Categoriearchief: schrijven

Biesheuvel: De weg naar het licht

image

In mijn strooptocht op zoek naar de boeken van Maarten Biesheuvel krijg ik plotseling de delen 2 en 3 van het Verzameld werk toegeworpen. Ze liggen op de tafel met afgeschreven boeken in de bibliotheek.

Een droom wordt werkelijkheid. Behalve dat ik wekenlang achtereen de tafel afstruin op zoek naar het eerste deel van deze serie. Het ligt er niet. Daarom zoek ik uit welke boeken in dit eerste deel zitten. Zo ontdek ik dat ik de verhalenbundel De weg naar het licht helemaal niet heb.

Als ik hem dan in een kringloopwinkel tegenkom, gaat hij mee. Ik kan mij niet bedwingen en begin te lezen. De wereld in de verhalen van Biesheuvel bestaat uit een uniek universum. Het universum waarin je verdrinkt in de woorden, het verhaal en de personages. Je weet niet altijd waar je bent, maar je laat je meeslepen in de beelden.

Het verhaal ‘De Leeuw van Leiden’ bijvoorbeeld. De verteller is bij een bijeenkomst waar de aanwezigen allerlei boeken en artikelen lezen. Daarna begint een man een lange monoloog over wat 1 iemand wel niet allemaal geschreven heeft.

Ze zijn allemaal van 1 man: Maarten ‘t Hart. De verteller wijst de man die de monoloog hield op de schrijver: hij zit te breien in een hoekje van de kamer op een sofa. Het is de Leeuw van Leiden die daar zit.

Dan probeert de verteller te achterhalen waar het geheim vandaan komt. Hoe komt het dat Maarten ‘t Hart werkelijk alles leest en daarna bijna dagelijks publiceert over allerlei onderwerpen. Of zoals de verteller aan de Leeuw van Leiden vraagt:

‘Vertel me nou toch eens wannéér je schrijft over al die onderwerpen, andere mensen zouden er met hun dertienen jaren over doen om zoveel te schrijven over aardrijkskunde, antropologie, biologie, economie, geneeskunde, geologie, geschiedenis, godsdienst, huishouding, krijgskunde, kunstgeschiedenis, letterkunde, maatschappijleer, mode, muziek, opvoedkunde, politiek, psychologie, recht, scheikunde, staatskunde, sterrenkunde, techniek, weerkunde, wiskunde, wijsbegeerte enzovoort, ja werkelijk járen zouden dertien mensen bezig zijn met het schrijven van zoveel artikelen over zoveel onderwerpen, zoveel verhalen, zoveel romans…, terwijl jij dat allemaal in je eentje in ééń jaar af kan? Dat grenst aan het krankzinnige. Jouw verschijnsel begint, wat wonderlijkhied betreft, vormen van metafysische onbegrijpelijkhied aan te nemen.’ (179)

Het gesprek begint hierna even wonderlijke, metafysische onbegrijpelijke vormen aan te nemen. Het gesprek fladdert van raaskallen naar de zang van de nachtegaal, naar de colleges van Karel van het Reve. Volgens Maarten ‘t Hart zou de verteller de colleges ernstig verstoord hebben:

‘[W]aarom hielp jij altijd de colleges van Karel van het Reve naar de maan door er allerlei kletskoek uit te gooien? Dacht je soms dat wij geïnteresseerd waren in de verhalen van jou over je moeder, je vader, over Rooms en Protestant Kethel, dat wij belangstelling hadden in je zeeverhalen en al die zotte fantasiën?’ (181)

De verteller weerspreekt de opmerking dat de Leidse professor daar niet op zat te wachten. Hij vond het juist heerlijk als ik een deel van die 50 minuten vulde, geeft hij als tegenargument.

Toch wil de verteller graag achter het geheim van de enorme productiviteit van Maarten ‘t Hart komen. Daar verliest het verhaal alle grip op de werkelijkheid. De verklaring voor die enorme productiviteit: zijn enorme verliefdheid. Daardoor gedreven vliegt zijn pen over het papier, waarna zijn vrouw alles uittikt en dagelijks de artikelen per post worden verstuurd naar alle media van Nederland.

