Categoriearchief: park

Gedachten laten glijden in park

imageHet eind van de middag van deze bewogen dag loop ik met de honden door het park. Ik geniet van het jonge groen, de intense luchten. Licht en donker wisselen elkaar prachtig af. Soms schiet een felle bui uit de donkere lucht, even later afgewisseld door de frisse zonnestralen.

Ik laat de dag door mijn gedachten glijden zoals de zon met de wolkenhemel speelt. Ik zie hoe ik meega de operatiekamer (nummer 5) in. Hoe de anesthesist nog even terugloopt voor de warme dekens. Ze lagen al aan haar voeteneind.

Hoe wij allebei zenuwachtig zijn voor de ingreep. Voor de operatie moeten we in een zaal wachten. Om ons heen allemaal wachtenden. De een kreeg al het infuus aan de hand. De ander ligt nog te wachten tot het haar beurt is.

image‘Wat wilde je vroeger worden?’ vraagt ze aan mij. ‘Dokter?’ Ik schud nee. ‘Ik wilde dominee worden.’ ‘Dominee?’ zegt ze verbaasd. Ik wil heel veel vertellen, maar weet dat het moment er niet is.

Dan rijdt ze naar de operatiekamer, wordt op het andere bed gezet. De arts komt binnen. Het loopt vol. De anesthesist heeft de spuit met een melkachtig goedje klaarstaan. ‘Ik laat het leeglopen’, zegt hij. ‘Dan wordt je langzaam een beetje draaierig en val je zo in slaap.’

Ik zie hoe snel haar ogen draaien en ze in slaap valt. Een beetje zuurstof uit een kapje waait haar neus binnen. Ik haal het hoortoestel uit haar oor. Zo kan er niks kwijtraken.

imageIk kijk nog een keer. ‘Nou, papa geef haar maar een dikke zoen, dat heeft ze wel verdient’, zegt de oorarts. Ik kijk naar het slapende kind en geef haar een kus. Gelukkig is er iemand bij mij om mij door het labyrint terug te brengen naar Inge. Daar komen de tranen.

Zo loop ik door het park en zie haar wakker worden. De ogen draaien terug, dikke lippen en het gezicht bleek. Ik hou haar hand vast en stel duizend vragen. Ze kan helemaal niks zeggen en verdwijnt weer in de narcose. Maar ze wordt sneller wakker dan ik verwacht en even later zitten we weer op de kinderafdeling.

imageNa een uur zit ze aan de boterham en moet ze naar de wc. Ze kan weer naar huis. Ik fiets de fietsen terug, Inge handelt de laatste dingen af en ik haal ze op met de auto. Zo verdwijnt de hele dag in die voetstappen door het park. De dreiging van regen houdt de andere hondenbezitters uit het park.

Ik heb de paden voor mij alleen. Het gras groen, de bladeren komen. Het is voorjaar en deze spannende dag is goed afgelopen. Nu de tijd voor het herstel. Ik hoop dat het snel is.

image

Na de storm

image

De storm is uitgeraasd. De sterke wind neemt geleidelijk af en ik ga het park in met de honden. Om te zien wat de storm heeft aangericht. Maar vooral wil ik genieten van de prachtige luchten bij dit onstuimige weer. Als de staart van een beest zweven de wolken groots en meeslepend over het land. De wind sleurt ze niet meer zo hard mee, maar genoeg om elk moment een compleet nieuw plaatje te zien.

Takken liggen op de grond, versperren de doorgang. Het pad is niet meer te vinden door alle bladeren die zich hebben verzameld in grote hopen. De ravage lijkt mee te vallen, tot ik drie bomen zie liggen op het fietspad. Ze hebben de harde Zuidwester niet overleefd. Het zijn lindebomen waarbij het volle blad de genadeloze klap heeft gegeven. Teveel wind tegen het gewicht van de bladeren.

image

Met stam en al uit de grond gewipt. Dat is bij twee bomen gebeurd. De derde is in tweeën gespleten door de stormkracht. Er ligt een bijna even dikke stam op het fietspad. Geen doorgang meer. Ik maak wat foto’s van de ravage. Wat een kracht zit er in de wind. Bomen ontwortelen en alles is door elkaar gegooid. Alsof iemand in razernij naar iets heeft gezocht, zonder het te vinden.

