Categoriearchief: schrijven

Stekken – #WOT

Zijn buurvrouw brengt op een vrijdagavond een stekkie. Het ziet er klein en armetierig uit. Niet veel meer dan een paar blaadjes stek steken uit het potje dat hij krijgt. Ze hangen treurig naar beneden. De grond in het potje is kurkdroog. Hij laat in het afwasteiltje een laagje water vallen uit de kraan en dompelt het donkere plastic kweekpotje in.

Geen idee wat eruit komt. Ze weet het ook niet. Ze mompelt iets en vertrekt. Zijn buurvrouw heeft hij altijd een rare gevonden. Hij zet de plantenpot voor het raam in de zon. De eerste dagen gebeurt er niet zoveel. De blaadjes trekken wel iets meer omhoog. Misschien lijkt het maar zo.

Hij durft niet zo te turen naar de plant. De volle middagzon schijnt op zijn raam. Hij weet niet of het goed is voor deze plant. Ze is ook vaag geweest wat het nu precies is. Het kan hem ook niet zoveel schelen. Een plant is een plant. Het staat wel mooi dat groen.

Een kleine week en vele waterscheuten later schiet de plant omhoog. Misschien moet er wel een andere pot omheen, denkt hij. De plant wil de ruimte hebben. Hij zoekt in de berging naar iets en komt terug met een halfgebroken aarden pot. De aarde haalt hij uit het plantsoen, met zijn blote handen. Een schepje heeft hij niet.

Dan gaat het hard. De bladeren krijgen mooie stekeligheden om zich heen die niet prikken. De kleine plant wordt groot. Het zonlicht zuigen de steeds breder wordende bladeren op. Het lijkt wel of hij het ding iedere dag ziet groeien, soms wel tot een centimeter of 20. Hij laat het zich goed welgevallen daar achter het raam.

De plant groeit en groeit. De bladeren drukken tegen het raam aan. Er komen bloemetjes. Ze ruiken sterk, een heel eigen luchtje dat hij verder niet kent. Soms meent hij dat hij het weleens rook op de wallen toen hij nog naar de hoeren ging. Maar het is te lang geleden om nog terug te ruiken in zijn herinnering.

Dan wordt er op de deur gebonsd. Heel hard. Het lijkt wel of iemand op de deur trap. Geschreeuw. ‘Doe open, doe open.’ Hij wil de deur openmaken, maar hij haalt hem van de grendel of de deur valt hem meteen in het gezicht. Een stel handen drukt hem naar beneden, trekken zijn arm op de rug, aan de haren. Hij gilt het uit. Wat is hier aan de hand.

Een paar mannen stormen de kamer in, recht naar de plant. ‘Hoe kom jij hier aan?’ ‘Gekregen van de buurvrouw,’ zegt hij. ‘Een stekkie’, roept hij er snel na. ‘Hoezo een stekkie?’ gilt de agent. Een pistool is op hem gericht. ‘Neem hem en en die plant mee’, roept de agent terwijl hij hem onder schot houdt.

Daar gaat hij als een lam naar het slachthuis. Hij tuurt naar het huis van zijn buurvrouw. Het oogt leeg. De agenten drukken hem de arrestantenbus in. Tegenover hem zit een man. Hij herkent hem. Hij woont aan de overkant. En nu je het zegt, inderdaad groeien er ook bij hem van die planten voor het keukenraam. ‘Jij ook’, vraagt hij. De man knikt.

De heisa na de nacht cel. Hij mag weer naar huis, daar wacht de woningbouwvereniging op hem. ‘Je mag geen wiet telen’, zeggen ze. ‘Geen idee dat het wiet was’, antwoordt hij. ‘Ik heb die plant gekregen van een buurvrouw.’ Wie het was, willen ze weten. Hij wil haar niet erbij lappen. ‘Van een paar huizen verder. Ze is verhuisd.’

Daar staat hij dan. Een weekendtas met zijn kleren. Zijn spullen zijn al meegenomen in een dure container. Of hij hier even wil tekenen. Onder een ingewikkeld formulier, wijst de man van de woningbouw waar hij zijn handtekening mag zetten. Hij schudt zijn hoofd.

Die avond kruipt hij in bed bij het Leger des Heils. Misschien weet de morgen een oplossing. Hij mag 2 nachten blijven en ligt boven in het stapelbed. Het is de enige plek van de daklozenopvang die nog niet bezet is. Onder hem steekt iemand een sigaret op. In kleine wolkjes ruikt hij de bloemetjes van de plant voor zijn raam.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: stekken. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Vlinder – #WoT #sprookje #bijhetnieuws

De vlinder Magda slaat haar vleugels extra breed uit. Ze voelt de wind slaan op haar engelachtige voorkomen. De zon schijnt verwachtingsvol door haar vleugels heen. Dit belooft een mooie dag te worden.

Ze geeuwt nog eens goed en zoekt haar ouders. Nu zou je verwachten dat Magda geen vlinder was, maar een rups. Dit is best een ingewikkeld verhaal dat ik hier niet uit de doeken ga doen. Magda is een vlinder en woont namelijk nog steeds bij haar ouders. Wie wie niet kan loslaten, is onduidelijk. Misschien helpt dit verhaal erbij. Al kunnen in sprookjes heel veel dingen en moet je er niet te lang bij stilstaan. Dat doen we dan ook vandaag maar niet. Daar is het veel te lekker weer voor.

Magda wil vandaag haar vlinderjurk aantrekken. ‘Mam’, roept ze in de richting van de keuken waar haar moeder een heerlijk ontbijt klaarmaakt. ‘Heb jij mijn vlinderjurk gezien?’
‘Bedoel je die jurk met die vlinders erop?’
‘Ja, die.’
‘Volgens mij zit die in de was.’

De was is een ingewikkeld iets bij vlinders. Hiervoor werken ze samen met de bijen. Om hun kleren de gewenste glans en zachtheid te geven, gebruiken ze de vetachtige substantie van bijen. Terwijl de bijen ook gek zijn op nectar, levert dat een heel gedoe op.

Magda begint te schelden. Hoe kan het bestaan. Het enige zomerjurkje dat ze heeft, gesponnen van het zachtste zijde dat er bestaat, zit in de was. Ze vloekt binnensmonds, maar hoe zacht ze het ook doet, haar moeder hoort het. Verdorie.

Dan zit er niet veel anders op, dan een list bedenken. Ze gaat naar de wasmand, haalt de jurk eruit. Hij is helemaal vet en verkreukeld. Zijde kreukelt waar je bij staat. Niet tegenop te strijken. Ook weet ze dat je dan de strijkbout minimaal mag laten warmworden. De zijde verschrompelt anders meteen.

