Categoriearchief: reizen

Little Dribbling

En dan heb ik nog niet eens verklapt waarom ik eigenlijk Bill Brysons boek Een klein eiland lees. Ik heb namelijk het vervolgboek van Bill Bryson De weg naar Little Dribbling liggen ter bespreking. Enthousiast begon ik eraan, maar bij de inleiding stuitte ik op de reden van dit boek: het 20 jaar eerder verschenen reisboek door Groot Brittannië: Een klein eiland.

De meligheid waarmee hij zijn nieuwe reisboek opent, vraagt om het ter hand nemen van de vorige reis. Het is onmogelijk om deze boeken omgekeerd te lezen, lijkt deze inleiding te willen zeggen. Net als dat je eerste het ene boek besproken moet hebben voordat je het andere alleen al begint te lezen. Het gevaar van de verwarring en het door elkaar hutselen ligt op de loer!

Verzonnen naam

Overigens komt de door Bryson verzonnen naam Little Dribbling uit zijn eerdere Engeland-boek. Daar schrijft hij over de bereikbaarheid in Engeland. Engelsen klagen al steen en been voor een klein autoritje, ze vinden hun land namelijk veel groter dan het is.

Het gesprek gaat er dan over een pietluttig afstandje, dat Engelsen in gesprek met elkaar veel groter maken dan het is. Het is heel erg ver en vergeet alle activiteiten die op het traject plaatsvinden niet. Ze werken vertragend en maken een autoritje van een uur, snel een lange reis:

‘En dan is er dit weekend ook de Great West Steam Rally in Little Dribbling,’ meldt iemand die van het andere eind van het vertrek bij jou komt staan, omdat het altijd leuk is om akelig automobilistennieuws te kunnen brengen. (27)

De plaats Little Dribbling bestaat niet, maar zou natuurlijk zo kunnen bestaan. In het nieuwe reisboek van Bill Bryson maakt hij de rit die hij hier beschrijft. Met minstens evenveel hilariteit waarmee hij in Een klein eiland heel Groot Brittannië doorkruist.

Lees morgen het vervolg: Bedelkerk

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

Bill Brysons Een klein eiland

Zo’n boek dat ik al een tijdje in de boekenkast heb staan en waarvan ik weet dat ik het zou moeten lezen. Als ik het dan eindelijk lees, kan ik mijzelf niet begrijpen: waarom heb ik het niet eerder gelezen!

Wat een geweldige reisschrijver is Bill Bryson. Zijn trektocht door Engeland, Een klein eiland is een genot om te lezen. De zelfspot en humor waarin hij zijn reis door Groot-Brittanië beschrijft, zijn onnavolgbaar.

Natuurlijk stuit je ook op de onhebbelijkheden van Bill Bryson. Hij heeft een hekel aan de autisten van de Blaenau Ffestiniog Railway. Zij laten de beroemde stoom trein vertrekken 4 minuten voor de bus aankomt en Bryson 4 uur moet wachten tot de volgende trein gaat.

Ook andere ongemakken meet Bill Bryson uitvoerig uit in zijn reis door Groot Brittannië. Zoals de lelijke gebouwen die Engelsen in hun steden weten te zetten. Elke stad heeft wel zoiets lelijks. Sommige steden zagen er in het verleden heel mooi uit en zijn voorgoed verknalt. In de Victoriaanse tijd moet Engeland er adembenemend uit hebben gezien volgens Bryson. Daar is veel moois van verdwenen.

En dan is er natuurlijk nog de hel van het zoeken naar een goed hotel. Bill Bryson stelt dat zijn vrouw hier een kei in is. Hij niet. Net als dat hij in de supermarkt altijd de verkeerde rij bij de kassa kiest, zo weet hij uit een rijtje hotels perfect de verkeerde te kiezen.

Mijn vrouw kan een rij pensions bekijken en dan direct datgene uitkiezen waar een witharige weduwe met een vriendelijk karakter en een zwak voor kinderen de scepter zwaait en dat sneeuwwitte lakens en fonkelend badkamersanitair te bieden heeft, terwijl ik meestal uitkom bij datgene waar een vent met een inhalige instelling, een peuk op zijn lip en zo’n hoest waarbij je je afvraagt waar hij de fluim laat, de baas is. En ik dat, wist ik akelig stellig, zou vanavond het geval zijn. (281/282)

Inderdaad vindt hij zo’n pension. Niet onvermakelijk natuurlijk. Het zou een saai verhaal opleveren als hij met zijn vrouw zou zijn geweest of haar mooie eigenschap zou hebben gehad. Nu geeft het veel vertier. Waarbij de veel te hoge prijs voor de overnachting samen met de walgelijk smerige koffiepotjes prachtig zijn om te lezen.

