Categoriearchief: autowegen

Stormvloedkering – rondje Deltawerken (5)

img_20161125_143909We rijden naar het hoogtepunt van deze autorit langs en over de Deltawerken: de stormvloedkering in de Oosterschelde. Het duurt best lang voordat we er aankomen. De duinen waarachter wij rijden geven zich niet zo snel prijs. Als we dan de bocht nemen, zien we de pilasters al staan. De lange witte palen waaraan de grote schermen hangen.

Het is de trots van Nederland en laat zien hoe eeuwen van strijd met het water, kan samenkomen in dit machtige bouwwerk. Het biedt veiligheid en tegelijkertijd geeft het ruimte om de bedrijvigheid in de Oosterschelde door te kunnen zetten. Het compromis dat tot iets buitengewoons geleid heeft.

img_20161125_144720.jpgOp het eiland Neeltje Jans pauzeren we even. We nemen een smal dijkje en kijken in de richting van de middelste stormvloedkering. Het is eb want het water trekt zich terug. Als je goed luistert, hoor de zee. De ijzig koude wind maakt het beeld compleet. Wat is dit mooi. Dit is Nederland zonder opsmuk.

Als we weer instappen, pakken we het laatste stukje van de Deltawerken. De Brouwersdam over de Grevelingen en dan door over Goeree Overflakkee. De smalle dam over het Haringvliet is de laatste bescherming tegen de onstuimige zee waarover we rijden. Dan komen we in de drukte van de Europoort.

img_20161125_144836.jpgHet ruikt hier onwelriekend naar onbewerkte olie. De enorme silo’s waarin de brandstof wordt bewaard geven het gebied iets unheimisch. De petrogene industrie heeft het hier gewonnen van de natuur. De schoonheid van Rozenburg waar bijvoorbeeld Maarten ‘t Hart over schrijft in zijn romans.

Het is er allemaal niet meer en heeft plaats moeten maken voor de stinkende industrie. Ik kan alleen maar hopen dat de natuur zal winnen van deze stinkzooi. Dat wij hier rijden op dezelfde olie, vergeet ik maar even. We hebben een schitterende autotocht en moeten ook dit stukje van Nederland niet vergeten.

img_20161125_145237.jpgDan sluiten we aan in de vrijdagmiddagfile rond de havenstad. De tunnels en het nieuwe stukje snelweg van de A4 naar Delft. Ook hier wint de economie het van de natuur. De lange tunnel ten spijt die naar ik mij heb laten vertellen voornamelijk door Spaanse arbeidskrachten is neergezet.

De honden hebben de strijd opgegeven en liggen op mijn schoot te slapen. Zelfs Teuntje ligt half op haar rug. Zou het dan toch gelukt zijn om ze te laten wennen aan een lange rit in de auto?

Ik durf het alleen te hopen…

img_20161125_145028.jpg

Betonnen staketsels – Omzwervingen

image

Een kaal landschap vol met betonnen staketsels. Dat zie je ook wel vanuit de auto, maar bij het fietsrondje dat ik maak, kun je het wat van dichterbij zien. Wat een bedrijvigheid op dit stukje land tussen Naarden en Muiden, waar de A1 en A6 samenkomen. Het oogt vooral kaal, dor en leeg.

image

Het zand ligt overal. De bandensporen lopen er doorheen. Iets verderop is een dijkje gemaakt van zand. De pomp trekt het water mooi weg en je ziet in 1 oogopslag hoe groot het verschil in waterpeil kan zijn.

image

De boog aan de Gooise kant van de A1 naar de A6 is al heel ver gevorderd. Het verkeer kan binnenkort over de nieuwe fly-over rijden van Naarden naar Almere. Hij ligt enkele honderden meters af van de oude, kortere boog en vermijdt met deze nieuwe ligging elke vorm van inmenging met de brede boog die verderop gebouwd wordt.

image

Het huis dat nog altijd tussen alle constructies staat, lijkt kansloos. Hier is een mens niet meer in staat om te wonen, tussen al het gemotoriseerde verkeer dat met hoge snelheid boven, voor en achter voorbij dendert. Het is een kansloze exercitie.

