Categoriearchief: jan van aken

De ommegang

Arriveert vandaag een prachtig boek van Jan van Aken met de veelbelovende titel De ommegang. Ik volg Jan van Aken al een tijdje, ben zijn eerste recensent en heb vrijwel zijn hele oeuvre gelezen.

In december las ik op zijn advies Victor Hugo’s roman De klokkenluider van de Notre-Dame. Een boek dat veel bewerkt is in film en musical. Zelfs Disney gaf er zijn eigen fantasievolle draai aan. Maar het lezen van dit werk was voor mij een openbaring. Het is een prachtig boek opgebouwd als een kathedraal, grillig, grimmig en fascinerend.

Het verduidelijkte voor mij wel heel veel van de schrijver Jan van Aken. Hij bedient zich bijna van dezelfde fantastische schrijverij als Victor Hugo. Aan mij openbaarde zich bij het lezen van deze klassieke roman een andere kant van Jan van Aken.

In de correspondentie verraadde Jan van Aken al een beetje waarover zijn nieuwe roman gaat. Het is een veelbelovend verhaal dat aan het einde van de middeleeuwen speelt. Al bestaat er bij Jan van Aken geen middeleeuwen en zeker geen donkere middeleeuwen. Het is de tijd waarin de kathedralen zijn en worden opgericht.

Een nieuwe tijd in Europa waarbij in alle West-Europese landen enorme godshuizen verrijzen. Het is de tijd waarin door de kruistochten weer contact is ontstaan met het Midden-Oosten. Een veelbetekenend contact, want door deze reizen is er veel veranderd. Zodoende is deze periode een onuitputtelijke tijd om over te schrijven en te fantaseren. En dat kan Jan van Aken als de beste.

Ik ben dus even aan het lezen… Binnenkort zal ik het boek hier bespreken…

Vanaf dinsdag ligt de roman De ommgang van Jan van Aken in de boekwinkel.

Jan van Aken: De ommegang. Amsterdam: UItgeverij Querido, 2018. ISBN: 978 90 214 0393 9. 628 pagina’s. Prijs: € 22,50. Bestel

Fantasy of literatuur?

image

De verschillende literaire genres lijken steeds meer in elkaar over te gaan. Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De man die de taal van de slangen sprak vroeg ik mij af of het niet Fantasy was dat ik aan het lezen was. De sprookjesachtige elementen, de pratende dieren, reuzenvissen en oerkikker. Het zijn allemaal elementen die in een Fantasy-verhaal voorkomen en niet in een literaire roman.

Al is het natuurlijk best onzin zo’n onderscheid te maken in hogere en lagere literatuur. Wagner spreekt in zijn opera’s ook over draken en goden. Naar de jaarlijks uitvoering van De Ring des Nibelungen in het festivaltheater van Richard Wagner in Bayreuth komen niet de geringste. Het verschil tussen hogere en lagere literatuur is daarom lastig te maken.

Jan van Aken verklapte eens bij een interview in de Deventer boekwinkel dat hij lange tijd schrijver van Fantasyboeken wilde worden. Hij vond de literatuur niet iets voor hem. Daar beleefde hij te weinig lol aan. Dat hij toch is gaan schrijven, kwam omdat de concurrentie in de schrijfwereld van de Fantasy moordend is. De literatuur bood hem meer kansen. In de literatuur kon hij zich sterker onderscheiden van anderen, stelde hij.

Dat de Fantasy zijn werk sterk beïnvloed staat buiten kijf. Hij bedient zich in de historische verhalen van dezelfde epiek waar de fantasy zo beroemd door is geworden. De kloeke verhalen lezen als jongensboeken. De heldendaden van de personages zijn onovertroffen. Ze vechten misschien niet tegen draken, de tegenstanders zijn sterk en toch weten ze zich te handhaven.

Het sterkst in de boeken van Jan van Aken staan de vertellers. Zij weten het verhaal tot proporties op te blazen met hun fantasie. De gaten in het geheugen vullen ze op met nieuwe verhalen. Nog sterker dan de eerdere verhalen. Het maakt de boeken van Jan van Aken tot heuse belevenissen. Misschien nog een overeenkomst: je beleeft de verhalen, net als in Fantasy.

Datzelfde gevoel had ik bij het lezen van De man die de taal van de slangen sprak. Ook bij Andrus Kivirähk wordt de held omgeven door dronkenlappen en weet de verteller Leemet zichzelf ook mooi vrij te pleiten in het verhaal. Hij neemt zijn lezer helemaal mee in zijn belevenissen. Het verhaal ontstijgt zo de roman en wordt bijna episch. Iets waar Jan van Aken ook zo goed in is en wat ik Fantasy noem.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

De ring en het leren zakje

image

Bij het lezen van Andrus Kivirähks roman De mand die de taal van de slangen sprakmoest ik vaak aan de boeken van de schrijver Jan van Aken denken. De wereld die Jan van Aken oproept in zijn historische romans, heeft grote overeenkomst met de roman van deze Estlandse schrijver. Het personage van de dronkaard Meeme zou bijvoorbeeld zo uit een roman van Jan van Aken kunnen binnenstappen.