Tussen al het gemopper valt het dan op als Bill Bryson onverwacht positief is over een stad. Of als hij na een dag mopperen, de volgende dag ineens de schoonheid van Edinburgh ziet. Dan moet hij wel oppassen in de trein als hij in slaap valt, de kwijl die uit zijn mond valt, zorgt daar voor een groot web van slijm.

Zo rol je van het ene plezier in het andere als je Bill Brysons boek leest. Het stimuleert mij zelfs bij het schrijven. Ik betrapte mij erop dat ik het reisje naar het Muiderslot opeens op eenzelfde manier ging beschrijven. Onhandig, want ik geloof nooit dat ik deze reisheld kan evenaren.

Lees morgen het vervolg: Little Dribbling

Bill Bryson: Een klein eiland. Oorspronkelijke titel: Notes from a Small Island. Vertaald door Suzan de Wilde. 2e druk. Amsterdam: uitgeverij Contact, 1999. ISBN: 978 90 254 9989 9. 400 pagina’s. Pandora Pocket.

In het spoor van Don Quichotte

Ben ik zo’n liefhebber van Paul Theroux, wereldreiziger, hebben we in Nederland onze eigen globetrotter. Het is de Floortje Dessing van de literatuur: Cees Nooteboom. Een reisschrijver van formaat, dat bewijst zijn laatste boek wel. In het spoor van Don Quichotte is een prachtige bloemlezing met mooie reisverhalen.

Het titelverhaal vertelt over de zoektocht naar de sporen van Don Quichotte. Cees Nooteboom vindt meer sporen van het boek dan van de schrijver Cervantes. De molens zijn echt reuzen geweest in de verbeelding van de schrijver, stelt hij. Het geeft een mooie kijk op literatuur.

Cees Nooteboom reist schrijvers en hun verhalen achterna. Hij heeft de drang om alles vast te leggen! Het notitieboekje is daarbij een onmisbaar instrument. Hij verzucht in het essay ‘Gantheaume Point. Notities als labyrinth’ hoe hij voor de ontmanteling de bibliotheek van Borges bezoekt.

Alle boektitels die hij ziet, probeert hij nog vast te leggen in zijn notitieboekje:

[P]agina na pagina vulde ik met de merkwaardigste, stoffigste, nu onachterhaalbaar geworden titels, ik had het gevoel dat ik tegen de tijd schreef; een dag later zouden al die kasten leeg zijn en ik besefte dat ik dan wel de laatste geweest zou zijn die de bibliotheek van Borges gezien had. (56/57)

Nooteboom is zo druk met noteren dat hij vergeet te kijken! De schok is dan ook groot als hij het notitieboekje verliest. Het exterieure geheugen verdwijnt ergens in een overvolle stadsbus van Buenos Aires.

Je proeft als lezer hoe hij nog altijd van deze verdwijning, meer dan 30 jaar geleden, last heeft. Het verdriet om de teloorgang van iets dat hij probeerde vast te leggen wat op haar beurt ook verdwenen is. Zou iemand die dit boekje vindt, begrijpen wat erin staat? Cees Nooteboom beseft maar al te goed dat de krabbels nauwelijks te ontcijferen zijn en helemaal niet te begrijpen.

Cees Nooteboom: In de sporen van Don Quichotte. Amsterdam, Antwerpen: De Bezige Bij, 2016. ISBN: 978 90 234 4832 7. Prijs: € 15,00. 128 pagina’s.Bestel

Congo en Almere

De gastschrijver van Almere, Redmond O’Hanlon houdt zijn 2e avond in de bibliotheek. In november vertelde hij over zijn eerste ervaringen in onze stad. Nu vergelijkt hij Almere met zijn reiservaringen in Congo.

In het eerste gedeelte van de avond leest hij voor uit zijn magnum opus Congo. Zo vertelt hij over de fetisj die hij aan het begin van zijn reis koopt bij een Congolese tovenaar. Volgens de verkoper zit er een kindervinger in, maar Redmond O’Hanlon kan dat niet geloven, hij denkt dat er de vinger van een aap in zit.

Naast de fetisj heeft hij nog iets bij zich: een Afrikaans beeldje, uit hout gesneden en waarin onder meer met een mes bij de nek delen zijn weggeschraapt. Of de 12 knopen in het rode touw dat om zijn nek hangt. Elke knoop is een geslaagde vloek.

