Geologie van godslasteraars: Divina Commedia: Hel: Canto 14

De landschappen die Dante en Vergilius in het hiernamaals aantreffen zijn zeker de moeite waard om dieper op in te gaan. In het eerder aangehaalde boek Waarom de hel naar zwavel stinkt gaat geoloog Salomon Kroonenberg vooral in op de ondergrondse landschappen die hij in Dantes Hel vindt. De stad Dis typeert hij hierin als […]

Lees meer

Harpijen en kreupelbos: Divina Commedia: Hel: Canto 13

De 7e hellekring is opgedeeld in 3 cirkels. Als Dante en Vergilius in de 2e cirkel komen, lopen ze door een kreupelbos. Dante vergelijkt het met de bossen tussen Cecina en Corneto, waar de wilde dieren zich tussen de lage struiken en bomen ophoudt. Dit kreupelbos is nog veel minder doordringbaar, vervolgt de verteller. Hij […]

Lees meer

Centauren en kokend bloed: Divina Commedia: Hel: Canto 12

De 2 dichters komen in de 7e hellekring. Ze moeten hiervoor wel van een steile rots afdalen. Hier vertoeven ook de monsters. De verteller spreekt over een monster, geboren uit een nagemaakte koe. Hier parafraseert Dante het verhaal uit de klassieke mythologie. De tegennatuurlijke liefde van Pasiphae voor een stier. Hieruit komt het monster Minotaurus […]

Lees meer