Ze trekt de jurk aan. Wat ik niet dacht, denkt ze. Helemaal verkreukeld. Sommige modeontwerpers hebben de kreukels tot kunst gemaakt. Die moeten weer de kleding op een heel speciale manier kreukelen. Ze kijkt nog eens in de spiegel, scheldt nog een keer en loopt naar haar moeder voor het ontbijt.

‘Dat kan echt niet’, zegt haar moeder. En ze heeft ook gelijk. Het kan echt niet. Ze weet het ook niet meer. Misschien toch maar dat naveltruitje. Al etend van haar boterham met hagelslag, loopt ze naar haar kledingkast. Ze trekt het naveltruitje en de korte broek eruit. Maar is het niet te koud voor dit setje? Nee, besluit ze dapper. Het is niet te koud voor dit setje.

Ze voelt de wind luid blazen over haar navel. Dit truitje is veel te kort. Zeker als ze haar vleugel op laat fladderen, dan zie meteen meer dan je eigenlijk mag zien. Ze ziet de begeerlijke mannenvlinders uit haar klas al kijken. Ook langs haar ranke benen voelt ze de wind omhoog trekken. Ze laat haar voelsprieten nog eens de lucht in gaan. Het moet maar.

Ze vertrekt in vliedende vlinderslag richting school. Het lesuur staat op beginnen en ze is nog maar halverwege. Gelukkig heeft ze de wind in de rug en vliegt koortsachtig met de kronkelende slagen naar school. De zon in haar rug doet de rest. Heerlijk die warmte. Soms laat ze zich even meesleuren door een verleidelijke windvlaag. Woeps. Ze weet zich maar net te herstellen. Bijna tegen het wapperende blad van een boom geslagen.

En zo kan het gebeuren dat ze even later in een naveltruitje op de foto staat, terwijl de koning en de koningin op haar school komen kijken. Alle televisiezenders en internetmedia besteden aandacht aan het bezoek van de koning aan haar school. Op nu.nl staat ze groot naast de minister die de koning een hand geeft. Het schoolhoofd staat achter haar. De NOS heeft haar iets kuiser van opzij genomen.

Het is een verrassingsbezoek, niemand mocht weten dat hij langskomt. Magda is ontzettend blij, maar ze weet ook dat ze nu de enige is die in een naveltruitje staat bij dit hooggeplaatste bezoek. Ze weet hoe begeerlijk ze is. Gelukkig heeft ze altijd een lipstick mee. Haar lippen in een zoen en de stift plakt rondjes. Zo valt het extra op dat ze hier staat en niemand anders.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vorige week was is het woord: Vlinder. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Materialisme – #WoT

Aan alle spulletjes zit een verhaal. Een boek, een briefje, een koffievlek, een poster, een aquarium, een appel of een serie briefjes op de koelkastdeur.

Het leven van verzamelen is een poging om iets achter te laten. Als een ekster sleurt de verzamelaar van alles mee zijn nest in om het een plekje te geven. Aan de muur of in de kast. Overal bergt hij zijn kostbaarheden.

Het leven van de dichter en schrijver F. Starik (pseudoniem van Frank von der Möhlen, 1958 – 2018) is een museum. Dat bewijst de tentoonstelling in het Amsterdamse stadsarchief wel. Net als het prachtige boek met gedichten en heel veel foto’s.

6 vitrines leven

Foto’s van documenten, brieven, enveloppen. Foto’s van foto’s. Een aquarium, een mailtje. Alles zit in het boek. De 6 vitrines in het Amsterdams stadsarchief doen de rest. Uitgesneden in lagen over elkaar verrijzen heuse kunstwerken. Het appartementencomplex van de ziel.

En al die spullen. De dingen waar ik mij een jaar of 5 terug van bevrijdde. Jarenlang sleepte ik met die beroemde dozen, meegezeuld van verhuizing naar verhuizing. Ongeopende tijdboxen die op zolder een laagje stof sparen. En wat zit erin.

Het verschil met het huis van F. Starik dat bij zijn overlijden leeggehaald is, is dat ik zelf opruimde en de tijd schifte. Sommige dingen weggaf. Duizenden boeken van mij kregen een bestemming op de verkooptafel voor het opknappen van het Knipscheer-orgel.

De boeken die overbleven van Starik: Eenzame uitvaart en een andere bundel over eenzame uitvaarten van zijn hand. Het is een schamele hoeveelheid waar sinds zondag een nieuw boekje is bijgekomen: Leven als museum.

Eigen altaartje

Ik heb contact met zijn weduwe, de dichteres Vrouwkje Tuinman. Ik wil wel een boek van die bijzondere uitgave: Leven als museum. Ze schrijft er zo liefdevol over. Het lijkt me wel wat. Zeker omdat het zweeft tussen een egodocument vol met foto’s, papieren en andere gedenkwaardige afbeeldingen. Ik wil dat wel. Helemaal omdat er bij het boek een prachtige pop-up zit die je kunt openklappen waaruit de letter F oprijst. Een innemende constructie waarmee je je eigen altaartje maakt.

Dat is toch wel het doel van een museum, het leven zin geven, het leven vastleggen. Ook als je er niet meer bent, blijft het over. Net al als het schrijven, een afdruk achterlatend die de mensen na je ook zullen begrijpen. Of zoals Vrouwkje het zei bij haar presentatie bij de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ in het Stadsarchief Amsterdam: ‘Ik vroeg de fotografe Andrea Stultiens of ze wilde komen. We moeten het huis nu fotograferen voor het onttakeld wordt. Vanaf nu is er steeds een stukje minder van hem. Daarom moeten we er nu mee beginnen het vast te leggen.’

Het hoofd binnenstappen

Het huis laat op dat moment precies zien hoe F. Starik zich op dat moment voelde. Waar hij mee bezig was. ‘Het is alsof je in zijn hoofd binnenstapt dat altijd in aanbouw is. Het project is ook niet klaar. Het gaat altijd door.’

De onttakeling van het huis is een deel van het verhaal. Starik is geen verzamelaar zoals er veel zijn. Hij is ooit begonnen met een project in een leegstaand huis voordat het gesloopt werd. Het werd het Starik Museum; een leven als museum. Hier stalde hij in 1992 en 1993 allerlei voorwerpen uit zijn leven.

Het museum vertelde aan de ene kant zijn verhaal en aan de andere kant juist niet. Soms is een voorwerp een voorwerp, maar vertelt het altijd een verhaal? Het verhaal doet er soms juist afbreuk aan. De gieter die in de deuropening staat, staat daar. Moet de toeschouwer dan het verhaal erbij weten, of mag hij dat er zelf bij verzinnen?