Na het voorlezen uit Congo is het de beurt aan een serie dia’s. Aan de hand van deze beelden vertelt Redmond O’Hanlon over zijn verdere belevenissen in Afrika. Zo komt het beroemde petje voorbij, net als de jonge gorilla die Redmond dagenlang heeft verzorgd. Hij is als een moeder voor het dier.

Het deel na de pauze is echt interessant. Hier vertelt Redmond over de overeenkomsten tussen Congo en Almere. Hij weet er aardig wat op te sommen. Zo geniet hij van de kleine gemeenschap in Nobelhorst. Er wonen betrekkelijk weinig mensen bij elkaar. De ideale gemeenschap zou volgens hem – en een bevriende professor die hij citeert – bestaan uit 60 tot 80 personen. Daarmee verklaart Redmond ook dat mensen niet meer vrienden/bekenden hebben dan dit aantal. Je kunt niet meer onthouden dan het seksleven van maximaal 60 mensen, zegt hij.

De pygmeeën die hem in Congo bij zijn reis door de jungle vergezellen, zijn vijanden van de banda. De banda zijn best agressief, maar volgens Redmond kunnen de pygmeeën vrij eenvoudig hun jachtgebieden veiligstellen tegen de banda. De banda’s zijn ontzettend bijgelovig. Elke boom heeft een ziel. ‘Dan zeggen ze tegen een banda, loop niet langs die boom, want anders vallen je ballen eraf. De banda geloven dat en durven nooit langs die boom te lopen. Zo weten de pygmeeën de beste jachtgebieden te behouden.’

In Congo is Redmond op zoek naar de dinosaurus die in het meer zou leven volgens de overlevering. Het dier is al lange tijd niet meer gezien, maar toch probeert Redmond het prehistorische dier te zullen zien. Het Weerwater is zeker zo waardevol als het meer in Congo. ‘Alleen mist het een monster’, stelt de Engelse schrijver van reisverhalen. ‘Of nee, er is wel degelijk een monster. En dat monster heet Floriade!’

De Oostvaardersplassen kent Redmond O’Hanlon al. Een jaar of 30 geleden nam Adriaan van Dis hem hierheen. Als vogelliefhebber zag hij het pasgeboren natuurgebied. Het is ondertussen veranderd in een heuse farm met al die buffels, stelt hij. Buffels zie je op elke boerderij, die hoef je niet in een natuurgebied uit te zetten. Net als de herten en paarden, vindt hij dat er teveel zitten. ‘Er moeten gewoon 3 of 4 roedels wolven komen, dan is er snel een natuurlijk evenwicht.’ Maar dat heeft een keerzijde: ‘Wolven zijn gek op mensenbaby’s.’

Een gebied als de Oostvaardersplassen moet zeker de poorten openen, maar wel voor alleen natuurliefhebbers. Liefhebbers van iets anders kunnen ook naar een pretpark gaan. Het gaat juist om het contact met de natuur. Het idee dat je heel even op survival bent om dan maandag gewoon weer op kantoor aan het werk te kunnen.’

Lees verder over Het geheim van Almere

Reizen

In de roman Het purperen land woont Selina DeJong bij het gezin van Klaas Pool. De Nederlandse boer vindt dat zijn oudste zoon Roelf moet meehelpen op de boerderij. Terwijl Selina deze leergierige jongen graag wil helpen. Hij is ontzettend slim en daarom probeert ze op de momenten dat hij tijd heeft, hem les te geven.

Roelf leent boeken van haar. Hij verslindt ze. Roelf houdt er veel van om in de werkplaats te werken en maakt bijvoorbeeld een prachtige houten kist voor Selina, die ze volgens Nederlandse traditie van hem krijgt op haar bruiloft.

Hij had het hout gebeitst en glanzend gepoetst, en haar initialen S.P.D. gevolgd door het jaartal 1890 op de voorkant gegraveerd, in dezelfde zwierige stijl als die op de antieke kist. Het was een fraai staaltje ambachtswerk, zeker voor een jongen van dertien, waar zelfs een man welke leeftijd dan ook zich niet voor hoefde te schamen. Het was het enige mooie geschenk onder Selina’s onelegante, boerse huwelijkscadeaus. (103)

Als Klaas Pool na het overlijden van zijn vrouw Maartje, trouwt met de weduwe Paarlenberg, vlucht Roelf het huis uit. Hij gaat nog even langs Selina. Wil haar de geleende boeken teruggeven, maar hij mag ze hebben van Selina. Ze geeft hem zelfs wat van haar kostbare geld mee.

