Categoriearchief: reizen

Maaslijn

lunchen in de trein

De treinkaartjes lagen als sinds begin september in de la. Ik wilde dit najaar namelijk dolgraag gebruik maken van een rondrit per spoor door Nederland voor 17 euro p.p. Door persoonlijke omstandigheden lukt dit voornemen niet, maar gisteren kwamen Doris en ik al heel aardig in de buurt: we reden tot aan Venlo.

De werkzaamheden zorgden ervoor dat het een weekend eerder niet lukte. Afgelopen weekend reden er eveneens minder treinen omdat bij Schiphol aan het spoor gewerkt werd. Voor ons pakte dat juist gunstig uit. De intercity’s van Schiphol naar Eindhoven en Nijmegen hadden hun begin- en eindpunt op Almere Centrum.

Zo konden we de heenreis blijven zitten tot aan Eindhoven en namen daar de trein naar Venlo. De enige trein die reed, was een stoptrein. De uitgelopen werkzaamheden bij Helmond zorgden daarvoor. Maar dat deerde niet.

Vanaf Venlo namen we gelijk de trein naar Nijmegen. Deze spoorlijn heet de Maaslijn of Heilige lijn. De Nederlandse Spoorwegen heeft sinds 2006 het vervoer overgedragen aan Veolia. Ik was even bang dat dit roet in het eten zou gooien. Gelukkig ontdekte ik bij het checken van het kaartje op internet, dat de kaart ook geldig is bij deze vervoerder.

Ik wilde heel graag over de Maaslijn rijden. Het is een van de mooiste spoorlijnen van Nederland. Eenmaal eerder reed ik over deze bijzondere lijn. Als puber reed ik er met mijn tienertoerende neefjes. Ik herinnerde mij een prachtige spoorlijn met veel bos en bijzondere vergezichten.

De spoorlijn ligt inderdaad in een prachtig gebied en doorkruist een aantal keer mooie bossen en natuurgebieden. Na het verdwijnen van de lijn van Nijmegen naar Kleef en de kruising met de spoorlijn van Boxtel naar Wesel, verdween ook het belang van de Maaslijn. Nu is de lijn een regionale zijlijn, maar met 18.000 reizigers per dag wel de drukste regionale spoorlijn.

Dat merkte ik gisteren ook. Elk station nam het aantal reizigers toe. Ze kwamen naar binnen met fietsen en grote koffers. Met een kind mee, ontdekten we al snel dat dit treinstel bijzonder praktisch is ingericht. De stoelen kunnen overal worden opgeklapt. Wel zo vriendelijk voor reizigers. In de buurt van Nijmegen zagen we hardlopers de Zevenheuvelenloop hollen.

In Nijmegen stond de intercity naar Almere Centrum al klaar. Het was heerlijk. De regen van de ochtend had plaatsgemaakt voor een heerlijk zonnetje. We deden nog een spelletje voor onderweg. En genoten nog eens extra van het landschap, het meegenomen snoep en de zonnestralen.

Moeder met kind

image

Moeder met kind. Ze zitten in de vroege ochtendtrein naar Schiphol. Het kind snottert. Moeder neemt een hap van de boterham. ‘Ik ook’, jengelt het kind. ‘Wil je een boterham met pindakaas?’ vraagt moeder. ‘Nee, met jam’, antwoordt het meisje. De rode haren steken af tegen het vormeloze shirtje dat ze draagt.

De lengte van de forensentrein is nog afgestemd op de vakantie. Het veel te korte treinstel dwingt de forensen bij elkaar. Geen zitplaats blijft leeg. Een enkeling staat in het gangpad. De knieën tikken tegen elkaar. Mijn tas staat tussen mijn voeten geklemd. Ik probeer te nippen van de verse koffie uit de nieuwe mok. De meneer aan de andere kant van het gangpad kucht als het meisje weer begint te praten. Zij hoest ergens midden in woord. ‘Je moet wel de hand voor de mond doen’, zegt de moeder streng.

Het kind heeft een eigen plaats in de drukken trein. Moeder ontfermt zich over haar. Na het broodje jam geeft moeder een pakje kleurpotloden. Ze wijs naar het gratis krantje dat op het tafeltje bij het raam ligt. ‘Hier, ga daar maar kleuren.’ Dochter hoest naar het papier, trekt een potlood uit het pakje en drukt de stompe punt midden op de foto van een lijsttrekker in debat.

De man aan de andere kant van het gangpad, kijkt geïrriteerd op uit zijn halfslaap. Hij schikt de rugzak op zijn schoot en drukt zijn ogen weer dicht. ‘Papa’, roept het kind. ‘Kijk eens wat ik getekend heb?’ Dwars over het hoofd van de politicus trekt de rode potloodlijn. De man aan de andere kant van het gangpad kijkt op en mompelt wat. De moeder sust haar dochter. Ik hoor niet wat ze zegt.

