Categoriearchief: overleden

In Memoriam Pieter Steinz

img_20160904_213523.jpgAls 1 van de eersten besprak ik Pieter Steinz’ eerste literatuurgids Lezen etcetera, Gids voor de wereldliteratuur, 416 schrijvers, 104 meesterwerken, 52 schema’s, 26 quizzen in 2004 voor Litnet. Ik was best onder de indruk van het werk dat hij met dit boek leverde.

Kruisbestuivende boeken

Zijn gids voor de wereldliteratuur vormt een heus spinnenweb voor de lezer. Boeken kruisbestuiven elkaar op een buitengewoon overzichtelijke wijze weet Pieter Steinz de literatuur te ontsluiten. Pieter Steinz is er niet meer. Hij overleed vorige week aan de gevolgen van de slopende zenuwziekte ALS.

Met lijsten, kaarten, besprekingen van klassieken en quizen weet hij in zijn boek Gids voor de wereldliteratuur de hele wereldliteratuur overzichtelijk te presenteren. En dan zie je dat alles met alles samenhangt. Heel bijzonder dat 1 persoon op deze manier het overzicht heeft en alle genoemde boeken lijkt te kennen.

Mijn eerste druk van het boek was dat het een platte bewerking was van de artikelen en schema’s die Steinz voor NRC Handelsblad schreef en maakte. Ik dacht in eerste instantie dat het daarom ook zo mooi opdeelbaar was in 52, elke week 1 schema. Dat het verband houdt met zijn voorliefde voor het getal 26, hoorde ik pas veel later.

De stoel bij DWDD

Ik was een van de weinige recensenten van Steinz eerste boek. Later is het heel populair geworden, mede dankzij zijn stoel bij DWDD. Net als het latere boek over cultuur Made in Europe. Hierin trekt hij Europa op een nog veel bredere manier. Hij laat zien dat Europa een eenheid vormt in kunst en cultuur. Een overtuigend boek dat niet alleen landen maar ook kunstvormen op een buitengewoon aantrekkelijke manier aan elkaar verbindt.

Bij de bespreking van zijn eerste boek stuurde ik hem een officieel mailtje. Ik sprak hem formeel aan met u en vertelde hem over mijn bespreking van zijn boek op Litnet. Hij stuurde mij meteen een mailtje terug waar hij enthousiast schreef dat ik toch wel de eerste serieuze bespreking was. Ook vroeg hij meteen of ik de Hendrik-Jan was die met hem in de gastschrijvercommissie van de Universiteit Leiden had gezeten.

Gastschrijvercommissie

Een bijzondere verrassing. Ik had mij namelijk bij het schrijven afgevraagd of hij mij zou herkennen en wilde niet nodeloos pochen met de commissie waarin ik als student had gezeten. Ik op mijn beurt vond het leuk dat hij mij nog herkende, zelfs als ik er niet zelf over begonnen was.Daarom was de schok extra groot toen ik hoorde dat hij de ziekte ALS had. Het is heel verdrietig dat hem dit noodlot trof. Nog meer bewondering voor hem kreeg hoe hij met de ziekte omging. Hij maakte er een prachtige serie artikelen van die samenkwamen in het boekje Lezen met ALS. Ook hier spreekt weer de meester die zich niet laat tegenhouden door een ziekte.

Wetenswaardigheden

Tot het laatst toe vulde hij zijn Facebook-account met mooie wetenswaardigheden uit de literatuur. Elke dag de verjaardag van een schrijver of de eerste uitgave van een boek om te herdenken. Hij overleed vorige week op 52-jarige leeftijd. Een volmaakt getal voor hem. Ik zal je missen Pieter. En bedankt voor de prachtige leeservaringen die je met mij en vele anderen hebt gedeeld.

Boekenvraag – #ruudwas

image

Een boekenvraag daar wilde Ruud wel op antwoorden, maar niet op een vraag met de hashtag #50books. Hij las graag Engels en Duits, maar als je Nederlands sprak, sprak je Nederlands. Is er een goed Nederlands equivalent, waarom zou je dan een Engels woord gebruiken?

