Categoriearchief: schrijven

Bureau – Tiny House Farm

Sinds ik hier woon, ontbeer ik een bureau. Best wel zwaar. Zeker om me even af te kunnen zonderen en te schrijven. Of andere dingen te doen, maar wel even helemaal alleen. Het leven in een klein huisje reduceert ook die spaarzame momentjes voor je alleen.

Droombureau

Dan ziet Inge mijn droombureau voorbijkomen in de folder van de Lidl. Een bureautje die je uit elkaar kan trekken en als je klaar bent weer in elkaar drukt. Ook de afmetingen zijn perfect voor onze slaapkamer. Dan heb ik toch een bureautje om aan te kunnen werken. Bovendien kan me even helemaal afzonderen in de slaapkamer.

De aanbieding is pas 2 weken nadat we de advertentie zagen. En als we dan het bureau willen bestellen, dan is het niet voor de aanbiedingsprijs. Dat scheelt toch 30 euro. Maar even wachten en twitteren naar de Lidl.

Het blijft stil, maar ‘s middags zien we de nieuwe prijs en bestellen snel het bureau. Die zaterdag wordt het geleverd en komt hij in een grote zware doos van 30 kilo aan. Ik heb het te doen met de bezorger van DHL die de doos brengt.

In elkaar schroeven

En dan begint de echte uitdaging. Het in elkaar zetten van het bureau. Het blijkt toch uit veel meer schroefjes, boutjes en moertjes te bestaan dan een vergelijkbaar Ikea-bureau. Ook is de gebruiksaanwijzing een stuk raadselachtiger.

Het valt mij op hoe snel je een werkwijze als die van Ikea aanwendt. Bij Ikea is opbouwen en schroefjes plaatsen afwisselend. Hier moeten sommige dingen eerst worden gedaan, met verschillende maten en andere formaten. Het gaat regelmatig fout, maar ik kom snel achter de misstap en kan deze dan herstellen. Het in elkaar zetten kost wel veel meer tijd dan ik verwachtte.

Verbaasd over resultaat

Na al het schroeven en in elkaar drukken van de onderdelen, ben ik verbaasd over het resultaat. Je kunt het bureau snel opbouwen en even snel weer afbreken. Het zit in eerste instantie nog niet zo lekker achter het bureau. Hij is een beetje laag. Het lijkt wel een kinderbureau. Zeker met een laptop. De laptop zou toch een stuk hoger moeten.

Als we een paar dagen later in de Ikea zijn, koop ik een handig opklapbaar tafeltje dat prima als ondersteuning voor de laptop is. En zo zit ik meteen een paar avonden te werken aan mijn nieuwe bureau. Het zit heerlijk en ik geniet van mijn eigen momentje. Inderdaad, dit heb ik verschrikkelijk gemist. Ik ben blij dat dit zo weer kan.

De stijl van de schrijver – Leestip

Schrijvers en kleren. Ze hebben een bijzondere relatie. Krijgt de taal een geheel eigen stijl bij schrijvers, ze laten in hun kledingkeus vaak ook een heel eigen stijl zien. In het boekje De stijl van de schrijver, Schrijvers & hun kleding legt Arno Kantelberg op een mooie manier de relatie tussen de schrijver en wat hij draagt.

Het levert een trits biografieën op die zeker de moeite van het lezen waard zijn. 30 schrijvers komen voorbij in hun eigenaardige kleding. Sommige op hun paasbest in pak (Wilfried de Jong), met pijp (Harry Mulisch), los flodderpak en zwierige lokken (Arnon Grunberg) of met moeilijk haar (Albert Verwey).

Stijljournalist Arno Kantelberg benadert de schrijvers en hun kledij zonder genade. Zo vindt hij de kledingkeuze van Kluun op de rode loper bij een filmpremière:

‘Trek daarom nooit een zeiljack aan naar een première (trek eigenlijk maar helemaal nooit een zeiljack aan).’ (90).

Een advies dat Kluun compleet tegen de wind in gaat. Hij staat er met een zeiljack waaronder een glanzende smoking schuilt. Het ontbreekt Kluun in zijn kleding aan gelaagdheid. Een grote overeenkomst met zijn literaire werk, constateert Arno Kantelberg.