Verbeeldingskracht

Het vraagt ook veel verbeeldingskracht van de kijker. Dat zie je ook terug in bijvoorbeeld musea. Kijkers worden gestuwd door verhalen, lopen met koptelefoons rond, zien hun omgeving niet eens en kijken rond met een lege blik als vissen in een vissenkom.

De verhalen die bij het kunstwerk zouden horen, zijn dat ook de verhalen die de kijker bij het kunstwerk ziet? De kijker heeft net zo’n grote rol als degene die de tentoonstelling inricht. De laatste hoeft niet altijd het verhaal te vertellen, maar de toeschouwer zijn eigen verhaal laten maken.

Dat zie je ook terug in de tentoonstelling in het Stadsarchief van Amsterdam. Het gaat om enveloppen, brieven, posters, kattebelletjes, schetsen, korte notities, een bonnetje, een bankafschrift, schoenen, overhemden, maatpakken en andere dingen zoals die in elk huis rondzwerven.

Vastleggen

De grens tussen het ‘gewoon’ ontruimen van een huis na een overlijden – waar heel veel mensen over kunnen meepraten – of het vastleggen van een huis hoe het erbij staat voordat het wordt leeggehaald. Het fotograferen van het huis van de overledene zou ik iedereen aanraden. Het geeft namelijk ook een inkijkje in iemands leven.

Ik weet ook, op dat moment ben je daar helemaal niet mee bezig. De banken, de stoelen, het bed, de kasten, boeken, paperassen en snuisterijen moeten weg. Het huis moet leeg en schoon. Dat zie je ook terugkomen in het boek Leven als museum.

Je ziet foto’s van een huis dat kaler en kaler wordt, zijn inwendige verliest. Het is de energie die je voelt als je in oud huis komt wonen. De geur, ervaringen en het leven van de oude bewoners is er nog. Het zal geleidelijk het huis vervluchten en plaatsmaken voor jou als nieuwe bewoner. Iets wat je helemaal niet zo ervaart als je in een nieuw, versopgeleverd huis komt wonen.

Schuilend leven

De tentoonstelling in het Stadsarchief Amsterdam vult het boek mooi aan. Of het vormt een inleiding hierop. Je ziet de dingen: een jasje, een hemd. De achtergelaten medische apparatuur na zijn overlijden. De bril en de schoenen. Of posters, stempelapparaten, notitieboekjes, een pen. Overal schuilt iets van zijn leven.

Dat maakt musea ook zo inspirerend. Vooral huismusea zoals Huis Doorn of het Patriciërshuis in Dordrecht. Je ziet het leven uit die tijd. Je ziet de persoon. Het leven als museum. De spullen die overblijven en het verhaal vertellen. De spullen die de persoon die er niet meer is, aanwezig houden.

Dat zegt Vrouwkje Tuinman ook bij de presentatie in het stadsarchief waar de tentoonstelling ‘Eeuwig in aanbouw’ is van 6 vitrines, evenveel schuiflades en wat objecten. ‘Dit hele project is voor mij ook een manier om hem in leven te houden.’

Vergankelijkheid van een mandarijn

Zo grasduinend door de spullen, leert ze hem ook beter kennen. ‘Dan vind ik iets uit 1978 en dan denk ik: o, daar was je toen al mee bezig.’ Ze illustreert het aan de hand van de foto’s van bedorven fruit waar Starik een obsessie voor had. Wekenlang kon hij de vergankelijkheid van een mandarijn volgen.

Op het filmmateriaal dat ze laat zien bij de presentatie, volgt hij het leven in zijn aquarium: de groei van algen, de komst van een appelslak, de vervuiling van de steentjes op de bodem. Beeldmateriaal dat wordt gedigitaliseerd. Meters Video8-band.

Het roept de vraag op wat je kunt bewaren en wat niet. De schifting die ik een aantal jaren geleden maakte, was lastig. Spullen wegdoen is ook het loslaten van een deel van je leven. Zo voelt het als je je eigen huis opruimt. Ook spullen mogen er zijn, maar niet tegen elke prijs. Soms kan de rotzooi opruimen, heilzaam werken.

Net als wat Vrouwkje gedaan heeft met veel spullen van Starik heb ik ook heel veel documenten gefotografeerd en op die manier vastgelegd en behouden. Het roept niet die herinnering op die het oproept als je het echt vasthoudt, maar geeft een prima vervanging. En neemt minder ruimte in.

Zo blijven de spullen toch een beetje bewaard.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Materialistisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Hans en Grietje Revised, een sprookje – #WoT

Ze hebben geleerd van de vorige keer; onderweg maken ze overal tekens. Niet de steentjes van de vorige keer, maar een kruis met een krijtje op de boomstam. Hans heeft een pak krijtjes gevonden op zolder. Zo kunnen ze de weg weer naar huis vinden.

De tekens staan in geheime letters op de boomstammen en palen onderweg. Op de juiste hoogte; de knie van Hans. Daarna vervolgen ze de tocht. Vader gaat wel heel hard. Ze proberen zijn tempo bij te houden. Het zweeft tussen snelwandelen en rennen in. Soms pakken ze een paar passen in een rentempo om de achterstand in te halen. Zeker als Hans een teken op een paal of boom heeft gekrast.

Als ze op de plek zijn gekomen dat zijn vader zegt dat ze even wat moeten uitzoeken en ineens verdwenen zijn, begint het riedeltje van de vorige keer weer. Ze lopen terug. Op de palen staan de tekens zoals ze zelf aangemaakt hebben. Erboven staat ook wat. ‘Zie jij wat het is?’ vraagt Grietje als ze langs een nieuw teken lopen.

Het zijn woorden die ze niet snappen: ‘intrinsiek’, ‘geïsoleerd’, ‘laaghartig’ en ‘paranoïde’. Keurig onder de eerste letter die hij opgeschreven heeft. Is het een opdracht? Waarom staan die woorden er. Ze weten het niet. Grietje vraagt Hans wat ze betekenen.

Hans weet het ook niet. Soms proberen ze het raadsel zelf op te lossen. ‘biologeren’ bijvoorbeeld. Hij staart naar het woord. ‘Misschien is het wel een bio die gaat logeren.’ ‘Maar wat is bio?’ vraagt Grietje. ‘Dat is dat vak op school over plantjes en dieren en zo.’

Vlak voordat ze de omgeving herkennen en weten dat ze thuis zijn, staat er wel een heel bijzonder woord: ‘fantasierijk’. ‘Dat is het land van de koning waarin iedereen iets is’, weet Grietje heer zeker. Ze kijkt nog een keer naar het eerste stukje van het woord.