Leemet heeft vrijwel vanaf de eerste bladzijde al de sleutel in handen om de oerkikker te kunnen zien. Hij denkt dat het de ring is die hij krijgt, maar als je goed leest, weet je dat het wat anders is.

   ‘Hou hem in het zakje,’ zei Meene. ‘En hang dat zakje om je nek, dat zei ik al.’
Ik stopte de ring weer in het zakje. Wat was dat van wonderlijk leer gemaakt: dun als het blad van een boom. Als je het niet goed vasthield zou de wind het meteen meenemen. Het past natuurlijk dat een dure ring in een fijn en voornaam hoesje zit. (12)

Tevergeefs probeert Leemet met de ring de Oerkikker op te roepen. Hij zit ernaast, maar Meene helpt hem niet om het antwoord te vinden. Daarvoor moet de zesjarige Leemet nog teveel leren. Het verhaal volgt de jonge Leemet en de ring. Het is een sprookjesachtig verhaal waarin hij de slangentaal leert spreken, de vis Ahteneumion tegenkomt en zijn oude grootvader ziet vliegen.

Dubbelzinnigheid

De dubbelzinnigheid zit hem in het gevecht tegen het geloof in allerlei dingen die je niet ziet, terwijl het verhaal zelf in een wereld speelt waarin mensen met de dieren praten en allerlei mythische wezens zien als de oerkikker en de vis Ahteneumion. Die dingen gelooft de verteller wel, terwijl hij zich fel verzet tegen de verhalen over bosgeesten of Jezus.

Die dubbelzinnigheid maakt je alleen maar nieuwsgierig naar de verteller. Is hij wel zo betrouwbaar als hij suggereert. Hij verheerlijkt het leven in het bos op zijn manier. Hij zal zich uiteindelijk moet neerleggen bij het idee dat hij de laatste bosbewoner is en hij de laatste is die met de dieren kan praten. De tijd verandert en daarna zal de tijd ook wel weer veranderen.

Niet slechter dan nu

Wat ik vooral mooi vind in het verhaal van Andrus Kivirähk is dat hij laat zien dat het vroeger niet slechter was dan nu. Dat de mensen in de tijd dat ze nog jaagden minstens zo tevreden waren als de mensen nu. Sterker nog, het lijkt of de verteller wil suggereren dat het vroeger beter was.

De humor waar hij zich van bedient, maakt de roman De man die de taal van de slangen sprak nog veel vrolijker. Dat is nog een overeenkomst met Jan van Aken. Het spel met de geschiedenis, het verhaal en de mythe. Zo weten allebei de schrijvers een verleden te vertellen alsof het vandaag gebeurt.

Andrus Kivirähk: De man die de taal van de slangen sprak. Roman. Oorspronkelijke titel: Mees, kes teadis ussisõni. Vertaald uit het Est door Jesse Niemeijer. Amsterdam: Uitgeverij Prometheus, 2015. ISBN: 978 90 446 2630 8. 384 pagina’s. Prijs: € 19,90.

Boeken die bijblijven – #50books

image

Het meest laat ik mij verrassen door de boeken die ik te lezen krijg via de leesgroepjes van bloggers. Zo vond ik het boek Alleen met de goden van Alex Boogers heel erg de moeite waard. Net als dat de roman Wanneer wordt het eindelijk zoals het was van Joachim Meyerhoff mij raakte. Ik heb het zelfs iemand aangeraden om te lezen. Iets wat ik niet zo snel doe. Voor mij het signaal dat ik het een mooi boek vond.

Het zijn vaak boeken waar ik zelf zo snel niet aan zou denken om te lezen. De roman waar Peter over spreekt in zijn vraag 22 voor #50books, is van de blogtour geïntitieerd door WPG Uitgevers in België. Dit boek De man die de taal van de slangen sprak valt zeker ook onder de categorie boeken die je bijblijven. De schrijver Andrus Kivirähk maakt van de geschiedenis een sprookje en geeft het verleden toverkracht.

Tegelijkertijd doet hij dat ook weer niet. De verteller vindt de verhalen over meerfee en boomgeesten van de druïde Ülgas misleidingen. Net als dat hij het christelijk geloof van de dorpelingen, ridders en monniken verwerpt.

Ik zou zelf niet zo snel gekomen zijn op het lezen van zijn boek. Net als dat de boeken van bijvoorbeeld de schrijver Jan van Aken op die manier op mijn pad zijn gekomen. Samen met enkele medestudenten richtte ik het tijdschriftje Putdeksel op. In al onze onschuld schreven wij uitgeverijen aan om boeken te bespreken in ons tijdschrift.

Zo kregen we de uitnodiging om bij de presentatie van debutant Jan van Aken te komen. Ik was de enige pers die op de borrel met vrienden en familie was bij de uitgeverij. Na het lezen en bespreken van zijn debuut ben ik hem blijven volgen. Een schrijver die ik uit mijzelf niet zomaar zou zijn gaan lezen. Het is een bijzondere band geworden die ik met de schrijver en zijn boeken heb.