Erg grappig, al laat hij helemaal aan het einde een klein twinkelslag open. De laatste roman van Kluun, DJ is een zorgvuldig gecomponeerde roman genoemd. Voor de schrijver is dus nog hoop. Hoeveel hoop, dat is niet uit zijn kleding af te lezen.

In al dit kledinggeweld is niet te ontkomen aan de dandy van de Nederlandse literatuur: Louis Couperus. Ook komt Maarten ‘t Hart voorbij. Deze schrijver die als zuinigste auteur wel te boek staat, geeft graag veel geld uit aan vrouwenkleding. Kleren waarin hij zich graag hult, maar dan niet in de goedkope kledij van de kringloop. Maartje ‘t Hart draagt heuse siliconenprotheses voor 400 gulden per stuk. Of de haute couture van Frans Moolenaar. Niet bepaald goedkoop.

Ogenschijnlijk simpele kledij, zoals het pak van Gerrit Kouwenaar of de regenjas van Simon Carmiggelt, blijkt meer modebewustzijn in zich te hebben dan je verwacht.

Op de foto van hiernaast zien we de ‘opgetuigde driemaster, met z’n regenjas open’, die uitgever Theo Sontrop regelmatig over de grachten van Amsterdam zag flaneren. (122)

De keuze voor de Macintosh past helemaal bij de schrijver en uitvinder van de cursiefjes. Een minimalistische regenjas voor de man die zich klein hield. Daarbij was hij een broeder van de natte gemeente, met daarbij een prachtig citaat:

‘Als ik een glas wijn drink, word ik een ander mens,’ wist hij. ‘En die ander heeft altijd geweldige dorst.’ (121)

Het zijn die anekdotes die een heuse jus vormen in dit geweldige boekje van Arno Kantelberg. Hij plaatst eens op een heel andere manier schrijvers in het daglicht. Hun kledingkeuze is vaker dan je denkt onlosmakelijk verbonden met de persoon maar ook met de schrijfstijl.

Bohemien en liefhebber van Belgische biertjes Ilja Leonard Pfeijffer bijvoorbeeld. Het levert niet alleen een indrukwekkende voorpui op. Al die tientallen La Chouffes.

Waarom zou je het klein houden als het ook groot kan? Daarom verfoeit hij Nescio, met diens ‘kale, afgemeten, precieze zinnetjes’. Bij Pfeijffer is het altijd groots en virtuoos. (65)

Dat zie je ook terug in zijn kledingkeuze: een langharige bard met een bontjas van oceanische omvang. Hij kleedt zich bijna even achteloos als hij schrijft, al zit er toch ook iets van zorgvuldigheid. In zijn gaderobe ontbreekt dit laatste.

En zo neemt Arno Kantelberg je mee naar leuke en sappige verhalen over schrijvers in hun schrijfstijl en hun kledingstijl. Het opent soms een nieuwe kijk op schrijvers. Zo is mijn nieuwsgierigheid naar Slauerhoff aan de hand van de enthousiaste beschrijving van Arno Kantelberg weer gewekt. Of de elan en vitaliteit van Du Perron, met getailleerde jas rond zijn ranke jongenscorso.

Allemaal beschrijvingen van schrijvers die je nieuwsgierig maken naar de schrijver achter die kledingkast.

Arno Kantelberg: De stijl van de schrijver, Schrijvers en hun kleding. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2018. ISBN: 979 90 5759 931 6. 152 pagina’s. Prijs: € 17,50. Bestel.

Nog een paar krantenknipsels – Tiny House Farm

We gaan nog even verder met de stukken die ik schreef in de tijd dat ik journalist was bij de Twentsche Courant Tubantia. Ik werkte eerst op de stadsredactie van Hengelo, het jaar erop een jaar voor de redactie Hof van Twente. Bij allebei veel geleerd en heel veel geschreven. Heel veel.

Elke dag schreef ik minimaal 1 artikel, meestal meer dan 1. Ik herinner mij dat ik soms in vakantietijd de hele pagina voor de Hof van Twente verzorgde. Het spreekt voor zich dat ik die dag niet weg kon. Dan was ik alleen aan het schrijven.

Dubbelgevouwen artikelen

De stapel papier in 2 cassettes opgeborgen en eigenlijk niet meer open geweest, sinds ik hier in Almere woon, ben ik begonnen. Het meeste heb ik op de foto gezet. Een paar artikelen die mij dierbaar zijn, heb ik bewaard. Het past precies in een klein mapje. Niet veel meer van die enorme berg oude kranten.

