Categoriearchief: reiziger

Reviews

In zijn boek De weg naar Little Dribbling spreekt Bill Bryson zich kritisch uit over de beoordelingen die bezoekers op internet achterlaten. Hij verwondert er zich over dat deze reviews op internet blijkbaar belangrijker zijn dan de beoordeling die gerenommeerde instellingen of tijdschriften geven over bepaalde accommodaties.

Dat gebeurt als Bill Bryson een account aanmaakt op Tripadvisor en daarin refereert naar een krantenartikel:

Het was eigenlijk geen beoordeling, maar een bericht waarin ik klanten waarschuwde dat het hotel een boete had gekregen voor de aanwezigheid van ratten in de keukens en waarin lezers naar een link met het krantenartikel werden gedirigeerd. Mijn idee was dat als ikzelf op het punt zou staan een kamer te reserveren in een hotel dat onlangs was beboet voor ratten in zijn keuken, ik het zeer op prijs zou stellen als iemand daar mijn aandacht op vestigde. (101)

Het bericht wordt geweigerd door TripAdvisor. Hij mag geen informatie geven over een locatie als hij het niet van een concrete, persoonlijke ervaring heeft. Blijkbaar gelden overheidsboetes en rechtbankveroordelingen niet als bewijs dat iets ondeugdelijk is.

De andere kant van het verhaal is dus dat er eindeloos veel mensen wel reviews achterlaten, waar je als bezoeker wel blind op zou moeten vertrouwen. Berichten boordevol spelfouten moeten hem een indruk geven. Nota bene de plek waar hij zo gek op is, wordt kritisch beoordeeld voorzien van alle vormen van spelfouten:

Een recente bezoeker deelde mee dat hij ‘teloor gesteld’ was over deze ervaring. Goed, dan volgt hier een nieuwe regel: als je te dom bent om ‘teleurgesteld’ ook maar bij benadering juist te spellen, mag je niet deelnemen aan openbare discussies, op welk niveau dan ook. (41)

Het is mooi om te zien hoe Bill Bryson op de zere plek van onze huidige levensstijl wijst. Blijkbaar mag een bezoeker die het nauwelijks goed kan verwoorden wel een review schrijven, terwijl een verwijzing naar documentatie van overheden en hoogwaardige instellingen, niet gelden. We trekken ons meer iets aan van een beoordeling door een willekeurig iemand die niet kan spellen, dan dat mensen dit doen die er wel verstand van hebben.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

Vliegtuigen

Als Bill Bryson in zijn boek De weg naar Little Dribbling door Windsor Great Park loopt is hij zo ontzettend blij dat dit gebied nog bestaat. De natuur en de rust zo dicht bij Londen doen hem goed. Het kan niet anders dan er iets moet gebeuren. Inderdaad het gebied wordt bedreigd door de oprukkende luchthaven Heatrow.

Alles is mooi hier, behalve de lucht. Het is al een komen en gaan van vliegtuigen en nu ligt er een serieus plan om de luchthaven uit te gaan breiden met een derde landingsbaan. Als dat niet gebeurt, kan Heatrow niet concurreren met andere luchthavens in Europa, is de redenering.

Het antwoord van Bill Bryson is helder:

Ik zal u zeggen wat je daadwerkelijk krijgt met nog een start- en landingsbaan erbij. Je krijgt nog meer opstijgende en landende vliegtuigen, maar die zijn dan kleiner. Dat is wat er in Amerika is gebeurd. (76)

En ik denk dat Bill Bryson gelijk heeft. Het aantal vliegtuigen dat op Schiphol landt, ligt lager dan wat er op Heatrow landt, terwijl Schiphol 6 banen heeft. Heatrow heeft er 2, maar wel een half miljoen vluchten per jaar.

Er komen inderdaad meer vluchten, maar minder passagiers. Ik heb dat beeld ook vaak met de vele vliegtuigen die hier over het huis vliegen. Ze zetten hun landing in naar Schiphol. Het zijn vrijwel allemaal kleine en middelgrote vliegtuigen, nauwelijks grote. Juist deze kleine vliegtuigen maken veel herrie. En ze vliegen af en aan. Meer vliegbewegingen en meer overlast, maar minder resultaat. Wie snijdt zich hier in de vingers?

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

De weg naar Little Dribbling

Het is mij al weleens gezegd. Als je zo van de reisverhalen van Paul Theroux houdt, waarom lees je dan niet eens Bill Bryson. Ik had al eens Een geschiedenis van bijna alles proberen te lezen. Een boek waarin de hele wereld gevat wordt. Niet altijd even spannend. Het is ook wel heel veel. Ergens halverwege ben ik gestrand.

De reisverhalen van de Amerikaanse Bill Bryson kende ik niet. Tot ik onlangs de sprong heb gewaagd. Bill Bryson bereist in zijn nieuwste boek De weg naar Little Dribbling opnieuw Groot Brittannie. Dat is 25 jaar na zijn hilarische trip door Engeland in het boek Een klein eiland. Nu moet ik er toch eens aan toegeven, dacht ik.