Roelf verdwijnt uit de gemeenschap en komt pas vele jaren later terug. Als hij een beroemd kunstenaar is. Hij laat zien dat het volgen van je eigen weg tot succes leidt. Het geld van Selina’s zoon Dirk is verdiend door te doen wat anderen van hem willen. Roelf daarentegen werkt vanuit zichzelf en wordt kunstenaar in Parijs. Hij heeft zo’n beetje alle beroemde mannen van Europa mogen portretteren.

Volgens Roelf heeft Selina hem gevormd en als eerste verteld wat schoonheid is:

‘Ze is grandioos. Ze kweekt groenten.’ (310)

Ze is heel trots op Roelf. Hij heeft de wereld gezien. Als ze dan verzucht dat zij nooit is weggeweest en altijd in High Prairie heeft gezeten, dan antwoordt Roelf resoluut dat ze zich vergist:

‘Jij bent overal ter wereld geweest,’ zei Roelf. ‘Je hebt de mooiste plaatsen in het mooiste licht gezien. Weet je nog dat je mij vertelde dat je vader eens had gezegd, toen je nog een klein meisje was, dat je in de wereld maar twee soorten mensen hebt die er echt toe doen. De ene soort was koren en de andere smaragd. Jij bent koren, Selina.’
‘En jij bent smaragd,’ zei Selina meteen. (315/316)

Als Dirk dit hoort, maalt er bij hem enkel de gedachte door zijn hoofd dat hij een dooie diender is. De luxe waarmee hij zich omringd heeft, mist de schoonheid waar Roelf en Selina wel naar kijken. De schoonheid die je vormt en verder helpt. Dat is misschien wel de belangrijkste les die je leert na het lezen van Edna Ferbers klassieker So Big.

Edna Ferber: Het purperen land. Oorspronkelijke titel: So Big (1924). Nederlandse vertaling: Lisette Graswinckel. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers, 2016. ISBN: 978 90 468 2145 9. 320 pagina’s. Prijs: € 19,99.Bestel

Een perfecte dag voor literatuur

Dit is mijn 3e bijdrage over de roman Het purperen land van Edna Ferber. We lezen dit boek bij Een perfecte dag voor literatuur van notjustanybook.nl. Lees de bijdragen van anderen in de reacties.

Literaire verwijzingen

img_20160926_204115.jpgHet reisverhaal In Patagonië van Bruce Chatwin bevat een paar prachtige literaire verwijzingen. De meest in het oog springende verwijzing is die naar Dante. Hier vergelijkt Bruce Chatwin Tierra del Fuego met het eiland waar Ulysses in Dantes Inferno probeert aan te meren.

De vergelijking doemt op als de Nederlanders proberen aan te meren. De vuren die de Hollanders vanaf hun schepen zien, doen ze denken aan het inferno, boordevol met monsters en de Roc, een reusachtige condor. In werkelijkheid waren de vuren aangestoken door de Indianen op het eiland.

Dan is Vuurland Satans land, waar vlammetjes flikkeren als vuurvliegjes op een zomernacht en, in de enger wordende kringen van de Hel, het ijs de schimmen van verraders gevangen houdt als rietjes in een glas.
Dit verklaart misschien waarom ze niet geland zijn. (127)

Een mooie combinatie van de literatuur en de geschiedenis van de ontdekkingsreizigers. De vergelijking met Ulyssus die bij Dante gestraft wordt voor zijn verlangen de grenzen die de mens gesteld zijn, te overschrijden.

Naast Dante haalt Bruce Chatwin ook Shakespeare aan. Hij doet dit als hij de herkomst van de naam Patagonië bespreekt. Het gebied zou verwijzen naar de grote voeten van de oorspronkelijke bewoners, maar het monster Patagon.

Shakespeare heeft in zijn tragedie De storm duidelijk verwijzingen naar de Zeereis van Pigafetta, stelt Bruce Chatwin. In deze Zeereis spelen monsters met de kop van een hond en de poten van de hartebeest, de Grote Patagon, een rol.

Heerlijk om zo de grote literatuur te zien verzinken in het boeiende reisboek In Patagonië. Zo zijn vallen alle verhalen samen bij Bruce Chatwin.

Bruce Chatwin: In Patagonië. Oorspronkelijke titel: In Patagonia. Uit het Engels vertaald door Eelco Hesse. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker, 1987 (1e druk in 1979). ISBN: 90 351 0518 4. 228 pagina’s. Alleen antiquarisch verkrijgbaar