Ze volgen hier niet hun tekens, maar slaan hier juist af. ‘Misschien is het daar’, zegt Hans. Daar verderop zien ze een huisje dat je kan eten. Dat huis waar je zo’n honger van krijgt en die uiteindelijk tot hun opsluiting leidt. Dit durven ze later niet te zeggen als het sprookje met hun namen wordt opgetekend. Dat het de woorden zijn die je op een dwaalspoor brengen.

Nee, liever iets met broodkruimels die opgegeten zijn door de vogels. Zo fantasierijk zijn ze wel.

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Dit is mijn 2e over dit woord. Lees ook de vorige: Crypta en de grot. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Crypta en de grot, een sprookje – #WoT

Het meisje Crypta woont in een grot. Eigenlijk heet ze Crypta Angonica, maar dat vindt ze te crypisch. Daarom heeft ze het ingekort tot Crypta.

Ze heeft niet altijd in een grot gewoond. Crypta is geboren op het strand van de Balearen. Het precieze eiland hebben haar ouders nooit willen vertellen.

De dag na haar geboorte, zijn ze meegevoerd door de winden. Grote winden die ook nog eens flink stonken. Uiteindelijk belanden na nog wat extra omzwervingen in de grot.

’s Avonds voor Crypta gaat slapen, steekt haar moeder het vuur aan. Dan tekenen hun lichamen grote schaduwen tegen de bobbelige wanden van de grot.

Haar vader lijkt een monster. Haar moeder verandert in een dun plankje dat over de wand schuift als ze wegloopt van het vuur. Tot ze wegvalt in het donkere gat. Wat daarachter zit, weet niemand. Crypta heeft geen idee. Eigenlijk zou ze zou het dolgraag willen weten.

Op een avond als haar vader zich eindelijk neervlijt onder het berenvel en haar moeder de plank, naast hem kruipt, staat Crypta voorzichtig op. Ze merkt dat het vuur haar volgt. Een schaduw van een rond balletje op de grotwand.

De bal springt over een oude rotstekening, maakt een koprol en rolt verder in de richting van het grote gat. Crypta hoort hoe haar voeten over de grond schuiven. Een steentje rolt voor haar uit. In de verte een plons. Zou dat het steentje zijn?

Het blijft heel stil. Crypto schuifelt verder. Geen hand voor ogen ziet ze. Het duister schrokt haar op. Voor en achter haar, is het zwart. De kou van de stenen om haar heen, grijpt haar tenen. Haar vingers raken ook versteend. Ze vraagt zich af of haar adem ook niet meteen bevriest als uitademt. Zal ze nog een stap verder gaan?

De geheimen geven zich niet prijs. Ze zet nog een stap vooruit, maar voelt alleen maar de rotswand. Net zo koud als de rest. De uitstulpingen op de wand voelen als de achterwand van een tijdelijk parlementsgebouw eruit ziet. Zo bultig, kil en zonder mededogen. Als ze omdraait en kijkt waar ze vandaan komt, ziet ze het smeulende vuur voor de dunne grotopening in de vorm van een oor.

De takken bewegen zacht in het nachtlicht, ziet ze als ze door de ingang van de grot heenkijkt. Het is verder weg dan ooit, maar ze ziet veel meer dan hier. Ze besluit om te draaien en terug te keren. De geheimen die in dit duister vestopt liggen, zijn teveel voor haar.

De grote berg die tegen de wand rust, komt langzaam in beweging als ze weer langsloopt. De plank volgt haar. ‘Wat doe jij hier?’ vraagt haar moeder.
‘Ik wil weten wat er in het donkere gat is’, antwoordt Crypta.
‘Dat weet niemand’, zegt haar moeder. ‘Niemand die in het gat is gegaan, is er ooit weer uitgekomen.’

WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is het woord: Cryptisch. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Wijsheid – #WoT #sprookje

Wijsheid staat vanmorgen extra vroeg op. Het belooft een heel mooie dag te worden voor haar. Ze tikt Domheid, die naast haar ligt aan. ‘Kom op, eruit.’ Hij opent traag zijn ogen. ‘Nog even’, mompelt hij. Ze trekt aan zijn schouder, maar hij drukt zich alleen maar dieper onder de warme wol. De warmte van de nacht omringt hem. ‘Laat me’, gromt hij.

Ze stapt met haar voeten op het koude zeil. De dag praat nog niet. Daarvoor is het te vroeg, weet ze. Het gordijn beweegt op de wind van het open raam. Onder het gordijn ziet ze hoe het al een beetje licht wordt. Als ze het gordijn opentrekt, verraadt de dageraad dat de dag begint.

Eerst wassen en tandenpoetsen, denkt Wijsheid terwijl ze op de wc haar ochtendplas laat gaan. Het water klatert dat het een lieve lust is in het fonteintje. De druppel tandpasta ter grootte van een kleine erwt op de tandenborstel. En poetsen maar.

Ze opent de achterdeur. De zon verschijnt al achter de bosrand. Haar stralen schijnen dwars door het winterbos heen. Die rode bol waar je nu nog zo goed in kunt kijken, trekt omhoog achter de bomen. Wijsheid ziet haar stijgen. Een zachte wolkenkrans als een dekbed om haar hals geslagen. De morgen begint, fluit Wijsheid. Hier begint een mooie dag.

Als ze even later fris en fruitig de laptop opstart voor haar werkdag, flikkert het scherm op. Er wacht een update. ‘Installeer hem zo snel mogelijk, want anders…’, dreigt het scherm donkerblauw. De zon schijnt al naar binnen door het keukenraam. De fluitketel blaast dat het water voor de thee kookt. Wijsheid drukt op de knop. ‘Installeer en activeer’.

Haar laptop schakelt vanzelf uit, briest en blaast door het kleine ventilatortje aan de rechterkant. Het scherm schiet vlug aan en uit. Allerlei mededelingen in een geheimtaal doorkruisen de blauwe kleur van zojuist. Hier wordt hard gewerkt, ziet Wijsheid. Hier moet ze vooral niet tegenin gaan. Daarom maar eerst een kopje thee en een boterham met hagelslag.

Ze pakt in de nood maar een dichtbundel om het wachten te veraangenamen. Terugkerend naar haar computer een klein halfuurtje later, toont het scherm een zandloper en een draaiende rondje, waarboven 23% staat. Hier is geen dichtbundel tegen opgewassen. De online teamsvergadering begint zo dadelijk. Daarom maar beginnen via het mobieltje, denkt ze wanhopig.