Ik loop verder. Geniet van de rust in het park. Het lijkt of niemand nog naar buiten durft. Geen hond kom ik tegen, terwijl ik normaal op elk willekeurig uur van de dag meerdere honden en hun bezitters tegenkom. Ik kom op het pad dwars door het Beatrixpark en zie hoe twee omgevallen bomen dit pad versperren. Nog niet zo heel lang geleden lag hier al een boom. Toen een windstille dag, nu heeft de wind een einde gemaakt aan deze twee reuzen van het park.

image

Ik geniet van al die luchten die elk moment de hemel van kleur veranderen. De zon probeert door al die wolken heen te breken, maar het lukt nog niet zo vaak. Het levert een mooi spel op dat mij dwingt omhoog te kijken. De hemel inspireert en lijkt mij uit te dagen. Onstuimigheid levert genoeg spanning op om elk moment een nieuw schilderij te presenteren. De compositie van kleuren geeft om de haverklap een nieuwe verrassing.

Ik denk nog even terug. Wat was dat genieten, wat eerder vanmiddag aan het Weerwater. De stille welving in het water is een onstuimige golvenzee geworden. Het lijkt wel of ik aan het stand sta. Een hele golfslag komt op de kade af en slaat tegen het steen. Ik word kletsnat van al het water dat opspat.

image
Weerwater op hoogtepunt van de storm

De hemel zorgt ervoor dat je wegdroomt. Maar het is genoeg geweest. We gaan weer naar huis. We lopen langs het appelboompje. De sierappeltjes liggen tussen de losgewaaide bladeren op het pad. Saartje scharrelt haar maaltje wel bij elkaar. We lopen de gracht op, en zien hoe de schutting van de buurman omver is geblazen. Overal takken en bladeren. De eerste herfststorm is voorbij en de gevolgen zullen nog dagenlang door onze media en in onze hoofden blazen.

image
Het Den Uylpark na de storm

Kapsalon in park

image

Hij komt eraan fietsen en rijdt over het voetpad. Het grind knarst onder zijn wielen. Het zonnetje schijnt flauwtjes door het wolkendek. Aan zijn fietsstuur bengelt een wit plastic tasje. De bocht om, over het evenwijdige paadje.

Bij het bankje stopt hij, stapt af, zet zijn fiets vast op de standaard en hengselt het tasje los van zijn stuur. Hij gaat zitten, opent het zakje en haalt er een zilverkleurig bakje uit. Het is een bakje van aluminiumfolie.

Een kartonnetje sluit het bakje van boven af. De jongen opent het bakje, haalt een vork uit het zakje en zet het vol in het eten. Het is een heuse kapsalon zie ik. Hij mengt de smurrie met shoarma en sla tot een heuse stamppot.

De vork gaat erin en verdwijnt in zijn mond. Het zonnetje schijnt zachtjes en hij zit daar alleen op het bankje te genieten van zijn kapsalon. De fiets staat naast hem, haaks op het bankje. De wandelaar loopt voorbij met zijn honden en ziet hoe de kapsalon in de mond van de puber verdwijnt. Zo verdwijnt de kapsalon in het park hap voor hap.

Nare dromen

image

Zeker drie keer droomt Redmond O’Hanlon tijdens zijn tocht door de Amazone in Tussen Orinoco en Amazone. Het is een droom met een canvas kano erin. Hij is een achtjarig jongetje en achterin peddelt zijn vader. Als Redmond verdwaald is, komt de droom telkens terug, maar in de rest van het verhaal komt de droom geregeld in de nachten voorbij.

Bij de eerste keer dat deze droom aan de orde komt, zit niet zijn vader achterin, maar Simon. Hij pakt de buks van begeleider Chimo en schiet zichzelf in zijn mond. De knallen blijken van het onweer ter komen. De tweede keer is Redmond teleurgesteld omdat hij en zijn vader in de kano de onbereikbare spoorbrug niet weten te bereiken. De derde keer bereikt hij de spoorbrug.

Maar toen we dichterbij kwamen, veranderden de natuurstenen pijlers en de roestige ijzeren dwarsbalken langzaam in een stel takken die gesteund werden door x-en van stammetjes met een leuning van lianen. We voeren eronderdoor, en plotseling werd ik overweldigd door een hevig geluksgevoel. (624)

De dromen verwijzen naar zijn jeugd als er een halve, lege eierdop van een grote lijster voor zijn voeten valt. Hij begint eieren te verzamelen en vaart met zijn vader in de canvas kano op het meer van Bowood vaart. Daar vindt hij het ei van een fuut onder een plukje drijvend groen. Het is het pronkstuk van zijn collectie. De verzameling eieren in een doos heeft nog altijd een plekje in zijn fetisjkamer. Bij de verbrande teen van een vriend die zelfmoord pleegde.