Het is dat verlies op de werkelijkheid die de verhalen van Biesheuvel iets dromerigs geven. Je raakt de draad regelmatig kwijt of komt er juist verstrikt in te zitten. Het verhaal dat van de hak op de tak gaat en waarbij je alle kanten opschiet. Het beste is dan om stug door te lezen. Als een schip in de storm door te varen, want je komt vanzelf behouden in de haven aan.

J.M.A. Biesheuvel: De weg naar het licht en andere verhalen. 7e druk, 1985. Amsterdam: Meulenhoff, [1977]. ISBN: 90 290 0664 1. 240 pagina’s. [niet meer verkrijgbaar]

Ik vlogde al eens eerder over hem:

Notities van een lezer – #50books antwoorden vraag 20

image

Maak je eigenlijk notities tijdens het lezen? De vraag is in mij opgekomen omdat ik in 2 boeken die ik vlak na elkaar las, de notitieboekjes van schrijvers voorbij zag komen. Schrijft Ilja Leonard Pfeijffer alleen in Moleskines, Basje Bender is minder kritisch. Zij doet haar notities gewoon in een goedkoper opschrijfboekje.

leesjournaal

Hoe zit het met de lezers van #50books. Maken zij notities. De vraag is niet alleen via de blogs beantwoord. Ik zag ook een mooie foto voorbijkomen van @PercyTienhoven op twitter. Hij schrijft zijn bevindingen tijdens het lezen keurig op in zijn journal met ringband, een heus leesjournaal.

Naar de lijntjes, pijlen en strepen van Charlotte Veldman word ik wel heel nieuwsgierig. Hoe ziet zo’n pagina van haar boek er uit na het lezen? Schrijft ze extra notities in de marge of blijft het bij paginanummers en andere gegevens?

Meekijken in notitieboekjes

Boekenblogger Lalagè geeft een inkijkje in haar notitieboekjes. Ze zegt wel dat ze notities maakt sinds ze aan het bloggen is over boeken. Eerder deed ze het alleen als haar echt iets aansprak. Nu zorgt ze standaard bij het lezen dat ze iets kan opschrijven. Zo kun je later bij het schrijven over het boek bepaalde dingen terugvinden. Al merkt ze zelf dat het in de praktijk weinig gebeurt dat ze echt terugkijkt in haar notities bij het schrijven van het blog.

Ze laat een paar pagina’s uit het notitieboekje zien, net als een paar andere methodes van haar om passages terug te kunnen vinden. De uitkomst is wel de e-reader. Daar kun je notities in het boek zelf maken. Een bijzondere blog over de geheimen van de lezer.

Overigens staan er heel veel enthousiaste reacties onder het antwoord van Lalagè. Veel lezers maken korte notities of schrijven mooie zinnen op. Ze markeren en krassen in de kantlijn van het boek bij mooie passages en schrijven soms de paginanummers op.

Doorlezen

Niek maakt geen notities bij het lezen. Ze wil weleens iets opzoeken als ze leest. Dat gebeurt voornamelijk bij het lezen in het Engels of Duits. Maar ze wel vooral genieten van het boek en zich niet afleiden door het opschrijven van notities.

Al heeft ze ook af en toe de neiging om iets uit te gaan zoeken bij het lezen. Als een tekst een bepaalde vraag oproept, wil Niek graag het antwoord opzoeken. Maar over het algemeen laat ze zich niet afleiden en leest heerlijk door.

Beklijven

Volgens Fokke nemen de meeste mensen dingen beter op als er op meerdere manieren met de stof omgegaan wordt. Daarom kan het zeker geen kwaad tijdens het lezen af en toe iets op te schrijven. Zo beklijft de stof beter. Zeker bij ingewikkelde series als de reeks Mijn strijd van Karl Ove Knausgård. Ondanks alle notities heeft Fokke er geen blog aan gewijd. Het is puur voor de verwerking van alle informatie.

Te meeslepend

Vrijwel nooit ligt er een verband tussen de notitie die hij maakt en de blog die het betreffende boek uiteindelijk oplevert. Terecht merkt de boekenblogger van Foxxblok op dat een heel goed veel te meeslepend is om er notities bij de maken. En dat is uiteraard waar.