De boekenvraag over Duitse boeken is de laatste die hij voor #50books of voor hem #50books heeft beantwoord. Niet alle vragen hadden zijn interesse, al liet hij zich weleens uit de tent lokken. Dan vroeg ik door, volgde een weerbarstig gemopper en stond er ineens een uur later een heel lange blog live.

Als ik dan in mijn wekelijkse samenvatting de bochten te kort nam, ging hij flink te keer, maar verduidelijkte met veel geduld zijn mening als ik niet snapte wat hij precies bedoelde. Dat ook weer. Een blogger zoals er maar weinig zijn: een duidelijke mening die hij ook zonder schaamte aanpaste als je een flinke discussie met hem voerde.

Er zijn maar weinig mensen die dat kunnen en durven. Daarvoor moet je je op je kwetsbaarst laten zien en dat doet niet iedereen. Net als dat hij je zo prachtig kon dollen.

Ik erger mij er altijd een beetje aan als mensen zeggen dat ze komen op een meeting en dan op het laatste moment afzeggen. Veel tweetups hebben daar een handje van. Toen ik de tweetup in Almere organiseerde, kwamen er een handje afzeggingen, waaronder Ruud. Hij tweette dat hij het niet ging redden en wenste ons veel plezier zonder hem.

Ik antwoordde dat ik het jammer vond, maar wenste hem een fijne dag verder. Een halfuurtje later stond hij voor mij. ‘Maar je zou toch niet komen’, zei ik verbaasd. Hij lachte hard en vond het mooi dat hij mij te pakken had gehad. ‘Natuurlijk kom ik’, zei hij. ‘Ik verveelde me alleen in de trein hier naar toe’, grijnsde hij.

Net als de tweetup later in Houten. Ik kwam veel later binnen, maar ik genoot van de verhalen van Ruud. Eigenlijk niks anders dan wat hij blogde. Alleen had ik altijd wat moeite bij zijn blogs het einde te halen. Nu zat ik gekluisterd aan zijn lippen.

Alle ellende kwam even voorbij, maar hij vertelde het net als alle andere dingen die hij vertelde. Ze waren niet zielig, ze waren gewoon Ruud. Hoorden bij hem, net als het eeuwige been, de Belastingdienst en dat hij zijn gezin bewust uit de blogs hield. ‘Dat is een ander leven en dat hoeft niemand te weten’, zei hij.

Net als hoe hij de ideale samenleving zag. Iedereen gelijk, armoede bestrijden door iedereen hetzelfde te geven en zo de wereld een stukje gelukkiger te maken. Een wereld die ik als heel utopisch beschouw, maar die zoals Ruud het vertelde eigenlijk heel logisch was.

Net als de eerste keer dat ik bij Ruud zat. In het theater bij Jacob Jan Voerman, de try out in Utrecht. Hij zat prominent achterin, we schoven aan en bespraken alles alsof we een boek bespraken. Het gesprek kronkelde net zoals we op twitter deden en zo gingen we ook uit elkaar.

Jammer dat hij er niet meer is. De online aanwezigheid. Als je hem een tweet stuurde, reageerde hij binnen een paar minuten.

Zeker als het om boeken gaat, had ik het idee nog zoveel van hem te kunnen leren. Het gemopper stimuleerde juist na te denken. Na te denken over je eigen vraag of antwoord, terwijl hij openstond voor het weerwoord. Weinig mensen die zo omgaan met een mening, terwijl ze zelf een heel duidelijke mening hebben.

Ruud, ik mis je nu al want ik weet zeker dat je op deze blog wel wat op te merken zou hebben.

10 januari 1986

image

In 1986 viel 10 januari ook op een vrijdag. Die avond holde ik met mijn vriendje Erik door het centrum van Veenendaal op zoek naar vossen. De vossenjacht was geopend. Het hoogtepunt was de leider van de jeugdclub. Hij droeg een wit laken over zich heen en liep als spook door de Hoofdstraat. We herkenden hem aan zijn sandalen met geitenwollensokken erin.

We eindigden de avond met dankgebed en zongen ‘Wat de toekomst brengen moge’. Daarna zou ik met mijn vriendje Erik en zijn neefje naar huis lopen. Mijn moeder kon mij niet halen en vond het fijn als ik niet alleen over straat hoefde te lopen om 8 uur ‘s avonds.