Bij het lezen van Tussen Orinoco en Amazone van Redmond O’Hanlon – zo vlak voor het slapen gaan – word ik ook geteisterd door dromen. Ik loop met de honden door een smal paadje in het park en laat mijn handen glijden langs de takken. Als ik thuiskom en in mijn handpalm kijk, zie ik een hele verzameling vol teken over mijn hand lopen.

Ze weten zich naar binnen te werken en kruipen onder mijn huid verder. Ik probeer ze dood te drukken en zie dat er eentje verandert in een wesp. Duidelijk zie ik de gele zwarte strepen en voel het lijfje sidderen. Steeds als ik hem wil dooddrukken, kruipt hij weg.

Als ik badend in het zweet wakker wordt, bedenk ik mij dat ik toch maar geen junglereizen van Redmond O’Hanlon moet lezen. Je krijgt er nare dromen van.

Man en hond

image

In de zomer is een wandeling met de honden een heerlijk uitje. Aan het eind van de middag als de rust weerkeert in het park, loop ik nog even een rondje. We lopen van park naar park. De scheiding is het spoortunneltje. Als ik het Beatrixpark binnenloop hoor ik in de verte het geblaf van een hond.

Het weer zit mee. We lopen verder door de smalle paadjes over bruggetjes. Het groen is op zijn best. Ik zie het verschil tussen alle tinten groen. Elke boom heeft zijn eigen groen. We komen dieper het park waar het water verbreed. De plek van de zilverreiger. Hij zit er weer. Stil in het water, de nek slank vooruit in het water starend.

Verderop klim ik de heuvel in het park. In de winter sleeën de kinderen van deze ophoging. Het biedt een mooi uitzicht over het park. Ik zie mensen in het water springen vanaf de aanlegsteiger. Ze trekken een paar baantjes in het koele water. Als ze genoeg afgekoeld zijn, trekken ze zich weer op de aanlegsteiger. De armen leggen ze breed op de houten vlonders en ze hijsen zich op alsof het de waterkant van het zwembad is.

Hier blaft de hond. Een man staat op de vlonder en gooit een tak in het water. Het dier blaft angstig. Er gebeurt niks. De man spoort de hond aan, maar die blaft alleen maar. In de wanhoop springt de man het water in, achter de tak aan. Hij roept vanuit het water naar de hond. Die blaft alleen maar harder. De man zwemt naar de tak en houdt hem omhoog. Weer roept hij. De hond blijft blaffen.

Ik heb het hoogste punt bereikt daal weer af van de heuvel en zie de man en de hond niet meer. Als we veel verderop lopen, horen we nog altijd het blaffen. Ik stel mij voor dat de man nog altijd probeert zijn hond het water in te krijgen. En de hond zijn baas uit het water.

Een week over bloggen – een vlog

image

Een hele week schrijven over bloggen en mijn blog aan de hand van het #bloginterview van @marysjabbens. Ik ontdekte bij het beantwoorden van de 14 vragen dat elke vraag bijna een heel blogje was. Dat zou een onmogelijk lang verhaal worden. Geen enkele lezer zou het einde halen. En als die enkeling het einde zou halen, zou hij helemaal afgemat en stuk zijn.

Hapklare brokjes

Daarom deelde ik het verhaal op in iets meer hapklare brokjes. Gegroepeerd rond een onderwerp. Soms was de herhaling onvermijdelijk, maar ik probeerde van elk blogje een leuk verhaal te maken. Al schrijvend voorzag ik de vijf blogs een trits voorbeelden uit de 2300 blogs die ik tot nu schreef. Dan is zeven jaar bloggen opeens best wel lang. Zeker ook omdat ik de laatste zes jaar vrijwel iedere dag blogde. De laatste drie jaar zelfs op twee plekken. Een schat aan informatie.

Terwijl ik zo bezig was met het onderwerp en in de pauze op mijn werk genoot van het mooie weer, dacht ik verder over bloggen en kwam op het idee een korte vlog te maken over bloggen en wat het voor mij betekent. En daar kwam de leus echt naar voren: ik leef, ik blog, ik besta! Dank je wel @marysjabbens voor de prachtige week die ik mocht meemaken van nadenken, schrijven en linken naar mijn blog.

Prijsvraag

Tot slot nog een vraag. Als je alle blogs van het bloginterview gelezen hebt, zul je zien dat ik met mijn wijsvinger een zin heb getypt. De spatie is met de duim ingedrukt. Uit welke twee woorden bestaat de zin? Zet het antwoord hieronder en win een gedicht over jou op wolkenhemel.

Ondertiteling

Voor doven en slechthorenden heb ik een ondertiteling gemaakt. Kies niet de ondertiteling die automatisch door Google wordt gegenereerd, maar de andere.