Vergeten notities te maken

Dat schrijft boekenblogger Jannie ook in haar antwoord. Is het wel een goed teken als je aantekeningen bijhoudt van het boek dat je leest? Als het verhaal zo meeslepend is dat je vergeet om dingen te noteren. Dat is juist het leuke van lezen, dat het verhaal je vastgrijpt en je alles om je heen vergeet.

Gekleurde strepen

Ali geeft in haar blog over notities maken bij het lezen aan dat ze vooral tijdens haar studie veel noteerde in haar boeken. Deze boeken zijn dan ook onverkoopbaar. Naast de notities in de boeken met gekleurde strepen, maakte ze ook uitgebreide samenvattingen. Als ze de boeken nu bekijkt snapt ze niet meer waarom dat allemaal onderstreept is. Was alles belangrijk?

Bij het lezen van romans schrijft ze niets in de papieren boeken. Hoe anders is dat bij een e-book. Hierin kan ze aantekeningen maken. En dat is ontzettend handig, merkt ze. De notities helpen haar om snel de volledige naam van de hoofdpersoon te vinden of een passage snel tevoorschijn te halen als ze er iets over wil bloggen.

Aantekeningen over verhaallijnen

Boekenblogger en trouwe beantwoorder van de boekenvraag Martha maakte vooral tijdens haar studie Nederlands in Leiden veel aantekeningen als ze las. In speciale boekjes noteerde ze de belangrijkste personages, verhaallijnen en interessante passages die ze tegenkwam.

Niks missen

Als ze klaar is met haar studie, stopt ze met notities maken. Tot ze gaat bloggen over boeken en daar ook graag inhoudelijk iets over de boeken kwijt wil. Ze wil niks missen. Daarom maakt ze weer notities bij het lezen over de tekst binnen en buiten het verhaal. Aantekeningen die ze weer kan gebruiken in haar blogs over boeken.

Lees morgen de nieuwe boekenvraag.

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in 2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.

Spel met de lezer

image

Hoe moet het aflopen? Het is een worsteling waarmee de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer kampt in zijn Brieven uit Genua. Hij verzucht dat het verhaal toch ergens heen moet. Een boek kent toch een afloop. Of het nu een brievenbundel is of een roman. Dat zou niet hoeven uit te maken.

Brievenbundel

In zijn 4e brief aan zijn uitgever vraagt Ilja Leonard Pfeijffer het zich af. Hoe moet het aflopen? Hij kan moeilijk een afloop verzinnen, want een brievenbundel vraagt om de werkelijkheid in het verhaal. Het moet gebeurd zijn wat er staat.

Maar het probleem is dat ik niks mag verzinnen. Dat is de spelregel. Daar moet ik mij aan houden. Dus die grote dramatische wending zou ik in het echt, in het ware leven, moeten bewerkstelligen. Ik zou om compositorische redenen in mijn eigen leven een spectaculair omslagpunt moeten beleven. (596)

Wat verderop in zijn 44e brief aan Geyla, komt het onderwerp eveneens ter sprake. Bijna letterlijk schrijft Ilja Leonard Pfeijffer hetzelfde aan haar:

Omwille van de literaire compositie zou het het beste zijn om mijn leven in het echt spectaculair te veranderen. (620)

De compositie van de wereld op papier vraagt om een verandering in de werkelijkheid. En als geroepen komen de strubbelingen binnen. Het begint met de liefde en een ‘zere reet’ om uiteindelijk uit te monden in een radicale verandering van leven.

Leven overdenken

Of zoals hij in zijn laatste, toeval of niet, de 50e brief aan
Geyla schrijft. Door de brieven heeft hij de eerste 47 jaar van zijn leven overdacht. Hij heeft weliswaar 4 jaar over deze therapie gedaan, maar dan heb je ook wat:

Het was een psychoanalyse geweest van vier jaar lang in dagelijkse sessies, waarbij ik mijn eigen therapeut was. Iets van mijzelf had ik wel begrepen. (696)

Zo eindigen 700 pagina´s van zelfanalyse. Het is een heel avontuur dat je leest, waarbij niet elke brief en elk verhaal even interessant is. De beloofde liefde voor de stad Genua drijft soms teveel weg in het levensverhaal van Ilja Leonard Pfeijffer. En daar zijn sommige delen te langdradig en zelfvererend, waarmee hij juist de charme verdwijnt zoals dat in een boek als La Superba voorkomt.