Wel leuk om die artikelen weer door mijn handen te laten glijden. Ik lees over Ria van Leuteren en haar pleidooi voor borstvoeding. Ik heb vaak aan haar gedacht toen Inge borstvoeding gaf. Zelfs de uitgebreide tips die ze gaf, wist ik mij toen nog te herinneren. Ria van Leuteren praatte ook 5 kwartier in een uur.

En al die andere verhalen. Ik heb ooit het idee gehad om er een soort verhalenbundel of roman van te maken. Niet dat ik het ooit gedaan heb. Teveel werk en gedoe. Al ligt er nog steeds een mooi idee van mij op de plank. Wie weet. Als ik straks alle ruimte heb omdat ik zoveel spullen heb weggedaan. Inclusief de inspiratierijke artikelen.

En de oude kranten? Inge kan ze goed gebruiken om te knutselen met de kinderen.

Krantenknipsels – Tiny House Farm

Bij het opruimen kom je veel dingen tegen waarvan je wel het bestaan weet, maar dat je ze eigenlijk vergeten bent. Een voorbeeld: de vele artikeltjes die ik schreef in de tijd dat ik bij de Twentsche Courant Tubantia werkte.

Ik heb – trots als ik er op was – veel bewaard. Elke dag als ik uit mijn werk kwam, probeerde ik de krant van een dag eerder te bemachtigen. Lukte niet altijd, maar bij elkaar genoeg om in 2 tijdschriftcassettes te bewaren, dubbelgevouwen zitten ze erin.

Bijzondere verhalen waarbij dan weer de herinneringen omhoog komen. Wat een belevenissen! Ik geniet ervan als ik de artikelen weer lees. Ik zie soms de geïnterviewden voor mij. Dan weet ik weer hoe ik soms onder de indruk kon zijn. Zoals van een asielzoekersgezin. Het was in de tijd van de discussie over het Generaal Pardon.

Of dat andere: de eerste rechtbankbezoek en het bijbehorende verslag. Ik kwam terug op de redactie en zei tegen mijn chef Jan Bengevoord: ‘Maar daar kunnen we niet over schrijven. Dat is gewoon een zielig verhaal.’ Waarna hij reageerde: ‘Dat is juist de reden om erover te schrijven.’

Barbara Pavinati: een stadse in de Achterhoek

img_20160725_201546.jpgBarbara Pavinati, het meisje met de poëtische naam. Ik ken haar uit mijn studietijd waarbij we samen een leesclubje oprichtten en die de mooie klankdichten schreef. Ze volgde een aantal jaren geleden de liefde en verhuisde naar de Achterhoek, haar liefde Boef achterna.

Daar schreef ze haar eerste boek: Grillige pad der liefde. Het vormde een bundeling van haar blogs over haar liefde voor Martin, de jongen in de rolstoel die heel bijzondere kunst maakte. Het is een ontroerend verhaal over aantrekkingskracht, sterke karakters en een liefde die ze voor altijd bij zich draagt.

In Grillig pad der liefde schrijft ze ook over Boef, de jongen die ze leert kennen via een datingsite en die haar naar het Oosten van het land brengt. Haar nieuwe leven is uit uitgangspunt van haar nieuwe bundel columns Een stadse in de Achterhoek. Het boekje bestaat uit 14 korte stukjes over deze bijzondere streek waarin ze belandt is als ‘stadse’.

Ik heb vlak na mijn studie enkele jaren in het Oosten van het land gewoond. Weliswaar ietsje noordelijker, in Twente. De 2 streken grenzen aan elkaar, hebben veel overeenkomsten maar ook heel veel verschillen. Ook ik moest erg wennen aan de bijzondere, typisch Twentse gebruiken. Zo leerde ik als verslaggever van de Twentsche Courant Tubantia de foekepot kennen in Goor en hoorde de verhalen over brommers kieken na het weekend.

Vormde haar eerdere boek een heel persoonlijk en ingrijpend verhaal, nu verwijst Barbara Pavinati naar haar nieuwe leven op een luchtige manier. Soms schiet ze een beetje door in mijn beleving, waarbij ze zich soms westerse voordoet dan ze is. Bovendien is het niet altijd de Achterhoek waar het gebruik leeft. Het kan zich over grotere delen van Nederland verspreiden, maar niet in de Randstad.

