Categoriearchief: schilderen

Denkend aan Jan Voerman zie ik wolken

image

De 75e sterfdag van Jan Voerman (1857 – 1941) is de reden van de tentoonstelling Oneindig Laagland in het Stedelijk Museum Kampen. De gratis treinkaart in de vorm van het boekenweekgeschenk bracht mij op het idee de tentoonstelling nog te bezoeken. Ik zag een interview met achterkleinzoon Jacob Jan Voerman bij de schilderijen en wist het: daar moeten we heen.

De wolkenluchten bij de IJssel. De hemel die uitdrukt hoe hij zich van binnen voelt. De wolken als zielenroerselen. Het past goed bij hoe ik elke dag naar de hemel kijk op zoek naar hoe ik mij van binnen voel. Ik probeer het te vangen in een kort gedicht, een haiku. Het is slechts een gedachtekronkel, niet veel meer.

image

De rust die uitgaat van de schilderijen van Jan Voerman, valt meteen weer op als ik de zalen betreedt waar de wisselexpositie Oneindig laagland staat. De titel verwijst naar het beroemde gedicht van Hendrik Marsman. Dit gedicht verwijst juist naar de rivier. De IJssel die de wolkenluchten oproept in het werk van Jan Voerman.

Op de grond, het weiland waar de koeien grazen of de paarden noppen. Of het vergezicht, de stad Hattem ligt vaak aan de horizon. De stad aan de einder, waar de wereld ophoudt of begint. Ze liggen onder die wolkenhemel, waar kleuren, licht en donker, elkaar afwisselen. Soms op een regenachtige dag is de hemel een grote vlek waarin nauwelijks is te bespeuren valt. Bijna surrealisme.

image

Voor mij het feest der herkenning. Sommige schilderijen bijna vlekkerig in een bedrevenheid die ik herken van ander werk van Jan Voerman. Andere keren is daar weer die IJssel met het vergezicht. Net als de stillevens, het potje, die op zichzelf staan en waar opnieuw rust uit spreekt.

De balans spreekt uit deze schilderijen. Het opgaan in het landschap, het beeld van de bloemen in de kleurrijke blauwe mosterdpot. En zo meander ik door de tentoonstelling. Als een brede rivier die traag door het oneindige landschap stroomt. Terwijl het buiten miezert openbaart de rivier zich in alle vormen aan mij. Het is de innerlijke ziel waarin ik meega en voel hoe een schilder als Jan Voerman je meetrekt in zijn wereld.

image

Zelfs op weg naar het treinstation, op de brug over de IJssel zie je even die lucht. Hoe grijs ook, in alle tinten tussen wit en grijs spelen. Een hemel die je probeert te laten zien hoe je je van binnen voelt.

De expositie Oneindig Laagland in het Stedelijk Museum Kampen is tot en met zondag 3 april 2016 te zien.

Gestrand in Den Haag

image

De treinkaartjes van Blokker gaan hun laatste dagen in. Daarom willen we een dagje naar Rotterdam. Het zit niet echt mee, er zijn werkzaamheden. Daarom moeten we het eerste deel van de reis per bus reizen.

Het heeft ook wel wat om de wereld zo vanuit een touringcar te zien. Het treinloze spoor tergt mij. Waarom rijdt daar niks? De werkzaamheden winnen het van het treinverkeer.

image

Het vervolg van de reis moet per stoptrein vanuit Weesp. Dat kost kostbare tijd, maar we zitten gezellig bij elkaar. De trein rijdt niet rechtstreeks naar Rotterdam, in tegenstelling tot de intercity die we anders genomen zouden hebben.

We stappen in Leiden uit om over te stappen op de intercity, vermeldt het bord dat de trein niet verder rijdt dan Den Haag. Te laat om weer in de stoptrein te springen, daarom nemen we de intercity naar Den Haag Centraal en maken er een dagje Den Haag van.

image

Het station is veranderd sinds de laatste keer dat ik hier was. Vanuit de stationshal zie je een hoge toren die naast het station is gebouwd. Het plafond is van glas, er is een patroon in verwerkt.

In Den Haag hebben we het Mauritshuis nog niet bezocht, daarom lopen we vanaf het station naar het Plein. Het is niet zo heel druk in het museum dat een paar jaar geleden helemaal is vernieuwd. We starten in de kelder en klimmen dan omhoog in het oude gebouw.

image

Voor de wisseltentoonstelling kun je naar het gebouw aan de andere kant van de weg. De lange rij voor de selfies uit de Gouden Eeuw, schrikt voldoende af. Daarom bezoeken we het oude Mauritshuis. De vaste collectie geeft ons meer dan genoeg te zien.