image

Overal steken palen en kolommen uit de zandheuvels. Ze zullen zo de betonnen wegen dragen en hun schaduwen over de grond trekken. De kunstgrotten kom ik verderop tegen als ik Almere binnenrijd. De tunnel onder de A6 is 3 keer zolang geworden lijkt het. Ik fiets door een duister gat naar huis. Het licht aan het einde van de tunnel geeft nog hoop.

image

Drijfzand

image

De bouwwerken verrijzen steeds duidelijker langs de snelweg. Nieuwe viaducten om de trits aan auto’s straks op te kunnen vangen vorderen gestaag. Het duurt niet lang voordat de eerste auto over de eerste nieuwe bouwwerken zal kunnen rijden.

Als ik onder het viaduct door rijd waar ik zojuist voerheen gereden ben, zie ik hoe het zand is meegesleurd door het water. In de zandheuvel is een dikke sleuf gegroeid waar het water een weg zocht naar beneden.

image

Ik stap op het zand en voel mijn voet wegzakken. Het vocht is nog lang niet weggetrokken en heeft er drijfzand van gemaakt. Wat verderop heeft het water heel mooi het zand veranderd in een vlekkenlandschap.

De weg is een lange tunnel geworden, omhelst door het beton van het viaduct over de weg heen. De grauwe massa maakt het tot een uitzichtloos hol waar de natuur ver te zoeken is.

image

Dan is het mooi om te zien dat het dalende water even een klein gebaar gaf, wie de sterkste is. Al weet ik dat de zandzakken vervangen zullen worden en het zand steen is geworden.

image

Omzwervingen: Diemerbos

image

De tijd zat mij op de hielen. Een afspraak in Amsterdam en op de terugweg ook tijd te kort. Daarom fietste ik met lange halen gauw naar huis. Een rit vanaf Amstelveen naar Weesp gaat altijd via Ouderkerk aan de Amstel. Er is geen snellere weg. Ik fietste via de Bijlmer naar Weesp, langs de Gaasperplas en Driemond. Van daaruit snel naar huis door de polder en over het Spoorbaanpad.

Een paar dagen later voel ik het verlangen weer richting Diemen te fietsen. Zo rijd ik er weer, langs de Gaasp, een kronkelig riviertje dat begint in Driemond en ontspruit uit de Gein. Ik fiets door richting Diemen. De kringloopwinkel – mijn doel – ligt aan de rand van de bebouwing, langs de Weespertrekvaart.

Op de terugweg neem ik een andere route. De fietsbrug over de weg en de Gaasp trekt mij. Ik fiets over de stalen bodem. De gaatjes geven zicht op de weg en het water onder mij. Mijn banden brengen het staal in beweging. Het klinkt in licht gesuis. Ik fiets tussen een hond en zijn baas door en flits naar beneden, het Diemerbos in.

image

Vaak zag ik dit bos zittend vanuit de trein. Terwijl de trein over de hoge spoordijk reed in een klim om bij de spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal te komen. Ik zie de brugbogen boven de bomen uitkomen. Daar wil ik overheen fietsen. Hoe vaak keek ik verlangend naar het smalle fietsstrookje langs de spoorbaan. Nu ben ik er bijna om dat verlangen werkelijkheid te zien worden.

Alleen zitten de werkzaamheden aan de snelweg niet mee. Ik word teruggeleid aan de andere kant van het riviertje waar ik eerder fietste. Ik baal. Hadden ze die omleiding niet eerder kunnen aangeven? Ik fiets verder. Om. De auto’s passeren met hoge snelheid. Wat jammer, ik had zo graag een eindje door het Diemerbos gefietst. Door een gehuchtje, Gaaspermolen. Bij de molen mag ik weer een fietspad op.

image

Verder in de richting van de hoge spoordijk. Ik fiets onder de brug door en zie hoe aan de andere kant een groot schip haar zandlading lost. Grote hoeveelheden zand worden op vrachtwagens geladen die hier door een gedeelte van het Diemerbos rijden. De bomen gekapt, grote waterplassen tussen de kale stammen. Hier komt een brede lus om de snelwegen A9 en A1 beter op elkaar aan te laten sluiten.