Stadsverhalen

Juist in zijn roman La Superba draait het om de vele stadsverhalen, de verhalen van het pleintje waaraan zijn stamkroeg zit. Die maken het boek zo treffend. Hier valt het teniet door de vele zelfpromotie waardoor het echte verhaal teveel naar de achtergrond verdringt.

Misschien is de werkelijkheid echt minder mooi dan fictie.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Moleskine

image

Regelmatig vertelt Ilja Leonard Pfeijffer in zijn nieuwste boek Brieven uit Genua over de Moleskines die hij als schrijver verslijt. Al zittend in het café zit hij met de lijntjesboeken van dit merk voor neus.

In de enige Moleskine die ik bezit, zit een los blaadje. Op dat blaadje staat de volgende tekst:

Moleskine is the legendary notebook used by European artists and thinkers for the past two centuries, from Van Gogh to Picasso, from Ernest Hemmingway to Bruce Chatwin. This trustly, pocket-size travel companion held sketches, notes, stories and ideas before they were turned into famous images or pages of beloved books.

Zou het echt waar zijn dat dit notitieboekje je meehelpt bij het bedenken van die prachtige ideeën. Ilja Leonard Pfeijffer lijkt het in zijn Brieven uit Genua alleen maar te doen. Overal waar hij zit, legt hij het Moleskine-boekje voor zich en borrelen de briljante ideeën rechtstreeks uit het brein op papier.

Terwijl computers en internet ver weg zijn, haal ik mijn Moleskineopschrijfboekje uit mijn binnenzak en terwijl de piazza langzaam begint te zoemen, kleuren dieper worden, mensen menselijker en de avondvullende operette een aanvang neemt, zak ik onder de tijd en haal mijn pen tevoorschijn om glimlachend met trage streken te etsen en te schrijven wat mij echt interesseert, zoals deze brieven aan jou. (212)

Of verderop wanneer hij aan zijn oude ik een brief schrijft over het ontstaan van zijn roman Het ware leven, een roman:

Elk hoofdstuk van dat boek heb je in eerste instantie in een minuscuul handschrift met een zwarte fijnlijner met de hand in een Moleskineopschrijfboekje geschreven. (462)

In een brief aan zijn accountant stelt de schrijver uit Genua dat al die opschrijfboekjes bij elkaar best wat waard zouden zijn. Mits hij natuurlijk een beroemd schrijver zou zijn:

Ik heb sinds jaar en dag de gewoonte om zo goed als alles wat ik schrijf in eerste instantie in handschrift te schrijven, met pen en papier, in kleine, ongelinieerde, zwarte Moleskineopschrijfboekjes. Inmiddels is dat een aardige verzameling geworden van vele tientallen gelijkvormige notitieboekjes met daarin de complete manuscripten in een eerste versie van al mijn romans, gedichten, verhalen en toneelstukken, in ieder geval vanaf 2001, inclusief schematische opzetten, verworpen passages, ongepubliceerde fragmenten, tekeningetjes en dagboeknotities. (601)

Bij mij rijst onmiddellijk de vraag op of de notitieboekjes van het betreffende merk eraan hebben bijgedragen. Zou het uitmaken of iemand iets opschrijft in een aftands schriftje, doormidden geknipt, de helft van de blaadjes eruit gescheurd, een hoekje van een oude krant of gewoon op een los velletje dat nergens en overal rondzwerft?

En zouden echt alle boekjes van het merk Moleskine zijn, of heeft de dichter weleens overspel gepleegd en is op een goedkoper merk overgestapt, een dummy uit de Xenos of nog erger een Moleskine met streepjes.

Op die vraag krijg ik geen antwoord in het boek en ik snap het idee: Ilja Leonard Pfeijffer wil zich graag scharen in de lijst met Moleskine-gelovigen. Of dat terecht is, weet ik niet altijd. Wat ik bij het lezen van zijn brievenboek Brieven uit Genua wel opmaak is dat er wel erg veel informatie uit de boekjes met briefschetsen in de bundel is gekomen. Misschien wel alles.

Geen idee of deze grote schrijvers en kunstenaars inderdaad hun briljante werk in de notitieboekjes van Moleskine hebben geschreven, getekend en geschetst.