Dan staan we even later oog in oog met de hoge kunst. We zien de kunstwerken die onderdeel vormen van het collectieve geheugen, met als hoogtepunt het Meisje met de parel van Johannes Vermeer, de Stier van Paulus Potter en werken van Rembrandt van Rijn en Jan Steen.

image

Doris geniet van een wintertafereel van Hendrick Avercamp. Het schilderij zien we meteen bij binnenkomst in de eerste zaal. Daarna lopen we van hoogtepunt naar hoogtepunt van de Nederlandse schilderkunst uit de Gouden eeuw.

image

Schilderen met verf of met taal

image

In het boek bij de tentoonstelling Cremer in de verf 1954 – 2014 staat dat Jan Cremer geen schrijver is die schildert. Of zoals Ralph Keuning dat in zijn inleiding verwoordt:

Het begon allemaal met schilderen, het schrijven kwam later. Of misschien is het beter om te stellen dat het begon met kijken. Schilderen en schrijven zijn voor Cremer twee verschillende manieren om datgene wat hij om zich heen ziet geboren vast te leggen en te verwerken. De ene keer met kwast en verf, de andere keer met pen en papier. (7)

Bij het lezen van Jan Cremers debuutroman Ik Jan Cremer werd ik ook wel nieuwsgierig naar de schilderijen van hem. De schelmenroman vertelt over het kunstenaarsmilieu en voert de lezer van bijbaantje naar bijbaantje. Het kunstenaarschap vormt de drijfveer achter de avonturen van de hoofdpersoon en ik-verteller.

image

Het boek bij de tentoonstelling die tot eind augustus in Museum De Fundatie in Zwolle te zien was, geeft een ander inkijkje in de kunstenaar Jan Cremer. De kunst reikt verder en wint aan overtuiging naarmate de tijd verstrijkt. De schilderijen met tulpenvelden uit midden jaren 1960 en verderop de zee die vanaf 2005 zijn werk verovert.

Het roept bij mij de gedachte op of niet hetzelfde geldt voor het literaire werk van Jan Cremer. Zijn schelmenroman Ik Jan Cremer viel mij een beetje tegen. Ik verwachtte er meer van. Maar het zien van de ontwikkeling van de kunstenaar, belooft veel voor de schrijver.

Een ander boek van Jan Cremer zal dat moeten bewijzen.

Jan Cremer: Cremer in de verf 1954 – 2014. Inleiding: Ralph Keuning, samenstelling: Babette Sijmons, Feya Wouda, Alma Netten, met bijdragen van Max Rooy en Simon Vinkenoog. Tekstredactie: Mariska Vonk. Zwolle: Waanders & De Kunst, [2015]. 211 pagina’s. ISBN: 978 94 6262 032 2.

Improviseren op kunstwerken

image

Improvisaties op de kunstwerken van Anneke Kaai rond het Credo, een serie van 12 schilderijen elk bij een artikel uit de geloofsbelijdenis. Een dankbaar onderwerp waarbij de schilderes zich niet teveel in abstracties denkt. Ze hanteert herkenbare vormen en weet hier mooie beelden bij op te roepen.

De schilderijen staan opgesteld in een zijbeuk van de Grote of Michaëlskerk van Oudewater. Daar staat het Engelse koororgel ook. De organist van de kerk en stadsorganist van Oudewater voert op dat orgel een zevental improvisaties over de schilderijen uit. Afgewisseld door de geloofsartikelen die voorgelezen worden.

image

Jan Jongepier

Dat beeldende kunst en muziek zich prachtig kunnen vermengen, weet ik al. Ik ken de improvisaties van Jan Jongepier bij kunstexposities die in de Grote kerk van Leeuwarden werden gehouden. Het zijn de improvisaties rond de tentoonstelling Ecce Homo die wel tot de mooiste improvisaties behoren die ik ken van Jan Jongepier.

Jan Jongepier bedient zich in deze improvisaties van een hedendaags klankidioom waarin hij het pijn en lijden samenbalt in gespannen akkoorden en ritmes die associaties oproepen met een componist als Tournemire.

image

Lichte improvisatie

Gerben Mourik doet op zijn koororgel iets heel anders. Hij spint zijn improvisaties niet uit tot diepzinnige overpeinzingen bij de schilderijen. Hij sluit in zijn thematiek mooi aan op de voornamelijk lichte schilderijen, waaruit veel geloof spreekt.

Dat betekent veel gebruik van de fluiten, mooie echo’s en sterke contrasten. Zo krijgen de kleuren een stem. Bovendien maakt hij gebruik van mooie, melancholische melodielijnen.

