Categoriearchief: speeltuin

Balzaal

balzaal op derde kerstdagDe vakantie en de regen jagen de kinderen naar de speelhal. Binnen dreunt de muziek. Je hoort buiten het gegil van de kleintjes. Alle mogelijkheden overspoelen de kinderen met ervaringen en energie. Ze kunnen hoog en laag springen. Overal is een andere uitdaging. Ze weten van gekkigheid niet waarheen ze moeten springen. De kleuren en de housemuziek jagen de kinderen verder op.

Buiten sijpelt de regen tegen de ramen. Aan de bar zitten een paar vermoeide ouders. Ze drinken een kopje koffie. Met een ouder verderop houden ze het verplichte praatje. Daarna jengelt een kind aan de arm. Ze krijgt een zuurstok. De suiker en de kleurstof helpen verder mee om de adrenaline door het lijf te pompen.

Het gedreun wordt nog harder en wilder. ADHD-fabrieken noem ik de speelpaleizen waar kinderen uitzinnig worden van de kleuren, de mogelijkheden van de speeltoestellen en de dreunende muziek. Ze verdwalen in de ballenbak. Zelfs het braafste kind wordt baldadig van de speelhal waarin elk speeltoestel om aandacht schreeuwt. Zo hard dat het geschreeuw van de kinderen de hal tot een hel maakt.

Ik sta buiten en luister nog even naar het gedreun. Dan fiets dan verder. Weg van de herrie, de natuur in. Het fietspad wordt omringd door drek. Regen valt op mijn hoofd. Niks lekker, maar beter dan de balzaal waarlangs ik zojuist reed. Eentonigheid is soms beter dan een kleurenmix aan geluid en ervaring.

Makkelijk klimmen

ophijsen in klimtoestel

Ik vind het knap zegt een moeder als ze Doris omhoog ziet klimmen langs de rails van het klimtoestel. ‘Ach’, zegt een vader. Er kllinkt bluf in zijn stem. ‘Het is simpel. Je komt zo omhoog.’ ‘Nou, mij lukt dat niet hoor’, antwoordt de moeder. ‘Simpel’, bluft de vader nog eens. ‘Nou, laat dan eens zien’, reageert de moeder.

Hij wil zich niet laten kennen en loopt naar het toestel toe. Onverschrokken en dapper. Simpel, even omhoog klimmen. Hij legt zijn handen op de rails. Ze staan wel heel dicht bij elkaar, zegt hij. Het eerste excuus. Dan schuift hij door tot hij niet meer kan staan.

Hij probeert zich omhoog te hijsen, maar nog voor zijn voeten van de vloer zijn, laat hij los. ‘Het is veel te glad’, zegt hij. De vrouw weet wel beter. ‘Zie je, jij kunt het ook niet’, zegt ze. Haar stem klinkt plagerig en ik ben onwijs trots op zo’n dochter.

Speeltuin in herfst

image

De speeltuin in de herfst. Het najaarszonnetje schijnt op het bankje waar ik een plekje verworven heb. Naast een vader. De jassen en tassen staan om hem heen uitgestald. De kinderen gillen verderop in het grote speelltoestel. Het woord Turk staat nog altijd breed uitgeschreven op de onderkant van de glijbaan.

Een moeder staat met een filmapparaat bij een speelhuisje. Haar zoontje bakt zandtaartjes. ‘Meneer, wat kost een taartje?’ vraagt het meisje dat buiten het huisje staat. Het kind bukt om nieuw zand te rapen. Hij kwakt het op de toonbank en vormt met zijn handen een nieuw taartje.

Pal achter moeder staat opa. Hij fotografeert zijn kleinkind. Een hele filmploeg is deze zondagochtend uitgerukt om de verrichtingen van de dreumes vast te leggen. De vader naast mij op het bankje, houdt zijn telefoon omhoog. Ik hoor een klik.

Een kind rent naar ons toe. Aan zijn arm bengelt het laatste stukje jas. Hij hijgt, gooit de jas het bankje en rent weer weg. De jas valt midden in de modderpoel. Zwijgend trekt vader de rode regenjas omhoog.