Ze waren mij aan het plagen, renden weg en liepen aan de overkant van de straat. Ik riep ze, maar ze kwamen niet. Huilend liep ik verder en stond bij de speelgoedwinkel voor het raam te kijken. Daar liet Eriks neefje mij heel erg schrikken. Ik draaide om. Het neefje rende lachend weg en ik zag Erik achter een auto wegduiken.

Daar moet het ergens gebeurd zijn, hoorde ik later. Erik kreeg een hartaanval, viel op straat en het neefje rende weg. Pas later werd hij gevonden. De ambulance reed door onze straat met gillende sirenes om hem op te halen. Ik keek met mijn vader naar het laatste staartje van het journaal.

Wat later stond ik bij de deur omdat iemand mijn vader moest spreken. De ambulance reed met gillende sirenes terug. ‘Tjonge, daar is heel wat aan de hand’, zei de meneer. ‘Ja’, antwoordde mijn vader. ‘Het ziet er behoorlijk ernstig uit als ze met de sirene terugrijden.’

Daar lag mijn vriendje Erik in. Ik wist het niet. De volgende morgen was mijn moeder verontwaardigd toen ze hoorde dat ik niet samen met Erik naar huis was gelopen. ‘Ik ga zijn moeder bellen. Dat heb ik niet met hem afgesproken’, zei ze boos. ‘Jullie mogen wel tien jaar oud zijn, maar als hij zegt dat je met hem mag meelopen, dan moet hij dat ook doen.’

Maar ze moest naar de markt en mijn vader had een overleg op mijn school over iets. Ze kwamen ongeveer tegelijk thuis en waren even buiten aan het praten. Mijn moeder kwam witjes naar binnen. Ik speelde met de playmobil samen met mijn broertje en zusje. ‘Er is iets heel ergs gebeurd’, begon mijn moeder. ‘Ga maar even zitten.’ Ik stond op om op de bank te gaan zitten.

‘Erik is overleden’, zei ze nog voor ik zat. ‘Gisteravond. Aan een hartaanval.’ Ik voelde mijn knieën week worden. Het bloed trok uit mijn gezicht weg. Ik liet mij op de bank vallen. Dit kon niet waar zijn. Daarna vroeg ik haar honderd keer hoe het gebeurd was. Ik had hem nog gezien.

Het was aan het begin van de Gortstraat gebeurd, vlak nadat het neefje mij liet schrikken. Hij was teruggekomen, zag Erik liggen en rende weg. ‘Het is maar goed dat ik vanmorgen zijn moeder niet gebeld heb’, zei mijn moeder. ‘Wat was dat verschrikkelijk geweest.’ Ik knikte en werd omringd door honderd vragen. Bewust dat hij er niet meer was.

Vandaag loop ik in het park met de honden. Geniet van het licht dat zo kenmerkend is voor januari. Het lage licht maakt het gras intens groen. De wolken zo duidelijk en helder wit. Het is 10 januari, besef ik. Net als in 1986 een vrijdag. Het is 28 jaar geleden dat Erik stierf, maar die dagen staan op mijn netvlies gebrand alsof het gisteren was.

Ik kom thuis, ga zitten achter de computer en typ: ‘In 1986 viel 10 januari ook op een vrijdag.’

Hoe gaat het met Komrij?

image
Publiek herdenkt Gerrit Komrij in Felix Meritis

Ze staan in de deuropening van café De Zwart. Ik loop voorbij, draal terug. Ik wil hem  even vertellen dat het zo mooi was wat hij zei. ‘Gerrit nam geen afscheid.’ Een hand is wat persoonlijker dan een duimpje op facebook. Ze nemen afscheid van elkaar. ‘Je moet je tram halen’, zegt de striptekenaar tegen de biograaf. Ze praten op gedempte toon nog even met elkaar.

Dan draait hij zich om. Ik geef de man die de tram moet halen een hand. ‘Ik wil je graag bedanken voor je mooie toespraak van zojuist.’ Hij herkent me niet. Hij heeft wel meer aan zijn kop. ‘We hebben ons best gedaan’, zegt hij bescheiden. Hij houdt een enveloppe geklemd onder zijn oksels. Dikke zwarte letters staan op het gele papier. Een opvallende postzegel in de hoek.