De vergadering is bijna op zijn eindje als de computer vraagt om een herstart. Dat schiet zo niet op. Wijsheid zucht. Iets te duidelijk. De anderen op het teamsscherm zien haar zuchten ongetwijfeld. Gelukkig merken ze niks op, maar Wijsheid vermoedt dat ze het merken. De vergadering is voorbij, maar de laptop doet niks.

Weer een kop koffie. De apparatuur die het laat afweten. Waar moet ze met al haar wijsheid heen als de apparatuur niet bereikbaar is. Kan ik jullie geen moment alleen laten, denkt ze als ze na een kop koffie weer bij haar computer is en het scherm iets ongeduldigs flikkert. Het zijn de slapende discipelen terwijl hun meester de ene beproeving na de andere te verduren krijgt. De software is gewillig, maar de hardware is zwak.

Er zit niks anders op dan de afdeling IT te bellen. Ze voert keurig alle nummertjes in die het bandje aan de andere kant van de telefoonlijn vraagt. Weer wachten, een nieuw deel uit het pianostuk van Mozart. Eindelijk als ze de hulpman aan de lijn krijgt, knippert het scherm weer een opgevende mededeling. Ik geef het niet op, denkt ze.

Verdwaald in haar eigen verbinding, start ze opnieuw op. De man aan de andere kant van de lijn heeft geen tijd. Het moet goedkomen, anders belt ze hem weer. Hij kan deze melden afvinken. Ze kijkt weer naar een zandloper. Als eindelijk weer een nieuw blauw scherm knippert met onheilspellende profetieën erop, schreeuwt ze het uit. Geschrokken staat Domheid naast haar computer.

Hij heeft zijn pyjama nog aan. ‘Wat sta je toch te schreeuwen’, zegt hij geërgerd. Hij tuurt naar het scherm en drukt op een knop. Dan nog één en ineens gebeurt waar ze al die tijd op gewacht heeft: het inlogscherm verschijnt.

#WoT

Bij de #WoT schrijven bloggers over een woord of een foto. Elke donderdag verschijnt een nieuw woord waarover je kunt bloggen. Vandaag is dat Wijsheid. Doe ook mee op writeonthursday.wordpress.com

Nu even niet – een kerstverhaal

Ze buigt zich naar voren. Duidelijk gevalletje verzwikt. Terwijl het zo verschrikkelijk druk is. Het ene pakje na het andere voert ze aan en brengt ze naar elk huis dat erom vraagt. Compleet met de sterrenregen en glitter. Het is ook zo’n gedoe om haar pakje een beetje schoon te houden.

Hij is geen goede werkgever. De pakjes dijen uit in grootte. Elk jaar de dozen nog een maatje extra. Je kunt er bijna niet meer overheen kijken als je een doos voor je houdt. De portemonnees bollen groter en groter en dat dikt de wensen aan. Is er nooit een moment van genoeg? Is ‘meer’ het enige verlangen? Zit geluk in grote dingen?

Zo groeit kerst steeds meer uit tot het feest der verplichtingen en plichtigen. Dit, dat en dat. Het gaat maar door. Onverminderd. Hoe haar baas de aandacht vraagt van iedereen. Die buik in dat pak en die grote, witte baard. In de verste verte lijkt het niet meer op waar het vandaan komt. Coca Cola heeft van de goede daden een goedlachse dikkerd gemaakt die alleen maar meer wil.

Het is een sprookje dat cirkelt om het verhaal van een geloof. Is er nou een kindje geboren of draait het om het kopen van spullen en eten? Het is niet meer ‘vrede op aarde’ maar ‘vreten op aarde’. Hoe voller de dis hoe leger de geest. Hoe meer cadeaus hoe meer de geest verdooft.

Ze is weer in de bestelbus gekropen. Daar zit ze dan. In die dure villawijk. Het regent. Geen witte kerst dit jaar. Dat is alleen als de natuur en commercie op 1 lijn zitten. Ze weet nog die ene keer. Ze gingen nog naar de kerk. Naar de ochtenddienst moesten ze lopen door de hoge sneeuw. Haar opa en oma liepen mee. Ze logeerden die kerst bij hun. Ze kozen de kerk uit die het dichtste bij was, zo konden ze lopen. De gladheid wilden de oudjes wel overwinnen. Grote hopen opgeschoven sneeuw voor de ingang van de kerk. Met stampvoeten naar binnen om het ergste van de aangekoekte sneeuw van de schoenen te kloppen.

Het doet echt zeer, haar enkel. Het licht van de bestelwagen schijnt op haar. Ze kijkt nog eens goed. Krijgt ze het voor elkaar om de wagen binnen te klauteren? Hij zit nog propvol met bestellingen. En haar baas heeft het nog zo nadrukkelijk gezegd: de mensen zitten te wachten op de cadeaus.

Het is niet aan te zeulen al die bestellingen. De veel te grote doos die ze droeg. Ze kon er niet overheen kijken. Het donker zorgt ervoor dat je niet meer ziet waar je loopt. Precies daar is ze door haar enkel gegaan. Met moeite in de auto teruggekropen, probeert ze het weer. Ze zal wel moeten. Anders redt ze het niet meer vanavond.

Ze strompelt naar de deur en vraagt een koud washandje. Ze laten haar buiten wachten. Het mag ook niet, het virus staat niet toe vreemden zomaar binnen te laten. Ze drukt het washandje tegen haar voet. Het verlicht de ergste pijn. Ze probeert het weer verder.

Het elfenpakje is natgeworden van de regen. Het idee was best leuk om in dit maffe carnavalstenue de pakketjes te bezorgen vanavond. Nog een beetje humor. De klanten reageren wisselend. Sommige kijken je niet eens aan. Een kind dat mij ziet lopen, zwaait enthousiast en roept iets. Daar doe je het voor.

Nog een paar adressen en dan is het voorbij. Haar telefoon flikkert en trilt. Het is hem. Ze drukt zijn nummer weg. Ze voelt haar enkel branden. Nu even niet.

Kerstverhaal

Ik doe mee met het blogkerstmis kerstverhaal. Ik koos voor het kerstelfje van de Kerstman, met een eigenwijze twist eraan.

Lees de andere verhalen

Klein Dochteren – IM A.L. Snijders – #ZKV

In de tijd dat ik een baantje had bij een heus museum, reed ik 3 keer per week het stuk van Almelo naar Angelo. Een eind van 80 kilometer, waarbij ik de eerste 25 op de snelweg reed en de rest over 80-kilometerwegen. Langs Lochem, Zutphen en Doesburg om uiteindelijk achter de IJsseldijk in het kasteel bij Angerlo terecht te komen.