Mijn potlood trekt fijngeslepen kruisjes en streepjes langs de gedichten. Ik kijk af en toe op naar de spelende kinderen. De vader naast mij heeft er tabak van, pakt de stapel jassen en tassen en loopt weg naar het grote speeltoestel. Kinderen gillen om hem heen. Ze klimmen omhoog via de groene, rode en gele knoppen van de klimwand.

Een moeder heeft het vrije plekje naast mij ontdekt. Als een meeuw op een broodkorst stort ze zich op de het lege stukje bank. Ze zucht, haalt haar handen door het haar en doet een zonnebril op. De bril beschermt niet alleen tegen het zonlicht, maar ook tegen het gegil van haar dochter. Het meisje met de lange blonden haren rent naar het klimtoestel en hijst het lange puberlijf zo de hoogte in.

Daarna begint het meisje op de metalen tunnelbuis van de glijbaan te kloppen. Metaal op metaal klinkt schel over het speelterrein. Waarmee ze op de glijbaan slaat, weet ik niet. Dat het herrie maakt wel. ‘Hoor je het’, gilt ze uit de tunnelbuis. Haar broertje holt over het terrein. ‘Nog verder’, roept ze. Het jochie staat aan de andere kant van de speeltuin en zijn zus slaat nog harder op het metaal.

Ik zie de geërgerde blik door de zonnebril heen. Ze staat op en loopt moedig naar het klimtoestel. ‘Hou daarmee op’, roept ze nog harder dan haar dochter zojuist gilde. ‘Ach wijf, bemoei je met je eigen zaken’, brult de puber terug. Moeder druipt af en draait zich halverwege toch nog even om. ‘Als je maar stopt.’

Ze trommelt weer verder. Een moeder tilt haar peuter in het toestel. ‘Hé, houd daar eens mee op’, brult ze omhoog. Het slaan stopt abrupt en het meisje glijdt naar beneden. Ik sla weer een bladzijde om van de stapel vellen met gedichten. Geen beter moment van selectie dan in de zon op een bankje. Moeder pakt haar boeltje op en loopt naar de schommels waar dochter en zoon slingeren. ‘We gaan’, gilt ze en ze loopt weg zonder een antwoord af te wachten.

Linnaeushof

image

Zo’n vader met dochter die je de hele dag ziet. Hij draagt een afgeknipte spijkerbroek. Het stekeltjeshaar wijst al een paar centimeter omhoog, klaar om te gaan vallen. Maar de haargel houdt het nog in bedwang.

Hij stapt voor mij in de monorail waarin ik alleen stap. Doris heeft nog geen zin. Ze wil zich heel graag in de toren omhoog trekken en dan lekker laten zakken. En natuurlijk ook van de glijbaan.

Voor ons uit loopt de vader met zijn dochter. Ze draagt een shirt met horizontale strepen in wit en paars. Een groepje Marokkaanse kinderen gaat op de stoeltjes zitten. Afwisselend een vrouw met een kind. De hoofddoekjes klemmen donker langs de wangen. De donkere gewaden wapperen in de wind als ze naar beneden zakken. De dikste vrouw blijft langs de kant staan met een jongetje dat niet durft.

Bij de midgetgolf loopt de vader alweer. Nu een baan voor ons uit. Ik schiet het balletje door het gat midden in de baan. Daarna schiet ik het in één keer in de hole. Zijn dochter kijkt met aandacht haar bal achterna. De vader tikt op zijn mobieltje voor de foto. Ze staat erop.

Bij het restaurant schuiven ze een paar stoelen verderop aan. Hij zit achter een kopje koffie. Zij voor poffertjes met chocomel. In het waterparadijs staat hij weer. Dit keer aan de rand van het zwembad. Haar shirtje hangt over zijn arm. Het mobieltje weer in de aanslag. Als de grote emmer water boven de glijbaan omvalt grijpt hij het beeld vast. Hij klikt op zijn mobieltje. Hij kijkt trots. Ze staat er weer op.

Een moeder ligt in haar bikini op de zonneweide. Ze ligt relaxt op haar zij en bladert in de Story. Haar zonnebril schuift ze omhoog in haar haren. Zo ziet ze het nieuws niet meer gekleurd. Haar oorbellen tikken tegen haar wangen. Het treintje rijdt voorbij langs de coniferenhaag.