‘Ik wil spray’, zegt ze. Ze haalt haar neus op. ‘Nee, dat kan niet’, antwoordt moeder streng. ‘Je mag niet de hele tijd neusspray.’ ‘Ik wil’, jengelt het kind. Ze ademt zwaar door de mond. Uit haar neus vormt zich een grote snottebel. De bel trekt een lijn naar haar mondhoek. Moeder wrijft met een papieren zakdoekje over het gezicht. Het kind wendt haar hoofd af. Aan mijn neus geen polonaise. Het zakdoekje is al eerder die ochtend gebruikt. Het papier neemt niet veel vocht meer op. Dochter jengelt over de spray. ‘Je mag vanmiddag weer’, zegt moeder. Het kind begint te schreeuwen. De man aan de andere kant van het gangpad kijkt geërgerd op.

Moeder rommelt wat in haar tas. ‘Dan doen we nu nep.’ Ze zet het flesje spray aan de neus van het kind en doet net of ze spuit. ‘Lekker he? Net echt.’ ‘Nee’, gilt het kind. ‘Ze is echt verkouden’, zegt de vrouw. Ze geeft het vieze zakdoekje aan de man aan de andere kant van het gangpad. De man aan de andere kant van het gangpad kucht en haalt zijn neus op. ‘Zou het straks in Italië over zijn?’ Hij buigt in de richting van de vuilnisbak en propt het propje erin. Hij zwijgt, sluit zijn ogen en slaapt weer.

Onderweg

Ik ben onderweg

Vakantie is de tijd van reizen en van onderweg zijn. Er is geen mooiere vorm van onderweg zijn dan lezen. Je zit in je luie stoel – waar dan ook – en laat je meenemen naar de verste uithoeken van de wereld en de fantasie.

Mijn leesroute heeft zich verplaatst van Jan Wolkers naar Jack Kerouac. Ik las over de verfilming van Kerouacs beroemdste boek: On the road. Vertaald als Onderweg door Guido Golüke. Ik trof het boek dit voorjaar aan in de Kringloopwinkel van Almere en kon de neiging niet onderdrukken het mee te nemen.

Tijdens mijn studie las ik het voor mijn leesclubje. Ik vond het verschrikkelijk. Het boek barst uit zijn voegen van drank, vrouwen en drugs. Waarom zou je daarover moeten lezen? Waarom zou je dat gezemel mooi moeten vinden? Ik begreep het niet en wilde het misschien ook niet begrijpen.

Als je dagen tussen de 4 muren van een kantoor doorbrengt, snap je het misschien wel. Ik nam het boek – met de nodige scepsis – in de hand. Een boek dat ik toen verschrikkelijk vond, zou ik nu niet veel mooier vinden. De verbazing was er snel: ik werd gegrepen door het verhaal van de vrienden Sal Paradise en Dean Moriarty. Wat een verhaal en wat een belevenissen.

Ik werd meegenomen naar het Amerika van 1950 en lifte mee van de westkust naar de oostkust en terug. Eindeloos op de cadans van het verhaal. Dat iemand zo’n mooi verhaal kon schrijven over onderweg zijn, reizen en vooral over vriendschap. Vrienden die geen vrienden zijn. Iedereen die waarschuwt dat Dean niet te vertrouwen is, een verteller die het ook wel weet maar het niet wil weten. Tegelijkertijd vertelt het verhaal ook over de andere kant van Dean. De jongen die het hele continent bereist om zijn vriend Sal even te spreken en dan alleen maar stamelen kan.

De roman is met een enorme vaart geschreven, bevat intrigerende personages en boeiende verhalen. De stijl waarin het geschreven is, pakt je beet en laat je niet meer los. Het lijkt net op een glas cola dat je te snel inschenkt. Het borrelt en bruist over de rand. Je probeert het op te slurpen, maar het stroomt alsnog over de rand heen.

Als je dat zo leest, bedenk je dat het haast onmogelijk is een verhaal als On the road te verfilmen. De vele lagen en verhalen. Het is meer dan een stelletje vrienden dat heen en weer rijdt over het continent op zoek naar vertier en vooral naar elkaar. Wat ik gelezen heb, blijft de film vooral beperkt tot het sentimenteel oproepen van een verloren Amerika. Zo lopen ze de hele film met Proust onder de arm, terwijl Onderweg het heel kort aanhaalt aan het einde. Misschien de strekking, maar niet het verhaal.