Soms weet hij iets extra’s op te roepen, zoals in het achtste artikel – Ik geloof in de Heilige Geest – waarin een prachtig verstild Veni creator doorklinkt. Het past mooi bij de warme en lichte zomerdag, de warmte die net buiten de kerk blijft, maar wel doordringt in de sfeer van het koor.

image

Overtuigend instrument

Overigens is het genieten van dit instrument. Het klinkt zo overtuigend in deze kerk. Je zit er dicht op, maar merkt hoe de ruimte de muziek aanvult en teruggeeft. Vooral de fluiten op dit orgel met het zwelwerk maken dit orgel tot een genot om naar te luisteren.

Gerben Mourik weet hiermee een overtuigende reeks improvisaties op de serie Credo van Anneke Kaai te geven. Het zijn eigenlijk korte impressies bij de artikelen. Hij zoekt in het spel wel de kleuringen op die de schilderes gebruikt bij haar interpretatie van de geloofsbelijdenis.

image

Daarmee levert het concert een klankbeleving op van de schilderijen. Al roept het niet de intentie op zoals Jan Jongepier in zijn breed uitgesponnen improvisaties doet. Daarvoor verschilt misschien de thematiek van het lijden en de geloofsbelevenis te sterk. Net als dat een mooie zomerse zaterdagmiddag minder ruimte biedt voor dergelijke zwaarzinnigheid.

Impressie van het orgelconcert dat Gerben Mourik zaterdag gaf bij de 12 schilderijen van Anneke Kaai rond het Credo.

Late Rembrandt – #plog

image

De nieuwe Rembrandt-expositie in het Rijksmuseum zien we voor het eerst bij het jeugdjournaal. Ik ben net een week eerder in het Rijks geweest met mijn zus. We misten toen inderdaad het Joodse bruidje en nog wat topstukken zoals de Staalmeesters.

De aankondiging van de nieuwe expositie ging helemaal aan ons voorbij. Terwijl we even in de buurt waren van de tijdelijke expositieruimte, maar deze was niet toegankelijk vanwege de op handen zijnde expositie rond het late werk van Rembrandt.

image

Daarom neem ik op de vrije studiedag gelijk na Doris’ voorjaarsvakantie een snipperdag. Zo kunnen we samen naar de Rembrandt-tentoonstelling gaan. Het is nog lang onzeker of het wel gaat lukken, maar we kunnen de maandag toch gaan.

De kaartjes bestellen we via internet. De middag is al uitverkocht maar tussen 9 en 11 uur kunnen we nog terecht. Daarom rijden we om stipt 9 uur met de trein uit Almere op weg naar het Rijksmuseum. Het verkeer werkt goed mee, want om kwart voor tien lopen we al naar binnen. Zonder al te lange rijen bij de garderobe en ingang, lopen we vrijwel meteen door naar de tentoonstelling.

image

Daar begroet Rembrandt ons meteen in de eerste zaal met een flink aantal zelfportretten. De ruwe kwaststreken, bijzondere belichting en dieptewerking van de schilderijen slaan meteen raak. We staan hier oog in oog met de meester.

image

Lees de vervolgblog: Rembrandt van over de hele wereld

 

De audiokijker

20141012_161944In het museum onderscheidt hij zich door de koptelefoon en de lege blik. Niks ziet hij meer, alleen wat hij hoort, ziet hij nog. Hij schuifelt zoekend door de zaal, toetst iets in het apparaat dat hij in zijn hand houdt en loopt verder gebiologeerd rond. Alsof het museum alleen maar uit de audiotoer bestaat.

De beschrijving drijft hem naar een schilderij, een hoekje, laat hem onder een lakentje kijken of duwt hem in de richting van de details die de verteller noemt. Hij lacht op hetzelfde moment, doet een stap naar achteren als hij het hoort of buigt zich ietsje dichter naar het schilderij om het fijne penseelwerk te zien.

Je herkent hem niet alleen door de koptelefoon die zijn oren in de greep houdt, maar vooral door de lege blik waarmee hij voor zich uitkijkt. De ruimte is er niet meer. Alleen nog het verhaal dat door zijn koptelefoon schalt. Ze staan naast je als je een schilderij bekijkt. Soms hoor ik zelfs muziek in oren in tetteren.

Ik kom ze steeds meer tegen in de musea. Zondag duwden bezoekers met koptelefoon mij omver. Ze lopen zonder kijken naar achteren. Alsof de spreker door de koptelefoon zegt dat het veilig is. Ze duwen je opzij als je staat te kijken naar een schilderij en zien niks zelf meer. Het wordt ze allemaal verteld.

Natuurlijk is het mooi om door een museum te lopen en je verhalen te laten vertellen die je niet kent. Maar het maakt je ook gemakzuchtig. Je vergeet zelf te kijken. Ik vind het een eigenaardige manier om alleen nog maar met een koptelefoon door een museum te lopen, terwijl je zoveel meer kunt zien. Kijk eerst zelf en laat je dan pas iets wijsmaken.