Vlak achter Lochem, ligt Klein Dochteren, een bijna niet noemenswaardig plaatsje. Je rijdt dan over de N236 langs een indrukwekkend landhuis uit de jaren ’30. Het schijnt dat daar tegenwoordig een commune in verblijft. En daar in de buurt woont dus de beroemde schrijver van korte verhalen, zeer korte verhalen zoals hij ze noemt: A.L. Snijders.

Niet geweten op de ochtenden dat ik daar reed. Misschien dat hij op enkele honderden meters afstand van mij rondtufte op zijn tractor. Na het houthakken en de kippen voeren. Een ZKV in het hoofd en later aan het papier toevertrouwend terwijl hij door het kleine keukenraampje van zijn boerderijtje naar buiten keek.

“Er rijdt een rood autootje door de ochtendmist. Waar zou hij heen gaan?”

De schreeuwende stilte

Zo’n droom: eens de Jan Hanlo Essayprijs binnenhalen. Ik stuurde dit jaar mijn bijdrage over het onderwerp: de stilte. Een prachtig onderwerp waar ik veel mee heb. Naast mij stuurden 120 anderen een essay. Ik behoor helaas niet tot de genomineerden. Vanavond is de uitreiking van de prijs. Ik ben heel benieuwd naar de winnaar.

Toch wil ik graag mijn bijdrage graag delen, vandaar dat ik hem hier publiceer. De titel luidt: De schreeuwende stilte. Ik wens je veel leesplezier.

Heb je opmerkingen om mijn essayschrijfkunst te verbeteren en volgende keer meer kans te maken? Laat gerust een berichtje achter in de comments. Dan droom ik ondertussen even verder.

De schreeuwende stilte

Laten we beginnen met een korte wandeling. Gewoon een klein rondje naar het nabijgelegen park en terug. Het is een loopje van een kwartiertje op een mooie zomermiddag. We houden onze mond en stappen het huis uit. Er vliegt een vliegtuig over. Op de parkeerplaats achter het huis, start een auto. We horen het suizen van een airconditioning bij het huis van de buurman. Verderop parkeert een vrachtwagen met een piepend signaal achteruit. We steken de weg over. Een aantal auto’s passeert ons. Eentje claxonneert omdat we volgens hem te nonchalant oversteken. We komen bij het fietspad. Een elektrische fiets rijdt voorbij. Bij elke trapbeweging die de fietser maakt, klinken de hoge gillen van de aandrijving. Een scootmobiel zoemt ons tegemoet. Het is druk op het fietspad, een opgevoerd brommertje passeert ons met een knallende uitlaat.

We lopen het park in. Het ligt bij een spoorwegviaduct. Er dendert een trein overheen. Nog een vliegtuig vliegt over. Het is de vijfde in de paar minuten die we nu lopen. Als je omhoog kijkt, zie je de volgende aan komen vliegen. Het is blijkbaar een drukke vakantiedag met veel vakantiegangers van en naar een midweekje Majorca of Turkije. Aan de andere kant van het park loopt de rondweg. Een voortdurend geraas, geknor en gepruttel van auto’s en piepende remmen bij het stoplicht. Gebrom van de stilstaande stationair draaiende auto’s. De twee tonen van een ziekenwagen die er langs moet, meteen gevolgd door de sirene van een politiemotor. Je kijkt te laat op om ze te zien, maar je hebt ze al gehoord.

We lopen weer terug naar huis. Twee honden rennen blaffend achter elkaar aan. Hun baasjes roepen. Een groepje mensen zit te picknicken op het gras en praat. Er klinkt een dreun uit de grote speaker naast de picknickmand. Vanuit het buitenzwembad achter de rondweg, klinkt gegil en geplons. Weer terug in de wijk, passeren we de buurman die zijn heg aan het snoeien is met een elektrische trimmer. De man ernaast is met zijn grommende grasmaaier in de weer. Een meisje loopt langs ons. De koptelefoon die ze draagt, tikt en jammert. Uit het huis iets verderop giert een boor door de betonnen muur. We zijn bijna thuis. Opeens barst vanuit het stadscentrum luide muziek los. Hard bonken en hoog jengelen; er is een festival begonnen. We slaan opgelucht de deur achter ons dicht. Eindelijk rust. We horen het bonken van het festival binnen doorgaan, maar als je er niet teveel oplet, dringt het niet tot je door. Net als de wasmachine die boven aan het centrifugeren is, de droger die draait, de koelkast die bromt en de brandmelder op zolder die waarschuwend piept. O ja, daar moet een nieuw batterijtje in. Het ding piept nu al een hele week elke dag een paar keer.

Allemaal alledaagse geluiden die ons de hele dag omringen. Zelfs als we in bed liggen, horen we het suizen, zoeven, piepen, rommelen, grommen en brullen van alle apparaten, voertuigen en machines om ons heen. Wees maar eens stil en luister. Het zal je verbazen wat je allemaal hoort. En vrijwel alleen hoor je geluid dat de mens met al zijn apparaten maakt.

Ander geluid

De rest heet stilte. Geen absolute stilte. Het is meer een ander geluid, zoals het fluiten van de merel op het dak van het huis, de burlende edelherten uit het naburige natuurgebied, de schreeuw van de reiger als hij over het huis vliegt, de gil van de nachtuil in de warme zomernacht.

Lawaai is meer dan lawaai. Het staat symbool voor de onrust van de moderne mens. Zo is vakantie voor veel mensen niet compleet zonder weggaan. En dan niet de achtertuin of de Veluwe. Nee, de reis moet naar het buitenland met het vliegtuig. Toerisme is goed voor de portemonnee en die nieuwe camper is nodig voor de economie. Het moet mooier en grootser. De weelde smacht altijd naar meer met bijbehorende apparaten.

Stuk voor stuk produceren al die apparaten hun eigen karakteristieke geluiden. Het ene nog gekker dan het andere; een kleine analyse alledaagse geluiden: de pelletkachel zoemt, de ventilator suist, het koffieapparaat bromt, de luchtververser loeit, de computer blaast, de warmteboiler tikt, het mobieltje trilt, de laptop begint ineens muziek af te spelen en de telefoon rinkelt of musiceert. Allemaal geluiden die elk moment van de dag te horen zijn. Niet altijd allemaal gelijktijdig, maar wel in verschillende combinaties. Bij het koken formeren bijvoorbeeld de waterkoker, de afzuigkap, de inductiekookplaat en de oven zich tot een gezamenlijk koor, waarbij de koelkast met zijn ondertoon begeleidt.

Kan het nooit eens stil zijn!