Leesroute

image
Leesroute door mijn boekenkast

Zoals het gaat met een trektocht van plaats naar plaats, zo maak ik ook trektochten met boeken. Ik lees gestaag van het ene boek in het andere. Soms onderbroken door een heftige break. Maar vaker inspireert het ene boek mij om het andere te gaan lezen. En zo baan ik mij een weg door een reeks boeken. Ogenschijnlijk hebben ze niet alles met elkaar te maken, maar nog veel vaker sluiten ze naadloos op elkaar aan.

De laatste maanden werk ik mij door het oeuvre van Jan Wolkers. Het begon eigenlijk bij het lezen van Paul Theroux’ De oude Patagonië Express. Ik daag mij vaker uit een treinboek van hem op schoot te nemen. Na het lezen van De Grote Spoorwegcarrousel en De Grote Spoorwegcarrousel Retour begon ik met het lezen van de Oude Patagonië Express. Het boek schreef de Amerikaanse (trein)reiziger 4 jaar na de publicatie van De Grote Spoorwegcarrousel. Het boek waarmee hij de harten van veel (trein)reizigers en liefhebbers van reisverhalen stal.

Ik moet nog steeds een blogje schrijven over dit prachtige boek. Dat het nog er niet van gekomen is, komt doordat Theroux in zijn boek over 2 boeken schrijft die mijn aandacht trokken. Ook werd ik afgeleid door andere boeken die ik voor Litnet las en soms nog moet bespreken.

Als eerste schrijft Theroux over Boswells Life of Samuel Johnson. Een boek dat zich laat vergelijken met Eckermanns Gespräche mit Goethe. Boswell schrijft over het leven van zijn vriend, de legendarische Samuel Johnson (1709-1784). Deze essayist en dichter is vooral bekend geworden als samensteller van het woordenboek A Dictionary of the English Language. Ik trof via internet aan dat het boek mogelijk vertaald wordt in het Nederlands. De uitgave staat voor volgend jaar gepland.

Het tweede boek dat Theroux leest tijdens zijn reis door Latijns-Amerika is The Narrative of Arthur Gordon Pym van Edgar Allen Poe. Het is de enige roman van Poe. Het boek is enkele keren in het Nederlands vertaald, waaronder door de schrijver A. Alberts. Door het lezen van de Oude Patagonië Express werd ik enthousiast voor de verhalen van Poe. Al snel las ik het verhaal ‘The Gold-Bug’ en wist voor de geest te halen dat dit een lievelingsverhaal van Jan Wolkers is. Hij heeft er een prachtig essay over geschreven en het verhaal heeft een nieuwe liefde bij hem losgemaakt: de liefde voor de Tulpenboom, de Liriodendron tulipifera.

En zo ben ik terechtgekomen bij Jan Wolkers. Langzaam maar zeker heb ik alle romans van Het vroege werk gelezen. De Kus heb ik tussen het fietsen door gelezen. Een heerlijk boek. Dat wat mij betreft zelfs De Walgvogel overtreft. Een mooie opbouw en goede typering van de karakters tijdens een groepsreis in Indonesië. Het verhaal is eenvoudig en meeslepend tegelijk. Ook hier komt een boek in voor: The Romantic Agony van Mario Praz. Ik heb het gelijk vandaag doorgebladerd.

Ik heb nu even een korte leespauze van het werk van Wolkers ingelast. Zo probeer ik even het boekenweekgeschenk van het afgelopen jaar te lezen. En ook ligt Jack Kerouacs On the road op mijn leesplankje. Maar ik weet zeker dat spoedig de volgende roman van Wolkers volgt: De doodshoofdvlinder.

De grote spoorwegcarrousel 33 jaar later

De verzameling Spoorwegcarrousels in mijn bezit

Als Paul Theroux in 2006 in een boekhandel in Georgetown (Penang, Maleisië) een pocket van zijn De grote spoorwegcarrousel vasthoudt, denkt hij: ‘ik ben die man niet meer, en die plaatsen bestaan ook niet meer.’ (366). Het is 33 jaar na zijn eerste reis door Azië. Hij maakt de reis nog een keer: ‘Ondertussen twee keer zo oud als degene die in die treinen had gereden, waarvan de meeste werden voortgetrokken door stoomlocomotieven die kokend door de binnenlandeen van Turkije en India tuften. Ik vond de symmetrie in het tijdverschil heel mooi.’ (15)

Het lezen van Paul Theroux’ De grote spoorwegcarrousel afgelopen zomer heeft mij al snel enthousiast gemaakt. Van hem wil ik meer lezen. Het verslag van de reis per trein die hij in 1973 maakt door Europa en Azië is een heel bijzonder reisverslag. Het is anders dan andere (literaire) reisverslagen.

