Categoriearchief: pampushout

Bramenstruik bij Duivendrecht

Ergens verscholen achter de overkapping van het treinstation Duivendrecht bloeit deze bramenstruik. Geen mens kan er bij om de vruchten over een klein maandje te plukken. Ik kan genieten van deze natuur, de struiken vinden hun weg wel en groeien op plaatsen die bijna onmogelijk zijn. Dat is overleven.

Vosje

Zo zag ik vanmorgen in de warme morgenzon een vosje staan. Het dier stond op het pad tussen bosrand en spoordijk. Ik weet dat er een vossenfamilie in Pampushout woont, want bij het hardlopen vorig jaar zag ik ook al eens een vosje. Hij tuurde met de zon mee het pad af. Als je dit ziet, lijkt het of je heel even de natuur betrapt op iets dat je eigenlijk niet zou mogen zien.

Oversteken

Ze kwamen uit het bosje rechts. Eerst een beetje aarzelend passeerde de eerste het fietspad en dook in het bosje links van het fietspad. Hij werd gevolgd door een tweede, een derde en een vierde. De staartjes zwiepten omhoog, bewust van het gevaar van deze onderneming. Nummer vijf kwam ook uit het bosje en sloot de rij.

Ze staken precies over het fietspad tussen mij en een mevrouw met haar hond in. De vrouw maakte haar hond vast, uit angst dat het dier het wild zou opjagen. Ik holde gewoon vooruit en keek naar de reeën die het fietspad overgingen. Toch bijzonder om vijf van deze dieren op slechts een meter of honderd van de bewoonde wereld te zien lopen. En dat gewoon midden op de dag, het was iets na twaalven.

Dat vond de vrouw met de hond ook. ‘Zag je dat?’ vroeg ze aan mij. ‘Ja, mooi hè?’ antwoordde ik. We hadden allebei genoten van dit korte moment dat je zo’n groot dier in het wild ziet. Daar doe je de hond voor aan de lijn of ga je iets rustiger lopen, want dat is het gewoon waard.

Schaatser zonder schaatsen

‘Nee, Kim. Kom terug’, schreeuwt een jongen aan de rand van de bevroren plas. ‘Doe het niet Kim. Nee, kom terug.’ Een meisje loopt over het ijs. ‘Het kraakt toch niet. Er gebeurt niks.’ De jongen krijst in onhoorbare taal in haar richting. Alsof elk moment haar laatste kan zijn.

Hij is de enige met ijzers onder zijn voeten. De twee meisjes die hem vergezellen, kwellen hem. Ze lopen waaghalzerig naar het midden van de kleine plas. De jongen schaatst niet meer, maar roept en roept. Terwijl de meisjes niet luisteren.

Een hoentje vlucht het riet in. Het diertje glibbert met hoge snelheid in de richting van de rust. De jongen staat nog altijd aan de kant en roept. Misschien heeft hij de ijzers van zijn oudere zusje om en is haar maat niet meer verkrijgbaar. Het andere meisje durft minder en staat op een meter van de kant. De echte schaatser van de drie heeft geen ijzers. De rest staat stil en roept.

Libelle Zomerweek

Ik kwam uit bij een open plek in het bos. Het stond hier vol met auto’s. Ik vroeg mij af waarom ineens op deze onverlaten plek, midden in het bos, een parkeerplaats voor auto’s in het leven was geroepen.
Libelle Zomerweek‘, hinkstapte door mijn hoofd. Ik rende nog, maar vreesde het ergste. Meer dan tien kilometer was ik van huis, als ik zou omkeren, moest ik hetzelfde stuk nog eens. Ik holde verder, wist ergens wel beter. Dat ik recht op een afzetting afliep.
Het was rustig op het schelpenpad. Geen mens te vinden. De stilte voor de storm, besefte ik. Maar ik trimde dapper door. Geen Libelle-lezeres zou mijn voornemen weerhouden om de wandeltocht van Tweede Pinksterdag nog eens over te doen.
De bussen reden af en aan, traag optrekkend en remmend in de file naar de parkeerplaats. Het fietspad achter het strand toonde mij een beeld dat weinig zo gezien had. Een niet ophoudende stroom vrouwen liep over het fietspad, allemaal in de richting van de witte tenten wat verderop aan het strand.
De karavaan liep in één beweging, maakte geen ruimte voor de tegenligger. Voor mij restte weinig anders dan over het gras te hobbelen. Enkel vrouwen liepen langs mij heen. Geen één man passeerde mij. Tot ik bijna het hoekje om kon. Een kale kop zwaaide in mijn richting. ‘Veel muggen hier hè?’ riep hij. Ik was hem al voorbij voor ik kon antwoorden.