In het achterste wagonnetje zit de Marokkaanse familie. De vader met de donkere ringbaard kijkt nors om zich heen. Op het gezicht van de dikke vrouw is een glimlach. De vader pakt zijn bootschoentjes op, waadt door het water en wenkt naar zijn dochter. Tijd om naar huis te gaan. Voor ons uit loopt hij de speeltuin uit.

Spelen – #wot

image
In de vakantie kun je ook een spel spelen. Doris zit helemaal klaar voor Monopoly, in de junior-variant.

Geen grotere vreugde dan spelen. Je fantasie helemaal de vrije loop laten en aan de slag gaan. Dat is een kenmerk van goed spelen. Werken is ongezond. De verplichting drukt. Het moet iets opleveren. Je krijgt ervoor betaald. Daar moet je wel iets voor doen. Als je geld verdient met spelen, dan klopt er iets niet, vinden veel mensen.

Werken zou moeten lijken op spelen. Spelen doe je samen en al lijkt het er soms doelloos aan toe te gaan, het eindresultaat kan verbluffend zijn. Hoe vaak ik met vriendjes iets heel moois had opgebouwd na een uurtje spelen. We braken het even enthousiast ook weer af. Op naar het volgende.

Het gevoel, de trots en vooral het tevreden terugkijken op een geslaagde middag. We hadden ons vermaakt. De fantasie vermengde zich met de werkelijkheid. Geen regels die restricties geven, gewoon de fantasie volgen. Het idee kreeg gaandeweg gestalte en elk idee sloot erop aan. Het spel was geslaagd. Ik heb dit gevoel niet vaak meer. Soms bekruipt mij dat gevoel als je echt iets moois aan het maken bent met een groep mensen. Jammergenoeg niet zo vaak.

De mooiste vorm van spelen op een orgel of harmonium is improviseren. Vorig jaar volgde ik een improvisatiecursus bij Gerben Mourik. Het enthousiasme waarmee we het instrument verkenden en op ideeën kwamen, liet zich vergelijken met het spelen als kind.

Spelen vraagt wel om een flexibel geheugen. Als volwassene verlies je die flexibiliteit snel. In vacatureteksten noemen ze dat ‘snel schakelen’. Ik merk het als ik met mijn dochter meespeel. Ik reik een idee aan en ze gaat in haar fantasie helemaal mee. Je krijgt het idee op een heel eigen manier weer terug. Daar kan geen brainstorm tegenop.

#WOT
WOT staat voor Writing on Thursday, een schrijfinitiatief dat in Nederland wordt gevoed door met-k.com. Vandaag is het onderwerp: spelen.

Turk op glijbaan

image

De speeltuin is druk op zondagmiddag. Een straaltje zon jaagt iedereen naar buiten. Kinderen buitelen over elkaar heen in de speeltuin van het Beatrixpark. Het speeltoestel dat midden in de speeltuin staat, trekt de meeste aandacht. Zo’n 20 kinderen springen, hangen en klimmen over elkaar heen in het hoge gevaarte.

Het ding zit boordevol uitdaging. De glijbaan is de waardige afsluiter van een klimavontuur dat je op diverse plekken kunt beginnen. Zo nemen kinderen het kromme trapje omhoog. Is de klimwand een uitdaging voor wat grotere kinderen. Daarnaast leven kinderen zich uit aan de 2 stangen die evenwijdig aan elkaar omhoog gaan.

De glijbaan is van boven afgesloten. Zo ontstaat een ronde koker. Wellicht is dit nodig voor de veiligheid. Maar voor veel kinderen vormt het de gelegenheid om de boel flink op te houden. Ze gaan dan aan het begin van de tunnel overdwars zitten en laten zich niet meer naar beneden glijden. Sommige ouders staan aan het einde van de glijbaan te gillen. ‘Ga glijden joh. Anders kunnen de andere kinderen niet glijden.’

Ik verwacht elk moment een corrigerende zin van de kinderen in de glijbaan. Iets als ‘doe eens normaal joh’. Maar in deze tijd krijgt een dergelijke zin direct een bepaalde bijklank. Net als het woord Turk dat onder de glijbaan geklad staat. Het haalt alle onschuld uit zo’n glijbaan. En uit deze blog.