Ilja Leonard Pfeijffer: Brieven uit Genua. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN: 978 90 295 0661 8. 703 pagina’s. Prijs: € 21,50. Bestel

Broer

image

Ik ben in de boekwinkel. Ja, voor de boekenweek. Het boekenweekgeschenk is nooit echt heel bijzonder en tóch ga ik altijd naar de boekwinkel in de boekenweek. Ik wil dat gratis boekje hebben. Het is uniek en het boekje geeft een beeld van een schrijver waar ik dan later vaak wat meer ga lezen.

Het begon allemaal met Leon de Winter. Ik zat op de 1-jarig Havo na een mislukt 3-jarig avontuur op de MTS. Ik was gek op lezen en wilde dolgraag schrijver worden. Tijdens de wiskundelessen had ik geschreven en geschreven op kleine kladblaadjes aan mijn roman.

Het verhaal speelde op het Domplein in Utrecht. Ik schreef door, dag en nacht en verspeelde zo mijn examens op de MTS. Ik kon aan het eind van dat jaar kiezen: of opnieuw of iets anders. Het werd iets anders: de 1-jarige Havo. De roman was klaar – de eerste versie althans – en ik durfde het nooit meer op te pakken. Bang dat ik opnieuw mijzelf zou verliezen in het verhaal.

De boekenweekgeschenken kwamen ervoor in de plaats. Ik kocht dan altijd boeken in de boekenweek. Meestal stelde ik de aanschaf van iets uit. Vaker nog stond ik weifelend in de boekwinkel. Wat moest ik in hemelsnaam kopen! Dan hikte ik tegen het aankoopbedrag aan.

Zo sta ik op de eerste dag van de boekenweek ook in de boekwinkel. Bij de afgeprijsde boeken staat nadrukkelijk dat je met een opruimingsboek géén boekenweekgeschenk krijgt. Bij de kassa wordt er ook nog eens bij vermeld dat een opruimingsboek niet wordt ingepakt.

Zo drentel ik langs de stapels boeken. Wat wordt het? Als ik dan Tas met as van Jelle Brandt Corstius in mijn hand houd, weet ik dat ik een goede beslissing heb genomen. Niet te duur om misschien later deze week nog een aankoop te doen voor een 2e boek. Dan kunnen we er meteen van met de trein op de laatste zondag van de boekenweek.

Een lange rij voor de kassa. Voor mij staat een lang, stevig meisje. Ze draagt een donkere jas en kijkt over iedereen heen. In haar handen houdt ze een stapeltje boeken vast.

Eindelijk is ze dan aan de beurt, rekent af en verlaat snel de rij. Ze loopt in de richting van een ander meisje, net als zij ergens in de 20. Trots houdt ze het boekenweekschenk omhoog. ‘Kijk ik heb een Broer. Het meisje vroeg of ik een Broer wilde. Ik heb alleen een zus, jij, maar nu heb ik ook een Broer.’

Iets later loop ik ook met een Broer in mijn handen de boekwinkel uit. Benieuwd naar het verhaal en of ik er iets in herken van de echte broer in mijn leven.

Bloggers bloggen over schrijven schrijvers – #50books antwoorden vraag 5

image

Best een lastige vraag, ontdekte ik in de antwoorden. Voor sommige bloggers was hij niet uitdagend genoeg. De vraag: wat vind je eigenlijk van boeken over schrijven?

Renate Dorrestein

Ondanks de lastige vraag, kwamen er wel erg mooie antwoorden. Jannie schrijft over het intrigerende boek dat Renate Dorrestein schreef over schrijven: Het geheim van de scrhijver. Het boek is meer dan een handboek: Renate Dorrestein vertelt over schrijven in het algemeen en haar eigen schrijfproces in het bijzonder. Daarmee is het een intrigerend inkijkje in de werkkamer van het schrijven.

Wat Jannie terecht opmerkt, is Renate Dorrestein er later weer op verdergegaan in een boek over een writers block. Dat is schrijven optima forma: als je niet meer schrijven kunt, schrijf je erover dat je niet meer schrijven kunt. Een proces dat Leon de Winter ook beschrijft in zijn roman Kaplan. Dit boek is de opmaat geworden voor een nieuwe weg die de schrijver inslaat.