Onevenredig

Het verlangen naar rust en concentratie zoeken we in de natuur. Heerlijk uitwaaien. Maar ook in de natuurgebieden is een onevenredige drukte. Maak maar eens fietsritje door de Utrechtse Heuvelrug. Geen wild dier te zien, maar de mensenmenigte vergezelt je overal. Voor je, naast je, achter je en boven je; overal zitten ze. Als het ratten waren, sloeg je doodsangsten uit. Sommige winkelstraten zijn rustiger dan wat je in het bos aantreft op een mooie zomerdag. En bij alles vergezellen die mensen zich met hun apparaten, die als een perpetuum mobile om hen heen dralen en draaien. De mens waar alle apparatuur omheen cirkelt als de ringen en manen bij een planeet.

De mens omringt zich nou eenmaal graag met geluiden. De verslaving aan apparaten en de bijbehorende energie die nodig is om de apparaten aan de praat te houden, hebben de druk die de mens continu uitoefent op de aarde blijvend verandert. Elke roep om iets te doen aan die voetafdruk, krijgt direct een antwoord van de apparaten. Hoe harder we om de stilte vragen, hoe harder het lawaai brult om het stille protest te overstemmen. En wie het hardste schreeuwt, wordt gehoord.

De oproep om minder te gebruiken, strandt dan snel in een heilig voornemen. Eigenlijk gebruiken we alleen maar meer. De vraag om te verstillen en de rust meer ruimte te geven, werkt zelfs tegenovergesteld. In plaats van de meest logische oplossing – minder apparaten – zijn er alleen maar meer en energieslurpende lawaai-apparaten bijgekomen. De oplossing in de techniek zoeken, is tot op heden vruchteloos. Een apparaat bestrijden door een ander apparaat te maken, lost namelijk niks op. Sterker nog: het nieuwe apparaat functioneert naast het apparaat dat het zou moeten vervangen. Het zadelt ons uiteindelijk op met meer apparaten.

De hoeveelheid apparaten om ons heen is zodoende explosief gegroeid de laatste 20 jaar. Neem bijvoorbeeld de bezem. Deze is vervangen door de bladblazer; het meest nutteloze apparaat dat er bestaat. Bladblazers maken geweldig veel kabaal en stinken verschrikkelijk. De mensen die ze bedienen, dragen gehoorbescherming, maar de rest van de omgeving moet dit geluid maar verdragen. En na afloop van het karwei legt de wind de blaadjes allemaal weer waar ze lagen.

De gratie van lawaai

Al die apparaten bestaan bij de gratie van het lawaai dat ze maken. Er ligt een rechtstreeks verband tussen het imponerende van een apparaat en het geluid dat hij verspreidt. Geluid verbindt het ego van de mens met het apparaat. Een auto moet lawaai maken. Als het te stil is, ervaart de bestuurder het niet meer als autorijden. Er zijn zelfs elektrische auto’s waarbij het geluid van de draaiende motor uit de boxen kunstmatig wordt opgewekt. Uit verlangen van de bestuurder; hij wil iets horen als hij het gaspedaal indrukt.

Veel van die apparaten stralen agressie uit. De herrie, de snelheid en het supersonische moeten imponeren. Sterker nog, ze moeten slachtoffers opleveren. Het is de agressie die ervoor zorgt dat iemand met veel lawaai alle ruimte krijgt. Het is niet sociaal om de wereld tegemoet te treden met veel kabaal, maar het is wel algemeen maatschappelijk geaccepteerd. Een auto krijgt altijd voorrang. De voetganger en fietser wachten netjes op hem. Anders moeten ze het met het ziekenhuis of de dood bekopen. Een vliegtuig mag zonder schaamte over je huis vliegen, ook al lig je erin te slapen of op sterven. Het lawaai gaat onverminderd voort en maakt geen uitzondering voor ras, geloof of geslacht. Het vliegt over omdat het nu eenmaal mag overvliegen.

De toestemming om dit te mogen doen, ligt besloten in het recht dat de herriemakers zich toeëigenen. Ik mag er langs omdat ik veel kabaal maak en gevaarlijk ben. De rust van een ander hoor je niet als je zelf veel herrie produceert. Je hoort weinig vanuit een auto. Je sluit je letterlijk af van de buitenwereld. Zeker als je daarbij ook nog in je ingeblikte domeintje eigen geluiden produceert uit de luidsprekers in de vorm van muziek.

De tegenhanger van dit alles is de rust. Zij is niet opgewassen tegen al dit lawaai. De stilte zwijgt. En wie zwijgt stemt toe. Stilte is de kracht van de stilte, maar ook haar zwakte. Als je niet van je laat horen, hoort niemand je. Het is de hele maatschappij die ervan doordrenkt is. Opkomen voor jezelf, veel kabaal maken, jezelf op het podium zetten; dan ziet en hoort iedereen je. Je moet de ruimte opeisen, anders krijg je hem niet. Dus vlieg maar door de lucht van een ander, rij maar hard door de straten en gil maar heel luid op een stille Dam. Het mag. De stilte antwoordt niet. Zij krijgt het zwijgen opgelegd en is doorbroken op het moment dat de lawaaimaker komt.

Afsluiten

De remedie tegen al die herrie is de koptelefoon. Sluit jezelf van de wereld af en maak je eigen geluid. Of maak de stilte en zet een koptelefoon op met ‘noise cancelling’; een tegengeluid zodat je het hinderlijke geluid niet meer hoort. Of prop miniboxjes in je oor waarmee je de herrie om je heen bestrijdt met je eigen kleine herrie. Dicht in je oor verstopt. Zo heeft niemand er last van. Denk je. Maar er is weinig hinderlijker dan iemand met van die oortjes of een koptelefoon waar een jengelend, kloppend of tikkend gedreun uit komt in een volle trein. Hij ziet, hoort en voelt niks anders dan de tsunami aan geluid waarmee hij zichzelf laat overstromen.

Maar hinderlijk of niet, kijk eens rond op straat. Overal mensen die lopen en fietsen met oortjes in hun oren. Met of zonder draad, oortjes zorgen ervoor dat je bent afgesloten van de buitenwereld met haar verscheidenheid aan geluiden. Je loopt of fietst rond in je eigen bubbel. Werp maar eens een vluchtige blik in de kantoortuin. Het zal je opvallen hoeveel collega’s een koptelefoon of oortjes dragen. De oortjes vergroten de onbereikbaarheid. Ieder leeft in zijn eigen gesloten wereldje. Maar geluid met tegengeluid bestreden, geeft geen stilte. Het bespaart je ander geluid.