Siberië

‘Hé, komen jullie uit Siberië?’ mompelde een jongen in zwembroek naar ons. Hij wierp net een klein rood balletje in de lucht en zwaaide het racket in zijn andere hand naar het balletje. Het balletje belandde niet in het racket van zijn tegenspeler, maar een klein buldogje ving het op. Ze holden achter het dier aan, maar hij liet niet los.
De Siberiërs waren ik en mijn moeder. Onze wandelschoenen reikten tot ver over de kuiten. Hoedjes en petjes beschermden ons voor de zon. Het rulle zand vormde voor ons een zware tegenstander. De strandgasten wreven met hun billen een kuiltje in het zand om nog confortabeler te liggen.
Het is heerlijk om te wandelen in Almere, ontdekten we vandaag. De 15 kilometer lange tocht uit het boek Almerepad, wandeling 12: Pampushout en Kromslootpark. De wandeling komt min of meer overeen met de oude NS-wandeling. Er waren heel mooie stukjes tussen, soms om extra kilometers te maken kronkelden we van de hoofdweg af. Via smalle bospaadjes en andere kronkelweggetjes kwamen we dan na een tijdje weer op het hoofdpad uit.
Dat deze kronkelweggetjes soms heel erg de moeite waard waren, ontdekten we bij het Muiderzand. Bij de Wim Eversbeek paradijselijke taferelen met een helder beekje en veel bloemen. Heel rustig, we kwamen slechts een fietser tegen. Hij at een broodje in de nabijheid van de beek.
Het Kromslootpark is eveneens de moeite waard. We liepen daar door de rietvelden en hoorden nauwelijks de snelweg iets verderop. Later weer een ander landschap met gras en bomen. De bloesem van sommige bomen kleurde heel mooi zo in de meizon. De kaarsen van de kastanje maakten het voorjaarsgevoel helemaal los.
Wel brandde de zon warm in onze nekken. De zonnebrand veel uit de tas getrokken en thuis heerlijke aftersun op de licht verbrande huid gesmeerd. Wat een beetje tegenviel was het optimistisch ingeschatte laatste stukje. Dat was een halfuur langer dan de geschatte twintig minuten.

Kijk verder:

  • www.wandelzoekpagina.nl voor veel informatie over wandelroutes in Nederland. Verwijzingen naar routes in boekjes en de NS-wandelingen. De oude NS-wandelingen staan hier. Let wel op, de bewegwijzering. Vaak wordt deze niet meer bijgehouden.
  • www.ns.nl voor NS-wandelingen, er zitten een paar heel mooie bij.

Aangevallen

Vlak voordat ik ga hardlopen, lees ik in de Almere Vandaag dat een buizerd bij stadslandgoed De Kemphaan hardlopers aanvalt. Een VVD-raadslid zou meerdere keren door de roofvogel zijn belaagd.
De boswachter waarschuwt kalende hardlopers voor een aanval: “Een kaal hoofd glimt altijd een beetje, als dit dan gecombineerd is met drukke bewegingen zoals van een trimmer of een hond dan kan dit een aanval uitlokken.”
Een beetje onzeker zet ik mijn schreden door Pampushout. Ik weet dat de buizerd flink moet omvliegen om in mijn hardloopgebied te komen, maar ik ben erop bedacht. Overal zie ik ze vliegen op grote hoogte, maar ver genoeg van mij af.
Als ik dan eindelijk door het veilige Beatrixpark hol, gebeurt het. Een heer en een dame lopen mij tegemoet met drie honden. Eén van de honden rent agressief blaffend op mij af, hapt naar mijn hand, laat los en neemt nog een beet in mijn pols. Hij bengelt aan mijn arm als het baasje hem roept.
Ze lopen weg alsof er niets gebeurd is, maar dat valt tegen. Ik roep mevrouw terug, want meneer is nauwelijks in het Nederlands aanspreekbaar. Volgens haar doet hij dit nooit en is het niet haar hond. Ik wijs haar erop dat ze verantwoordelijk is voor de hond, omdat zij ermee loopt en het dier loslaat. Ook al is het een loslaatgebied, zo’n hond hoeft mij nog niet te grijpen. Helemaal geen twee keer, mijn hand en pols bloeden en zien rood.
De wond klopt en rond de beetplekken ontstaan rode zwellingen. Heel vervelend allemaal. Ze heeft geen papiertje om haar telefoonnummer op te schrijven, maar ik onthoud haar adres. Dat is mijn redding, want een beetje studie op internet leert mij dat je met elke hondenbeet naar de huisarts moet. De assistente van de huisartsenpost aarzelt geen moment mij direct langs te laten komen.
Met een Tetanusprik en een antibioticakuur sta ik aan de deur van mevrouw. Het onthouden adres blijkt te kloppen en ze neemt haar verantwoordelijkheid.
Hardlopen, het is een levensgevaarlijke sport. Is er niet een buizerd die je van achteren pakt, dan is er wel een loslopende hond die je bij de kladden grijpt.