Categoriearchief: speelgoed

Balzaal

balzaal op derde kerstdagDe vakantie en de regen jagen de kinderen naar de speelhal. Binnen dreunt de muziek. Je hoort buiten het gegil van de kleintjes. Alle mogelijkheden overspoelen de kinderen met ervaringen en energie. Ze kunnen hoog en laag springen. Overal is een andere uitdaging. Ze weten van gekkigheid niet waarheen ze moeten springen. De kleuren en de housemuziek jagen de kinderen verder op.

Buiten sijpelt de regen tegen de ramen. Aan de bar zitten een paar vermoeide ouders. Ze drinken een kopje koffie. Met een ouder verderop houden ze het verplichte praatje. Daarna jengelt een kind aan de arm. Ze krijgt een zuurstok. De suiker en de kleurstof helpen verder mee om de adrenaline door het lijf te pompen.

Het gedreun wordt nog harder en wilder. ADHD-fabrieken noem ik de speelpaleizen waar kinderen uitzinnig worden van de kleuren, de mogelijkheden van de speeltoestellen en de dreunende muziek. Ze verdwalen in de ballenbak. Zelfs het braafste kind wordt baldadig van de speelhal waarin elk speeltoestel om aandacht schreeuwt. Zo hard dat het geschreeuw van de kinderen de hal tot een hel maakt.

Ik sta buiten en luister nog even naar het gedreun. Dan fiets dan verder. Weg van de herrie, de natuur in. Het fietspad wordt omringd door drek. Regen valt op mijn hoofd. Niks lekker, maar beter dan de balzaal waarlangs ik zojuist reed. Eentonigheid is soms beter dan een kleurenmix aan geluid en ervaring.

Spelen – #wot

image
In de vakantie kun je ook een spel spelen. Doris zit helemaal klaar voor Monopoly, in de junior-variant.

Geen grotere vreugde dan spelen. Je fantasie helemaal de vrije loop laten en aan de slag gaan. Dat is een kenmerk van goed spelen. Werken is ongezond. De verplichting drukt. Het moet iets opleveren. Je krijgt ervoor betaald. Daar moet je wel iets voor doen. Als je geld verdient met spelen, dan klopt er iets niet, vinden veel mensen.

Werken zou moeten lijken op spelen. Spelen doe je samen en al lijkt het er soms doelloos aan toe te gaan, het eindresultaat kan verbluffend zijn. Hoe vaak ik met vriendjes iets heel moois had opgebouwd na een uurtje spelen. We braken het even enthousiast ook weer af. Op naar het volgende.

Het gevoel, de trots en vooral het tevreden terugkijken op een geslaagde middag. We hadden ons vermaakt. De fantasie vermengde zich met de werkelijkheid. Geen regels die restricties geven, gewoon de fantasie volgen. Het idee kreeg gaandeweg gestalte en elk idee sloot erop aan. Het spel was geslaagd. Ik heb dit gevoel niet vaak meer. Soms bekruipt mij dat gevoel als je echt iets moois aan het maken bent met een groep mensen. Jammergenoeg niet zo vaak.

De mooiste vorm van spelen op een orgel of harmonium is improviseren. Vorig jaar volgde ik een improvisatiecursus bij Gerben Mourik. Het enthousiasme waarmee we het instrument verkenden en op ideeën kwamen, liet zich vergelijken met het spelen als kind.

Spelen vraagt wel om een flexibel geheugen. Als volwassene verlies je die flexibiliteit snel. In vacatureteksten noemen ze dat ‘snel schakelen’. Ik merk het als ik met mijn dochter meespeel. Ik reik een idee aan en ze gaat in haar fantasie helemaal mee. Je krijgt het idee op een heel eigen manier weer terug. Daar kan geen brainstorm tegenop.

#WOT
WOT staat voor Writing on Thursday, een schrijfinitiatief dat in Nederland wordt gevoed door met-k.com. Vandaag is het onderwerp: spelen.

Halve kong

image
Halve kong, het uiteinde is kapotgevreten door teckel Teuntje

Een Kong is heerlijk hondenspeelgoed. Zeker voor een puppy. De nieuwe tandjes kunnen zo goed botvieren op de rubberen kogel. We gaven Teuntje bij haar komst de kong. Toen Saartje kwam waren ze nergens meer te koop.

image
Saartje heeft de halve kong afgepakt

De dierenhandel in het centrum wachtte tot ze goedkoper werden aangeleverd door de leverancier. Zo kocht ik korte tijd later maar een rode. Eentje die eigenlijk voor een volwassen hond bedoeld is.

Dat is maar goed ook. De blauwe is laatste helemaal stukgeknaagd door Teuntje. De afsluiting is vakkundig gesloopt. Ik vrees een dergelijk lot ook voor de rode kong. Misschien dat een ultrasterk exemplaar het houdt. Ze vinden het heerlijk om ermee te spelen en nog leuker elkaar ermee uit te dagen.

Smurventrabi

Bij het opruimen van de zolder stuitte ik op een speelgoedautootje, een DDR-Trabi. Het ding kocht ik een paar jaar na Die Wende van een klasgenootje op de MTS. Ze verkocht de autootjes voor een liefdadigheidsactie. Ik vroeg me af wat ik er nog mee kon doen en gaf het aan Doris.
Zij liep er gisteren volmaakt tevreden mee rond. Wel kreeg ze de waarschuwing mee de auto niet in de watertafel te dompelen.
Vanavond toen ik na een dagje Leiden thuiskwam, liep ik tegen een smurfenauto aan. ‘Murfen auto rijden’, had Doris eerder vandaag als onderschrift aan dit tafereel gegeven.

Tinky Winky

Ze kreeg het ding van een bekende: een Tinky Winky, die geen Tinky Winky is. Het paarse geval maakte al een verschrikkelijk lawaai terwijl het nog in het inpakpapier zat. ‘Het is toch geen lawaaiding’, verzuchtte ik. ‘Ja, is er tegenwoordig niks anders meer te koop’, hoorde ik als excuus.

Ongetwijfeld hebben kleine kinderen het ding aan elkaar gelijmd. De batterijtjes zitten achter zulke kleine schroefjes verborgen. Alleen kleine kinderen kunnen de benodigde schroevendraaiers daarvan vasthouden. Het is mij niet gelukt om ze open te draaien.

En het ding maakt een verschrikkelijke herrie.
Keihard dendert er een liedje uit als je op een telefoonknopje drukt. Wanneer een peuter het paarse geval tegen zijn oor houdt, heeft hij direct een meervoudige gehoorbeschadiging, vrees ik. Bovenop zit een lampje. Als je daarmee in je ogen schijnt, zie je de hele dag een rode vlek. Ik snap niet dat dit ding is goedgekeurd voor kinderen vanaf drie jaar.

Daarom vond ik het helemaal niet erg dat Doris het ding in de watertafel buiten doopte. Er borrelde wat water omhoog en hij zweeg. Ze gooide de nep-Teletubie in de fietstas van Inge’s fiets. Tot we gisteren de boodschappen op het ding legden. Keihard klonk de herrie omhoog.

Ik testte of het lampje bovenop het ook nog deed. Hij scheen wat minder fel, maar brandde nog wel. Doris vond het geweldig dat hij het weer deed en doopte de peutervriend weer in het water van de watertafel.

Gisteravond heb ik hem op de foto gezet en daarna heel discreet in de vuilcontainer gegooid. Ik weet zeker dat als de vuilophaal woensdag komt, wij nog veel herrie zullen horen.