Ik lees propaganda in gedachten. Een bekend verhaal om natuurbeschermers en liefhebbers te sussen. Alles gebeurt met respect voor de natuur. Ik kijk over de kale vlakte in de richting van die andere snelweg. In gedachten zie ik weer hoe ik een paar dagen eerder, een fazant zag wegrennen. Het was bij de oude Zeedijk, wat verderop achter de A1.

Een imposante grondwerker stond midden in het weiland waar grote metalen platen de vrachtwagens geleiden. Ik zag een fazant lopen. De staart wees trots naar achteren. Het verenkleed kleurde rood en groen tegelijk. De wilde vogel keek schichtig om zich heen en holde het weiland verder in. Over de platen. In de richting van het wegverkeer.

Tegen dat beeld kan geen milieu-effect-rapportage op.

Haarlemmermeerlijn

spoorbrug over a9 met aan weerzijden een fietspadIk volg het spoor verder vanaf het Haarlemmermeerstation langs de tramrails, maar moet een stukje Amstelveenseweg pakken. Gelukkig vind ik snel weer de fietsroute verder langs het tramspoor. Dan rij ik Amstelveen binnen, het fietspad blijft keurig naast de rails lopen alsof het een trein is. Dan splitst het pad zich in twee smalle paden. Ik nader de snelweg A9, want ik zie het torentje van de kerk uit het loof spitsen.

De kerk vlak langs de snelweg wordt met sluiting bedreigd. Een verbreding van de snelweg is de directe bedreiging. Kon de Sint-Annakerk de vorige keer nog worden behoed. Nu schijnt het lot beslist te zijn. Voor mij is het het symbool dat wegen niet overal dwars doorheen gaan, maar ook met een boogje om iets heen kunnen. De kerk ligt namelijk zo prachtig in een bocht.

a9 bij amstelveen

De weg is hier verdiept, zodat de werkelijke wereld zich als een berg boven de snelweg uittorent. Een wereld boven al het geraas van het verkeer. Hier op de brug naast het spoor oogt het allemaal erg smal. Ik maak een filmpje over dit bijzondere punt in het Nederlandse wegennet. Onderwijl druk ik mij tegen de reling, want eigenlijk kan je hier helemaal niet staan. Zo smal is het hier.

station amstelveen ligt aan een fietspad

Wat voor een indruk maakt het station Amstelveen op mij, vlak na de brug over de snelweg. Het station is een kleine scheet vergeleken bij het imposante Haarlemmermeerstation vier kilometer verderop in Amsterdam. De tegels met de plaatsnaam in de zijwand en de schattige bloemen voor de ramen maken het extra beminnelijk.

De rit gaat verder, langs de plas bij Bovenkerk. De vorige keer dat ik hier was stormde het. Mijn jas viel steeds open van de harde wind. Ik kreeg vleugels want de wind vatte steeds de zijflappen van mijn jas waardoor ik een halve vogel of een straaljager leek. Ik was toen zelfs nog even op de aanlegsteiger gaan staan. Ik zie nu hoe klein de plas eigenlijk is. In formaat toch zeker kleiner dan het Weerwater bij huis. De wilde golven van de vorige keer maakten het bedreigender en daarmee groter in mijn gedachten.

De toren van de St. Urbanuskerk van Bovenkerk, een neogotische creatie van Pierre Cuypers, komt extra mooi uit door de ruimtewerking van het water en de omringende bomen. Zo valt de dakruiter, midden in de spits extra op. Dat de kerk met de achterzijde naar het water wijst, maakt deze werking alleen maar sterker. Ook nu, met een vluchtige blik, zie ik genoeg. Het ideale plaatje van een kerk – liefst Middeleeuws – dat boven alles uit stijgt.

image

Daar is de kringloopwinkel van Amstelveen. Ik haal er drie deeltjes van het verzameld werk van Van Eyck. De koop van de eerste drie delen op een veiling was al een jaar of vijf geleden. De begeerte naar de andere drie delen bleef, nu kon ik haar goedkoop vervullen. Het zijn ‘werkexemplaren’ uit de bibliotheek van het ministerie van OKW. Veel is er niet mee gewerkt, de boeken ogen ongelezen. Het lijkt zelfs dat de bladzijden voor het eerst sinds jaren openvallen.