Om goed beslagen ten ijs te komen las ik eerst Een klein eiland. Je moet wat referentie hebben. Bovendien zou ik mij hopeloos kunnen vergissen als ik deze boeken door elkaar zou lezen. Het verhaal van Een klein eiland laat zich in 1 woord omschrijven als: hilarisch. Wat een boek is dit! Je komt alles te weten over Engeland en de Engelsen. Maar vooral over Bill Bryson!

Slagboom

Het nieuwste reisboek, De weg naar Little Dribbling, begint even hilarisch. De slagboom bij een parkeerterrein waarmee Bill Bryson een klap op zijn hoofd krijgt. Hoe presteert deze Amerikaanse Engelsman het om dat gewoon nog een keer te laten gebeuren? Zijn eigen onhandigheid is daarmee onderwerp van het verhaal geworden. Ik houd van die zelfspot.

De klap met de slagboom is nog maar het begin. De hele reis langs de denkbeeldige lijn die Bill Bryson aan het begin van zijn boek trekt, is een aaneenschakeling van onhandigheden en lachwekkende voorvallen. Zijn bezoek aan McDonald’s bijvoorbeeld waarbij hij het voor elkaar krijgt er een gigantisch grote bestelling van te maken.

Het is die stijl waarbij Bill Bryson een hoofdstuk opent met een onderwerp waarbij niet direct de link met de plek die hij in dat hoofdstuk bezoekt. Neem het hoofdstuk ‘Cronwall’ dat opent met een lijst met Reflex-aversies. Het zijn er 15 waaronder een uitnodiging invitatie noemen of Meryl Streep als ze schattig doet.

Ik weet dat het er meer dan twaalf zijn, maar dit is míjn concept en daarom heb ik recht op wat extra dingen. U dacht misschien dat ‘s zomers in het zuidwesten van Engeland rijden ook op die lijst zou staan, maar dat komt niet in aanmerking, omdat het daarbij om een voor de hand liggende en rationele afkeer gaat. (160)

Sommige mensen haten je

Je begrijpt het al. De rest van het stuk gaat over het rijden door Cornwall in de zomer. Om daarna zonder gene te concluderen dat sommige mensen je haten. Bijvoorbeeld de mensen van Microsoft of – nog erger – mensen die bushokjes ontwerpen. Het zitten op die onlogische smalle rode plastic plaat in de bushokjes is een ware marteling. Je glijdt erover uit als een gebakken ei in een koekenpan met antiaanbaklaag.

Daarmee is het een feest om Bill Bryson te lezen. Ik ga zeker nog meer boeken van hem lezen, zijn reizen door zijn geboorteland Amerika bijvoorbeeld. Of het Australië-boek waarin hij over onze tegenvoeters schrijft. Al bescherm ik mijzelf ook een beetje. Na 2 boeken van Bill Bryson houd ik eerst even pauze voor ik verder ga.

Bill Bryson: De weg naar Little Dribbling, Een reis door Groot-Brittanië. Vertaald door Peter Diderich. Oorsponkelijke titel: The Road to Little Dribbling. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Atlas Contact, 2016. ISBN: 978 90 450 3075 3. 352 pagina’s.Bestel

Feest in de sprinter?

Al lezend in Jan Dijkgraafs Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien lijkt het erop dat hij alleen met intercity’s reist. Op het verhaal over het ontbreken van toiletten in de sprinters na, spreekt hij met geen woord over de tochtige open rijtuigen van de NS. Het maakt het treinreizen een stuk minder leuk en comfortabel.

De metro-achtige treinen vol stangen, hoge zitjes, minimale beenruimte en houten planken waar je kont het nog geen minuut stilhoudt, ontbreken geheel in zijn verhaal. Het is een beetje valsspelen met de voordelen en zou voor NS juist een wijze les moeten zijn om te realiseren dat comfort het grote onderscheid moet maken met de auto.

Die goedkope, moderne treinstellen mogen van mij zo snel mogelijk gesloopt worden en vervangen door ouderwetse, luxe treinen waar je nog lekker kunt wegzinken in een stoel. Helaas, het lijkt Jan Dijkgraaf te zijn ontgaan in zijn jaar reizen door Nederland. Hij heeft ook wel een mooi opstapstation (Heerenveen).

Inderdaad, de intercity van Heerenveen naar Rotterdam is een feest. Maar de verschraalde dienstregelingen laten reizigers steeds vaker overstappen waardoor langeafstandsreizen bijna niet meer bestaan in Nederland. Ik ervaar het elke keer weer als ik met de trein reis.

