Categoriearchief: driek van wissen

Gaan we Dries van Wissen wel missen

Een gedicht in platrijm

De dichter Driek van Wissen
Wat gaan we die man missen
Nooit meer die slappe rijm
En achterlijk gezwijm
Van plezier en woorden vol
Ritme, bravour en lol

Nu is de dichter dood
Te vroeg naar Isfahaan
Nog voor de tuinman groot
Gebaarde: hij moest gaan

Al in Istanboel liet
De geest de dichter los
Zoog het hoofd tot een klos
En niets rijmt op verdriet

De hemel zucht het los
In een zwoele windblos
Hoe iemand reem als Piet
Nee, ‘t Vaderland treurt niet

Tachtig vlinderstrikken

Rumoer in de letteren is natuurlijk heerlijk. De literatuur drijft op de haat en nijd. Iemand met minderwaardigheidsgevoelens is altijd snel uit de tent te lokken. Het lijkt erop dat het literair landschap vol zit met minderwaardigheidsgevoel. Je zou denken dat ze van dat vervelende gevoel af waren door het schrijven, maar het lijkt wel of elk gedicht, elk verhaal en elke roman de gevoeligheden vergroten.

Zo volg ik opnieuw met interesse Driek van Wissen die zich uitlaat over de dingen die Komrij zegt in een interview in het tijdschrift van NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag. ‘Ik heb hem helemaal niet gebeld’, krijst de tweede ex- Dichter des Vaderlandse tegen de eerste ex-. ‘Ik heb zelfs zijn telefoonnummer niet. Bovendien krijg ik keurig 225,24 euro voor mijn gedichten op de voorpagina van het NRC.’ En hij houdt het bonnetje keurig omhoog met de handtekening van de hoofdredacteur van NRC eronder.

Bij dat Dichter des Vaderlands gedoe vliegen de teleurstellingen over en weer. Huilt de één dat de ander geslagen heeft en laat de blauwe plek zien omdat een ander gekrabt heeft. Ik vraag mij af waarom er überhaupt een Dichter des Vaderlands is. Als ik kon dichten en het zou mij door de strot geduwd worden, zou ik er helemaal niet aan beginnen.

De eerste had het niet kunnen weten dat deze functie tot zoveel ‘waardering’ zou leiden, maar de rest wist het. En waarom vertelt Driek van Wissen niet gewoon dat hij nu een mooie collectie van tachtig vlinderstrikken erbij heeft (met bolletjes, sterretjes en in alle kleuren) en dat hij heerlijk elke week ergens in Nederland een rijmseltje opboerde.

De literatuur begint echt iets van een dierentuin te hebben. Het thema van volgend jaar wordt ‘In de drek voel ik mij prettig’. Schrijvers zijn er knorrig genoeg voor.

De Dichter des Vaderlands re(a)geert

Vier gedichten per jaar en de poezie promoten. Wat maakt die Dichter des Vaderlands nu zo begerenswaardig dat al die dichter er zo voor vechten. Je verdient er niks mee, zoals Komrij beweert. Je doet het nooit goed, dicht te weinig, of teveel, of het gedicht deugt niet, of het zijn geen gedichten, maar rijmpjes.

Een reactie van de huidige DdV Driek van Wissen in NRC-Next op het artikel van Ilja Leonard Pfeijffer kon niet uitblijven. Deze stond er dan ook vanmorgen in. Dat Pfeijffer in zijn stuk een hoge mate van dichterlijke vrijheid hanteert, viel mij al vrijdag op. Zo heeft hij het gelegenheidsgedicht voor het overlijden van Koningin Juliana in de tijd dat Komrij bedankte voor de taak. Niet omdat NRC de rijmpjes van Driek van Wissen niet wilde. Van Wissen was toen nog volop bezig met zijn campagne, deelde pennen uit met een rijmpje erop.

Ach, iemand die boos en verdrietig tegelijk is, kan zich snel vergissen.

Dichtersruzie

Ruziezoekers, daar heb ik een hekel aan, maar ik ben gek op ruziemakers. Zeker als ik aan de zijlijn mag toekijken. Het kan een fascinerend schouwspel opleveren en soms wordt het zelfs theater. Als dichters ruzie maken, is het nog mooier. Want dan ineens zijn dichters gewone mensen.

