bij doordenken tot de bodem van ons kennen alle menselijke handelen slechts een spelen schijnt. Wie aan deze metafysische conclusie genoeg heeft, moet dit boek niet lezen. Mij schijnt zij geen reden, om de onderscheiding van het spel als een eigen factor in al wat in de wereld is, te laten varen. Sinds lange tijd ben ik steeds stelliger tot de overtuiging gekomen, dat alle menselijke beschaving opkomt en zich ontplooit in spel, als spel. (5)

Het spel als bron van de cultuur. In de studie die Huizinga verder presenteert, behandelt hij steeds een cultureel aspect om vervolgens te wijzen op het spelelement in dat specifieke aspect. Het levert een groot aantal interessante inzichten op.

Johan Huizinga: Homo ludens, Proeve ener bepaling van het spelelement der cultuur. Pandora Pocket, 1997 [1938]. Naar de uitgave zoals die bij H.D. Tjeenk Willink & Zoon N.V. in 1951 is verschenen. 288 pagina’s.

Aantrekken en afstoten

20141008_193726De roman Klimtol van Etienne van Heerden is het verhaal van Ludo Loeloeraai, een jojospeler. Hij reist in de jaren zestig door de Karoo van dorp naar dorp in opdracht van Coca Cola. Hij probeert het drankje en de jojo aan de man te brengen met zijn optredens in scholen.

Etienne van Heerden had bij zijn optreden in de Amsterdamse bibliotheek zijn eigen klimtol bij zich. Een jojo uit de jaren zestig, met groot het logo van Coca Cola op de zijkant. De jojo was daarmee het enige contact met de buitenwereld voor de bewoners in de Karoo die een tamelijk afgezonderd bestaan leiden.

Het verhaal van Etienne van Heerden verwijst op verschillende manieren naar dit bijzonder spel. Hij laat zich hierbij inspireren op de studie naar de mens en het spel van de Leidse hoogleraar Johan Huizinga Homo Ludens uit 1938. De hoofdpersoon heeft er zijn naam aan te danken, maar ook de roman zelf is op die wijze geconstrueerd.

Zo komt het spel van de jojo, een spel van aantrekken en afstoten, duidelijk naar voren in zijn liefde voor de getrouwde Elsabé. Het lijkt te slingeren als een jojo aan een koord en schiet alle kanten op. Hierbij beheerst Ludo Loeloeraai niet altijd het spel. Hij raakt regelmatig de grip op Elsabé kwijt. Net als dat Elsabé de grip op haar kleindochter Doris verliest.

Het is een paar tellen stil. ‘Mijn kleindochter is nergens thuis.’
‘Wie is dat wel?’
‘Ik weet nooit wat ik tegen haar moet zeggen. Ze heeft zoveel opgekropt. Ze kan zo onverwacht vanuit de flank schieten.’
‘Ze is een jojoër,’ antwoordt hij.
‘Maar wat is ze verder nog?’ vraagt Elsabé. ‘Als ze zichzelf nooit toestaat iets anders te zijn.’ (341-2)

Een dialoog waarin Etienne van Heerden speelt met zijn verhaal. Overal keren de elementen en motieven terug. Tot op het kleinste detail.

Het is mooi om de beweging van de jojo terug te zien in de roman zelf. Etienne van Heerden laat de jojo overal terugkomen en jojoot met de personages en het verhaal. Hij laat zien hoe de kunstenaar een jojospeler is. Het geeft veel plezier om zo’n verhaal te lezen.

Etienne van Heerden: Klimtol. Oorspronkelijke titel: Klimtol. Nederlandse vertaling Karina van Santen en Martine Vosmaer. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2014. ISBN 987 90 5759 693 3. Prijs: € 22,50. 400 pagina’s.

Opnemen

hoofdwerkkas-smits-orgel-de-duif-amsterdamIk mag haar nieuwe camera meenemen om mijn orgelspel in de Amsterdamse De Duif op te nemen. Trots maar ook met de vrees iets kapot te maken, draag ik het ding in mijn tas. Een statief om hem goed te positioneren slingert los aan mijn hand. Ik pak het allemaal goed aan vandaag.

Ik durf de camera met statief niet te ver weg te zetten. Daarom met zicht op de speeltafel staat de apparatuur ook voor mij goed in het zicht. Ik stel alles in en zet mij achter de klavieren van het indrukwekkende Smits-orgel.

Het aantal orgels met drie klavieren waarop ik gespeeld heb, is op de vingers van een hand te tellen. Daarom voel ik mij deze ochtend de gelukkigste mens op aarde. Ik laat mij adviseren door de vaste organist van deze kerk. Hij weet welke klanken de verschillende combinaties opleveren.

Zo zit ik helemaal klaar en zet het beginakkoord in van Viernes Berceuse. Ik heb een paar noten gespeeld als ik besef dat de camera nog niet op opnemen staat. Snel stop ik mijn spel en vlieg naar het toestel. Mijn voeten tikken tegen de registers als ik mij losworstel van de speeltafel.

Het rode knopje druk ik in. De video loopt. Hij neemt op. Ik vlieg weer terug. Kijk nog even snel naar de registercombinatie en zet het akkoord weer in. Niet alles verloopt vlekkeloos. Ik loop vast in een akkoord en besluit opnieuw te beginnen. Ik ben nog niet ver genoeg op weg om de blunders voor lief te nemen.

De foutloze opname gaat vandaag niet lukken. Daar ken ik dit instrument niet goed genoeg voor. De pedaalpartij lukte mij thuis al amper goed in te studeren. Vandaag zit het helemaal niet mee. De brede en korte toetsen brengen mij nog meer van slag. Zodoende laat ik het zoveel mogelijk bij manualiter-spel.

Dan de improvisatie. Het koraal klinkt fantastisch op de quintadeen van het positief. Wat een prachtig register is dit. Ik krijg er wat verderop een fluit bij. Het klinkt goed. Dan een minimal-stijl zoals ik thuis had bedacht. Op de fluiten van dit orgel. Ik strand ergens en besluit dat het voldoende is.

Het gedeelte met de cornetten van hoofdwerk en positief vraagt wat voorbereiding in de registratie. Ik speel en geniet van de klank. Het zijn allebei prachtige registers die leuk tegen elkaar afsteken. Ik geniet maar besef dat het langdradig kan zijn.

Daarna ben ik alleen, de organist is even weggelopen. Ik probeer de pedaalpartij die ik thuis een beetje heb voorbereid, zoek er de juiste registratie bij. Het wordt voor mijn gevoel te machtig. Ik ga door en besef dat dit misschien allemaal iets teveel van het goede is.

Nog wat gerommeld en dan is mijn halfuurtje voorbij. Tijd voor de volgende. Hij neemt plaats op de orgelbank en zet een imposant boek voor zich op de lessenaar. De verticale balken verraden dat het een ander muziekschrift is dan ik ken. Hij zoekt een registratie en zet een imposant contrapuntisch evenwichtig muziekstuk in.

Ik druk voor de tweede keer op het rode knopje. De camera gaat uit. De komende dagen durf ik het resultaat nog niet te beluisteren. Dat is mij wel duidelijk.