De manier waarop hij in het boek uit 1975 spreekt over zijn medereizigers en de ervaringen van het reizen, maken dit boek tot een uniek reisboek. Helemaal als treinliefhebber. De trein vormt het decor van het verhaal. De trein verbindt niet alleen de steden met elkaar, maar vormt ook de rode draad door het reisverhaal. Hiermee is het een ander verhaal dan de meeste reisverslagen. Lees verder De grote spoorwegcarrousel 33 jaar later

Afgedwaald

Hij zit een rij banken verderop in de trein van Amsterdam-Zuid naar Almere. Een grote koffer staat rechtop naast hem. Daar kan niemand meer bij komen zitten. En dat in een drukke forenzentrein. Hij staart voor zich uit.  Afgedwaald door gedachten en de verse reis. Maar bijna zijn einddoel naderend.

Grijze haren, ouderwetse bril eveneens grijze sik. Op zijn hoofd draagt hij zo’n arbeiderspet die Van der Lubbe onsterfelijk heeft gemaakt. Zijn mond prevelt in de richting waar hij naar tuurt. Over het water. Als de vermoeide reiziger die al iets te lang alleen verkeert. Of hij verkeert in staat van gebed. Dat kan natuurlijk ook.

Ineens maakt hij zich los van zijn gebed. Hij schuift zijn bankrij uit en loopt op mij af. Heb ik weer. ‘Do you speak English?’ Ik knik aarzeldend. ‘May I ask you something?’ Opnieuw knik ik. Het licht er wel helemaal aan wat voor een vraag hij heeft natuurlijk. Of het volgend station ‘Central station’ is? Ik vraag hem wat hij bedoelt: Amsterdam Centraal? Hij knikt. ‘Dan zit u in de verkeerde trein’, antwoordt ik.

Ik probeer uit te leggen dat hij op Almere moet overstappen naar het andere perron. Hij baalt, slaat met zijn handen woest in de lucht en mompelt wat in zijn knauwerige Engels. ‘Don’t shoot the messenger’, denk ik. Maar hij laat me verder met rust en bedankt me zelfs met een kort knikje.

Hij trekt prevelend de zware koffer tussen de banken vandaan. De koffer draagt hij voor zich uit het gangpad door. Ik zie hoe hij van de trap stommelt om op de galerij uit te komen. Op het station help ik hem de weg naar de lift en wijs naar het andere perron (platform). Dan scheiden onze wegen zich. Ik naar huis. Hij verder op weg naar het doel waar hij even van afgedwaald was.

Forensengroet

Het bericht van de nieuwe baan verspreidt zich binnen de organisatie. Soms laait het vuur wat op. Vooral bij ontmoetingsplaatsen als de lunch. Zo lunchte ik vandaag niet te midden van mijn clubje en at met gezichten die ik wat minder vaak spreek.
‘Zo ik hoorde dat je een nieuwe baan hebt’, ontviel mijn disgenoot. Ik vertelde wat over het hoe, waarom en wat ik precies ging doen. Hij knikte met belangstelling. ‘En je moet weer reizen?’ ‘Ja, het is in Houten, dus ik moet eventjes met de trein.’
Ik vind het wel lekker om met de trein te reizen. Zeker als je jezelf onderweg op allerlei dingen trakteert. Een leuk boek, een stukje typen op mijn laptop of wat lees- en denkwerk dat anders blijft liggen. ‘Tja’, vertelde mijn disgenoot. ‘Ik heb jaren gereisd naar Utrecht en dat was heerlijk. Al moest ik overstappen op het station Weesp.’
Het station Weesp is voor mij reden om te gaan praten over tochtige wachthokjes, treinen die voor je neus wegrijden en zelfmoordcijfers. Snel zocht ik een weg naar een nieuw verhaal. ‘Het is wel leuk om te forensen. Zo ontstaat er een hele band met de andere mensen in de trein.’ ‘Iedereen gaat ook altijd op hetzelfde plekje zitten’, vulde een toehoorder aan. Ik knikte. ‘En als er iemand niet is, dan vraag je je af waarom hij er niet zit.
Het is een vreemde gewaarwording als je de mensen met die je de coupé deelt ineens in de stad ziet lopen. Zo liep ik in de tijd dat ik met de trein forensde eens in de stad en zag een heel bekend gezicht mij passeren. Ik stopte, draaide even om, het bekende gezicht was ook gestopt en had zich omgedraaid. We vroegen ons allebei af wie we nu zagen. In alle beleefdheid en verlegenheid knikten we vriendelijk naar elkaar. Pas toen ik een halfuurtje later naar huis fietste, wist ik het. Ik zat iedere morgen tegenover hem in de trein.
Mijn disgenoot wist het nog sterker te vertellen. ‘Het was zes jaar geleden dat ik met de trein reisde naar Utrecht. Ik zie de man die naast mij zat in de trein nog weleens in de stad lopen. We groeten elkaar nog altijd.