Hij zegt mij gedag en gaat zijn tram halen. Ik kijk de striptekenaar aan. ‘Hoe is het met je?’ ‘Met mij gaat het goed.’ Zijn ogen kijken verdrietig naar de drempel waarop hij staat. De putjes op zijn kin turen vinnig mee. ‘Maar met Gerrit is het wat minder.’ Ik knik. ‘Het is allemaal zo snel gegaan.’

Al surfend op het www stuit ik op een citaat van Komrij in een interview in december 2007 voor literair e-zine Meandermagazine.net. Er staat:

In de eerste plaats: hoe gaat het met u?
Uitstekend. Het lijkt me een uitstekende gewoonte om als mensen je vragen: ‘Hoe gaat het met je?’ altijd te antwoorden: ‘Uitstekend’. Stel je voor dat je plompverloren in huis zou vallen met ‘Ik heb water in mijn knie, mijn moeder heeft net zelfmoord gepleegd en mijn hond is ook al platgereden’, zeg nu zelf, dat zijn toch geen manieren? Ik heb mijn leven lang op alle vragen naar mijn welbevinden geantwoord met: ‘Uitstekend’. Al stikte ik bijna van ellende of was ik doorweekt van verdriet. Uitstekend dus.

Iemand heeft mij laatst gewezen op de briefwisseling tussen Gerrit Komrij en Hafid Bouazza Nu ben ik boos, ik omhels je (2009). Ik lees daar:

‘Uitstekend,’ antwoord ik meestal als iemand me in het voorbijgaan vraagt: ‘Hoe maak je het?’ Ik maak het in het voorbijgaan onveranderlijk uitstekend, al staat de tent achter mijn rug op instorten. ‘Goed,’ wil ik ook nog wel eens antwoorden, maar dan verraad ik al te veel. Dan ben ik al te mededeelzaam over de toestand waarin ik me bevind. Goed is niet echt uitstekend. (33)

Lees het prachtige verslag van Coen Peppelenbos over de Laatste reis Gerrit Komrij vanaf Felix Meritis voor literair weblog Tzum.

Gedachten bundelen

image
Een boek van Gerrit Komrij dat ik nog niet besproken heb, maar zeker wel gelezen heb.

Nog steeds hobbelen mijn gedachten bij gisteren. Hoe een dichter stierf. Hij die spotte met de dood, misschien omdat hij bang was. Hij die nog zoveel wilde, maar niet meer kon. Ik blader door al die boeken over hem, van hem. Marktplaats overstroomt van zijn werk. Mensen die een slaatje willen slaan.

Ik zoek mijzelf terug van het eerste stuk over hem tot het laatste. En wat hij ervan vond. ‘Je moet ze bundelen tot een boekje’, zei hij. ‘En ik koop het eerste exemplaar.’ Het is niet van een boekje gekomen, daarom bundel ik de bijdragen in een serie links:

Annihilate – bij de dood van Gerrit Komrij

image

Het begint bij een bericht op nu.nl. Ik schrik en weet tegelijk dat dit komen zou. De laatste tijd was het erg stil op facebook. Het laatste bericht was raadselachtig en duidelijk tegelijk: ‘Binnenkort verchijnt: bijna gelukte annhihilate.’ De zin bevat een paar schrijffouten, zeer tegen de gewoonte van Gerrit Komrij in. Met een duidelijke verwijzening naar ‘annihilate’, de totale destructie. Het einde.

Ik las het op die 2e juni dat hij op zijn mobiel aan zijn vrienden typte en wist dat het einde, de totale destructie, naderde. Alleen besefte ik het niet. Soms wil je het niet geloven en hoop je tegen beter weten in. En dan is er het antwoord vanmorgen bij het opstaan.

Misschien heb ik er meer in gelezen dan er stond. Voor mij was het vanmorgen duidelijk dat mijn gedachten niet fout waren. We missen een goede dichter, misschien wel de laatste schrijver uit de 19e eeuw.