Het blijft niet bij een tegengeluid direct in het oor. De reactie komt op een andere manier. Ieder mens reageert anders op geluid. Er zijn twee bewegingen waarop de Middeleeuwse mens reageert op problemen waar ze geen of weinig invloed op heeft, schrijft Hella Haasse in haar historische roman Het woud der verwachting: die van schuldbesef en boetedoening aan de ene kant en die van uitbundigheid en ongeremdheid aan de andere kant. Dat zie je ook in de reactie van de hedendaagse mens op problemen.

De moderne mens die zich onderdompelt in schuldbesef en boetedoening, denkt dat wij zelf deze toestand veroorzaken. Het is een straf van God of de natuur. De apocalyps voltrekt zich niet in één dag, maar is een geleidelijk proces van tientallen, misschien wel honderden jaren. Het eindresultaat is niet een wereld die vergaat, maar de mensheid die langzaam ophoudt te bestaan. Ga daarom nu nog aan de slag, voor het te laat is. Je kunt er nog iets aan te doen. Al weten we dat deze boodschap al tientallen jaren geroepen wordt, is het misschien al niet te laat?

Vandaag nog beginnen, is de boodschap. Maar in de praktijk lijkt het onmogelijk om echt iets te beginnen. Alleen het gat in de ozonlaag is effectief teruggedrongen door andere giftige drijfgassen te gebruiken. Maar de meeste milieuproblemen zijn niet of beperkt opgelost. Het is nog niet te laat, roept David Attenborough in zijn Netflix-documentaire Our Planet uit 2019. Maar het is om moedeloos van te worden. De boetedoeners proberen nog zuiniger te leven. In elk geval met meer schuldgevoel. We moeten zuiniger op de planeet te zijn. We hebben er maar één van, maar we doen alsof er een nieuw rijtje planeten op ons wacht voor als deze bedorven is.

Het is allemaal koren op de molen voor die andere groep: de uitbundige levensgenieters. Zij zien alle reden om nog achtelozer met de wereld om te gaan. Waarom duurzaam als de wereld binnenkort onleefbaar is? Dan kunnen we er beter nog wat meer van gaan genieten en ons helemaal te buiten gaan. Dat we mogelijk een onleefbare wereld achterlaten voor onze kinderen, is pech. In je eentje het onomkeerbare proces stuiten, is onmogelijk. Dan kun je er het maar beter van nemen.

Het stille paradijs

Het paradijs is er wel. Je moet het wel zelf zien, horen en voelen. Bij zo’n wandeling door het park bijvoorbeeld als waarmee we zojuist begonnen. Het zijn dan de kleine dingen die ertoe doen. Wat wekt bijvoorbeeld meer verbazing dan een bij nectar te zien verzamelen uit een bloem? Het gebeurt met een efficiency van miljoenen jaren evolutie. Daar kan geen uitvinding tegenop. Het is de perfecte manier om de bloem te bestuiven en met een techniek die verfijnd is door de miljoenen jaren heen. Het gaat om minimale veranderingen met een maximale verbetering: het overleven van de soort.

De samenwerking met de natuur is de oplossing van het probleem. De mens die zijn plek op deze aarde weer vindt en ruimte geeft aan de natuur waarmee hij leeft. Een plek waarin ook stilte is en de mens niet overheerst. Een evenwicht met de omgeving en de natuur. Hierin zou de mens niet altijd leidend mogen zijn, maar durft hij zich over te geven aan de grillen van de natuur. Het huis als onderdeel van die natuur, compleet met planten, dieren, bacteriën, virussen en andere uitdagingen. Alleen zo is de mens in balans. Onze apparaten en geluiden hoeven ons niet altijd te omringen, maar we zijn in interactie met onze groene omgeving.

Het gebruik van apparatuur zou hierbij ook in evenwicht moeten zijn. Een leven met wat er nodig is om te leven. Niet aangestuurd door begeerte en verlangen zoals nu in een door marketing gedreven samenleving, maar door wat je nodig hebt om te leven. De natuur voor stillen die genoeg hebben aan stil. Waarbij het pas echt stil is als de mens stil is.

Bureau – Tiny House Farm

Sinds ik hier woon, ontbeer ik een bureau. Best wel zwaar. Zeker om me even af te kunnen zonderen en te schrijven. Of andere dingen te doen, maar wel even helemaal alleen. Het leven in een klein huisje reduceert ook die spaarzame momentjes voor je alleen.

Droombureau

Dan ziet Inge mijn droombureau voorbijkomen in de folder van de Lidl. Een bureautje die je uit elkaar kan trekken en als je klaar bent weer in elkaar drukt. Ook de afmetingen zijn perfect voor onze slaapkamer. Dan heb ik toch een bureautje om aan te kunnen werken. Bovendien kan me even helemaal afzonderen in de slaapkamer.

De aanbieding is pas 2 weken nadat we de advertentie zagen. En als we dan het bureau willen bestellen, dan is het niet voor de aanbiedingsprijs. Dat scheelt toch 30 euro. Maar even wachten en twitteren naar de Lidl.

Het blijft stil, maar ’s middags zien we de nieuwe prijs en bestellen snel het bureau. Die zaterdag wordt het geleverd en komt hij in een grote zware doos van 30 kilo aan. Ik heb het te doen met de bezorger van DHL die de doos brengt.

In elkaar schroeven

En dan begint de echte uitdaging. Het in elkaar zetten van het bureau. Het blijkt toch uit veel meer schroefjes, boutjes en moertjes te bestaan dan een vergelijkbaar Ikea-bureau. Ook is de gebruiksaanwijzing een stuk raadselachtiger.

Het valt mij op hoe snel je een werkwijze als die van Ikea aanwendt. Bij Ikea is opbouwen en schroefjes plaatsen afwisselend. Hier moeten sommige dingen eerst worden gedaan, met verschillende maten en andere formaten. Het gaat regelmatig fout, maar ik kom snel achter de misstap en kan deze dan herstellen. Het in elkaar zetten kost wel veel meer tijd dan ik verwachtte.

Verbaasd over resultaat

Na al het schroeven en in elkaar drukken van de onderdelen, ben ik verbaasd over het resultaat. Je kunt het bureau snel opbouwen en even snel weer afbreken. Het zit in eerste instantie nog niet zo lekker achter het bureau. Hij is een beetje laag. Het lijkt wel een kinderbureau. Zeker met een laptop. De laptop zou toch een stuk hoger moeten.

Als we een paar dagen later in de Ikea zijn, koop ik een handig opklapbaar tafeltje dat prima als ondersteuning voor de laptop is. En zo zit ik meteen een paar avonden te werken aan mijn nieuwe bureau. Het zit heerlijk en ik geniet van mijn eigen momentje. Inderdaad, dit heb ik verschrikkelijk gemist. Ik ben blij dat dit zo weer kan.