Vanmorgen schreef Ilja Leonard Pfeiffer een boeiende geschiedenis van de Dichter des Vaderlands in NRC.Next. Een grap was het destijds, stelt hij. Alleen heeft de eerste dichter Gerrit Komrij het spel erg serieus gespeeld met een dichtclub en een ernstige gedichten als er een koningskind geboren werd. Met de komst van Driek van Wissen is de lol er helemaal af. De rijmelarij staat in geen enkele verhouding met de hogere dichtkunst die Van Wissen zou moeten vertegenwoordigen. Afschaffen die hap, concludeert Pfeiffer na drieduizend woorden historie.

Van Wissen rijmt op pissen, missen, gissen en vergissen. Dat laatste heeft de organisatie tot op heden vooral gedaan, vindt Pfeiffer. Eerst door op de stemformulieren een open veld met ‘…’ aan te geven en daarna door de uitslag niet prijs te geven aan de openbaarheid. Later is er volgens Pfeiffer juist weer teveel openbaar geworden, de namen van de eerste honderd stemmers, waaronder Pfeiffer die op zichzelf stemt.

Een schertsvertoning is het geworden, vindt Pfeiffer, die graag ook nog speculeert waarom Komrij in 2004 ineens de handdoek in de ring gooide. Een ruzie met Poetry International, gokt de dichter uit Leiden. Dat terwijl Komrij in de zomer van 2005 nog optrad op het Rotterdamse dichtersfestival. Als je vermoord wordt of voor dood verklaard, sta je een halfjaar later niet weer op uit de dood voor een optreden.

Er liepen genoeg andere moordenaars rond om de eerste Dichter des Vaderlands uit te schakelen. Aan kritiek heeft het niet ontbroken. Hij zou zichzelf hebben verlaagd met deze functie en moest er volgens velen onmiddelijk mee stoppen. Nu lijken de kritikasters van toen met een grote hoeveelheid nostalgie te zijn beneveld. Alles beter dan Driek van Wissen, lijken ze te willen zeggen.

Komrij is van zijn kant ook niet stil. Hij schreef een paar weken geleden al een scherp en lang betoog over deze krankzinnige verkiezing. Verkiezingen als deze zijn spannend en zinderend, maar ze hebben met kiezen en democratie niks van doen. Het zijn peilingen die net als het tv-moment van het jaar of de beste reclame van het jaar door een handjevol mensen zijn ingevuld, maar helemaal niks zeggen over een meerderheid. In de minderheid van een vage internetpoll zit namelijk snel een meerderheid.

Genoeg over al die geruchten, Komrij opperde zelf al eens dat het hele literaire circuit uit roddelaars en zwijmelaars bestaat. Dit lijkt aardig te kloppen uit de gekleurde historie van Pfeiffer op te maken. Literatuur is oorlog, om een andere dooddoener de wereld in te schoppen. Of gewoon: het zijn net mensen.

Degene die zich heel stil houdt, is die rijmelaar uit Groningen, Driek van Wissen. In een debat, twee weken terug, heeft hij wel wat geroepen, maar waarschijnlijk zit hij woensdag glimlachend en knikkebollend de kijker een loer te draaien.

Rijmen en dichten

Een gedicht van mama, meende mijn broer bij het horen van het sinterklaasgedicht. De rijmparen ‘Dubai’ met: ‘Elke maand is er wel een ver klusje bai’. Het bracht mijn broer tot zijn overtuiging. Hij zat er dik naast. Ik had mijn zwager getrokken.
Voor het eerst kreeg een familielid geen poëzie, maar rijm. Daarom had mijn zwagerman ineens een ‘heg’, omdat dit zo mooi rijmt op ‘weg’.
Dat zijn ze niet van mij gewend. Ik wilde het sinterklaasgedicht verheffen uit de zielige situatie van kromme rijm en woorden die erbij gehaald worden omdat dit nu eenmaal zo rijmt. In plaats daarvan presenteerde ik echte sonnetten die knipoogden naar de hoogstaande literatuur.
Het voorval gisteren heeft me veel plezier opgeleverd. Ik ben nu overtuigd: dit ga ik vaker doen. Niks is leuker dan een sinterklaasgedicht vol van kromme rijm en rare wendingen. Dat hoort gewoon bij dit feest. Al kon ik het stiekem niet laten het gedicht van binnen wat op te fleuren met binnenrijm en andere dichterlijke trucs. Gewoon even een extra sport voor mijzelf.
Over dichten en rijmen gesproken. Sommige dichters komen niet veel verder dan een goede sinterklaasrijmer. Onze Dichter de Vaderlands is zo iemand. Driek van Wissen presenteert zich meer als rijmelaar dan als een heuse dichter.