Het helpt om je horizon te verbreden en met andere ideeën en invloeden in aanraking te komen. Daarom hoef je een boek dat nu veel indruk op je maakt niet te herlezen. Het helpt namelijk ook om boek waar je nu niet doorkomt, later nog eens op te pakken. Het heeft mij een enorme herwaardering gegeven voor Jack Kerouac.

Toen ik het tijdens mijn studietijd las vond ik het een verschrikkelijk aanstellerig boek van een stelletje zuiplappen die al snuivend in gejatte auto’s een beetje door Amerika scheurde. Het opnieuw lezen van zijn roadnovel On the Road vormde voor mij een herijking van deze bijzondere schrijver. Ik ben er zelfs meer boeken van hem door gaan lezen.

Of ik de boeken van Andrus Kivirähk, Joachim Meyerhoff en Alex Boogerds snel weer ga lezen, weet ik niet. Daarvoor zijn er veel andere boeken die op mij wachten. Zoals een interessant boek over de fusillade bij Veenendaal: Het kruis op de berg. De schrijver Constant van den Heuvel attendeerde mij op zijn boek naar aanleiding van een blog over Pauline Broekema’s familiegeschiedenis Het Boschhuis. Ook zo’n boek waar ik zelf niet zo snel opgekomen zou zijn, maar dat mij echt is bijgebleven.

Het zijn in allemaal boeken waar ik veel over schreef op mijn blog, vaak ook in meerdere blogposts. Dat is het beste signaal dat een boek indruk op mij maakt.

#50books

Dit is het antwoord op vraag  22 van het blogproject #50books. #50books is een initiatief van Peter Pellenaars. Na Martha Pelkman in 2014 heeft Peter het in 2015 weer overgenomen. Bekijk mijn andere bijdrages voor dit bijzondere boekenblogproject.

Sneeuw in Constantinopel

image

Jaren geleden was Jan van Aken rond Pasen in Istanbul. Het begon te sneeuwen. Zo stond haar daar op een brug over de Bosporus en zag de sneeuw vallen.

De sneeuw in de stad verbaasde hem. Ook omdat het niet vaak gebeurt in deze Turkse stad. Hij wist het: ik ga dit gebruiken voor mijn boek.

In De afvallige gebeurt dat inderdaad. Het sneeuw in Constantinopel als de verteller Dido daar voor de eerste keer aankomt. Het is winter en hij heeft niet eens in de gaten dat hij de stad Constantinopel binnenkomt.

‘De Bosporus,’ vertelde de onbekende die zich bij hen had aangesloten. En terwijl ze nog uitkeken over de zee-engte, hield het op met sneeuwen. Ze liepen verder en nu zag Dido, de muren en huizen, de kerken, alles onder die witte deken. Vitalis volgde zijn blik. ‘Zie,’ zei hij somber, ‘de keizerin van het Oosten in haar doodskleed.’ (270)

De sneeuw die op de stad valt, het trof Jan van Aken. En het is een mooie passage geworden waarin werkelijkheid, verbeelding en verhaal heel mooi samenvallen.

Lees Versteende woud

Lees Doedelzak en kwinkslag

Lees mijn artikel voor het Zuid-Afrikaanse Litnet

Versteende woud

image

In zijn verantwoording lijkt Jan van Aken een volstrekte willekeur te hanteren. Hij wekt mijn nieuwsgierigheid gewekt met het volgende zinnetje:

Het versteende woud is nu Pobiti Kamani in Bulgarije en de zomereik die ontkiemde op de plek waar Eleutherius zijn eerste ervaringen in de liefde opdeed, staat er nog altijd; de eik van Granit in Bulgarije is meer dan 1650 oud en daarmee de laatste nog levende tijdgenoot van Julianus in die regio. (604)

Hij verwijst de passage die speelt in het versteende woud. Ze staan bij een eik van enige tientallen jaren oud. Eleutherius heeft zijn vrienden hiermee naar toegenomen om deze plaats van herinnering te tonen.

Dido vraagt zich af of hier dan een veldslag heeft plaatsgevonden. Nee, krijgt hij als antwoord. Eleutherius is hier zijn maagdelijkheid verloren. Hij vrijt hier met drie vrouwen en na afloop hoort hij dat ze hem willen offeren. Hij weet de vrouwen van zich af te schudden als ze hem willen vastbinden en vermoordt hierbij een vrouw.

Op een plek in de rulle bosgrond groef hij een gat en legde haar lichaam erin, want het leek hem een juiste handelwijze. Hij bedekte haar met aarde en markeerde de plek met een kring van witte stenen. Daarna plantte hij een eikel midden in de kring als nagedachtenis aan de eerste vrouw die hij had liefgehad, hoe kortstondig ook en hoe onfortuinlijk ook de afloop. (373/374)

Een spel met de geschiedenis, waarbij een eik van 1650 jaar oud een groots symbool wordt. Terwijl naar alle waarschijnlijkheid de eik uit de grond is gekomen omdat een eekhoorntje zijn wintervoorraad is vergeten.

Lees mijn bijdrage Doedelzak en kwinkslag

Lees mijn artikel voor het Zuid-Afrikaanse Litnet