Het inslaan van nieuwe wegen is voor Renate Dorrestein heel duidelijk naar voren gekomen bij haar gastschrijverschap in Almere. Het is een bijzonder boek geworden, waarbij Dorrestein naar eigen zeggen het schrijven weer heeft kunnen oppakken.

Don Quichot

Het schrijven over schrijven is voor Peter de reden om het boek Don Quichot van Cervantes open te slaan. Precies in de voorrede gaat de schrijver in op het schrijverschap. Hij schrijft dat hij het lastig vond om een boek te gaan schrijven, maar geen idee had wat hij op zou schrijven.

Dat geldt ook voor het bloggen, stelt Peter. Hij wil weer elke dag gaan bloggen en vreest daarbij wel dat hij kan stilvallen. Om dan meteen te gaan bloggen over bloggen, is ook zo wat. Daarom pint hij zich vast op een paar themadagen. Op zaterdag gaat hij over Don Quichot bloggen en – voor mij goed nieuws – op zondag een blog over de wekelijkse boekenvraag.

Gerard Reve

Schrijven over schrijven, doet veel mensen denken aan de 4 Verwey-lezingen die Gerard Reve in de Pieterskerk gaf in 1985. Leesblogger Fokke verwijst naar deze lezingen in zijn blog over schrijvers over schrijven.

Gerard Reve was gastschrijver aan de Universiteit Leiden. Tijdens mijn studie op dezelfde universiteit, maar bijna 15 jaar na Reves gastschrijverschap, verwezen docenten met pretoogjes naar de eerste avond.

Na afloop van de lezing was nog een incident geweest met een fan. Gerard Reve sloeg zijn wijnglas kapot en stond met de glasscherven in zijn hand gericht naar zijn tegenstander. De secretaris van de letterenfaculteit wist tussenbeide te springen. Zodoende bleef het handgemeen beperkt tot een snijwond.

Zelf schrijver worden

De lezingen kwamen terecht in het boekje Zelf schrijver worden. Volgens blogger Fokke niet het mooiste boek van Gerard Reve. Een boek met schrijftips lijkt veel te veel op het uitleggen van een mop, vindt hij. Dat moet je ook niet doen. Het advies van Fokke: lezen, lezen en nog eens lezen. Dan vind je het geheim van de schrijver tussen de regels door.

Voor blogger Paul mag het creatief proces van het schrijven best geheim blijven. Een uitzondering is het schrijfproces van zijn favoriete schrijvers. Het lijkt dan ook meer anekdotisch te gaan om bepaalde tics en eigenaardigheden, rituelen rond het schrijfproces. Ook is hij nieuwsgierig of het creatief proces van het schrijven verschilt bij het genre of bij andere vormen van schrijven zoals vertalen.

De kinderboekenschrijver Jacques Vriens spreekt bij zijn lezingen vaak over zijn schrijfproces. Dat kreeg ik ook mee toen ik hem bezocht een paar jaar terug in de Almeerse bibliotheek. De tips die Paul in zijn blog noemt, noemde hij niet. Hij vertelde juist een prachtige tip: begin bij het einde, dan is het veel makkelijker schrijven. Je weet immers waar je naartoe moet.

Niks mee hebben

Voor Niek is het antwoord duidelijk. Net als bij Ali en Ruud. Zij hebben er niks mee. Ze hoeven niet zonodig mee te kijken in de keuken van de schrijver. Niek schrijft dat ze liever zelf wil ontdekken hoe het werkt. Ze wil er vooral plezier in hebben en hoeft dan niet te weten hoe haar voorbeelden het doen.

‘Geen echte mening dus dit keer’, schrijft ze bijna verontschuldigend. Voor mij is deze vraag ook een les in vragen stellen. Want het antwoord begint met de vraag. Zeker ook toen Fokke mij er terecht op wees dat hij het jammer vond geen gedichtenvraag te krijgen. Uitgerekend in de gedichtenweek. Inderdaad jammer. Dus als iemand een idee heeft voor een vraag over gedichten…

Lees morgen de zesde vraag voor #50books

#50books

De leesvraag #50books is een initiatief van Peter in 2013. Martha nam het in 2014 over en in2015 ging Peter zelf weer verder. Vanaf de eerste vraag doe ik regelmatig mee. Naar overzicht van alle vragen.