Wat ga ik nu doen? Ik kon op het toilet van de kringloopwinkel wat kwijt, maar dat is niet genoeg. De route van de Haarlemmermeerlijn laat ik voor wat hij is. Voor de kringloopwinkel drink het flesje met roosvicee leeg voor de nodige energie en eet het laatste stukje van de Enkhuizer krentenmik. Het is iets na 2 uur en ik neem het besluit: doorrijden naar Ouderkerk aan de Amstel. Ik ken het plaasje verder niet, maar het moet in een open landschap liggen.

Snelwegverhalen

image
Het boek Snelwegverhalen van Melle Smets en Bram Esser

Bij de boekenopruiming kocht ik het boek Snelwegverhalen van Melle Smets en Bram Esser. Ik kies bij de opruiming vaak een boek dat ik anders niet zo snel zou kopen. De derde fase van de boekenopruiming geeft je de kans een boek te nemen dat grenst aan je belangstelling. Ik laat mij dan verrassen. Het boek van Smets en Esser is precies zo’n boek.

De snelweg is het grootste monumentale bouwwerk van Nederland. Het vormt in elk geval de grootste infrastructurele ingreep van de 20e eeuw. Het landschap in Nederland is ingrijpend veranderd sinds de komst van snelwegen. Ze doorkruisen steden en natuurgebieden. Op vrijwel elke plaats in Nederland hoor je wel een snelweg ruisen.

Een stad
Dat de snelweg zich bijna gedraagd als een stad, vol van verhalen, gebeurtenissen en emoties, lijkt minder vanzelfsprekend. Een kunstenaar (Melle Smets) en filosoof (Bram Esser) gaan in Snelwegverhalen samen de snelweg op voor dertig dagen.

Ze noemen het een snelwegsafari of expeditie, hun tocht over de Nederlandse snelwegen. De weg is voor de twee niet het middel om ergens te komen, maar het doel op zich. Als ze op de eerste pagina in de verbouwde Volkswagen Passat de snelweg A15 bij Charlois oprijden, is hun expeditie begonnen. ‘De expeditieleden schudden elkaar de hand, want ze hoeven nergens meer heen, ze zijn reeds op de plek van bestemming. Het onderzoek kan beginnen.’

Onderzoek
En dat is een heel bijzonder onderzoek. Een onderzoek van parkeerplaatsen, pleisterplekken, snelwegboulevards, tankstations en bijzondere bouwwerken. Het levert een spannend boek op, waarin mensen vooral een rol spelen. De afwisseling van de teksten van Bram Esser en de prachtige tekeningen en fotocollages van kunstenaar Mele Smets maken het tot een avontuur om te lezen.

image
Een infografic over de uitspanning Frans op den Bult langs de A1

Fascinatie
Ik kan mij die fascinatie voor de snelweg wel voorstellen. Het is vergelijkbaar met de trein. De ijzeren spoorwegen maken de wildste capriolen om via bruggen, viaducten en vreemde constructies ergens te komen. De snelweg heeft dat ook. Ik heb bijvoorbeeld vaak bij knooppunt Buren gefietst of gelopen. Of ik verbaas mij over het razende verkeer bij knooppunt Muiderberg. Het laat zien dat je op de snelweg minder ziet dan erlangs. Het boek Snelwegverhalen zoekt die verhalen en beelden. Daarmee is het een heerlijk boek om te lezen.

Blog
Melle Smets en Bram Esser reisden over de Nederlandse snelwegen van 16 oktober tot 15 november 2009. Onderweg hielden ze een blog bij. Hier is ook achtergrondinformatie te vinden over dit bijzondere project: snelwegsafari.nl