Of het dan het contrast is tussen de stedeling en de Achterhoeker, is ook de vraag. Het draait eerder om de Randstedeling Barbara die soms wel heel verwonderlijk kijkt naar de gewoontes die haar vriend erop na houdt. Ze ziet het echter graag met de nodige contrasten en wijst dan naar haar afkomst als ‘stadse’. Zie je wel, daar komt het door, zegt ze dan:

Ben ik nu een stadse? In de eerste plaats voel ik me gewoon mens. Eigenaardigheden hoeven in mijn ogen niet per se met de plek waar je vandaan komt te maken te hebben, maar zijn wel een mooie kapstok om ze aan op te hangen. Nu ben ik de uitzondering, in de stad was ik de regel. In de regel was iedereen in de stad namelijk de uitzondering. Als je begrijpt wat ik bedoel. Dus ja, ik ben een stadse in de Achterhoek. De uitzonderlijke westerling die de ongeschreven regels in het Oosten bevestigd ziet. (21)

Met deze bewering zet ze zich apart en ook buiten spel. Dan vraag ik mij af of het inderdaad zo zwartwit is. Ik heb dat zeker niet zo ervaren toen ik als verslaggever op de streekredactie werkte. De dingen die Barbara Pavinati beschrijft, zijn zeker soms best leuk, grappig en ontroerend, maar ze benoemen niet altijd het verschil tussen het westen en het oosten.

De tekeningen die ze bij haar stukjes heeft gemaakt zijn van een ontroerende eenvoud en drukken daarmee precies uit waar het over gaat. Zo is het boekje Een stadse in de Achterhoek een uitzonderlijk boekje van een uitzonderlijke vrouw, die de regel vaker bevestigt dan ze zelf zou willen.

Barbara Pavinati: Een stadse in de Achterhoek. Uitgegeven in eigen beheer. ISBN: 978 1 36 441431 3. Prijs: € 8,95. 54 pagina’s. Bestel

Getto

image

Abdelkader Benali schrijft aan zijn dochter dat zijn idee om je te ontworstelen aan je afkomst, het verloren heeft van de werkelijheid. Het hangt niet alleen van jezelf af. Er is ook nog zoiets als je omgeving.

Toch moet je je proberen los te maken van het ‘getto’ waarin je met eeh half been staat. De afkomst, de geboorte, de mensen om je heen. Voor Abdelkader Benali is het de kunst om verder te kijken over de muren van je omgeving heen:

We zijn allemaal geboren in getto’s, afgebakende ruimtes waarin de buren en de naasten min of meer dezelfde mening over de wereld zijn toegedaan. Het gaat hier om durven kijken naar de wereld vanuit de ogen van de afstandelijke toeschouwer, die zich lat leiden door zijn persoonlijke hartstocht en passie, en niet alleen door zijn afkomst. (104)

Lezen en schrijven helpen je daarbij. Zoals de jonge Abdelkader Benali ontsnapte uit de kamer waarin hij leefde door te lezen. De boeken gaven hem de blik op de wereld om hem heen. Ze hielpen hem om op een afstand te kijken naar de mensen en het getto waarin hij leefde. Het lezen heeft hem hierbij geholpen. Daarmee wordt Amber wel een ander mens dan haar ouders. Zij groeit op met ouders die kunnen lezen en schrijven.

Jij verenigt de orale en de geschreven wereld in je, de wereld van de gift en de wereld van het geld. Bij jou eindigt ook een tijdperk: waren je oudedrs die met hun stem boeken volschreven, jij bent van een ander hout gesneden. (144)

Het einde biedt een nieuw begin. Daarmee probeert Abdelkader Benali juist ruimte te scheppen voor zijn dochter. Ze geloven in een nieuw begin, zelfs al lijkt de wereld om haar heen bruter en wreder dan ooit. Het nieuwe leven biedt kansen, kansen om de wereld te veranderen.

Het is misschien het grenzeloze optimisme dat de schrijver zo bewonderde in zijn eigen jonge moeder. Het optimisme van jonge ouders die geloven in de toekomst.

Abdelkader Benali: Brief aan mijn dochter. Amsterdam, Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers, 2016. ISBN 978 90 295 0561 1. Prijs: € 15. 172 pagina’s.Bestel