Maar bovenal is het boek van Jan Dijkgraaf een feest der herkenning. Als liefhebber van de trein, kan ik alleen maar beamen wat hij schrijft. Sterker nog: ik verlang alleen maar meer naar die heerlijke treinreizen waarbij je kunt wegdromen van het uitzicht. Het mooiste natuurlijk in een intercity. Die van Rotterdam naar Heerenveen bijvoorbeeld.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Voordelen en treintypes

In overzichtelijke lijstjes somt Jan Dijkgraaf in zijn boek Treinreizen voor beginners de voordelen van de trein én van de auto. Hij weegt ze tegen elkaar af en laat zien dat de trein helemaal niet op veel achterstand staat ten opzichte van de auto. Nee, in sommige gevallen is het veel beter om gebruik te maken van de trein. Je kunt wat anders doen dan autorijden en krijgt een mooie inkijk in een andere wereld.

De meest vermakelijke lijst is de lijst met treintypes. Jan Dijkgraaf selecteert er maar liefst 34. Van bedelaar tot zweter, mooi op alfabetische volgorde. Een enkeling, de militair is niet meer te zien, en velen slechts een enkel keer per jaar: kerstborrelklant, Huishoudbeursbezoeker en de Libelle Zomerweekvrouw. Herkenbare types voor de forens. Op mijn route naar Amsterdam bijvoorbeeld kwam ik zo ongeveer alle treintypes tegen die Jan Dijkgraaf noemt in zijn boek.

Neem de smeerpijp. Het probleem: je herkent ze niet tot je ze betrapt en dat gebeurt vrijwel nooit.

In alle andere gevallen kan iedere treinpassagier een smeerpijp zijn. De kans is groter bij een asociale gast die een blikje bier ligt te zuipen met zijn benen op de tegenovergelegen bank dan bij een bejaard vrouwtje dat bekakt praat, maar in principe vind je smeerpijpen in alle lagen van de bevolking. (148)

Beweh. Het is bijzonder leuk hoe sommige ergernissen van de schrijver naar voren komen. Hij reist eersteklas en hekelt de tweedeklasreiziger die stiekem plaatsneemt in de hogere klas(se). Het pleps dat er niet voor betaalt, moet er helemaal niet gaan zitten. Ook al stuwt de trein uit zijn voegen van de reizigers.

Of de pratende conducteurs in de Eersteklas, aan het eind van hun werkdag of begin van hun dienst. Ze gaan steevast een klagend gesprek voeren over premies die voorbij zijn, slecht geplande roosters en het personeelsbeleid van de nationale spoorwegen in het algemeen.

Daarnaast ergert Jan Dijkgraaf zich aan de lucht van verschraald bier (de halveliters goedkoop bier die medereizigers opslokken) en bellende reizigers in de stiltecoupé. Allemaal aspecten waar de schrijver van dit handboek voor beginnende treinreizigers niet zo gek op is.

Jan Dijkgraaf: Treinreizen voor beginners, Het is een feest op het spoor als je het wilt zien. Meppel: Just Publishers, 2016. ISBN: 978 90 8975 8316. Prijs: € 14,95. 217 pagina’s.

Treinliefhebber

Verderop op zijn reis in Een klein eiland treft Bill Bryson een treinliefhebber aan in de trein. Heel vreemd begint deze tegen hem te praten. Iets dat hij vooral leest in de boeken van Paul Theroux, maar zelf gelukkig nooit zo ervaart.

Tot deze man tegenover Bill Bryson hem betrapt op het lezen van Kingdom by the Sea. Het blijkt een treinliefhebber te zijn die heel stellig is over de deskundigheid van de beroemde schrijver van treinreizen door Azië, Latijns-Amerika en China:

‘Die Thoreau.’ Hij knikte in de richting van mijn boek. ‘Weet helemaal niets van die treinen af. Of hij houdt zijn mond erover.’ Hier begon hij hartelijk om te lachen en vond het zo grappig dat hij het nog een keer zei, waarna hij met zijn handen op zijn knieën bleef zitten glimlachen alsof hij zich trachtte te herinneren wanneer hij en ik voor het laatst zoveel lol hadden gehad. (276/7)

De reiziger tegenover Bill Bryson probeert hem duidelijk te maken dat Paul Theroux geen benul heeft waarover hij schrijft. Zo weet hij in de Grote spoorwegcarrousel niet eens welke locomotief er voor de trein van de Delhi Express rijdt.

Dan begaat Bill Bryson een stomme zet. Hij vraagt de man of hij van treinen houdt. De rest van zijn reis krijgt hij een uitvoerig onderhoud over alle soorten treinen, merken en serienummers die er op de wereld rijden. Zo hoort Bill Bryson precies de afleverdatum waarop het treinstel waarin ze rijden is opgeleverd.

Bryson is dan ook ontzetten blij als zijn reisgezel de trein verlaat. De resterende tijd van zijn reis, kan hij niet veel anders dan de klinknagels tellen.

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.